PlusInterview

Fotograaf Paul van Riel: ‘Het was een feest voor mijn ogen’

Donderdag staat de eerste aflevering van de wekelijkse rubriek Modebeeld in Het Parool. Fotograaf Paul van Riel (73) laat hierin de stijl van de stad zien door de jaren heen. ‘Amsterdam is een bijzonder kleurrijke stad.’

Floor Meijs
Paul van Riel: ‘Het was een feest voor mijn ogen.’ Beeld Nina Schollaardt
Paul van Riel: ‘Het was een feest voor mijn ogen.’Beeld Nina Schollaardt

“Pure nostalgie,” antwoordt Paul van Riel op de vraag hoe hij zijn beeldserie zou omschrijven. Van Riel fotografeerde als binnenstadbewoner – eerst woonde hij op de hoek van de Heiligeweg en de Voetboogstraat, later op Prinseneiland – het Amsterdamse straatbeeld van 1967 tot nu.

Hij maakte zijn foto’s op straat of bij evenementen, in ­opdracht of voor eigen projecten. “Ik zat vroeger midden in het culturele leven. Tijdens mijn wandeltochtjes naar Tuschinski of mijn stamkroeg de Pels trok dagelijks de ­hele wereld aan me voorbij. Er waren altijd jonge mensen in de straten te vinden, het was een feest voor mijn ogen.” Straatfotografie kun je het wel noemen. “Maar het is niet zo dat ik naar buiten ging met het idee: nu ga ik foto’s ­maken. Dat gebeurde gewoon en route.”

Alweer dertig jaar woont hij nu in Amstelveen – “Amstelveen-Noord, dus met de fiets ben ik zo in de reuring” – maar zijn hart ligt nog steeds in Amsterdam. “Ik zeg altijd gekscherend: ik moet asfalt ruiken. Ik houd van de stad, heb veel indrukken nodig.” Wat hem dan precies aantrekt? Dat zijn, naast architectuur, de mensen, en de mode en stijl waarmee zij de stad kleur geven. “Ik ben geïnteresseerd in hoe mensen eruitzien. Als iemand zich afwijkend kleedt, of juist heel erg van nu, dan wil ik dat vastleggen.”

Getoupeerde haren

De eerste aflevering van Modebeeld valt in die tweede categorie: heel erg van nu, of nou ja, van toen. De foto toont twee jonge vrouwen in nachtclub Escape op het Rembrandtplein. Van Riel maakte de foto in 1986. “De kapsels en kleding zijn echt jaren tachtig: getoupeerde haren en gouden kettingen. Nu, achteraf gezien, vind ik dit een mooi beeld. Heel tekenend voor die tijd.”

Van Riel is autodidact. Hij deed op zijn achttiende toelatingsexamen voor de kunstnijverheidsschool en een paar jaar later weer, bij dezelfde school, dan omgedoopt tot de Gerrit Rietveld Academie. Twee keer werd hij afgewezen. “Die tweede keer was ik zo boos dat ik de dag erop het vliegtuig naar Amerika heb gepakt. Daar heb ik in ­zeven maanden tijd tijdens reizen en fotograferen ontzettend veel geleerd, gewoon door te doen.”

In de jaren daarna werkte Van Riel voor meerdere grote ­fotobureaus in wereldsteden als Parijs, Tokio en New York. Hij maakte fotoreportages voor grote bladen zoals National Geographic Magazine, Avenue en Holland Herald, ­publiceerde enkele fotoboeken en exposeerde regelmatig in binnen- en buitenland.

En van 1974 tot 1990 fotografeerde hij voornamelijk ­mode in Parijs en Milaan, maar ook in Amsterdam, in zijn studio op Prinseneiland of op locatie. “Ik vond het altijd heerlijk om de stad op de achtergrond te laten meespelen. Dan deden we in mijn studio de styling van de modellen, gingen we vervolgens aan de wandel en schoot ik foto’s op het Rokin of het Spui. Of ik nam een groepje mee naar Schiphol. Daar werden we dan wel weer binnen een uur weggestuurd, omdat we op privéterrein stonden.”

Paul van Riel. Beeld Nina Schollaardt
Paul van Riel.Beeld Nina Schollaardt

De foto’s in de rubriek zijn niet in scène gezet, het zijn juist snelle ontmoetingen tussen Van Riel en toevallige passanten. Wel speelt de achtergrond ook bij deze beelden een belangrijke rol. “In veel gevallen is het belangrijk om te laten zien waar de foto is gemaakt. Op de foto van twee lesbische meisjes tijdens de Pride is het leuk om te zien dat ze midden op straat – volgens mij is het de Leidsestraat – gearmd lopen. In veel landen kan dat niet, maar in Nederland, in Amsterdam, gelukkig wel.”

Amsterdam staat volgens Van Riel voor vrijheid: om te zijn wie je bent en je te kleden zoals je wilt. “De gedachte dat mensen er in Tokio of Parijs spannender uitzien klopt niet. In Tokio lopen ze er allemaal hetzelfde bij, daar heb je veel meer groepsgedrag. En in Parijs zijn mensen veel meer ­labelbewust. Amsterdam is een bijzonder kleurrijke stad, waar zelfgemaakte en tweedehands kleding afgewisseld worden door dure merken en items van bijvoorbeeld de Dappermarkt. Dat is best uniek, en al heel lang zo.”

Wat opvalt is dat Van Riel vooral vrouwen heeft vastgelegd. “Ja, mijn aandacht gaat meer uit naar vrouwen, maar die waren vroeger ook vaker opvallender gekleed dan mannen. Twintig jaar geleden was er voor mannen niet zo veel keus in kleding, maar dat is nu gelukkig wel anders.”

Andere tijden

Verder valt op te merken dat sommige kledingtrends steeds terugkomen, zoals geruite rokken, bloemenprints en broeken met hoge snit. De grote constante is denim. Van een punker in de jaren tachtig en een kleurrijk geklede ­dame in 2007 tot een Aziatische toerist in 2019: ze dragen allemaal broeken of broekjes van spijkerstof.

Van Riel denkt dat er veel mensen zijn die in zijn werk het Amsterdam van toen zullen herkennen. “En natuurlijk het modebeeld uit die tijd. Dat mensen zoiets zullen hebben van: o ja, dat heb ik ook jaren gedragen. Of: die trend vond ik afschuwelijk!” En dan is er een hele lichting nieuwe Amsterdammers. “Die zeggen: goh, wat grappig, andere tijden. Of misschien zeggen ze: zo veel is er niet veranderd.”