PlusAchtergrond

Graaien en grijsdraaien: het verhaal van Concerto, méér dan een platenzaak

De gevel van Concerto in 1974. Tegenwoordig neemt de zaak in de Utrechtsestraat de huisnummers 52 t/m 60 in beslag. Beeld Archief Concerto
De gevel van Concerto in 1974. Tegenwoordig neemt de zaak in de Utrechtsestraat de huisnummers 52 t/m 60 in beslag.Beeld Archief Concerto

Voor veel vinylliefhebbers is Concerto, sinds 1955 in de Utrechtsestraat, een tweede huiskamer. Historicus Ewoud Kieft tekende hun verhalen op in een boek. ‘De jongens die er werken kennen me allemaal.’

Peter van Brummelen

Kleurrijke klanten waren er genoeg in het bestaan van Concerto. Zo was er de man die door het personeel Engelbert werd genoemd omdat hij zo’n grote fan was van de Engelse zanger Engelbert Humperdinck. Toen hem eens werd gevraagd een lied te zingen van zijn grote held, voerde hij een complete show op tussen de platenbakken. In grote woede ontstak Engelbert toen een stel Engelse toeristen nietsvermoedend de winkel betrad. “Ja, hoor eens, zó kan ik toch niet optreden!”

Gijs Molenaar (1917-2009), de oprichter van de zaak, mocht graag vertellen dat een andere klant eens een elpee op 45 toeren (de afspeelsnelheid van een single) aan het beluisteren was. Daarop gewezen antwoordde de man: “Ja, dat doe ik expres, anders duurt het zo lang.”

En er waren in de geschiedenis van Concerto wel twee muziekminnende tramchauffeurs die hun tram regelmatig voor de winkel stilzetten, om vliegensvlug te kijken of er nog iets nieuws van hun gading was binnengekomen. Tramchauffeur 1 verzamelde platen met draaiorgelmuziek, tramchauffeur 2 was het te doen om platen van Roy Orbison.

Ze komen allemaal aan bod in het boek Concerto, dat historicus Ewoud Kieft schreef ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van de platenzaak. Meer nog dan om de winkel zelf gaat het daarin om de klanten. Kieft, zelf jarenlang werkzaam op de tweedehandsafdeling, sprak mensen in wier leven muziek een grote rol speelt. Concerto was en is voor hen een soort huiskamer, een plek om gelijkgestemden te treffen.

De verhalen die Kieft (ook actief en succesvol als romanschrijver) uit hun mond optekenden, gaan lang niet alleen over muziek, maar ook over maatschappelijke veranderingen. Tezamen vormen ze een alternatieve geschiedenis van het naoorlogse Amsterdam.

Concerto

Ewoud Kieft
De Bezige Bij
352 blz., 21,99 euro
Verschijnt donderdag

Bep McQuillan: ‘Van Morrison kwam binnen met Cuby.’ Beeld Anneloes Pabbruwee
Bep McQuillan: ‘Van Morrison kwam binnen met Cuby.’Beeld Anneloes Pabbruwee

Bep McQuillan (80)

Het overgrote deel van haar werkzame leven verkocht Bep McQuillan platen, waarvan 25 jaar bij Concerto. Toen ze er in 1964 als 24-jarige kwam werken, had ze er al vier jaar bij platenzaak Discofiel in de Molsteeg op zitten. “Dat was een beetje een deftige zaak, waar ze klassiek en jazz verkochten. Ik hield in die tijd vooral van rock-’n-roll.”

Bij Concerto was het winkelpersoneel in de jaren zestig geheel vrouwelijk. “Zo wilde meneer Molenaar dat. Ik denk dat hij makkelijker met vrouwen omging. Pas toen eind jaren zestig zijn zoon Wouter in de zaak kwam werken, veranderde het.”

De oude Molenaar wist precies wat voor muziek de jeugd wilde, maar was verder niet heel progressief. “Broeken mochten wij meisjes niet dragen, dat vond hij verschrikkelijk. Van minirokken moest hij ook niets hebben. We droegen winkelkleding: overgooiers met daaronder een witte blouse. We maakten die overgooiers stiekem zelf wel korter. Later is mijn collega Greetje met mevrouw Molenaar van die leren overgooiers gaan kopen, die nu weer heel hip zijn. Ook daar hebben we wat afgeknipt.”

