Elisabeth Bootsma: ‘Alle ouders willen de beste school voor hun kind.’

PlusExclusief

Elisabeth Bootsma strijdt al jaren tegen het Amsterdamse scholensysteem: ‘Stop met scholen waar niemand voor kiest’

Elisabeth Bootsma: ‘Alle ouders willen de beste school voor hun kind.’Beeld Nosh Neneh

Elk jaar bepaalt een loting op welke middelbare school Amsterdamse kinderen terechtkomen. De kans op een school in de top drie wordt steeds kleiner. Elisabeth Bootsma (54), moeder van vier, strijdt met de Stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam al jaren tegen het systeem. ‘Onderwijs zou niet politiek moeten zijn.’

Vera Spaans

Deze week is het weer zover: meer dan zevenduizend Amsterdamse kinderen moeten de lijst inleveren met de middelbare scholen waar ze naartoe willen. Kinderen met een vmbo-advies maken een top zes, wie een havo-advies of hoger heeft, moet twaalf scholen opgeven. En dan volgt drie weken later de uitslag van een uiterst complex proces dat ook een steeds langere naam heeft gekregen, en inmiddels ‘centrale loting en matching’ heet.

De spannendste donderdagmiddag in het leven van een achtstegroeper. In 2021 kon een kwart niet op zijn of haar favoriete school terecht, 254 kinderen kregen een school toegewezen buiten hun top vijf. Van hen waren er vijf kinderen die naar de school moesten die ze als elfde voorkeur hadden opgegeven – voor zover je dan nog kunt spreken van voorkeur.

Voor deze kinderen en hun ouders komt Elisabeth Bootsma op, ondanks een veeleisende baan bij financieel toezichthouder AFM. Ze is moeder van vier zoons – de jongste twee werden als achtstegroepers uitgeloot voor hun school van voorkeur.

Sinds 2013 is ze voorzitter van de Stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam, in 2009 opgericht door een groep ouders om via de rechter te kunnen eisen dat Amsterdamse kinderen voorrang zouden krijgen op Amsterdamse scholen. Kinderen uit de randgemeenten konden namelijk mee­loten voor een school in Amsterdam én kregen voorrang op de scholen in hun eigen dorp. Andersom gold dat niet. De rechtszaak werd verloren, maar Amsterdam maakte wel meer ruimte voor vwo-­leerlingen. Of, zoals Bootsma het zegt: “We verliezen de zaak, maar we winnen de strijd.”

U was al twee jaar voorzitter, en toen kwam uw derde zoon Bauke terecht op de school die hij op plek tien had gezet.

“Bauke had het Barlaeus op één gezet, en moest naar de gymnasiumafdeling van een brede scholengemeenschap. Hij was er kapot van. Totaal overstuur, en ik in ­eerste instantie ook. Toen ik me herpakt had, zei ik: we bellen de school of we morgen langs mogen komen om te kijken. Maar we werden op een ronduit onbeschofte manier afgescheept: we moesten maar wachten op de brief die verstuurd zou worden. En bovendien moest daar nog worden gekeken of Bauke wel echt plaatsbaar was in de profielklas.”

Waren jullie niet naar de open dag geweest?

“Nee. We hadden acht scholen bezocht. Het was in 2016 en dat jaar was de belofte gedaan dat 99,9 procent van de kinderen een school uit hun top drie zou krijgen. Dan denk je niet: ik kom op school nummer tien. Mijn collega zag dat ik zwaar geëmotioneerd was en zei: mijn kind zit in de eerste klas van het Gymnasium Felisenum in Velsen-Zuid, een fantastische school. Bel die even. Die school reageerde heel lief en legde de rode loper uit, Bauke is er meteen de volgende dag gaan kijken. Ik zei hem: je hebt twee opties. Je kunt naar school nummer tien, daar kun je op de fiets heen. Of je gaat naar het Felisenum, dan zul je met de snelbus moeten. Het is aan jou. Toen zei hij al vrij snel: op die Amsterdamse school moet je alles zelf plannen, dat kan ik helemaal niet. Dus zo kwam hij terecht in Velsen-Zuid, met nog drie andere kinderen uit Amsterdam. Twee van hen wonen inmiddels in Velsen.”

