PlusReportage

Gerard Reve woonde kort in Osdorp, nu is er een museum over de schrijver: ‘Wij eren hem, vereren hem’

Midden in coronatijd is een klein museum over Gerard Reve geopend. Het bevindt zich op een bedrijventerrein in Osdorp, in de studio van de couturiers Teigetje en Woelrat, met wie de schrijver in de jaren zestig en zeventig een ménage à trois vormde. ‘We zijn daar best gelukkig geweest.’

Frenk der Nederlanden
Teigetje (Willem Bruno van Albada, rechts) en Woelrat (Hendrik van Manen) in het Revemuseum in hun modestudio in Osdorp. ‘De foto’s bewijzen dat we partners van Gerard waren en niet zomaar vriendjes.’ Beeld Dingena Mol
Teigetje (Willem Bruno van Albada, rechts) en Woelrat (Hendrik van Manen) in het Revemuseum in hun modestudio in Osdorp. ‘De foto’s bewijzen dat we partners van Gerard waren en niet zomaar vriendjes.’Beeld Dingena Mol

De Dubbelmondehof in Osdorp is geen plek waar een mens graag dood gevonden wil worden. Het trottoir is oud en versleten, de garagedeuren zijn afgebladderd, de balkonnetjes klein en volgeplempt met schotelantennes. Desolaat is het goede woord, desolaat en grauw. De grootscheepse vernieuwing van Nieuw-West heeft dit deel van Osdorp nog niet bereikt.

Het is nauwelijks voor te stellen dat Gerard Reve hier, in het hart van de Westelijke Tuinsteden, bijna twee jaar van zijn leven doorbracht. De Grote Volksschrijver, toen nog voluit Gerard Kornelis van het Reve geheten, woonde er samen met zijn jonge geliefde Willem Bruno van Albada, die hij Teigetje noemde, naar de ‘teiger’ uit Winnie de Poeh.

Bij het portiek is er niets dat aan Reve herinnert, zelfs geen bordje met de mededeling dat hier tussen maart 1966 en januari 1968 een beroemde schrijver resideerde. Wel een sticker met de reviaanse tekst ‘Nee! Verkopers hier niet welkom’.

‘Zelfmoorddozen’, noemde Reve de flats in de tuinsteden, ‘zelfmoordwoondozen van het socialisme’. Maar of hij dat echt meende, is maar zeer de vraag. ‘We zijn erg tevreden met het nieuwe huis in Osdorp,’ schreef Reve op 2 maart 1966. ‘Stilte, ruimte, bomen & groen, uitzicht, en niet opnieuw duizenden guldens aan verbouwing etc. – ik ben die artistieke romantiek van de binnenstad ruimschoots moe. We kunnen daar de auto dag & nacht kwijt, zonder gekanker, getier, of gevaar van bekeuring. De bewoners zijn degelijke arbeiders: Algemene Woningbouw Vereniging – geen God, maar toch heel fatsoenlijke mensen...’

“Ja, we zijn daar best gelukkig geweest,” zegt Van Albada, 56 jaar nadat hij voor het laatst de deur van de Dubbelmondehof 2 achter zich dichttrok. “Ik ben nog wel eens terug geweest om een foto van de straat te maken en kreeg dan toch een weemoedig gevoel. Ik heb goede herinneringen aan die tijd, daar liggen toch onze roots.”

Sober en kaal

Hij vertelt zijn verhaal op de eerste verdieping van de modestudio die hij samen met Hendrik van Manen twaalf jaar geleden begon, toevalligerwijs ook in Osdorp, op nog geen anderhalve kilometer van de Dubbelmondehof. Van Manen, door Reve liefkozend Woelrat genoemd, voegde zich in 1969 bij het liefdespaar. Vijf jaar later kwam er een einde aan de ménage à trois, maar Reve is nooit uit hun leven verdwenen. De studio heet Teigetje & Woelrat, en op de begane grond, naast de breimachine waarop ze zelf hun stoffen maken, is ter ere van de schrijver een klein museum ingericht.

Van Albada laat een foto zien waarop Reve (1923-2006) in de flat poseert. In zijn hand de kroontjespen waarmee hij Nader tot U had geschreven, het brievenboek dat in maart 1966 was verschenen, opgedragen aan Van Albada. “De woning was heel eenvoudig,” zegt Van Albada, “sober en kaal. Maar het was netjes en hoefde niet opgeknapt te worden. We waren er dolblij mee.”

De twee voelden zich direct geaccepteerd door de nieuwe buren, zegt Van Albada. “Niemand deed moeilijk, van homofobie hebben we nooit iets gemerkt. Als Gerard boodschappen ging doen nam hij de poes mee, Justine, een half-Siamees, op zijn schouder. Daar konden ze smakelijk om lachen. Maar verder hadden we nauwelijks contact met de buren. We zeiden elkaar gedag in het trappenhuis en dat was het wel – ze kenden Gerard niet eens, denk ik. Er kwamen ook weinig mensen langs. Wat vriendjes soms, maar geen belangrijke personen.”

Hekel aan Amsterdam

In januari 1968 vertrokken ze weer uit Osdorp. Het zoontje van de bovenburen werd Reve te veel. Van Albada: “Elke ochtend om vijf uur begon dat kind te roepen dat ie ‘een druk’ moest doen, en als z’n ouders dan niet reageerden, begon hij met een stok op de vloer te slaan. Gerard werd daar, geluidsneuroticus als hij was, razend om. Hij was bang dat hij zich op een dag niet zou kunnen beheersen en de buurman zou aanvliegen. Het sloeg nergens op, maar er zat niets anders op dan te verhuizen.”

