PlusAchtergrond

Fotograaf Bonnita Postma knipt en schuift nieuwe mensen bij elkaar: ‘Wat is echt? We weten het vaak niet meer’

Een neus hier, een kaaklijn daar, een andere mond ertussen. Fotograaf Bonnita Postma knipt en schuift erop los: ze maakt collageportretten van oude foto’s die ze vond op rommelmarkten. Nieuwe mensen worden geboren. ‘Wat is echt? We weten het vaak niet meer.’

Kees van Unen
Bonnita Postma: 'Ben je onherkenbaar als je een zwart balkje voor je ogen krijgt?'  Beeld Bonnita Postma
Bonnita Postma: 'Ben je onherkenbaar als je een zwart balkje voor je ogen krijgt?'Beeld Bonnita Postma

Het lijkt even niet te lukken. Hoe het komt weet Bonnita Postma niet, maar de laatste tijd wringt het: haar collageportretten, samengesteld van oude foto’s. Me, Myself and I heet de serie. Aan een grote tafel in haar atelier vertelt ze erover tussen de ­stapels foto’s die ze kocht op rommelmarkten. Honderden gezichten, levens, herinneringen – ze blijft erdoor geïntrigeerd, elke keer weer als ze een album openslaat uit een andere tijd.

Ze gebruikt ze om nieuwe portretten te maken, die ze een eigen naam geeft. Een lang proces is dat, van kijken, knippen, schuiven, combineren. Openstaan voor de blik van de ene, de trek om de mond van de andere, een kaaklijn, een neus, een kin. Allemaal net zo lang totdat er iemand ontstaat. Een nieuw iemand, die er nog niet was totdat Postma hem componeerde. Of haar, of hen eigenlijk, want dat is het idee: de nieuwe persoon is ondefinieerbaar. Geen gender, niet één huidskleur, leeftijd of zelfs maar afkomstig uit dezelfde tijd.

“Kijk,” zegt ze, “dit is een van m’n ­favorieten. Aandoenlijk, kwetsbaar. Bij deze wist ik meteen: dit is écht iemand. Overtuigend en ondertussen toch ook weer helemaal niet in een hokje te plaatsen. De portretten kloppen niet maar tegelijk kloppen ze wel – daar zit de spanning.”

'Sophia'.

 Beeld Bonnita Postma
'Sophia'.Beeld Bonnita Postma

Want het klinkt misschien niet zo ingewikkeld wat ze doet, maar dat is het dus wel. Een gevoelskwestie, noemt ze het zelf. Eentje die vaker niet dan wel lukt. Postma: “De kern is: ik moet geraakt worden door de persoon. Dat kan vertedering zijn, of vervreemding, of juist allebei. Maar ik moet zeker weten dat het iemand is. Als dat lukt, dan weet ik het meteen. Bam, aangenaam. Maar die vonk is er niet zo snel. Het kan lang duren voordat er weer iemand geboren wordt.”

En daarover gesproken: voordat ze fotograaf werd, was Postma arts bij een consultatiebureau. Een vak dat wordt gezien als een echt vrouwenberoep. Stereotype, en dat is nu precies waar ze met haar werk iets over te zeggen heeft. In het kort: loslaten, die hokjes. Dat eerste oordeel op basis van uiterlijkheden. Of leeftijd. (En daarom ook haar verzoek om haar eigen leeftijd niet te vermelden.) “Mensen zijn nooit maar één ding. Dat zie je uitvergroot in mijn portretten, maar het geldt voor ­iedereen.”

Geleende camera

Zo zocht ze al langer naar mogelijkheden om zich breder te ontwikkelen. Na een bezoek aan haar overbuurvrouw – fotograaf Mirjam Bleeker – viel het kwartje: ze wilde met haar fotografie verder. Haar zus, die bij het tijdschrift Living werkte, stuurde haar mee op een persreis naar Kopenhagen met een geleende camera. Stond ze daar tussen de journalisten, meteen in het diepe. Maar de foto’s waren goed, werden gepubliceerd en toen was ze het, professioneel fotograaf.

Het atelier van Postma in Oost.