U had ook kunnen zeggen: die andere school is ook prima. Leg je erbij neer.

“Ik vind het een belangrijke boodschap aan je kind dat je hem serieus neemt in zijn verdriet, en dat je als burger rechten hebt waar je voor kunt vechten.”

Hoe ging dat vroeger bij u? Wat voor kind was u?

“Ik ben opgegroeid op een boerderij in Bruchem, een klein dorpje bij Zaltbommel. We waren anders. Mijn ouders waren hippies die hadden gestudeerd. Ze gingen niet naar de kerk, wij gingen niet naar de zondagsschool. Dus toen mijn oudere zussen naar de christelijke basisschool in het dorp gingen, vielen ze enorm uit de toon. Mijn broer en ik zijn later dus naar de openbare basisschool gegaan in Zaltbommel.”

Kon u zelf uw middelbare school kiezen?

“Het gymnasium in Den Bosch zat toen in een onooglijke buurt en mijn vader zei: dat gaan we dus niet doen. Dus werd het de scholengemeenschap Buys Ballot in Zaltbommel. Maar ik heb geen goede ­herinneringen aan mijn schooltijd. Ik zat in de leerlingenraad, ik denk dat ik voor docenten een vrij lastige leerling was. En verder was het zo’n deprimerende periode. Er werd steeds gezegd: jullie zijn de eerste generatie die het slechter gaat krijgen dan de generatie ervoor. Het was een doemdenktijd.”

U begon in de leerlingenraad en zit nu in drie medezeggenschapsraden tegelijk.

“Niet tegelijk. Mijn oudste zoon zat op het Cartesius, de tweede op het Barlaeus. Toen er op hetzelfde moment een vacature was voor de medezeggenschapsraad, stonden ze er bij het Barlaeus voor in de rij en was bij het Cartesius niemand te vinden. Dus heb ik me daar gemeld. Later kwam ik terecht in de overkoepelende medezeggenschapsraad van het schoolbestuur, de GMR. Toen mijn zoon van het Cartesius af ging, ben ik daar in gegaan voor het bestuur van het Felisenum. Daar waren weer genoeg ouders voor de gewone medezeggenschapsraad, maar niet voor de GMR, dus ik zei: ik heb daar ervaring mee, ik wil dat best doen.”

Waar komt die betrokkenheid vandaan?

“Mijn vader zat vroeger in het schoolbestuur, ik heb van huis meegekregen dat je je kwaliteiten moet inzetten voor de maatschappij. Dat is mijn persoonlijke drijfveer en van al mijn VSA-collega’s. Je hebt ervaring opgedaan voor je eigen kind en wil die inzetten voor andere ouders die misschien niet zo assertief zijn en niet zo goed zijn ingevoerd in die complexe regelgeving.”

U uitte vorige jaar forse kritiek op het verloop van de loting. Rob Oudkerk, de voorzitter van de scholenkoepel Osvo, die over de loting gaat, schreef toen een brief naar Het Parool dat u zich wat constructiever op moest stellen.

“Oudkerk is een populist, en de betaalde voorzitter van een groot, machtig schoolbestuur. Ik ben een ouder met een fulltimebaan die in haar vrije tijd met een kleine groep ouders probeert de rechten van burgers tegen zo’n uitvoeringsorgaan als het Osvo te beschermen. It’s mindblowing. Ik snap niet dat hij zich zo opstelt. Zo van: wat nou jij, burgertje, je moet je mond houden.”

null Beeld Nosh Neneh
Beeld Nosh Neneh

Wat heeft u gedaan?

“Ik heb een brief teruggeschreven, want er stonden allemaal fouten in. Oudkerk schreef dat het Vossius en het Cartesius populaire scholen waren, maar die hadden net een onvoldoende gekregen. Nu zijn die beoordelingen trouwens weer op orde. Die brief heeft de krant niet geplaatst. Wij dachten vooral: dat hij zo uit zijn slof schiet, zegt meer over hem dan over ons. Het vertelt ons dat we de vinger op de zere plek leggen. Het is nogal een actueel vraagstuk: de burger beschermen tegen een uitvoeringsorgaan in heel complexe regelgeving.”

