PlusAchtergrond

Een tasje vol troost: de laatste groet uit 1941 van de joodse Max en Harry Overste

Zelfs na vele decennia kan een verfomfaaid, schijnbaar onbeduidend kattebelletje nog geheimen prijsgeven en ons op een belangrijk spoor zetten, ontdekte historica Wally de Lang.

Wally de Lang
Het roze vodje met de laatste groet van Max en Harry Overste, 27 februari 1941. Uit het privéarchief van N. Rettich-Overste. Beeld Lin Woldendorp
Het roze vodje met de laatste groet van Max en Harry Overste, 27 februari 1941. Uit het privéarchief van N. Rettich-Overste.Beeld Lin Woldendorp

Jaren geleden stond in de Volkskrant een rubriek waarin boodschappenbriefjes werden geanalyseerd die de journalist op straat of in winkelwagentjes had gevonden. Het handschrift en de boodschappen die op de lijstjes stonden, gaven tot op zekere hoogte inzicht in de personen die, zittend aan de keukentafel, het briefje weloverwogen hadden opgesteld. Verfomfaaide papiertjes laten zo hun sporen na, letterlijk en figuurlijk. Zelfs tachtig jaar na dato kunnen kreukelige en verkleurde vodjes papier nog geheimen prijsgeven en ons op een belangrijk spoor zetten.

26 februari 1941: Duits gevangenkamp Schoorl

Op de dag waarop de temperatuur in de Schoorlse houten barakken rond het vriespunt lag, stonden de 403 Joodse mannen die op 22 en 23 februari in Amsterdam bij de razzia’s waren opgepakt, in de rij om door een Duitse arts gekeurd te worden. Hitlers hoofdkwartier in Berlijn had besloten de mannen vanuit Schoorl naar Kamp Buchenwald te sturen waar ze zware arbeid zouden moeten verrichten in de steengroeve. De keuringsartsen stelden niet zozeer eisen aan de conditie van de mannen als wel dat absoluut zeker moest zijn dat ze geen besmettelijke ziekte onder de leden hadden. Vooral tbc werd door de Duitsers ernstig gevreesd.

Dertien mannen kregen een kruisje achter hun naam omdat ze ziek waren, dan wel voorwendden dat te zijn, zoals bijvoorbeeld Manie Moffie die, vlak voordat hij aan de beurt was een sigaret opat waardoor hij op het juiste moment voor de voeten van de Duitse arts moest braken. De zwarte sliertjes tabak op de grond deden het ergste vermoeden. Ook Eddy de Wind, psychiater in opleiding, wist succesvol tbc voor te wenden. De volgende dag konden dertien ‘zieke’ mannen naar hun familie terugkeren. De overige 389 jongemannen werden de volgende dag op de trein gezet, een reis die donderdagochtend 27 februari 1941 op het kleine stationnetje van Schoorl begon en via Alkmaar richting Weimar zou gaan. De mannen hadden geen idee wat hen te wachten stond.

Een daad van verzet

In kamp Schoorl hadden Nederlandse medewerkers berichten over de deportatie van de Joodse geïnterneerden opgevangen. Frans Wezel uit Koedijk heeft jaren na de oorlog verklaard dat hij via de Nederlandse kok die in het kamp werkte op de hoogte was van de Duitse plannen. Hij besloot tot actie over te gaan. In alle stilte verspreidde hij een mededeling. Als de mannen hun achtergebleven familieleden in Amsterdam een boodschap wilden sturen of de groeten wilden overbrengen, moesten ze dat op een papiertje schrijven met vermelding van het adres. Hij zou ervoor zorgen dat die berichten op de juiste plek terecht zouden komen. In de tunnel bij station Alkmaar zou hij luid ‘Laten vallen’ roepen, waarna hij de briefjes zou verzamelen. Een zeer gewaagd en moedig plan.

Toen het treintje uit Schoorl donderdagochtend vroeg Alkmaar bereikt had, moesten de mannen uitstappen en zich in colonne opstellen. Er vormde zich een lange rij met aan weerszijden bewapende Duitse bewakers. De trein zou om 7.10 uur vanaf het perron vertrekken. Stiptheid was geboden omdat het spoorwegennet was vrijgemaakt voor deze deportatietrein naar de oosterburen. Frans Wezel vertelde jaren na de oorlog hoe het er die ochtend aan toe was gegaan in de tunnel vlak bij station Alkmaar:

“Ik zette mijn handen aan mijn mond en riep: ‘Jongens, brieven op de grond gooien, gooi maar neer!’ Ik besefte dat er geen andere manier was de briefjes te pakken te krijgen. Verder schreeuwde ik nog: ‘De groeten uit Amsterdam en van jullie thuis. Probeer te vluchten!’ Ik kreeg een dreun met een geweerkolf. Met bruut geweld werden de omstanders uiteengedreven.

De jongens werden in de achterste wagons van de trein geschopt. (…) Op het perron en bij de controle scharrelde ik elf briefjes bij elkaar. Op twee na zijn deze bij de ouders bezorgd. Bij twee adressen gaf men geen gehoor. Natuurlijk was het een kwestie van blij maken met een dooie mus, maar dat besefte men toen nog niet.”

