PlusAchtergrond

Fotograaf Joost Bastmeijer legde honderden Amsterdamse gevelstenen vast: ‘Mysterieuze, grappige en dubieuze kunstwerkjes’

null Beeld Joost Bastmeijer
Beeld Joost Bastmeijer

Fotograaf Joost Bastmeijer ging het afgelopen jaar op pad om honderden gevelstenen vast te leggen voor het Instagramaccount Stone Tablets of Amsterdam. ‘Het voelt als een Pokémon-spel: ik wil ze allemaal in beeld vangen.’

Joost Bastmeijer

“Wat moet dat daar?!” Terwijl ik de camera voor mijn oog weghaal en naar beneden kijk om te zien wie er zo tegen me schreeuwt, val ik bijna van de schilderstrap die ik sowieso al niet zo stabiel op de Egelantiersgracht had gezet. Ik schrik me wild, zeg ik tegen de man in zijn BMW-cabrio. Het lijkt hem niets uit te maken. “Ik vroeg wat je aan het doen bent!”

Het moet ook een vreemd gezicht zijn: een man met een camera die zonder enige gêne op een trap staat, waardoor hij gemakkelijk op één-hoog naar binnen kan foto­graferen. Als je niet beter weet, denk je dat ik naar de bewoners aan het gluren ben. “Ik maak foto’s van die gevelsteen,” zeg ik, nog steeds zoekend naar evenwicht. De man met het achterovergekamde haar kijkt even naar het gebouw, dan naar mij, en denkt even na. “Oké gap, succes!” zegt hij, waarna hij gas geeft.

Snel richt ik mijn camera weer op de gevelsteen met daarop een gouden rozenkruis en de tekst ‘In liefde bloeiende’. Het is een gevelsteen die niet zou misstaan in een museum, al was het maar vanwege alle symbolen die in het kleine uitgehakte oppervlak verwerkt zijn. Zo blijkt de bloem een verwijzing naar de Rozenkruisers, een spirituele orde die in de 17de eeuw is ontstaan en nog altijd actief is. Aan de ­linkerkant is het kwaad afgebeeld als een spinrag, op rechts beeldt een bijenkorf het aardse goede uit. ‘In Liefde Bloeiende’ was het motto van rederijkersvereniging De Egelantier, waar woordkunstenaars en dichters zich in de late middeleeuwen bezighielden met literatuur in wedstrijdvorm.

Voor ik de hele ochtend ga lezen over de rol van de rederijkers in Amsterdam, berg ik mijn telefoon op. Weer iets geleerd over de stad. De foto’s zijn gemaakt, ik noteer de steen en ‘Egelantiersgracht 50’ in een klein boekje. Ik moet door. Nog honderden gevelstenen te gaan.

De Saaÿer (1752) op Bloemgracht 77, ooit een suikerbakkerij en -raffinaderij. Beeld Joost Bastmeijer
De Saaÿer (1752) op Bloemgracht 77, ooit een suikerbakkerij en -raffinaderij.Beeld Joost Bastmeijer

Circustenten en tortelduifjes

Het rozenkruis was ruim een jaar geleden een van de eerste gevelstenen die ik vanaf een wankele schilderstrap op de foto zette. Daarna volgden er vele. Er waren gevel­stenen met palmbomen, met nijlpaarden in de gracht, circustenten en verliefde tortelduifjes. Op plekken waar ik al ontelbaar vaak ben langsgefietst, bleken in de gevels fantastische vissen of leeuwen verborgen te zitten. Echt, als je er eenmaal op gaat ­letten, zie je ze overal.

De fascinatie voor gevelstenen begon toen ik vorig jaar samen met mijn vriendin vast kwam te zitten in Nederland. Omdat Kenia, waar we allebei werken als journalist, de landsgrenzen heeft gesloten, kunnen we niet terug naar ons appartement in Nairobi. Dus vullen we onze dagen, net als iedereen, met eindeloze ommetjes door de stad om toch maar even buiten te zijn.

Het zijn doelloze wandelingen. Tot ik gebeld word door Lieke, een kennis die net als ik geestelijk gezond probeert te blijven door elke dag een stukje stad te verkennen. Heb ik weleens goed naar de gevelstenen gekeken, vraagt ze. Gevelstenen? Ik weet dat ze het niet over de bakstenen heeft, maar over de kleine, tablet-achtige tegels die vaak in het midden van een pui zijn gemetseld, tussen de begane grond en de eerste verdieping.

Ja, zeg ik, ik heb ze weleens gezien, maar let er nooit op. Is dit waarvoor ze belt? “Nou, ik loop nu al weken elke dag een rondje door een lege stad,” zegt ze, “waardoor ik heel anders naar Amsterdam ben gaan kijken. Ik wil iets met je overleggen.”

Lieke heeft een plan, vertelt ze, en de ­volgende dag spreken we af op de Wallen. Daar wacht ze me op met een uitklapbare schilderstrap onder haar arm. “Zo kunnen we wat dichter bij de gevelstenen komen.” Dat is nodig, want ze vraagt of ik de stenen wil fotograferen. Op een nog aan te maken Instagramaccount wil ze de gevelstenen van Amsterdam verzamelen. En als fotojournalist die vastzit in Amsterdam heb ik vast weinig te doen, vermoedt ze.