Het werd een vervallen etage aan de Plantage Kerklaan, maar na twee jaar hield Reve het ook daar voor gezien. Hij liet zich op 9 april 1970 uitschrijven bij de burgerlijke stand en verdween via Veenendaal en het Limburgse Weert in 1974 naar Frankrijk, om te eindigen in het Vlaamse Machelen-aan-de-Leie, waar hij ook begraven is.

De typemachine van Reve. In het midden het boek waaruit hij zijn sprookjes voorlas.  Beeld Dingena Mol
De typemachine van Reve. In het midden het boek waaruit hij zijn sprookjes voorlas.Beeld Dingena Mol

Tussen hem en Amsterdam is het nooit meer goed gekomen. Reve woonde op tien adressen in de stad, van zijn geboortehuis aan de Van Hallstraat 25 tot de Ploegstraat in Betondorp (‘Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit’) en de Jozef Israëlskade in Zuid, de Schilderskade in De avonden. Maar zijn hekel aan Amsterdam, ‘die woestijn van glas en beton’, nam met de jaren alleen maar toe.

‘Vreemd: ik ben er geboren en opgegroeid, maar ik heb me er nooit thuis gevoeld,’ schreef hij in 1971. ‘Amsterdam nu, in die laaiende zomer en met die ‘hippe’ troep van voortschuifelende, inerte imbecielen, dat is voor geen mens vol te houden.’ Een atoombom op de stad zou voor iedereen het beste zijn, liet hij zich meermaals ontvallen. ‘Het is,’ schreef hij in Het Boek Van Violet En Dood (1996), ‘een lugubere feesttent waarop een vloek schijnt te rusten, want welke gave of welk talent men ook moge hebben: wie daar blijft zitten zal nooit iets bereiken, waarom dat zo is dat weet ik niet.’

Onvoorstelbaar geniaal

Terug naar de studio, de studio van Teigetje & Woelrat, die zich bevindt op een non-descript bedrijventerrein aan de Jan Rebelstraat. Maar achter de voordeur stap je een andere wereld binnen, een zachte wereld, vol mooie kleuren en stoffen die erom smeken aangeraakt te worden.

In de studio is Teigetje het creatieve brein. Hij ontwerpt de patronen en dessins voor de couture en interieuraccessoires. Woelrat is de producent en doet de verkoop. En noem Van Manen ook gerust de conservator, want hij is de drijvende kracht achter het museum Gerard Kornelis Franciscus Markies van het Reve – ‘Decadentie en Romantiek’. “Bij mij is de behoefte groter dan bij Teiger. Niet om mee te pronken, maar voor onszelf, als hommage aan een van de grootste schrijvers die Europa ooit heeft gekend. Wat Van Gogh en Rembrandt waren voor de schilderkunst, was Gerard voor de literatuur. Onvoorstelbaar geniaal.”

Tussen de kasten met stoffen hangen afdrukken uit de 2000 foto’s tellende collectie die Van Albada beheert. En ook de ruimte die als museum is ingericht wordt gedomineerd door een fotowand die een decennium uit het leven van Reve toont: aan het werk als schrijver, aan de borrel met Simon en Tiny Carmiggelt, spelend met Teigetje en Woelrat. Van Manen: “De foto’s bewijzen dat we partners van Gerard waren en niet zomaar vriendjes – we waren geen uitvreters, we bespraken alles met elkaar.”

Brieven van Reve en enveloppen met zijn haar. ‘Heilige dingen.’ Beeld Dingena Mol
Brieven van Reve en enveloppen met zijn haar. ‘Heilige dingen.’Beeld Dingena Mol

In de vijftien vierkante meter grote ruimte staan memorabilia tentoongesteld die de tand des tijds hebben doorstaan. Het tafeltje waarop Reve Op weg naar het einde en Nader tot U schreef, zijn typemachine van het merk Olympia, het singletje Ik bak ze bruiner, waarop hij vier sprookjes voorleest. Verder veel brieven, gesigneerde boeken en tekeningen. En een door Reve nog zelf geschilderd wandkastje met kerstballen, wijnglazen en enveloppen met zijn afgeknipte haren. “Heilige dingen,” zegt Van Manen.

Honderdste geboortedag

En er is meer materiaal, daarom wil hij wisselende tentoonstellingen inrichten. Maar hij heeft zijn hoop vooral gevestigd op de viering van de honderdste geboortedag van Reve in 2023. “Het mooiste zou zijn als er in Amsterdam een pop-upmuseum komt dat de belangrijkste periodes uit Gerards leven laat zien. Met ons als conservator, want het moet wel zuiver zijn.”

Alleen bij Teigetje & Woelrat is Reve in goede handen, wil hij maar zeggen, want hun liefde voor de schrijver is nog steeds oneindig groot. “Wij eren hem, vereren hem. Een groot museum zou hem recht doen, een museum zo groot als het Van Gogh.”

Van Manen leest Reve nog iedere dag, en ook voor Van Albada is de schrijver nog springlevend. “Als we bepaalde woorden of uitdrukkingen gebruiken, moeten we altijd lachen. En dan mis ik hem, de gesprekken, de huiselijkheid, de gezelligheid. Als hij niet gedronken had, was het een feest om met hem samen te zijn. Reve, dat was pas leven.”

Museum Gerard Kornelis Franciscus Markies van het Reve, Jan Rebelstraat 14-J. Te bezoeken via afspraak. Telefoon: 06 51392811, e-mail: willembruno@gmail.com en website: www.teigetje-en-woelrat.nl.

Dit artikel is een bewerkte voorpublicatie uit Tussen Andreasplein en Zwarte Pad, het literaire jaarboek over Nieuw-West waarvan zondag de zevende editie wordt gepresenteerd, 172 pagina’s, €12,90.

Meer over