Op deze zandvlakte verrijzen straks 8000 woningen voor zo’n 20.000 ­bewoners.

PlusReportage

Fotograaf Peter Boer vereeuwigt het ontstaan van Strandeiland: ‘Zó nieuw, zo onbevlekt: dat doet iets met je’

Op deze zandvlakte verrijzen straks 8000 woningen voor zo’n 20.000 ­bewoners.Beeld Peter Boer

Eerst was het water, straks een nieuw stuk stad, maar nu is Strandeiland bij IJburg vooral nog heel erg leeg. De kraamkamer van een nieuwe woonwijk heeft z’n eigen schoonheid – en gevaren. ‘In dat drijfzand vinden ze je nooit meer terug.’

Kees van Unen

Een nietige mier. Zo voelde fotograaf Peter Boer (53) zich toen hij mocht kijken op Strandeiland bij IJburg, een fonkelnieuw stuk stad dat de afgelopen jaren uit het water omhoog gespoten werd en nu land is geworden. Land dat er tot voor kort niet was en dat over een tijdje volgebouwd zal zijn. Maar nu is het er leeg. Waarachtig leeg, zegt Boer.

“Het totale niks. Je kunt alle richtingen op kijken en wat je ziet is zand. En lucht, soms water en heel in de verte de stad. Je ervaart pas hoe gigantisch dit project is als je er staat. Het is Amsterdam, maar het voelt als een woestijn of een buitenaardse wereld.”

null Beeld Peter Boer
Beeld Peter Boer

Oké, even de cijfers dan. Boer overdrijft niet: Strandeiland bestaat uit 138 hectare nieuw land. Dat zijn zo’n 215 voetbalvelden, waarvoor 14 miljoen kubieke meter zand per boot is verplaatst. En nu is het nog onvoorstelbaar, maar hier komen 8000 huizen, 20.000 bewoners.

Drijfzand

De afgelopen jaren zag Boer vanuit zijn huis op IJburg in de verte de bedrijvigheid ontstaan. Allerlei monsterlijke machines, opspuitend water en zand, bulldozers – grof geschut. Een wonderlijke wereld, maar eentje die ver weg bleef. Strandeiland verrees, achter een muur van Heras-hekken.

Niet voor niks. Nieuw land is niet meteen geschikt om je erop te begeven. Even hebben zand en water nog een zoekende verstandhouding met elkaar, met als resultaat: drijfzand. “Dat geldt nog steeds voor een deel van wat er nu ligt,” zegt Boer. “En stel je voor: wegzakken in het drijfzand, dat is toch een nachtmerrie? Dan verdwijn je gewoon en vinden ze je nooit meer terug. Daarom hangen hier ook die dramatische bordjes met een hand erop die boven het zand uit komt. Help, ik ga ten onder – dat wil je niet. Dus om achter de hekken te mogen kijken, had ik toestemming en begeleiding nodig.”

Bij het opspuiten van het zand vonden de werkers ­allerlei historische schatten, zoals restanten van 17de-eeuws aardewerk. Beeld Peter Boer
Bij het opspuiten van het zand vonden de werkers ­allerlei historische schatten, zoals restanten van 17de-eeuws aardewerk.Beeld Peter Boer

Dat kreeg ie. Hij trof er niet alleen de leegte aan, maar ook de mensen die de leegte vol gaan bouwen. Of nou ja, dat komt straks. Nu zijn ze het land nog aan het gladstrijken. Dat wil zeggen: een beetje zand erbij waar het nodig is, een beetje zand weg waar al genoeg ligt. Tot het de tabula rasa is waar op gebouwd mag ­worden.

In de keet dronk hij koffie met de mannen – het waren allemaal mannen – die het doen. Daar zaten geen Amsterdamse handen tussen, viel Boer op. De bulldozers, kiepwagens en andere machines: ze worden bestuurd door mensen van buiten de stad. “Een hele nieuwe Amsterdamse wijk, gebouwd door mensen die overal vandaan komen, behalve van hier,” zegt Boer. “En harde werkers. Diensten van tien uur. Korte pauzes. En steeds geconcentreerd, want ze werken met joekels van machines.”

