PlusExclusief

Een ‘simpel struikeltje’ zette het leven van Hutspot-oprichter Pieter Jongens compleet op zijn kop: ‘Artsen gaven me een halve ­procent kans’

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

Hutspot-oprichter Pieter Jongens (34) keek met zijn zakenpartners handenwrijvend uit naar 2021: dit zou hun jaar worden. Het liep anders. De concept-store ging failliet en Jongens belandde door een ongeluk in een coma. ‘Nog geen wimper kon ik bewegen om te laten blijken dat ik er was.’

Els Quaegebeur

Pieter Jongens stelt voor af te spreken bij revalidatiecentrum Reade op de Overtoom, waar hij het afgelopen jaar noodgedwongen kind aan huis was. Hij ziet er gezond uit, als iemand die goed slaapt, veel sla eet en regelmatig sport. Oké, over de rechterkant van zijn hoofd loopt van voor naar achteren een litteken en er zit een lichte verdikking ter hoogte van zijn jukbeen, maar als je niet beter wist hadden we evengoed aan een tafeltje kunnen zitten in conceptstore Hutspot – als die nog bestond.

Jongens begon de winkel in 2012 met twee vrienden, Nick van Aalst en Reinier Bernaert, als kleine pop-up in de Utrechtsestraat. Ze wilden ruimte geven aan onbekende ontwerpers van mooie spullen, uiteenlopend van kleren en accessoires tot serviesgoed, die geen voet aan de grond kregen in het merkenpakket van de bekende winkels. Hun idee bleek een schot in de roos. Hutspot, waar je ook nog koffie kon drinken en iets lekkers eten, kreeg er elk jaar een vestiging bij, door het hele land. Tegen de tijd dat het bedrijf ten onder ging in januari 2021, midden in de pandemie, hadden de drie Hutspotmannen een keten van acht goedlopende winkels.

Terwijl hij Coca-Cola drinkt – dat mag als je hard hebt getraind – legt hij uit hoe het misging. “Net voor de pandemie openden we drie nieuwe winkels op A-locaties. Met eigen geld. We hielden nauwelijks ­buffer aan, omdat we het gerechtvaardigd vertrouwen hadden dat het goed zou gaan. Toen kwam de eerste harde lockdown. Onze inkomsten gingen naar nul, met 120 mensen in dienst, op mooie plekken waar de huur niet werd bevroren. Het ging zo snel bergafwaarts, zonder grip op het verloop, dat een jurist ons aanraadde op tijd zelf de stekker eruit te trekken. Anders zouden we persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de schade. Dat was een hard gelag na bijna tien jaar verantwoordelijk en succesvol ondernemen. 2021 zou ons jaar worden, zo zaten wij handenwrijvend. Het liep anders; in januari van dat jaar waren we failliet.”

Dille & Kamille liet een maand later, in februari 2021, weten Hutspot over te nemen, toch?

“Dat klopt. Dille & Kamille wilde een doorstart maken met ons bedrijf, in een kleinere vorm. Mijn partner Nick ging in op het verzoek aan te blijven als manager. Ik zag dat niet zitten, ineens een leidinggevende boven je hebben in je eigen bedrijf dat niet meer van jou is. Bovendien wilde ik graag iets nieuws. Daar kwam het dat jaar niet van. De afwikkeling van het faillissement duurde tot april, daarna ging ik op vakantie met mijn vriendin en onze dochter, en een paar weken later viel ik. Tegen de tijd dat de doorstart van Hutspot mislukte en het bedrijf definitief failliet ging, eind 2021, was ik met heel andere dingen bezig.”

Kun je vertellen over je ongeluk?

“Het was op zaterdagmiddag, 22 mei. Mijn oudste broer, twee vrienden van hem en ik hadden lekker geluncht ergens in Amsterdam-Noord. Rond borreltijd pakten we bij Noorderpark de Noord/Zuidlijn naar huis – voor mij was dat destijds hier om de hoek, in de Helmersbuurt. We stapten uit op Centraal. Daar ben ik gestruikeld, toen de metro net weer weg was. Een gewoon stom struikeltje, er zou je niets overkomen als het gewoon op de stoep gebeurt, maar door een draai die ik maakte in een poging mezelf op de been te houden, viel ik achterover van het perron. Op de betonnen plaat tussen de rails, precies op mijn achterhoofd. Het licht ging meteen uit, door een dubbele hersenbloeding en meerdere breuken in mijn schedel.”

