PlusExclusief

Geestelijk verzorger Ayse Türk over een coronajaar in het OLVG: ‘Als je écht luistert, kom je tot iets’

Ayse Türk, geestelijk begeleider OLVG. ‘Dit werk is tweerichtingsverkeer.’ Beeld Maarten Kools
Ayse Türk, geestelijk begeleider OLVG. ‘Dit werk is tweerichtingsverkeer.’Beeld Maarten Kools

Ayse Türk (39) is geestelijk verzorger in het OLVG. Aan het bed van patiënten biedt ze steun: ze praat, bidt en doet rituelen. Ook komt ze erbij als een arts en patiënt door culturele verschillen er samen niet uitkomen. ‘Fascinerend hoe mensen binnen tien minuten helemaal voor je opengaan.’

Malika Sevil

In het ziekenhuis werken katholieke, protestantse, islamitische en algemene geestelijk verzorgers. In de kast liggen stapels bijbels en korans. In wat voor situaties gebruikt u zo’n gebedsboek?

“De laatste keer was bij een patiënt die onrustig was. Ik las de gebeden uit de Koran voor, in combinatie met de naam van God. Dat doe ik in een bepaald ritme. Deze patiënt was ook onrustig in de ademhaling, maar doordat hij meeademde in het ritme van het gebed, kalmeerde hij. Het doet dus lichamelijk en geestelijk iets. Gebeden en rituelen zijn eigenlijk symbolische handelingen die het mogelijk maken om het leed te verwerken. Het zet ook emotionele processen in gang. Het geeft iemand houvast en een veilig gevoel. En daarbij zorgt het voor verbinding.”

Het gaat in uw werk elke dag over ziekte, de dood en afscheid nemen. Hoe houdt u dat vol?

“Ik zie iedereen als een boek, er gaat iets voor je open. Wat me altijd raakt en wat mijn vak zo fris houdt, is hoe mensen binnen tien minuten helemaal opengaan en het meest kwetsbare gedeelte van zichzelf laten zien. Ze delen dingen met mij waarvan ze zeggen: ‘Mijn partner met wie ik veertig jaar samen ben, weet het niet eens’. Fascinerend.”

Helpt het dan dat u een onbekende bent?

“Ja, juist. Ik heb geen voorgeschiedenis met iemand en ben niet bevooroordeeld. Dat laatste is heel belangrijk om echt goed contact te kunnen maken. Aannames zitten vaak in de weg. Dat geldt eigenlijk voor alles. Ook in de interactie tussen zorgverleners en patiënten.”

Heeft u hier een voorbeeld van?

“Een onderdeel van mijn werk is dat ik zorgverleners die dat willen na een zware coviddienst opvang. Een van de verpleegkundigen vertelde me dat ze een boze patiënt had die per se Spa blauw wilde en géén water uit de kraan. Het was al zo druk. Dat kon ze er niet bij hebben. Ik vroeg: ‘Wat doen jullie eigenlijk bij de wasbak?’ Gaandeweg kwamen we erachter dat de verpleegkundigen het urinaal (een plasbeker voor mensen die hun bed niet kunnen verlaten, red.) tijdelijk bij de wasbak stalden. Niet dat ze hem daar leegden, maar hij stond daar wel. Naast de kraan met drinkwater.”

“Ik heb de verpleegkundige uitgelegd hoe strikt de hygiëneregels van moslims kunnen zijn. Zo zal iemand nooit de rituele wassing doen in de wasbak in de keuken, want daar wordt het eten bereid. Dus ik vroeg: ‘Zou het kunnen dat die man geen water wil drinken uit de kraan omdat er een urinaal naast heeft gestaan?’ De verpleegkundige zei: ‘Goh, ik denk het wel, want voor de rest is het een prima aardige man. Natuurlijk krijgt hij van mij Spa blauw’.”

Een verkeerde aanname, namelijk dat het wel een veeleisende patiënt zal zijn, leidt tot wederzijds onbegrip.

“Ja, bij aannames en vooroordelen gaat zoveel mis. In het begin van de pandemie werd vaak met een beschuldigende vinger gewezen naar groepen met een migratie-achtergrond in Nieuw-West en Zuidoost: ‘De besmettingscijfers zijn bij jullie het hoogst. Jullie houden je niet aan de maatregelen.’ Maar als je verder kijkt, zie je dat de omstandigheden anders zijn: er wonen meer mensen bij elkaar in een woning, meer mensen hebben een baan waarbij ze veel in contact staan met anderen, en ouders gaan niet naar een verpleeghuis maar worden door een familielid thuis verzorgd.”

“Nu zie je dat in dezelfde stadsdelen de vaccinatiegraad lager is. Wat gebeurt er? Weer wordt er met een beschuldigende vinger gewezen. Ongevaccineerden krijgen nu de schuld van de pandemie.”

“Ik merk ook dat mensen die niet gevaccineerd zijn, daar niet direct open over durven te praten. Als je erover in gesprek gaat, komen de gevoelens. Het raakt hen heel erg dat ze de schuld krijgen van iets. Ongevaccineerden worden uitgemaakt voor egoïstische mensen, maar dat is helemaal niet wat ik hier zie. Op een enkele complotdenker na, zijn ze bang voor het vaccin. We moeten dus ook kijken naar wat daar onder ligt: het vertrouwen is er niet. Dus je kunt wel allerlei foldertjes uitdelen met informatie over het vaccin, maar je moet ook echt met het wantrouwen aan de slag.”

Hoe doet het ziekenhuis dat?

