PlusReportage

Ex-dakloze Ikbal Berber maakte een straattour: ‘Óf ik verander mijn leven óf ik gok mijzelf dood’

Don Bosco Straatvisie geeft dak- of thuisloze jongvolwassenen een stem en een plek waar ze ook om hulp kunnen vragen bij het vinden van werk. Ikbal Berber (30) werkte er een eigen straattour uit. ‘Dit haalt het positieve in mij naar boven.’

Bjarn van den Berg
Ikbal Berber geeft een straattour langs plekken in de stad waar hij sliep en verbleef toen hij dakloos was. Hier op het dak boven Kalverstraat. Beeld Nina Schollaardt
Ikbal Berber geeft een straattour langs plekken in de stad waar hij sliep en verbleef toen hij dakloos was. Hier op het dak boven Kalverstraat.Beeld Nina Schollaardt

“Hierin,” zegt Ikbal Berber. Vanaf het Rokin loopt hij een doodlopende steeg in, waar je als stadsbewoner of toerist weinig te zoeken hebt. Aan het einde van het gangetje gaat hij een brandtrap op, die uitkomt bij een soort balkon. Met behulp van een dakventilator en spijlen voor een met hout dichtgetimmerd raam, klimt Berber het dak op en loopt vervolgens naar de rand.

“Vanaf hier lijken het net mieren, hè,” zegt hij, en wijst naar de mensen in de Kalverstraat. Hij staat op het dak van een pand in diezelfde winkelstraat, op gelijke hoogte met de hals- en klokgevels van de panden aan de overkant, met onderin winkels van Cruyff en Pearle. De glazen toren van de Kalverpassage, achter de gevels, is hier goed te zien. Berber kwam vele namiddagen en avonden op dit dak om te ‘chillen, zonnen en rusten’.

Deze locatie is onderdeel van zijn eigen stadstour langs verschillende plekken die een betekenisvolle rol speelden in zijn leven. Om precies te zijn: in zijn dak- en thuisloze leven. Inmiddels heeft Berber al ruim anderhalf jaar een woning in West, maar daarvoor leefde hij zo’n zeven jaar op straat.

Het idee voor een straattour ontstond bij Don Bosco Straatvisie, een organisatie die zich inzet voor dak- en thuisloze Amsterdamse jongeren. “Die willen wij samenbrengen,” zegt Jim Joosten (33), projectcoördinator bij Straatvisie, “en een stem geven. De jongvolwassenen die hier komen, sliepen of slapen op straat en krijgen te maken met hulpverlening en noodopvangplekken. Daar hebben ze een sterke mening over.”

Maar volgens Joosten luisteren beleidsmakers en ambtenaren, die plannen maken met betrekking tot deze jongeren, daar niet altijd naar. “Het is mijn taak om alle partijen te verbinden.”

Straatvisie organiseert regelmatig inspraakavonden waar jongeren hun mening mogen geven over onderwerpen als nachtopvang. Vervolgens stuurt Joosten die reacties – ‘gevraagd én ongevraagd’ – door naar bijvoorbeeld hulpverleningsorganisaties.

Vrijblijvend

Joosten benadrukt dat Straatvisie, gevestigd in een pand op de Apollolaan, geen hulpverleningsorganisatie is. “Eerder hulpverleningondersteunend. Wij werken zonder dossiers. Jongeren komen binnen als mens, niet als nummer. Zo kunnen we met hen een vertrouwensband opbouwen. Iedereen die in de penarie zit, kan rond lunchtijd ook altijd binnenlopen. Dan eten we een broodje en helpen we je verder. Jongeren komen hier bijvoorbeeld om te ontspannen of willen hulp bij het vinden van werk.”

Straatvisie is ‘een echte vrijwilligersorganisatie’. Vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en stagiairs maken reclame voor het initiatief en helpen bij activiteiten. Elke maandagavond is er een inloopavond. Dan koken en eten jongeren voor en met elkaar. Verder wordt maandelijks een grote activiteit georganiseerd, zoals bowlen. Alles is vrijblijvend: sommige jongeren komen wekelijks langs, anderen eens per half jaar.

Daarbij heeft Straatvisie zogeheten vrijetijds- en organiseermaatjes. Joosten: “Dan koppelen we jongeren aan vrijwilligers. Zij kunnen dan samen activiteiten ondernemen of een zelfverzonnen project uitwerken.” Zo gaf Berber zijn tour vorm met social work-studenten van de HvA.

Tweede Van der Helststraat, Koffiehuis Karanfil, waarvan Ikbal Berbers oom de eigenaar is. Beeld Nina Schollaardt
Tweede Van der Helststraat, Koffiehuis Karanfil, waarvan Ikbal Berbers oom de eigenaar is.Beeld Nina Schollaardt

Berber, die gemakkelijk drukke straten oversteekt, vervolgt de tour naar de parkeergarage aan het Beursplein, naast de Bijenkorf. Die is alleen toegankelijk met een parkeerkaart, dus instrueert hij achter anderen mét parkeerticket aan te lopen.

Veel nachten heeft hij doorgebracht in het trappenhuis en het parkeerdek gebruikte hij als uitkijkpost. Wanneer hij hasj of wiet bestelde, sprak hij met dealers af voor de ingang van Grand Hotel Krasnapolsky, vanaf het parkeergaragedak goed te zien. Vanaf het parkeerdek schatte hij dan eerst in of de dealer te vertrouwen was. “Dan belde ik hem en zag ik of hij ondertussen verdachte gebaren maakte naar z’n mattie. Soms dacht ik: zij willen ons rippen.”