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

“De ambulance kwam snel. OLVG Oost was weliswaar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, maar de ambulanceverpleging besloot direct dat ik naar het AMC moest, omdat ze daar een schedellift kunnen doen. Dat was nodig om het bloeden te stoppen en ruimte te maken voor de zwelling die gepaard gaat met zo’n heftig trauma aan je hoofd. Het idee was mij 48 uur in coma te houden, om de hersenen rust te geven. Na die twee dagen kwam ik niet bij. Ik belandde in een diepere coma, die uiteindelijk iets meer dan twee weken duurde. In het ziekenhuis spraken ze niet over herstel. De artsen gaven me een halve ­procent kans op een goede afloop.”

Hij lacht verlegen. “Maar ja, uiteindelijk kwam ik toch bij, in relatief redelijke staat.”

Herinner je je dat moment nog?

“Ik weet het nog precies. Ik hoorde de stem van mijn vader. Hij zei dat ik het goed deed, dat ik wakker ging worden. Ik deed mijn ogen een beetje open, zag hem naast me staan, en mijn vriendin aan het voeteinde. Haar mooie, blonde haren en een hele dikke buik, want ze was 39 weken zwanger van ons tweede kind.”

“De linkerhelft van mijn lichaam was verlamd en ik kon ook niet praten, maar het lukte wel met mijn rechterhand aan haar buik te voelen: gelukkig, de baby zit er nog. Iedereen was blij. Als ik nog wist dat ik vader ging worden, was er vast nog wel iets dat werkte in die bovenkamer.”

Hij was al een keer eerder ontwaakt, zegt hij dan. Alleen had niemand dat in de gaten. “Vlak na het ongeluk werd ik wakker in mijn hoofd, in dat lichaam dat het niet deed. Ik had locked-in syndroom. Nog geen wimper kon ik bewegen om te laten blijken dat ik er was, maar ik kreeg wel van alles mee.”

Begreep je ook wat er aan de hand was, dat je in een ziekenhuis lag?

“Nee, daar had ik in het begin geen idee van. De eerste dagen mocht er ook geen familie bij me omdat mijn broer positief was getest op Covid. Ik hoorde alleen vreemde stemmen die over me praatten. Iemand zei dat ik een sterk hart en sterke nieren had, en dat dat goed was. Daarvan raakte ik in paniek. Ik dacht dat ze van plan waren mijn organen te stelen. Niemand legde me uit dat ik hard was gevallen en dat ik een operatie nodig had. Drie keer per dag scheen iemand met een felle lamp in mijn ogen. Dan zag ik mensen in witte pakken staan, maar ik kon niet knipogen: yo, ik zie jullie.”

Voelde je dat je van binnen in paniek raakte?

“Niet zo dat ik bewust dacht: shit man, ik heb paniek. De barometer die in mijn hersenen zat, gaf wel aan dat de hersendruk steeg op momenten dat de artsen met elkaar spraken over bijvoorbeeld het mogelijk verlies van mijn motoriek of mijn spraakvermogen. Ik kreeg er dus kennelijk wel degelijk stress van.

In mijn beleving duurde die periode van een paar weken heel lang, een jaar of zo. Gelukkig mocht ik na een tijdje wel bezoek ontvangen. Mijn vriendin kwam elke dag en hield mijn hand vast. Dat was een reddingsboei, een houvast om het locked-in syndroom door te komen. Ik hoorde haar tegen mij praten op geruststellende toon, dat gaf me iets van hoop.”

En toen was je er ineens.