 Beeld Bonnita Postma
Het atelier van Postma in Oost.Beeld Bonnita Postma

“Maar na verloop van tijd wilde ik meer verdieping,” zegt Postma. “Niet alleen maar mooie plaatjes schieten, maar iets creëren wat er nog niet is. Een van de projecten waarmee ik begon waren de portretcollages. De basisvraag was even eenvoudig als intrigerend: wat is een portret? Is dat per se het hele gezicht? En als ik jouw ogen op het gezicht van iemand anders schuif, naar wie kijk ik dan? Ben je echt onherkenbaar als je een zwart balkje voor je ogen krijgt, zoals ze bij de politie doen? Zulke dingen vind ik intrigerend.”

Schatzoeken

De oude foto’s waren er al. Die verzamelde ze nog voordat ze wist wat ze ermee ging doen. Op rommelmarkten dus, schatzoeken. “Ik koop er alles, al 25 jaar, nog voordat het hip werd. Al mijn kleding, de kleding van m’n kinderen, m’n interieur: ik koop nooit iets nieuw. Wat ik prettig vind, is dat er een grens aan de keuzes zit op zo’n markt. In de Bijenkorf zou ik niet weten waar te beginnen, die hebben álles. Verlammend, vind ik. Dat is de paradox van de beperking. Minder keuzevrijheid voelt voor mij op de een of andere manier vrijer. In ieder geval ook bij het maken van de portretten. Hier moet ik het mee doen.”

Ze doelt op de stapels oude foto’s. Want het is waar, er zit een grens aan de mogelijkheden, maar Postma heeft inmiddels wel wat te kiezen. Onlangs zocht ze haar zoon op in de VS. Ging ze toch even kijken op een paar plaatselijke rommelmarkten. Kwam ze weer thuis met nieuwe stapels. Een verrijking van het aanbod, want diverser qua huidskleur dan je ze op Nederlandse rommelmarkten zou vinden.

Lesbisch stel

Toch heeft ze hier ook vaak beet. Zoals die keer bij de IJ-Hallen. “Ik sloeg een fotoalbum open en o, m’n hart sloeg over. Het was het leven van een lesbisch stel in de jaren zestig. Alles was er mooi aan. De kleuren, de kapsels, de poses, het hele ­verhaal. Toen vond ik het zelfs bijna jammer dat ik met dat verhaal niks doe in de portretten die ik maak. Ik haal ze juist uit hun context, ik gebruik sec het beeld. Om een nieuwe context te maken natuurlijk, maar die heeft niks meer te maken met wat het ooit was.”

Bijzonder persoonlijk, realiseert ze zich. “Het medium fotografie is enorm ­veranderd in de laatste jaren. Als ik een heel oude foto gebruik, besef ik dat het misschien wel de enige foto van deze persoon was. Tegenwoordig hebben mensen duizenden foto’s van zichzelf. Dat maakt oude foto’s zo bijzonder. Maar ik vind dat ik ze mag gebruiken, vooral omdat ik er iets nieuws mee maak.”

‘Noël’, Popinnart expo, 2021.

 Beeld Bonnita Postma
‘Noël’, Popinnart expo, 2021.Beeld Bonnita Postma

Maar zien we nu iets echts of iets onechts? “Je kunt je afvragen wat er eigenlijk echt is. Heel veel van de foto’s die we nu zien zijn bewerkt, met filters of Photoshop. En dan zijn mensen zelf vaak ook nog eens bewerkt, met make-up of plastische ­chirurgie. Het heeft ons wantrouwig naar beeld gemaakt. Wat is echt? We weten het vaak niet meer. Natuurlijk zijn de samengestelde portretten op een bepaalde manier ook niet echt, maar de mensen op de foto’s die ik gebruik staan daar wél op als wie ze zijn. Onbewerkt, en daarom een stuk minder onecht dan bijna al het beeld dat we nu voorbij zien komen. Hier, kijk eens naar de ogen van ‘Alicia’: die zijn van een foto die wel honderd jaar oud is.”

Dat ze nu een soort blokkade ervaart, vindt ze zelf niet zo vreemd trouwens. Nieuwe inzichten vinden is nu eenmaal niet zo simpel. “Het is niet zo makkelijk dat ik even gender, huidskleur, leeftijd en tijd mix, en voilà. Als het een trucje wordt, dan moet ik ermee stoppen. Voor mij betekent het zoveel meer. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat het soms even stokt. Maar ik blijf ernaar zoeken. En ik ben nog elke keer benieuwd naar de volgende.”

Het werk van Bonnita Postma is van 13 tot en met 18 april te zien tijdens de KunstRai in Amsterdam.