Bekendheden wisten Concerto ook te vinden in de jaren zestig en zeventig. “John Mayall was er. Van Morrison kwam binnenlopen met Cuby van de Blizzards. The Outsiders zagen we veel, maar die woonden praktisch om de hoek. Weet je dat die jongens van de Britse groep Soft Machine een tijdje ook vlakbij, op de Keizersgracht, hebben gewoond? Na sluitingstijd gingen we bij ze langs en speelden ze voor ons.”

Herman Brood was ook een vaste klant. “Er was een tijd, net voor hij echt doorgebroken was, dat hij dagelijks langskwam. Een keer had hij een heel pak platen van de Bijenkorf onder zijn arm. Meneer Molenaar zei: ‘Herman, die kan ik echt niet inkopen, hoor. Dan krijg ik last met de politie.’ Maar hij gaf hem wel twintig gulden. Hij had een zwak voor Herman.”

Voor de foto bij dit stuk bezocht Bep McQuillan na lange tijd weer de zaak. “Er is nog steeds dezelfde sfeer. Er kwam ook een klant op me af die dacht dat ik er werkte.”

Gerard Muller: ‘Op feestjes ging ik over de platenspeler.’ Beeld Anneloes Pabbruwee
Gerard Muller: ‘Op feestjes ging ik over de platenspeler.’Beeld Anneloes Pabbruwee

Gerard Muller (73)

Al veertig jaar komt Gerard Muller bij Concerto. “Ik kom er niet meer wekelijks zoals vroeger, maar nog wel zo vaak dat de jongens die er werken me allemaal kennen. Heel beleefde jongens zijn het, ze noemen me meneer Muller.”

Een prille twintiger was hij nog maar, toen hij in 1971 van Paramaribo naar Amsterdam verhuisde. In hetzelfde jaar ontdekte hij Concerto. “In Suriname, dat wat muziek betreft heel erg op Amerika was gericht, waren soul en funk al heel populair. We luisterden ook naar latin en muziek uit Jamaica. In Nederland kon je daar allemaal nog nauwelijks aan komen, maar bij Concerto hadden ze al wel soulplaten.”

Later in de jaren zeventig wisten meer Surinamers en Antillianen Concerto te vinden, waar steeds meer nieuwe muziek in de bakken kwam te staan. “Ze ontdekten bij Concerto dat er vraag naar was en begonnen ook zelf te importeren.”

Muziek was een belangrijk bindmiddel in de Surinaamse gemeenschap van de jaren zeventig. “In Suriname speelt het leven zich vooral buiten af, in Nederland gaven we huisfeestjes. Lekker eten, dansen. Het was heel gezellig allemaal, maar het kwam nog weleens voor dat Nederlanders de politie belden, die waren dat helemaal niet gewend. Ik zou mezelf geen dj willen noemen, maar op zulke feestjes ging ik wel vaak over de platenspeler. En dan moet je materiaal hebben natuurlijk.”

Bij Concerto kocht Gerard Muller platen van artiesten als Solomon Burke, Otis Redding, James Brown en Aretha Franklin. “Bij verzamelaars zijn zulke oude soul- en funkplaten nu heel geliefd en wordt er veel geld voor betaald. Ik heb veel geruild met vrienden, zo gaat dat bij Surinamers, maar ik heb nog altijd een mooie collectie elpees en singles.”

Hij draait zijn oude soulplaten nog graag. “Mijn vrouw geeft er niet veel om. We hebben het huis zo ingericht dat zij in de voorkamer tv kan kijken. Achterin ben ik met mijn muziek bezig. Maar op zondagochtend komt ze altijd naar achteren en zegt ze: ‘Zo, zet nu maar eens een mooie gospelplaat op’.”