“Toen was ik er ineens, ja. De eerste weken totaal in verwarring, ook door de afschuwelijke dingen die ik had beleefd in comadromen. Dat mijn dochter voor mijn neus werd misbruikt terwijl ik vastgebonden was. Ik lag ook echt vastgebonden, zodat ik niet aan buizen en draden kon trekken als ik bijkwam. Het voelde natuurlijk allemaal onbestemd en griezelig, en ik zat al in een leipe trip door alle pijnstillers die je gevoerd krijgt. Ik zag rare wezens over het plafond kruipen, was ervan overtuigd dat ik een robot had. Ik wist ook ­precies op welke plek in ons huis hij stond, en ik was bang dat mijn vriendin hem zou verkopen op Marktplaats. Terwijl hij drie ton waard was.”

“Uiteindelijk mocht ik naar huis met een zak Oxycodon. Dat is de pijnstiller – directe familie van heroïne – waardoor in de VS een epidemie van verslaving en dood door overdoses is ontstaan. Ik kreeg het mee zonder disclaimer over de verslavende werking ervan, alleen dat het uitstekend helpt tegen de pijn. Al snel merkte ik dat ik toeleefde naar het moment dat ik een pil mocht nemen. Ik voelde afstand tot mijn kinderen, kon geen connectie maken, lag maar te wachten tot ik weer een pil mocht. Al snel wilde ik een hogere dosis. Toen heb ik een vriendje gebeld die huisarts is. Hij zei: dat is echt rommel, je moet het afbouwen en stoppen.”

“Ik heb niks afgebouwd, maar gewoon de hele zak weggeflikkerd. Cold turkey. Ik kreeg heftige afkickverschijnselen. Hallucineren, zweten, angstig zijn. Zeer onprettig spul, dat Oxycodon. Na drie dagen begon de mist op te trekken. Sindsdien gaat het elke dag een stukje beter.”

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

Netflix zou een mooie serie kunnen maken van jouw jaar.

“Spanningsbogen genoeg, ja.”

Wanneer is de baby geboren?

“Een week en nog wat nadat ik uit coma kwam. Esther, mijn vriendin, mocht bevallen in het AMC. Ik werd met mijn bed de bevalkamer ingereden zodat ik erbij kon zijn. Dat zette alles wel mooi in perspectief. Esther moest ook nog geopereerd ­worden na de bevalling. Ik wilde per se bij Harry op de kamer blijven terwijl zij in de operatiekamer was. De volgende dag was ik blind aan één oog en kon ik niet lopen. Te veel prikkels. Twee dagen later mochten zij naar huis. Ik moest blijven. Geen idee hoe lang nog, geen idee wat mijn perspectief was. Dat vond ik zo moeilijk en frustrerend dat ik alles op alles zette om zo snel mogelijk te kunnen beginnen aan revalidatie.”

Met een halve schedel?

“Ja. Ik moest een helmpje dragen, over mijn hoofdhuid die ze netjes teruglegden. En dan moet je nog heel voorzichtig zijn. Als je even je hoofd stoot, heb je meteen een bloeding Pas vier maanden later werd de 3D-print geplaatst; die van mij was niet meer te gebruiken.”

“Ik kwam uit de operatie met veel pijn en een gezicht dat opzwol tot ik het gevoel had dat mijn ogen uit mijn kassen werden geduwd. Een scan wees uit dat ik een bloeding had, er stond drie centimeter bloed achter mijn gezicht. Met spoed weer onder het mes, schedel eraf, nieuwe 3D-print. Toen dacht ik wel even: nu ben ik door mijn geluk heen, ook omdat ik er zelf zo op had gehamerd dat die operatie snel moest gebeuren. Ik had er echt een slecht gevoel over. De zaken te veel naar mijn hand willen zetten. De paniek na de scan. Meteen met zo’n walkietalkie: maak nu de OK klaar. Esther en mijn moeder huilend aan mijn bed. Ik sliep in met de gedachte: dit was het.”

Hij wijst naar een kamer aan de overkant van het terras. “In dat blok sliep ik. De cognitie-unit. Bij de intake zeiden ze dat ik misschien nog een jaar naar een verpleeghuis moest. Uiteindelijk zat ik hier maar zes weken, omdat ik hard mijn best deed om weer op krachten te komen en net zo lang zeurde tot ik een dagbehandeling kreeg en ’s avonds naar huis mocht.”