“Ik woon hier al een hele poos en moet in die tijd langs honderden gevelstenen zijn gekomen. Maar ik heb er nooit bij stilgestaan hoe mooi die dingen zijn. En vaak zit er ook nog een goed verhaal achter.”

De allereerste foto maak ik, toepasselijk genoeg, van een steen met ‘De Wandelaer’ erop. De rode gordijnen in de Gordijnensteeg zijn gesloten. Terwijl we over de Wallen lopen, vertelt Lieke wat ze tot nu toe te weten is gekomen. Toen ze op elke straathoek een gevelsteen ontwaarde, is ze gaan googelen. “Ze zijn overal in Nederland te vinden, maar nergens vind je zo veel gevelstenen als in Amsterdam. Veel ervan zijn zo oud als de gebouwen zelf. Ze dateren uit de 17de eeuw, toen er nog geen huisnummers waren. Gevelstenen vormden zo een houvast voor mensen die op zoek waren naar iets of iemand. Ze waren felgekleurd en sprongen in het oog. Dat moest ook wel; het waren een soort wegwijzers.”

Aanvankelijk werd gebruiktgemaakt van houten uithangborden, maar toen huizen na de vele stadsbranden van steen gemaakt moesten worden, werden de kleine kunstwerkjes in de huizen gemetseld. Kooplieden lieten gevelstenen maken waarop hun koopwaar of gilde te zien was – als een soort middel­eeuwse marketing. Rijke families lieten stenen vervaardigen met hun wapen erop. “En er zijn ook veel stenen met Bijbelse taferelen,” zegt Lieke. “Maar mijn ­lievelingsstenen zijn toch wel die met een verborgen boodschap.”

Na een wandeling van dik vier uur nemen we afscheid. Ik leen haar schilderstrap, want ik heb haar opdracht aangenomen; de komende tijd ga ik foto’s schieten van de Amsterdamse gevelstenen.

Kleine kunstwerkjes

In het huis van mijn ouders, waar ik logeer, kruip ik achter mijn laptop. Als je iets te weten wilt komen over de gevelstenen in Amsterdam, kom je al gauw uit bij de Vereniging van Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen (VVAG). Op hun uitgebreide website staat een overzicht van de maar liefst 1097 gevelstenen die de stad telt, met bij elke steen een beknopt tekstje. Bijna ­elfhonderd gevelstenen; waar ben ik aan begonnen?

De wandeling met Lieke en haar Instagramplan geven mijn ommetjes een doel. Ik besluit dat ik de stenen wil portretteren zoals ik normaal gesproken voor de krant fotografeer in het buitenland: niet alleen close-up, maar ook met het huis erbij. De context moet laten zien hoe de kunstwerkjes zich tot hun omgeving verhouden. De foto’s van alleen de stenen zijn immers al door de VVAG gemaakt.

Er zullen vele wandelingen volgen, vaak in de vroege ochtend door een zo goed als lege stad. De weinige voorbijgangers die ik tegenkom, zijn benieuwd naar wat ik in godsnaam op die trap sta te doen. Maar na mijn vaak beknopte uitleg krijg ik meestal enthousiaste reacties.

Wat ook opvalt, is hoeveel de meeste mensen die ik spreek weten over gevelstenen. Ze tippen andere locaties met ogenschijnlijk verstopte exemplaren of vertellen me over geveltabletten met een bijzonder verhaal. Wanneer ik een steen met twee tortelduifjes aan de Prinsengracht 73 fotografeer, stopt een passerende vrouw om me het verhaal erachter te vertellen. De man die deze steen heeft laten maken, was de huisbaas van een meisje dat aldoor bezocht werd door een jonge beeldhouwer. De huisbaas vond de twee aandoenlijk en was onder de indruk van het werk van de jongeman. Vervolgens bestelde hij een gevelsteen met twee verliefde duifjes bij hem.

Gevelsteen aan de Leidsestraat. Beeld Joost Bastmeijer
Gevelsteen aan de Leidsestraat.Beeld Joost Bastmeijer

Ik begin te begrijpen waarom Lieke zo houdt van de gevelstenen met verborgen boodschappen en verhalen; ze bieden een inkijkje in de geschiedenis van een pand of van de stad als geheel. Zo kom ik erachter dat er in het pand met de steen ‘In het vette varken’ al sinds de 17de eeuw slagers zitten; de huidige islamitische slager heeft zijn winkel omgedoopt tot Het Vette Kalfje aangezien hij geen varkensvlees verkoopt.

Ook leer ik dat het Leidseplein vroeger als een soort station fungeerde, waar koetsiers met hun paard en wagen aankwamen – de gevelsteen aan de Leidsestraat met een ­vergulde wagen verwijst er nog altijd naar.

En de vele stenen die op ludieke wijze achternamen uitbeelden, zijn gemaakt door trotse families die vaak nog geen wapen hadden, maar er een lieten ont­werpen toen ze moesten nadenken over hun gevelsteen. Een mooi voorbeeld is de steen van de familie Hancock, een naam die op het Damrak wordt afgebeeld als ‘hand met cock’: een hand die een haan vastgrijpt.