Guan Elmzoon: ‘Ik stond er rustig een hele dag; alle bakken door.’ Beeld Anneloes Pabbruwee
Guan Elmzoon: ‘Ik stond er rustig een hele dag; alle bakken door.’Beeld Anneloes Pabbruwee

Guan Elmzoon (55)

De Martin Garrixen en Tiësto’s van Nederland waren nog lang niet geboren, toen Guan Elmzoon als dj All Star Fresh al succesvol was in het buitenland. Hij draaide in discotheken in heel Europa, werd in 1988 tweede bij de World Supremacy Battle in New York (nooit eerder drong een Europeaan door tot de finale van het Amerikaanse dj-toernooi) en scoorde met de groep King Bee in 1990 een internationale clubhit met Back by Dope Demand.

Het begon allemaal met wat Elmzoon, die als zesjarige van Suriname naar Nederland kwam, crate digging noemt: struinen in de platenbakken. “Al heel jong deed ik dat. In Amsterdam-Noord had je nauwelijks platenzaken, daarvoor moest je naar het centrum. Ik denk dat ik een jaar of dertien was toen ik voor het eerst in Concerto kwam. Je had ook speciaalzaken, waar ik ook graag kwam, maar bij Concerto vond ik juist de breedheid van het aanbod interessant.”

Via de film Wild Style ontdekte hij in de vroege jaren tachtig hiphop. Platen in dat genre had Concerto aanvankelijk nauwelijks, wel vond Elmzoon er vooral op de tweedehandsafdeling platen waarmee hij zelf hiphop kon maken. Door er mee te scratchen of ze te samplen bijvoorbeeld. “In die tijd stond ik rustig een hele dag in Concerto, alle bakken ging ik door. Vooral jazzfunkplaten, van Stanley Clarke of Billy Cobham bijvoorbeeld, stonden vol bruikbare breakbeats.”

Hij is nog altijd actief als dj, zowel in clubs als op de radio, maar in platenzaken komt hij nog zelden. “Maar toen ik laatst bij Concerto was, viel me op dat de vibe nog hetzelfde is. De inrichting is ook nauwelijks veranderd. Veel bedrijven en winkels willen om de zoveel tijd een nieuwe huisstijl, bij Concerto houden ze gewoon vast aan die bruine bakken; heel goed.”

Vinyl draait hij niet meer. “Ik heb in de opslag nog wel zo’n 30.000 platen staan, maar ik ben meegegaan in de digitale beweging. Beter voor mijn rug. Dat sjouwen met vinyl was heel zwaar voor dj’s.”

Bert Braaksma: ‘Effe de wagen parkeren en kijken wat ze hebben.’ Beeld Anneloes Pabbruwee
Bert Braaksma: ‘Effe de wagen parkeren en kijken wat ze hebben.’Beeld Anneloes Pabbruwee

Bert Braaksma (61)

Weinig klanten van Concerto zullen met de auto naar Concerto komen. Bert Braaksma komt geregeld met een vrachtwagen, preciezer: een vuilniswagen. “Ik heb ontheffingspapieren, dus ik kan hem vlakbij op de brug zetten. De regels worden steeds strenger en je moet het verkeer niet ophouden natuurlijk, maar ik heb het vaak gedaan, hoor: effe de vuilniswagen neerzetten en kijken wat ze binnen hebben gekregen.”

Het personeel van Concerto weet precies wat Bertje (zoals hij door iedereen wordt genoemd) zoekt en zet ook platen voor hem apart. Hij houdt vooral van punk en new wave, maar zit tegenwoordig ook wel in de modern klassieke muziek. “Ik zoek vooral obscure dingen. In die punk- en new wave-tijd had je platen die in heel kleine oplages in eigen beheer of bij onafhankelijke labels werden uitgebracht. Zulke dingen verzamel ik.”

Vroeger was hij ook punk. “Hanekam, leren jack, afgetrapte gympies. En ik kom uit de Nieuwmarktbuurt, waar je toen die rellen had. De halve buurt was een zandvlakte, ze wilden alles platgooien. En daar zijn we tegen in verzet gekomen. Arbeiders, studenten, kunstenaars: ze waren één. Punkmuziek paste daar helemaal bij.”