En daar meteen luiers verschonen en flesjes uitkoken?

“Zoveel mogelijk, maar hoe graag ik ook wilde, ik kon het eerste halfjaar geen rol van betekenis spelen thuis. Alles kwam op de schouders van Esther neer, met hulp van onze ouders en vrienden. Het was hectisch, met een baby en een meisje van drie dat getraumatiseerd was door het ongeluk. Als ik naar de wc ging, barstte ze al in ­tranen uit. Elke nacht werd ze schreeuwend wakker, tot we een tweepersoonsbed voor haar kochten zodat ik naast haar kon slapen. Met mijn helmpje, waar zij steeds heel lief pleisters op plakten. Iedereen zei dat we naar een kinderpsycholoog moesten, maar wij voelden dat we haar gewoon tijd moesten geven om het vertrouwen terug te krijgen dat ik niet weer zomaar zou verdwijnen. Het gaat nu veel beter. Soms zegt ze nog weleens tegen nieuwe mensen die ze ontmoet: ‘Mijn papa is op zijn hoofd gevallen,’ maar ze is niet meer zo angstig.”

Zegt iedereen nu de hele tijd tegen jou dat je geluk hebt gehad?

“Dat hoor ik wel vaak, ja. In het ziekenhuis ook. Op de dag van mijn ontslag kwam de arts nog een keer langs: ‘Een half procent was het, Pieter, en daar ga je.’ Het is lastig te zeggen waarom ik het heb overleefd en snel herstelde. Ik geloof dat de wens bij Esther en de kinderen te blijven een enorme drijfveer was om me te storten op beter worden. Ik heb nooit toegelaten dat het anders zou kunnen lopen. Maar ja, natuurlijk heb ik ook veel geluk gehad. Na mijn val kwam het aan op seconden en de keten van beslissingen in sneltreinvaart verliep foutloos. Hadden die geweldige ambulanceverpleegkundigen me naar het verkeerde ziekenhuis gereden, dan was ik er nu niet meer, dat weet ik zeker.”

Hoe ziet je leven er nu uit?

“Goed. Best druk. Sinds ik in een post op LinkedIn liet weten dat ik beter ben en op zoek naar interessant werk, voer ik wel vijf gesprekken per dag. Ik krijg ook vaak de vraag of ik mijn verhaal wil vertellen. Misschien zie ik dat ooit wel zitten, maar ik moet eerst goed bedenken wat ik uit het ongeluk heb meegenomen, zonder in clichés te vervallen over weerbaarheid en veerkracht.”

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

What doesn’t kill you

“Haha, ja, die. Toch zou ik het verwelkomen als ik betekenis kan geven aan het ongeluk, als ik het kan omzetten in een positieve, concrete boodschap waar iemand anders misschien iets aan heeft.”

Ben je nog verdrietig om Hutspot? Jullie waren een van de eerste met een plek voor lekkere koffie én kunst én mooie spullen van nieuwe ontwerpers, plus leuke feestjes. Nu struikel je over die plekken, maar jullie zijn er niet meer.

“Wij waren daarin trendsetter, zeker. Nu is het tijd voor iets anders. Ik geloof sowieso dat je elke zeven jaar iets compleet anders moet gaan doen. Anders raak je te veel gewend aan een ritme. Tegen het einde van Hutspot waren we al aan het rondkijken naar iets anders. Het bedrijf was zo groot geworden dat ons werk steeds meer weg kreeg van een kantoorbaan, en dat is niets voor mij.”

Je bent aan drie universitaire studies begonnen waarvan je er geen afmaakte. Kwam dat ook door je veranderdrift?

“Volgens mij niet. Ik had een vwo-­diploma en al mij vrienden gingen studeren, dus ik dacht: zo moet ik het doen, maar eigenlijk wist ik op de middelbare school al dat ik graag wilde ondernemen.”

Wat voor type ondernemer ben jij?