Drankorgel

Tijdens mijn reis langs de gevels kom ik langs veel plekken waar ik tijdens de zeven jaar die ik in Amsterdam woonde talloze keren binnen ben geweest. Nooit heb ik echter stilgestaan bij de kleurrijke stenen die vaak pal boven de ingang hangen.

Door de gevelsteen boven de ingang van Jordaancafé De Kat in de Wijngaert leerde ik ­bijvoorbeeld wat een ‘drankorgel’ is: op elkaar gestapelde drankvaten.

En al die keren dat ik de Rode Hoed aan de Keizersgracht binnenliep, had ik geen idee dat er een rood hoedje op de gevelsteen te zien is, ooit geplaatst door hoedenmaker Claes Harmensz. Roothoet. Net zo min wist ik dat er aan de Casablanca, waar ik het vaak in kennelijke staat ochtend heb zien worden, een houten gevelsteen hangt, opgedragen aan eigenaar Wim Peters. Boven de ingang prijkt zijn levensmotto: ‘Het leven is een circus.’ Die steen stamt overigens niet uit de middeleeuwen, maar uit 2017.

Wel meer van de gevelstenen die ik portretteer, blijken helemaal niet zo oud te zijn. Zo is ‘De Lezende Kip’ (1992) een ode aan een vader die hield van lezen en een moeder die uit een familie van handelaren in gevogelte komt. ‘De Stutter’ (2002) verwijst naar de stutten die een pand aan de Reguliersgracht overeind hielden. En ‘In de war’ (2001), gemaakt door de gevierde gevelsteenkunstenaar Hans ’t Mannetje, blijkt niet over de Warmoesstraat te gaan, maar is een verwijzing naar de dreigende Irak-oorlog na 9/11.

Aan de vele fotowandelingen kwam in de herfst van vorig jaar plots een einde, toen we weer terugkeerden naar Kenia om ons werk als correspondenten weer op te pakken. Maar nu, een jaar later, ben ik terug in Amsterdam voor de geboorte van mijn eerste kind.

Van de circa vijftienhonderd foto’s die ik vorig jaar heb geschoten, staan de eerste inmiddels op Instagram­account @stonetabletsofamsterdam, met een bijschrift in het Engels om zo veel mogelijk mensen te bereiken.

Als ik nu weer door de stad loop, vind ik mijn weg niet meer aan de hand van straatnamen, maar aan de hand van gevelstenen. Ik kan niet anders dan omhoog kijken, zoekend naar stenen die ik nog niet heb vastgelegd. Het kriebelt: van de 1097 heb ik er nog maar 350 gezien en gefotografeerd. Overal in de stad zitten mysterieuze, grappige en dubieuze kunstwerkjes verstopt in de muren. Het voelt een beetje als een Pokémonspel: ik wil ze allemaal in beeld vangen. Gelukkig mag ik binnenkort weer op gevelsteensafari door de stad, dit keer achter de kinderwagen. Alleen: hoe krijg ik die schilderstrap mee?

Het motto van rederijkersvereniging De Egelantier op een gevelsteen op de Egelantiersgracht. Beeld Joost Bastmeijer
Het motto van rederijkersvereniging De Egelantier op een gevelsteen op de Egelantiersgracht.Beeld Joost Bastmeijer

Zwarte bladzijden

Gevelstenen bieden niet ­alleen maar grappige inkijkjes in het verleden van de stad, ook de zwarte bladzijden van de Nederlandse geschiedenis zijn er nauwkeurig in vastgelegd. Zo werd een Hebreeuwse tekst boven een Joods ­bejaardenhuis weg­gehakt nadat de bewoners in 1943 door de bezetter waren weggevoerd. En naast de vele VOC- en WIC-schepen die nog altijd op de vele grachtenpanden te zien zijn, laten veel gevelstenen ook zien hoe er eeuwenlang naar zwarte mensen werd gekeken. Zo staat op een gevelsteen of ‘deurstuk’ aan de Oudezijds Voorburgwal een zwarte man afgebeeld. De onbekende man zou een ‘Afrikaan’ zijn, die door de als held afgebeelde Cornelis Tromp is meegenomen op één van zijn reizen, om aan te tonen hoe rijk en machtig de admiraal was. Even verderop, aan de Bethaniënstraat, is een verwijzing naar ‘de doop van een kamerling’ te zien. Hoewel de Ethiopische man uit dit Bijbelverhaal volgens de Handelingen nooit tot slaaf is gemaakt, wordt de man op de gevelsteen wel afgebeeld met een slavenband om zijn nek. Jennifer Tosch organiseert ‘Black Heritage Tours’ door de stad, waarin ze aan de hand van gevelstenen meer vertelt over de genegeerde kant van het koloniale verleden van Amsterdam. Op de website van de VVAG ­zijn eveneens wandelroutes door de stad te vinden, die dankzij het uitpluiswerk van onder anderen Onno Boers en Frank Lucas zeer de moeite waard zijn.

Meer over