PlusDe galerie van

Galeriehouder Nieck de Bruijn: ‘Jarenlang niet op vakantie, geen auto kopen, maar kunst’

In de rubriek ‘De galerie van…’ laten we een keur aan Amsterdamse galeriehouders aan het woord: hoe zijn ze in de kunstwereld terechtgekomen, wat is het profiel van hun galerie, wat verzamelen ze zelf, en wat is de impact van corona? In dit deel Nieck de Bruijn (48) van Upstream Gallery.

Oscar van Gelderen
Nieck de Bruijn Beeld
Nieck de Bruijn

Wat betekent kunst voor u?

“Kunst betekent heel veel voor me. Het is een bron waaraan ik mijn constante nieuwsgierigheid kan laven, een intellectuele uitdaging die oneindig is.”

Heeft u kunst van huis uit meegekregen?

“Nee, niet echt. Ik kom uit een ondernemersgezin, mijn ouders hadden drukkerijen. Er werd hard gewerkt, en soms was er weleens een museumbezoek of een cultureel uitstapje op vakanties. Maar dat kunst een logisch onderdeel vormde van mijn jeugd, dat kan ik niet zeggen.”

Hoe bent u in aanraking gekomen met de kunstwereld?

“Het toeval wilde dat ik een advertentie in de krant zag waarin werd gevraagd om een galerie-assistent. Dat leek me gelijk wat. De plek waar ik terechtkwam, was heel bijzonder: Schröder Galerie had tevens een aantal ateliers waar kunstenaars een residency konden hebben. Ik kwam voor het eerst in mijn leven in direct contact met kunstenaars, een volledig andere wereld dan die waaruit ik kwam. Het intrigeerde mij allemaal mateloos en het directe contact met de kunstenaars gaf enorm veel nieuwe inzichten. Op vrijdagmiddag dronken we vaak een biertje met de kunstenaars en kon ik honderduit vragen. In die tijd heb ik zoveel geleerd; ik liep alle museumtentoonstellingen af, ging veel naar galeries en kunstbeurzen en kocht mijn eerste kunstwerken. Toen was het hek van de dam. Alles wat ik verdiende, ging naar kunst. Jarenlang niet op vakantie, geen auto kopen, maar kunst.”

Wat was uw eerste betrekking in een galerie? Of bent u gelijk zelf een galerie begonnen?

“Na een jaar nam ik afscheid bij die galerie. Ik droomde van mijn eigen galerie, maar durfde het niet aan. Het bleef kriebelen. Na een paar jaar van twijfelen en wikken en wegen kwam mijn vrouw met de oplossing: ‘Waarom bereken je niet eens wat het kost om het een jaar te doen? Als dat bedrag het je waard is om dit te proberen, moet je het doen.’ Vanaf dat moment ben ik er vol voor gegaan: inschrijven bij de Kamer van Koophandel, pandje zoeken in Amsterdam-Centrum, kunstenaars benaderen en gaan!”

Hoe zou u het profiel van uw galerie willen omschrijven?

“Als een internationale galerie met een focus op radicale, geëngageerde, conceptuele en digitale kunst.”

Werk van Rafaël Rozendaal. Beeld Gert Jan van Rooij
Werk van Rafaël Rozendaal.Beeld Gert Jan van Rooij

Wat vindt u het mooiste aspect van het vak galeriehouder?

“De constante intellectuele uitdaging. Elke nieuwe tentoonstelling, elke nieuwe serie werken die onze kunstenaars maken, brengt een nieuwe gedachtestroom binnen. Elke week word je weer verrast en uitgedaagd om iets nieuws te leren.”

Met welke galeries voelt u zich nationaal/internationaal verwant?

“Ik voel me verwant met nieuwsgierige, avant-gardistische ondernemers in de brede zin, dus niet beperkt tot de kunstwereld. Ik voel me net zo goed verwant met de ondernemers achter een NFT-platform als Folia – NFT is een virtueel eigendomscertificaat gebaseerd op blockchaintechnologie – als met een bedrijf als Oedipusbrouwerij of een restaurant als BAK. Ondernemers die eigenzinnig opereren, grenzen opzoeken en een sterke focus hebben op kwaliteit.”

In een ideale wereld: welke kunstenaar zou u het allerliefst vertegenwoordigen?

“Dan had ik graag David Bowie vertegenwoordigd; onwaarschijnlijk creatief en altijd zijn tijd ver vooruit.”

Wat is er veranderd in de kunstwereld sinds u uw eerste stappen zette?

“De kunstmarkt is groter geworden, verder geïnternationaliseerd en digitaler geworden. Daarnaast is het vooral de positie van mijn galerie in die kunstwereld die is veranderd. We zijn in korte tijd gegroeid van een jonge galerie naar een gevestigde galerie. Van een pijpenlaatje op de Kromme Waal naar een stadspaleis op de Kloveniersburgwal. Van een programma met zes kunstenaars naar een programma van ruim twintig kunstenaars. Van eenpitter naar werken met een toegewijd team. Van Liste naar Art Basel.”

Wat/wie verzamelt u zelf?

“Toen ik begon te verzamelen, een aantal jaren voordat ik de galerie begon, heb ik vooral veel werk van Armen Eloyan verzameld. Daarnaast heb ik ook werk aangekocht van onder anderen Erik van Lieshout, LA Raeven en Dennis Tyfus, en een vroeg werk van Anton Heyboer.”

“Op het moment dat ik de galerie begon, ging ik vooral het werk van mijn eigen kunstenaars kopen. Schilderijen, tekeningen, fotografie, sculpturen en de laatste jaren ook veel digitaal werk; websites, software, digitale kunst, van de kunstenaars uit mijn eigen stal.”

“Verder ben ik vrij verslavingsgevoelig als het om verzamelen gaat, dus ik probeer me te beheersen. Dat lukt alleen niet als het gaat om boeken of vinyl. Mijn boekenverzameling puilt de kast uit en ook mijn vinyl jazzcollectie begint serieuze vormen aan te nemen.”

Werk van Harm van den Dorpel. Beeld Gert Jan van Rooij
Werk van Harm van den Dorpel.Beeld Gert Jan van Rooij

Heeft corona uw denken over de kunstwereld beïnvloed?

“Niet echt, het bleek meer een bevestiging te zijn dat we op de goede weg zitten. De combinatie van een sterk lokaal netwerk met daarnaast een geconcentreerde aandacht voor de internationale markt en een focus op de onlinemogelijkheden, bleek heel succesvol in die vreemde tijd die we doormaakten. De band met verschillende nationale verzamelaars werd nog intensiever en inhoudelijker, dat was geweldig om te ervaren.”

Kunt u zich een leven zonder kunst voorstellen?

“Een leven zonder kunst, ik moet er niet aan denken. Het is zo’n verrijking van het leven. In theoretische zin kan ik me het wel voorstellen natuurlijk; je hebt eten nodig, kleding en een dak boven je hoofd. Maar gelukkig ben ik in een land opgegroeid waar leven met kunst mogelijk is. Uiteraard is dat ook een volstrekte luxe positie, het topje van de Maslow-piramide.”

“De werken die ik in mijn huis heb hangen, zijn een soort huisgenoten geworden. Ik ben elke dag weer blij ze te zien. De contacten die ik in de kunstwereld opdoe, zijn voor mij ook heel waardevol. Al die prachtige en interessante mensen – kunstenaars aan de ene kant, maar ook verzamelaars aan de andere kant. Vaak zijn het mensen met een bijzonder verhaal en een eigenzinnige kijk op het leven, en omdat je een gezamenlijke passie deelt, is er gelijk een band.”

Meer over