Met collega’s van zijn werk kan Bert Braaksma niet over muziek praten – niet over het soort muziek waar hij van houdt, althans. “Nee, praten over muziek doe ik vooral bij Concerto. Het is voor mij een huiskamer. Ze weten er precies waar ik van hou. Ze willen je iets verkopen, dat snap ik ook wel, het is een winkel, maar ze gunnen je ook echt dingen. Als ze tweedehands iets hebben binnengekregen dat voor mij interessant is, krijg ik meteen een belletje.”

Zo kreeg hij een keer te horen dat Concerto de platencollectie had opgekocht van de in 2012 overleden muziekjournalist Peter Koops van de Volkskrant. “Een prachtcollectie, met veel dingen in mijn hoek. Die ging natuurlijk niet in één keer in de bakken, maar werd beetje bij beetje verkocht. Als er iets bij zat voor mij, werd ik gebeld. Zo ben ik aan prachtige platen gekomen. Je kan wel zien dat die man een zware roker was. De hoezen zijn bruin en ruiken ook naar tabak, maar de platen zelf: púntgaaf.”

Demi van den Wollenberg: ‘Dat ze er snobistisch zijn is ook leuk.’ Beeld Anneloes Pabbruwee
Demi van den Wollenberg: ‘Dat ze er snobistisch zijn is ook leuk.’Beeld Anneloes Pabbruwee

Demi van den Wollenberg (24)

Ze heeft last van heimwee naar een tijd die ze niet heeft meegemaakt, zegt Demi van den Wollenberg, die als student muziekwetenschappen bezig is met een scriptie over groupies en werkt bij poppodium Victorie in Alkmaar. Een tikje jaloers is ze weleens op haar ouders, die het vinyltijdperk wél meemaakten. “Die vertellen verhalen over hoe ze vroeger een platenzaak binnenrolden en dan lekker naar muziek gingen luisteren. Er werd in die tijd ook echt waarde gehecht aan albums. Tegenwoordig gaat het veel meer om losse tracks.”

Natuurlijk, ook zij maakt gebruik van Spotify, maar vinyl biedt haar de ‘ultieme luisterervaring’. En haar platen koopt ze bij voorkeur bij Concerto. Ze houdt vooral van alternatieve rock, in het bijzonder van het genre shoegaze, waarin Slowdive haar favoriete groep is.

“Maar als ik bij Concerto ben, kijk ik af en toe ook in de bakken met muziek waar ik niet zo veel mee heb, hiphop bijvoorbeeld. Soms weet ik precies wat ik wil hebben, maar ik laat me ook wel leiden door mijn gevoel.”

Ze is ook gek op tweedehands platen. “Ja, leuk als ze een beetje kraken. Ik vind het ook leuk als een vorige gebruiker iets op de hoes heeft geschreven, zoals ‘Van Jantien’ of ‘Gekocht in 1988’ – mijn ouders deden dat vroeger ook. Het zegt iets over de duurzaamheid van vinyl. Zo’n plaat heeft vaak al in verschillende levens gezeten.”

“Op mijn achttiende kwam ik voor het eerst in Concerto. In de Utrechtsestraat waren een vriend en ik bijna onder de tram gekomen. We vluchtten de stoep op en stonden voor Concerto. Er ging een wereld voor me open. Er is ook zo veel te doen: je hebt al die platen, maar óók cd’s en boeken. Je kunt er koffiedrinken en er zijn concerten.”

Is een platenzaak als Concerto voor een jongere misschien ook een beetje intimiderend? “Dat vond ik in het begin zeker, haha. Mensen die in platenzaken werken, zijn vaak een beetje snobistisch. Maar dat is ook leuk. En er werkt een studiegenoot van me. Met haar bespreek ik wat er allemaal nieuw is uitgekomen.”

Concerto in 1974. De (bruine) bakken met platen staan er nog steeds.
 Beeld Archief Concerto
Concerto in 1974. De (bruine) bakken met platen staan er nog steeds.Beeld Archief Concerto