Wat is precies het probleem?

“In Amsterdam is al jaren een tekort aan havo- en havo/vwo-klassen. Sinds 2009 zijn schoolbesturen wettelijk verplicht om gezamenlijk te zorgen voor een passend aanbod van onderwijs in de regio, en sinds 2009 is het hommeles. Die besturen hebben heel populaire scholen onder zich en scholen waar geen kind heen wil. Door dit lotingssysteem zorg je ervoor dat de populaire scholen precies het aantal kinderen krijgen dat ze kwijt kunnen en dat de impopulaire scholen ook aan leerlingen komen.”

Je kunt toch niet elk jaar bepaalde scholen heel veel en andere scholen juist heel weinig leerlingen toebedelen? Dat wordt toch heel onrustig?

“Onderzoek wijst uit dat de voorkeuren van leerlingen heel stabiel zijn. Natuurlijk, je hebt wel veranderingen. Het Hyperion is minder populair geworden toen de eindexamenresultaten bleken tegen te vallen. En na de onvoldoende van de inspectie voor het Vossius in 2020 stemden ouders met de voeten. Maar het Fons Vitae, bijvoorbeeld, is al jaren heel populair. Dus zeggen wij: geef het Fons Vitae extra ­ruimte in dat leegstaande gebouw bij het Amstelstation. Maar dat houdt een ander schoolbestuur dan tegen, want dat zou ten koste gaan van het Pieter Nieuwland College, dat daar vlakbij zit.”

Ik keek vorig jaar online naar de open dag van het Pieter Nieuwland College. Geen enkel kind dat aan het woord werd gelaten, had die school als eerste voorkeur opgegeven. Als het aan de VSA zou liggen, zou die school dus ophouden te ­bestaan.

“Ik denk dat er een goede exitstrategie moet komen voor de scholen waar niemand heen wil. Hoe kun je nu doorgaan met scholen waar niemand voor kiest? Er zijn scholen die, sinds de centrale loting in 2015 is ingevoerd, nul leerlingen hebben getrokken op havo- en havo/vwo-niveau, zoals het Marcanti College. Dat wordt nooit wat. Maar die havo/vwo-klas is wél een deel van het ‘passende onderwijsaanbod’ dat Amsterdam zegt te bieden.”

Hoe kan dat?

“Het Marcanti College is een vmbo-school. Onderwijswethouder Marjolein Moorman heeft, toen ze nog raadslid was, een motie ingediend dat er meer brede scholen moesten komen. Dus kregen ­scholen, waaronder het Marcanti, een beloning als ze een havo/vwo-klas zouden maken. Ik snap dat ze zo segregatie tegen wil gaan, maar ik geloof daar niet in. En onderwijs zou niet politiek moeten zijn. Ik vind het niet kies dat je door te loten kinderen dwingt naar een school te gaan waar ze niet heen willen.”

Hoe moet het dan wel?

“Alle ouders willen de beste school voor hun kind, of ze nou een migratieachtergrond hebben of een Friese boerendochter zijn zoals ik. Als je zorgt dat de onderwijskwaliteit goed is, komen de kinderen vanzelf. Het Ir. Lely Lyceum is daar een goed voorbeeld van. Dat zag, toen het nog Reigersbos heette, de aantallen vmbo-leer­lingen teruglopen, heeft de vmbo-basis en -kaderafdeling afgestoten en is een ­brede school geworden met vmbo-t, havo, vwo én een gymnasium. Nu timmert het weer aan de weg. Niet omdat het een gymnasium heeft, maar omdat het het gevoel uitstraalt: jouw kind heeft hier kansen, kan groeien, wordt gezien.”

Richt de VSA zich op alle kinderen? U heeft het steeds over havo- en vwo-­leerlingen.

