Amsterdammer helpt Amsterdammer

Haar Canta is gestolen, terwijl ze er afhankelijk van is: ‘Het is mijn benenwagen’

Anne-Marie Meijers leven heeft altijd al in het teken gestaan van anderen. Beeld Eva Plevier
Anne-Marie Meijers leven heeft altijd al in het teken gestaan van anderen.Beeld Eva Plevier

De Canta van Anne-Marie Meijer is gestolen, terwijl ze er vanwege haar zwakke hart en slechte longen juist zo afhankelijk van is. Ze hoopt op een tweedehands exemplaar. Kosten: 600 euro.

Het moet met iets van een heftruck zijn gebeurd, vermoedt Anne-Marie Meijer (72). Ze wijst vanuit haar appartement in Amstelveen naar de straat. “Mijn Canta had een stuurslot dus ze hebben ’m in zijn geheel een vrachtwagen in getild, zo moet het zijn gegaan. Diezelfde nacht is verderop ook iemands Canta gestolen.” Het rode wagentje betekende veel voor hart- en longpatiënt Meijer. “Het is mijn benenwagen.” De verzekering vergoedt niets en Meijers AOW is niet toereikend. Een tweedehands exemplaar zou een grote uitkomst zijn.

Niet alleen Meijer is met de diefstal in haar bewegingsvrijheid beperkt, ook een goede vriendin met kanker is de dupe. Meijer reed haar twee keer per week naar het ziekenhuis voor haar behandelingen. Zonder de Canta zijn de twee afhankelijk van aanvullend openbaar vervoer en dat is niet ideaal. “Ook ons uitje naar het pannenkoekenhuis is in het water gevallen.”

Jappenkamp

Haar leven heeft altijd al in het teken gestaan van anderen. Toen ze nog in het Begijnhof woonde (zie kader), zorgde ze voor haar oudere buurvrouw. “Een geweldige dame. Ze had nog bij Krasnapolsky gewerkt. De verhalen die ze daarover vertelde! Haar honderdste verjaardag hebben we in het hofje met luid gezang gevierd. Toen ze stierf, verloor ik een dierbare vriendin.”

Ook naar haar moeder keek Meijer van jongs af aan om. “Ze was een ongelooflijk lieve en zorgzame vrouw, maar ze had de pech een getraumatiseerde, gewelddadige, tirannieke man te huwen.” Meijers vader zat tijdens de oorlog in jappenkampen en de fysieke en mentale klappen die hij daar had opgelopen, vertaalden zich in Nederland in het terroriseren van zijn gezin. “Thuis was het altijd bonje. Mijn vader kon zijn handen niet thuis houden en hoewel mijn moeder het voor mij en mijn broertje opnam, walste hij over ons heen. Ik was een eenzaam, teruggetrokken kind. Vriendjes durfde ik nooit mee te ­nemen, omdat het leven thuis onvoorspelbaar was. Als mijn ouders ’s avonds slaande ruzie hadden, bleef ik op zodat ik het in de gaten kon houden. Ik was bang dat hij mijn moeder zou vermoorden.”

Ontberingen

Op haar zestiende werd er ingegrepen door de kinderbescherming. Meijer woonde twee jaar lang bij een strenggelovig gezin in Apeldoorn. Ze miste haar moeder vreselijk en toen haar ouders scheidden, trok Meijer bij haar moeder in. “Ik heb haar tot op haar sterfbed verzorgd.”

“Ik heb mijn vader altijd gehaat vanwege alles wat hij ons heeft aangedaan. Maar ik heb ook ­altijd geprobeerd zijn kant van het verhaal te ­begrijpen. Hij heeft vreselijke ontberingen moeten doorstaan, zoals toen hij aan de Birmaspoorlijn moest werken. Over die tijd zweeg hij tegen ons. Ik wil meer te weten komen over hoe mijn vader was voordat hij werd gemarteld.”