‘Harde werkers, met joe­­kels van machines’: Dave Borst, Miron Everitz, Albert Stroomberg, Jorne Bal, Ricardo Verkerk en Erik Korendijk. Beeld Peter Boer
‘Harde werkers, met joe­­kels van machines’: Dave Borst, Miron Everitz, Albert Stroomberg, Jorne Bal, Ricardo Verkerk en Erik Korendijk.Beeld Peter Boer

Zouden ze het ook zien, de schoonheid van dit terrein nu het zo leeg is? Boer weet het niet, maar bij hem prikkelde het al zijn zintuigen. Ook z’n oren, zegt hij, want luister dan: niks. “Op het geluid van de machines na hangt hier zo’n diepe stilte. Je ziet niks, je hoort niks: ik kan me voorstellen dat je doordraait als je hier te lang bent. Het is zó nieuw, zo onbevlekt: dat doet iets met je.”

Historische schatten

Maar wat nieuw lijkt, is oud. Stokoud zelfs. Het zand dat uit de vaargeulen van het ­IJsselmeer is opgezogen, lag daar namelijk al eeuwen. “Wat je hier ziet,” zegt Boer, “dat hele frisse, nieuwe land waar je naar kijkt: dat is de oertijd. Bij het opspuiten van het zand hebben we allerlei historische schatten gevonden. Oude scheeps­ladingen ook, hele verzamelingen. Ik kwam een steentje tegen met de afbeelding van een boot erop geschilderd. Wat denk je? Uit zestienhonderdzoveel. Dat maakt het voor mij extra fascinerend: er wordt hier een nieuwe toekomst gebouwd op een eeuwenoud verleden. Prachtige cyclus, toch?”

null Beeld Peter Boer
Beeld Peter Boer

Dat is wat was en wat wordt, maar nu is het dit: een landschap waarin Boer steeds weer een nieuwe schoonheid ontdekt. Het lijnenspel van de horizon, bijvoorbeeld. Van wit (zand) naar blauw (water) en een andere tint blauw (lucht). Je kunt het een Rothkoschilderij noemen.

Grand Canyon

Dat schilderij gaat er wel steeds anders ­uitzien. De bebouwing rukt op vanaf de flanken. Door het maagdelijk wit slingeren al slierten van vers asfalt. En bouwketen verraden: het komt, dat nieuwe stuk stad.

Het is ook de maakbaarheid die tot de verbeelding spreekt. Het voor God spelen dat de mens kan doen. Land maken waar water was. 20.000 levens die er geleid gaan worden. Maar, zag Boer, geef de natuur even de kans en die manifesteert zich. Zo kwam hij opeens een flinke, bochtige watergeul tegen toen hij hier liep.

Een soort Grand Canyon in het klein.

De natuurlijke ­waterweg is spontaan ontstaan doordat de afwatering niet geheel door stalen ­buizen loopt. Beeld Peter Boer
De natuurlijke ­waterweg is spontaan ontstaan doordat de afwatering niet geheel door stalen ­buizen loopt.Beeld Peter Boer

“Het mag dan een project van de teken­tafel zijn, de natuur laat direct z’n vingerafdrukken achter als je niet oplet. Zo stil als het in de geul was, zo heb ik het nog nooit gehoord. Totdat er een heel klein, vreemd vogeltje kwam zitten en begon te fluiten. Magisch.”

Nog zoiets: je bent er zo weer weg.

Een paar minuten lopen en er is weer een IJscuypje, een supermarkt, een tingelende tram 26. Alsof het een droom was, dat lege land van wit zand, jong gras en stilte. Straks is het stad. Zouden de nieuwe bewoners het dan beseffen? Dat het even, een paar jaar maar, deze wereld is geweest? Waarachtig leeg, waar mensen mieren werden? Die paar mensen die er waren dan. De bouwers, een enkele ­dromer misschien, en de fotograaf die het zag en het voor de eeuwigheid bewaarde.

null Beeld Peter Boer
Beeld Peter Boer
Meer over