“Zeker. Maar op havo en havo/vwo-­niveau zijn de grootste tekorten. Op het vmbo is een gigantische overcapaciteit. Daar zijn gewoon geen leerlingen voor. Het niveau van kinderen stijgt en dat gaat ten koste van de vmbo-adviezen.”

Wanneer melden ouders zich bij jullie?

“Direct na de loting. Vaak zijn ze op zoek naar informatie. De meesten gaan zich pas in de materie verdiepen als het misgaat. Die denken: 80 procent komt ­binnen de top drie, mijn kind zal wel bij die 80 procent horen. Maar die weten niet dat de kans al veel kleiner is als je een havo- of een havo/vwo-advies hebt. Of als je een populaire school als het Fons Vitae of het St. Nicolaaslyceum op één hebt staan. Bij het Fons Vitae was de inlotingskans dit jaar iets van 22 procent! En mensen realiseren zich niet hoeveel invloed de basisschool heeft. Als je naar het Spinoza wilt met havo- of vmbo-advies en je komt niet van een daltonbasisschool, is de kans dat je inloot 10, 12 procent. Dan heb je geen voorrang. Het Metis zonder monte­ssori-achtergrond? Zelfde verhaal.”

In 2017 heeft de VSA een rechtszaak aangespannen namens zeventien ouders van kinderen die op alle twaalf hun voorkeursscholen waren uitgeloot.

“Dat was een heel heftig jaar. Die ouders werden gekielhaald door de Osvo, die hen betichtte van racisme, omdat ze alleen naar witte scholen zouden willen. Ze moesten zich maar inschrijven op een school die nog plek had. Maar die ouders zeiden: we hebben ons aan alle regels gehouden, we willen een plek op één van die twaalf scholen. Uiteindelijk is dat gelukt.”

Dat zou je klassenjustitie kunnen ­noemen.

“Zo is het geframed, ja. Dit waren zeventien ouders die met veel pijn en moeite voor de rechten van hun kinderen opkwamen. En zij hebben bereikt dat er nooit meer kinderen voor alle twaalf scholen worden uitgeloot. Plaatsingsgarantie. Dit is dus geen klassenjustitie, er is recht gehaald en daar hebben we met zijn allen profijt van.”

null Beeld Nosh Neneh
Beeld Nosh Neneh

Een vriendin van mij zei: ik vind het prima als mijn dochter naar een havo/vwo-brugklas gaat, maar voor de loting wil ik toch dat ze vwo-advies krijgt.

“Dat raden we ouders die vooraf advies vragen de laatste tijd ook aan. Praat met de leerkracht of het geen vwo-advies kan worden. Dan heb je een veel grotere kans om bij populaire scholen ingeloot te worden, want die loting is minder zwaar.”

Dat legt nogal een druk op basisschooldocenten. Die moeten dan eigenlijk een advies geven dat ze niet uit zichzelf zouden geven.

“Dat gebeurt al. De regering adviseert al twee jaar, in verband met corona, om ‘kansrijk’ te adviseren. En uit onderzoek van de gemeente blijkt dat kinderen met een vwo-advies maar een lagere Cito-score toch een vwo-diploma halen of na drie jaar nog op het vwo zitten. Kinderen gaan staan naar de verwachtingen.”

Dit jaar waren bijna alle open dagen ­online. Hoe kun je je dan goed oriënteren op een middelbare school?

“Ga vooral naar de website van de schoolinspectie en kijk hoe het zit met opstroom, van bijvoorbeeld havo naar vwo, en afstroom. Is er meer afstroom? Niet doen. Ligt het percentage zitten­blijvers boven de 4 procent? Niet doen. En kijk of er recht is op zittenblijven. Er zijn scholen die zeggen: als jouw kind de norm niet haalt, dan bepalen wij of hij mag blijven zitten of naar een andere school moet.”

En hoe kom je in vredesnaam tot een lijst van twaalf scholen?