Het blad Aanspraak, geschreven voor oorlogsgetroffenen, leest Meijer graag. Laatst trof ze er in een interview met de 96-jarige Loek Middel haar vaders naam aan. “Ik heb hem een briefje ­geschreven, want hij heeft blijkbaar met mijn vader in de cel gezeten. Ik hoop dat hij reageert. Via hem kan ik misschien achterhalen wat mijn vader heeft meegemaakt. Ik zou het fijn vinden als ik hem met meer mededogen kan zien, want nu heb ik alleen maar nare herinneringen.”

De gevolgen van haar turbulente jeugd heeft Meijer altijd met zich meegedragen. Ze is er daarom ook van overtuigd dat haar slechte gezondheid het gevolg is van het almaar opkroppen van haar gevoelens. Met behulp van therapie wist ze zich enigszins van haar jeugd te verlossen. “Er is al zoveel ellende in de wereld en daarom voel ik me schuldig over mijn wens. Maar een tweedehands Canta zou zoveel voor mij betekenen.”

Wonen op het Begijnhof

Als ongehuwde vrouw van middelbare leeftijd kwam Anne-Marie Meijer in de jaren tachtig in aanmerking voor een woning op het Begijnhof, tussen de Kalverstraat en het Spui. “Ik wandelde altijd over het hofje en vond de huizen en de paden zo prachtig.” Dankzij haar goede referenties kwam ze op de wachtlijst en kreeg ze een huisje toegewezen. Het Begijnhof, dat in de middeleeuwen werd gebouwd, ligt bijna een meter lager dan de rest van de stad. Hoewel het als een soort klooster dienstdeed, hadden de begijntjes (zoals de alleenstaande vrouwen destijds werden genoemd) meer vrijheden dan een non. Zo was het geen probleem om eigen bezit te hebben en de invulling van het dagelijks leven was vrijer dan in een klooster.

Sylvia van 't Hof, Dorine Tinga en Suzanne Levy  (vlnr). Beeld Eva Plevier
Sylvia van 't Hof, Dorine Tinga en Suzanne Levy (vlnr).Beeld Eva Plevier

‘Ik deelde zijn verhaal in de app en toen was het gauw besloten’

Vorige week zaterdag vroeg Karim Rahroh een bijdrage voor een nieuwe laptop, zodat hij muziek kan blijven maken. Sylvia van ’t Hof, Dorine Tinga en Suzanne Levy doneren het bedrag samen met hun buurt.

Van uitlaatklep tot een manier om contact te maken: voor Karim Rahroh (50) is muziek het allerbelangrijkst. Maar toen zijn moeder rond zijn dertigste overleed, brak voor Rahroh een sombere periode aan waarin zelfs het maken van muziek naar de achtergrond verdween. In de rouwperiode stapelden de schulden zich op, omdat Rahroh het overzicht was verloren, en het ging steeds verder bergafwaarts met hem, ook mentaal. Hij werd opgenomen en verbleef uiteindelijk meer dan tien jaar in verschillende psychiatrische instellingen.

Inmiddels woont Rahroh weer zelfstandig en is hij drukker dan ooit met zijn muziek. De talloze instrumenten die hij in zijn nummers verwerkt, tovert hij uit zijn laptop. Maar die is aan vervanging toe en de middelen daarvoor heeft hij niet.

Voor Sylvia van ’t Hof (41) is Rahroh een oude bekende. Hij verbleef een tijd in het Martien Schaaperhuis van HVO-Querido op IJburg. “Een hele vriendelijke man. Toen hij zijn eigen huis kreeg, hebben we nog met zijn allen afscheid van hem genomen. Ik deelde zijn verhaal in de buurtapp en het was gauw besloten: wij als buurtbewoners willen Karim helpen.” Inmiddels hebben meer dan zestig buren gedoneerd. Daarnaast hebben nog meer Paroollezers zich gemeld, waardoor Rahroh zich voorlopig geen zorgen hoeft te maken over haperende apparatuur.

Meer over