“In het OLVG was er al wel aandacht voor diversiteitsbeleid en inclusie, maar corona maakt dat dingen nu versneld worden opgepakt. Dan moet je denken aan aandacht voor diversiteit van het personeel, hoe we de ruimte inkleden en hoe we met protocollen omgaan. Al is dat wel iets voor de langere termijn.”

U wordt soms ook ingeschakeld als patiënt en arts er samen niet meer uitkomen. Vaak ligt er dan een culturele kloof aan ten grondslag.

“Ik werd laatst gevraagd bij een familie die niet wilde dat de arts morfine zou toedienen aan hun zieke moeder. De moeder had veel pijn en de arts vond het moeilijk om aan te zien dat de patiënt onnodig moest lijden. ‘Waarom willen jullie dat eigenlijk niet?’ vroeg ik aan de familie. De belangrijkste reden was volgens de zoon dat zijn moeder, als zij kwam te overlijden, helder voor God moest verschijnen. Daar kon ik iets mee.”

“Ik vroeg: ‘Hoe zie je helder?’ Hij zei: ‘Als zij de geloofsbelijdenis kan opzeggen.’ Dus vroeg ik: ‘Denk je dat iemand helder is met zoveel pijn?’ Ik keerde het verhaal om. Dat hielp. We moesten ook uitleggen dat de morfine als pijnstiller zou worden ingezet, en niet om het leven te verkorten. Als je de tijd neemt en écht luistert, dan kom je tot iets. Je kunt wel zeggen: ik strijd voor deze patiënt, maar ik kan je vertellen, of je nou uiteindelijk morfine geeft of niet: dat ga je verliezen, want dat wordt een conflictsituatie.”

Op verzoek van diverse families zijn er ook een paar ic-patiënten van het OLVG in opdracht van Turkse autoriteiten opgehaald en in Turkse ziekenhuizen verder behandeld. Een aantal zorgverleners heeft dit als een klap in het gezicht ervaren. Alsof zij hun werk niet goed genoeg hebben gedaan. Wat is uw advies aan hen?

“We hebben dit in het team achteraf besproken, en het is inderdaad voor verpleegkundigen en artsen heel frustrerend. Iedereen doet in deze zware omstandigheden zo zijn best. De reden dat een team een behandeling wil stopzetten heeft te maken met behandelingsbeleid, en dat is ook gebaseerd op waarden. Er is te weinig uitzicht op verbetering en de patiënt lijdt onnodig als er wordt doorbehandeld.”

“Maar de familie kan dat anders zien. Hun opvatting over waarden en kwaliteit van leven kan anders zijn. Dat wil dan niet zeggen dat jij als zorgverlener iets verkeerd hebt gedaan, maar de juiste aansluiting met de familie is hierin niet gevonden. Als een verpleegkundige dat kan inzien, dan verandert de blik in: het kan ook anders en dat is niet per se goed of fout.”

Krijgt u eigenlijk ook iets terug als u met patiënten aan het bidden bent?

“Zeker. Religie heeft me veel houvast gegeven. Ondanks de hectiek die dit werk met zich meebrengt, word ik door gebedstijd gedwongen om te zeggen: ‘Stop, en nu even naar jezelf’. Dat heb ik natuurlijk ook als ik met patiënten bid. Het beeld van de zielige patiënt die gered wordt door de zorgverlener, is compleet misplaatst. Het is tweerichtingsverkeer. Door zorg te ontvangen, geef je de ander kans om zorg te verlenen. Als mensen mij hun kwetsbare kant laten zien, met mij het gebed willen doen en dat we er dan samen weer uitkomen, geeft mij heel veel voldoening.”

Terugblik 2021

Mijn dieptepunt “De momenten dat alles zich weer even hard herhaalde: het virus, de tweedeling en het elkaar uitsluiten en beschuldigen. En dat ik aarzelde om te dromen.”

Mijn hoogtepunt “Een levensles van de Perzische dichter Djelal-oed-din Roemi: ‘Met aan je ene zijde jouw ‘angst’, aan de andere zijde jouw ‘hoop’ heb je twee vleugels. Met één vleugel kun je niet vliegen.’ Ik blijf ondanks mijn aarzeling hopen op betere tijden.”

Persoon van het jaar “Ik heb niet één persoon van het jaar 2021. Voor mij zijn de personen van het jaar: iedereen die met zuivere intenties een ander heeft kunnen helpen.”

Wat zal u het meeste bijblijven? “De ervaring: wat je overkomt is een, maar wat je ermee doet is twee. Ik zie dat patiënten vreselijke dingen meemaken en er toch iets positiefs uit halen.”

Wat hoopt u volgend jaar niet meer terug te zien? “Vooroordelen en felle aannames over elkaar.”

Ayse Türk

6 september 1982, Amsterdam

Studies Havo aan Mondriaan Lyceum, Pabo Amsterdam, gevolgd door twee masters aan de VU: levensbeschouwelijke vorming en geestelijke verzorging. Türk volgde de masterclass zorgethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit en deed postacademisch zorgethiek aan de Radboud Universiteit

2005-2007 Leerkracht basisonderwijs
2007 Geestelijk verzorger bij de Dienst Justitiële Inrichtingen
2007 Docent godsdienstpedagogiek bij Hogeschool Inholland
2008-2010 Geestelijk verzorger bij Haaglanden Medisch Centrum en UMC Utrecht
2010-heden Geestelijk verzorger bij OLVG

Türk woont in Amsterdam met haar echtgenoot en hun tweelingdochters.

Meer over