“Strategisch kiezen. Wij zeggen: ga voor je echte voorkeur, maar stel de lijst zorgvuldig op. Na school vier, vijf, zes ben je met opvulling bezig. Als je met een havo/vwo-advies bij plek zeven gewoon maar wat invult en dat is het Marcanti – beng, dan word je daar ingeloot. Dus moet je de lijst opvullen met populaire scholen: het Fons Vitae, het Metis, het Nicolaas, het Spinoza, het MLA. Vanwege de plaatsingsgarantie heb je dan de grootste kans dat je toch op je voorkeursschool terechtkomt.”

Wat heeft de VSA tot nu toe bereikt?

“Ons grootste succes is de wet Meer ruimte voor nieuwe scholen. Dat je een school mag oprichten als er voldoende belangstelling is. Zonder onze inzet was dat wetsvoorstel in een bureaula beland. Nu zijn door deze wet bijvoorbeeld plannen voor een tweede islamitische middelbare school in Amsterdam.”

Toch bijzonder dat jullie inzet aller-­eerst leidt tot een tweede islamitische school, en niet tot een nieuwe havo/vwo-school.

“Daar dromen we bij de VSA wel van hoor. Maar we zijn gewoon een groep ouders die dit naast een betaalde baan doen, we hebben ons nu niet ingeschreven. Maar een volgende ronde zouden we mee kunnen doen. We hebben zelfs al een naam: de School voor Ambitie.”

Waar haalt u de energie vandaan om dit allemaal te doen?

“Ik zie dat we stapjes zetten. Maar het is iets van de lange adem. Het geeft me energie om mensen wijzer te maken en te blijven rammelen aan het systeem. Als ik zo’n brief van Rob Oudkerk krijg, denk ik wel even: waar doe ik het allemaal voor? Hij wordt ervoor betaald, ik zit dit in mijn vrije tijd voor nop te doen. Die tijd zou ik ook kunnen steken in een betaald commissariaat.”

Wat vinden uw kinderen ervan dat u dit doet?

“Die zijn trots. Bauke heeft dat ook wel gezegd: dat het een fijn gevoel was dat ik voor hem opkwam. Daar doe je het uiteindelijk voor.”

Maakt u school niet te belangrijk?

“Ik vond mijn school niet leuk. Mijn oudste zus zegt nog steeds over haar basisschool: ze hadden ons eraf moeten halen, ik heb me er nooit thuisgevoeld. En ik heb vier kinderen op vier middelbare scholen gehad, ik zie echt het verschil wel. Zo’n school is een minimaatschappij. Een heel belangrijk onderdeel van het leven van je kind.

Ik denk niet dat iemand als Rob Oudkerk ziet wat het doet met een kind als het zich niet thuisvoelt op een school. Wat voor het ene kind helemaal de bom is, werkt voor het andere kind niet. We hebben niet allemaal dezelfde keuzes. Ik zeg ook altijd tegen ouders: niemand wil met je ruilen als je kind is uitgeloot. Niemand wil een slecht lotnummer of een school laag op de lijst. Ook Oudkerk niet, ook de wethouder niet. Niemand wil in jouw schoenen staan.”

null Beeld

Elisabeth Bootsma

18 augustus 1967

1973-1979
Dr. A.F. Philipsschool, Zaltbommel
1979-1985
RSG Buys Ballot, Zaltbommel
1985-1987
Jeroen Bosch College, ‘s-Hertogenbosch
1987-1988
Lerarenopleiding Nederlands (propedeuse)
1988-1994
Doctoraal Nederlands recht Universiteit Utrecht
1995
Trainee Europese Commissie, Brussel
1996-2005
Aegon Bank, diverse functies
2011
Postdoctoraal financieel recht
2006-heden
Senior toezichthouder Autoriteit Financiële Markten
2014-heden
Voorzitter stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam (VSA)
2014-2018
Medezeggenschapsraad Cartesius Lyceum
2016-2018
Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad Espritscholen
2018-heden
Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad Onderwijs Stichting Zelfstandige Gymnasia (OSZG)

Elisabeth Bootsma is getrouwd met Roel Verweij. Ze hebben vier zonen en wonen in de Jordaan.

Meer over