Tot voor kort leek dit heldhaftige optreden van Frans Wezel niet te verifiëren. Dat hij in het bijzijn en onder het oog van bewapende Duitse soldaten zo luid had durven schreeuwen, had hem zijn leven kunnen kosten.

Mei 2021: een tasje vol troost

In februari 2021 verscheen het uitgebreide verhaal over de eerste razzia’s in Amsterdam in boekvorm. Daarna meldden zich talloze nabestaanden met nieuwe foto’s, documenten en verhalen.

Uit een onverwachte vondst van een vodje papier blijkt dat Frans zich aan zijn woord heeft gehouden en de kattebelletjes die de joodse mannen voor hun achtergebleven familieleden hadden geschreven daadwerkelijk bij hen heeft thuisbezorgd. Tijdens een bezoek in mei 2021 aan Nelly Rettich-Overste, dochter van de bij de razzia opgepakte Max Overste, kwam uit een kluis een prachtig wit met parels bestikt handtasje tevoorschijn met daarin brieven en foto’s die de moeder van Nelly, Jeanne Overkleeft, haar hele leven had bewaard.

[Tekst loopt door onder de foto.]

Nelly Rettich-Overste, dochter van de bij de razzia opgepakte Max Overste, met het met parels bestikte handtasje met brieven en foto’s die haar moeder haar hele leven had bewaard. Beeld Lin Woldendorp
Nelly Rettich-Overste, dochter van de bij de razzia opgepakte Max Overste, met het met parels bestikte handtasje met brieven en foto’s die haar moeder haar hele leven had bewaard.Beeld Lin Woldendorp

Toen Nelly de kwetsbare brieven voorzichtig op tafel uitspreidde, viel mijn oog op een verbleekt roze vodje papier. Met het verhaal van Frans Wezel in mijn achterhoofd, was onmiddellijk duidelijk dat dit een van de briefjes moest zijn die hij op 27 februari 1941 in Alkmaar van de grond had geraapt.

De met blauw potlood geschreven korte tekst op het roze papiertje luidt: ‘Alles goed. Jeanne houdt je taai, zoen de kinderen. Max en Harry.’ Daarboven staat het adres aangegeven: Nieuwe Batavierstraat 5, het adres het huis van de ouders van de broers Overste.

De woorden lijken vluchtig geschreven te zijn op het snel doormidden gescheurde papiertje. Mogelijk is de andere helft naar een medegevangene gegaan die ook een boodschap aan zijn familie wilde overbrengen, de meeste mannen in kamp Schoorl zullen immers papier noch schrijfgerei bij zich hebben gehad. Op de gedrukte achterkant van het kattebelletje staat een aankondiging van de voorstelling Lach-Vitaminen, een in deze context wel heel wrange titel. Het blijkt om een revue te gaan die geprogrammeerd was in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Het is goed mogelijk dat Harry, de broer van Max die ook bij de razzia was opgepakt en die toneelambities had, naar die show is geweest. Op het moment dat hij zijn broer Max de laatste boodschap aan zijn familie liet schrijven, was het lachen hen inmiddels wel vergaan. Zowel Max als Harry werden naar Buchenwald gedeporteerd en van daaruit, op 22 mei 1941, naar Mauthausen.

[Tekst loopt door onder de foto.]

Max (Meyer) Overste, de vader van Nelly Rettich. Beeld privéarchief
Max (Meyer) Overste, de vader van Nelly Rettich.Beeld privéarchief

11 augustus 1941: het einde

Max liet op 2 augustus 1941 in een brief vanuit Mauthausen aan zijn vrouw Jeanne weten dat zij zich geen zorgen over hem hoefde te maken. Het ging hem goed en hij was nog steeds sterk en gezond, zo schreef hij. Niets was uiteraard minder waar. Op 11 augustus zijn zowel Max (25), getrouwd en vader van drie kinderen, als Harry (20) in Mauthausen vermoord. Als doodsoorzaak voor de laatste werd ‘longtuberculose’ opgegeven. Had Max niet het ongeluk gehad opgepakt te worden bij de februari-razzia, dan had zijn ‘gemengde huwelijk’ met de niet-joodse Jeanne Overkleeft, in een later stadium van de oorlog wellicht zijn leven kunnen redden.

Het doet dochter Nelly nog steeds verdriet dat zij niet weet wat er op die 11de augustus in 1941 precies met haar vader Max en oom Harry in Mauthausen is gebeurd. Het roze vodje met ‘zoen de kinderen’ biedt haar de schrale maar tastbare troost dat Max aan haar gedacht heeft op het moment dat hij uit Nederland gedeporteerd werd. De historische en emotionele waarde van het tachtig jaar oude vodje papier uit het tasje met de parels is onovertroffen.

In 2021 verscheen het boek van Wally de Lang: De razzia’s van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam. Het lot van 389 Joodse mannen, Atlas Contact, €24,99.

Meer over