“Een zachtaardige, die wel risico’s durft te nemen en er goed in is de juiste mensen bij elkaar te brengen rond een goed idee. Ik pluk trouwens nog wel de vruchten van Hutspot. De vele serieuze aanbiedingen die ik nu krijg hangen ermee samen. Wij waren een leuk succesverhaal, dat buiten onze schuld rot is geëindigd. Het was een fantastisch avontuur, vol vrijheid om te doen wat we wilden. Daar hou ik van. We organiseerden vaak dingen waarvan een baas of een investeerder had gezegd: nou jongens, doe dat maar niet. Voor een baas werken zul je me niet zien doen. Ik zoek ergens een ondernemende rol waarin ik kan meedenken over strategie. Het lijkt me leuk om weer te pionieren.”

Zal je door je hoofd anders moeten pionieren?

“Ik denk het niet. In het begin floot mijn lichaam me vaak terug, maar dat gebeurt steeds minder. Ik heb net een aantal volle werkweken achter de rug met lange gesprekken. Dat ging goed. Soms heb ik aan het eind van de dag een beetje hoofdpijn, maar dat is het. Een groot deel van mijn werk was altijd al praten. Excel sheets crunchen is niet mijn vak.”

Achtervolgt het ongeluk je soms in je slaap?

“Nee. Ik heb in Reade een keer alles van me afgeschreven, als een soort zelftherapie. Het hielp.”

Voel je een persoonlijkheidsverandering?

“In het begin wel. Ik raakte snel geïrriteerd omdat ik prikkels niet kon verdragen. Om het minste of geringste kon ik ontploffen. Zo ben ik helemaal niet, dat past niet bij me. Een tijdje was ik bang dat het niet over zou gaan, maar zoals met alle dingen die ik het afgelopen jaar zag langskomen, ging het voorbij. Ik heb geen definitieve gedaanteverandering doorgemaakt. Mijn vrienden en mijn vriendin kunnen het beoordelen, zij zeggen het ook. Esther vindt wel dat ik beter luister, dat ik liever ben.”

Hij grinnikt. “Ze bedoelt natuurlijk: nog liever. Iemand bij Reade zei: ‘Je moet afscheid nemen van de persoon die je was. Dat is rouw.’ Zo heb ik het ook ervaren. In het begin denk je: ik kan niets meer, ik kan niet werken, niks, waar gaat dit heen? Wat moet ik hier in vredesnaam mee? Te ongeduldig was ik. Dat heb ik moeten afleren. Nu, een jaar later, ben ik nog steeds Pieter, of wéér, maar wel een Pieter die zich ontworstelde aan 99,5 procent. Ik begon met pech op 22 mei om een uur of vijf, maar sindsdien heb ik eigenlijk alleen maar geluk gehad. Misschien krijg ik nog eens een terugval. Daar ga ik niet op zitten wachten. Ik zie de toekomst met vertrouwen tegemoet en ik heb zin om te werken. Waar ik ga beginnen, kan ik nog niet zeggen. Ik ben nog nergens op ingegaan.”

Zal 22 mei een rare dag worden?

“Ik denk het wel. Misschien geef ik een feest. Een still alive party. Ik weet het nog niet. Het wordt in elk geval een bijzondere dag. Hij staat omcirkeld in de agenda.”

Papa-viel-op-zijn-hoofd-dag.

“Struikeltje. Een doodgewoon, stom struikeltje. Niet te geloven als je erover nadenkt, en gelukkig kan ik dat nog, nadenken.”

Pieter Jongens

3 mei 1988, Den Haag

2000-2006 Vwo, Het Baarnsch Lyceum, Baarn
2007 Culturele antropologie aan de UvA (niet afgerond)
2008 Geschiedenis aan de UvA (niet afgerond)
2009 Bestuur & organisatiewetenschappen aan de VU (niet afgerond)
2010 Projectmanager bij Base Technologies, Kampala (Oeganda)
2012 Hutspot pop-upstore in de Utrechtsestraat (mei)
2012 Opening Hutspot De Pijp (december)
2013 Hutspot Jordaan
2014 Hutspot Utrecht
2015 Hutspot Rotterdam
2016 Hutspot Eindhoven
2019 Hutspot Breda, Den Bosch en Magna Plaza
2021 Faillissement Hutspot

Jongens woont met zijn vriendin en hun twee kinderen in Naarden Vesting.

Meer over