Overleven

Berber steekt een joint op en vertelt over zijn jeugd. “Mijn ouders lieten mij op achtjarige leeftijd achter bij een politiebureau.” Tot op de dag van vandaag weet hij niet waarom. Zijn ouders zag hij nooit meer. “Vervolgens begon alle ellende. Er werd besloten dat ik naar een internaat zou gaan. Maar daar was geen plek, dus werd ik naar een jeugdgevangenis gebracht. Hoewel ik op de ‘lieve’ afdeling terechtkwam, bleef het een gevangenis: ik kreeg wel schoolles met criminele kinderen, alles zat er door elkaar.”

Hij zucht. “Toen ging ik zelf raar doen; ik ging vechten.” Overplaatsing naar de criminele afdeling en een opvoedkamp volgden. Familie en vrienden bezochten hem nooit.

Op zijn zeventiende werd hij geplaatst bij zijn oom. “Maar die kon mij niet aan: ik gedroeg mij als een badass na al die lijpe dingen.” Hij belandde op straat en bewandelde ‘het criminele pad’. Berber jatte onder meer cd’s en boeken, die hij vervolgens verkocht aan tweedehandswinkels. “Ik heb foute dingen gedaan,” geeft Berber toe. “Puur om te overleven en geld te verdienen.” In gokken zag hij ook een manier om aan geld te komen. “Soms gaf ik wel duizend euro per dag uit, ging ik langs twaalf casino’s. Van de winst kon ik vaak alles kopen wat ik nodig had. Gokken zag ik als mijn werk, ik ben er goed in.”

Familiesfeer

Op een gegeven moment ontdekte hij Straatvisie via een Facebookbericht. “Toen sprak mijn geweten: what the fack wil ik nou echt? Ik dacht: óf ik verander mijn leven óf ik gok mijzelf dood.”

Op het dak van de parkeergarage Bijenkorf. Ikbal Berber gebruikte dat als uitkijkpost voor als hij hasj of wiet bestelde, om eerst te kunnen inschatten of de dealer te vertrouwen was. Beeld Nina Schollaardt
Op het dak van de parkeergarage Bijenkorf. Ikbal Berber gebruikte dat als uitkijkpost voor als hij hasj of wiet bestelde, om eerst te kunnen inschatten of de dealer te vertrouwen was.Beeld Nina Schollaardt

Hij koos voor het eerste en ging langs in de Apollolaan. Daar ontmoette hij jongeren zoals hijzelf, hij voelde zich er gelijk thuis. “Straatvisie haalde het positieve in mij naar boven.”

Het pand, eigenlijk een gewone woning, mag dan ook niet ontbreken in de tour. Via de rustige Mozartkade, waar langs het water een door herfstbladeren omringd bankje staat waarop Berber ook weleens sliep, leidt hij de weg naar Straatvisie. Binnen staan banken, een eettafel, planten en branden kaarsjes en lampen – de inrichting is huiselijk. En dat is precies de bedoeling, aldus Joosten. “Dat zorgt voor een familiesfeer.”

Berbers tour eindigt in de Tweede Van der Helstraat bij het Turkse Koffiehuis Karanfil, de zaak van zijn oom waar hij in het weekend meehelpt. Nadat Berber een straf had uitgezeten, kwam hij in 2012 weer bij hem terecht. Hij mocht vaak overnachten op een bank in het koffiehuis, waar overdag voornamelijk ‘bejaarden kaarten en rummikuppen’.

Achter in de zaak staan twee gokautomaten. Berber, die nu een vrijwilligerscontract bij Straatvisie heeft, wil blijven werken in de maatschappelijke sector én zijn tour wil voortzetten, komt nog even in actie. Vijftien euro verdwijnt in de gokkasten. Maar helaas, weinig geluk. Aan hem ligt het niet, zegt hij. “Deze automaten zijn niet zo goed.”

Voor tour(aan)vragen is Ikbal Berber te bereiken via zijn Instagramaccount @ikbaldekoning_official

Italiaanse priester

Wereldwijd zetten Don Bosco-organisaties zich in voor, met name, kwetsbare jongeren. De organisaties zijn geïnspireerd door de 19de-eeuwse Italiaanse priester Giovanni Bosco, die kinderen zag opgroeien in armoede. Hij wilde hun leven verbeteren en samen met zijn zelfgestichte religieuze Salesianengemeenschap hielp hij deze kinderen. Bosco’s filosofie heeft onder meer gastvrijheid en talentontwikkeling als uitgangspunten, en staat nog steeds centraal bij Don Bosco-initiatieven.

Omarmprijs Jong

In oktober werd voor de zevende keer de Omarmprijs uitgereikt aan Amsterdamse initiatieven die zich inzetten voor armoedebestrijding. Meestal beloont de Omarmprijs ‘volwassen initiatieven’, maar dit jaar werd eenmalig de Omarmprijs Jong in het leven geroepen vanwege de pandemie waarin ‘een groot beroep op de jongeren in de stad is gedaan’. Don Bosco Straatvisie won die prijs.

Joosten vindt de erkenning mooi, maar hoopte dat de ook genomineerde Zainab Mohabbat (24) zou winnen. Zij kwam als jongere bij Straatvisie, is er nu vrijwilliger en zet zich ook in voor andere initiatieven. Volgens Joosten bleek achteraf dat zij de prijs (een award en €2500) had gewonnen, maar die niet kon ontvangen omdat enkel initiatieven in aanmerking kwamen. Daarom won Straatvisie vanwege Mohabbats inzet, zegt Joosten. Het doel is om de geldprijs toch bij Mohabbat terecht te laten komen.

Meer over