Een indrukwekkend inlevingsvermogen

Marie Darrieussecq: Tom is dood
Vertaald door Mirjam de Veth, Meulenhoff, 17,90 euro

Mag je schrijven over de dood van je kind, als je dat niet zelf hebt meegemaakt?
Toen de Franse schrijfster Marie Darrieussecq vorig jaar haar roman Tom est mort publiceerde, werd ze onderwerp van een rel. Een collega-schrijfster beschuldigde haar in een furieus artikel van 'psychisch plagiaat' op haar autobiografische roman over de dood van haar zoontje. En waar haalde Darrieussecq het lef vandaan om over dat onderwerp te schrijven, zonder het aan den lijve te hebben ondervonden! In de ontstane polemiek kreeg Darrieussecq bijval uit literaire hoek: in het rijk van de roman geldt de vrijheid van de verbeelding.

Het is uitgerekend die verbeelding die Tom is dood tot zo'n overtuigend, authentiek klinkend boek maakt. Tijdens het lezen heb ik geen moment last gehad van de wetenschap dat de schrijfster in het echte leven wel een zoon heeft, maar niet een zoon om wiens dood ze al tien jaar rouwt - zoals de hoofdpersoon in haar roman. Dat tekent haar bewonderenswaardige inlevingsvermogen in de psyche van een rouwende moeder.

Na lezing van de roman ontdekte ik dat Darrieussecq (1969), al voor ze begon te publiceren, gepromoveerd is op de rol van de taal bij de literaire verwerking van persoonlijk ondervonden rouw. Zo gek is het dan niet dat je daar als schrijfster ook je verbeelding eens op los wilt laten. Verder zou ik me heel goed kunnen voorstellen dat het spookbeeld van het verlies van je kind als motor van haar gedetailleerde verbeelding heeft gefungeerd.

Maar het blijft natuurlijk een hachelijke onderneming. Het luistert nauw. Wie zich aan de verbeelding van zo'n taboeonderwerp waagt, kan zich eigenlijk geen valse noot veroorloven.

De holocaust is ook zo'n onderwerp. Schrijvers van na de oorlog hebben zich nogal eens de vrijheid gepermitteerd om over de vernietigingskampen te schrijven. Ook dát kan natuurlijk, maar dan moet je wel verdomd goed weten wat je doet. Als je niet uitkijkt, schrijf je de onverdraaglijkste literatuur die er bestaat: holocaustkitsch.

In dit licht is het wonderbaarlijk hoe Marie Darrieussecq in Tom is dood alle valkuilen weet te omzeilen. Dat heeft alles te maken met haar sobere, onopgesmukte taal, met de inventiviteit waarmee ze zich tot in alle mogelijke uithoeken inleeft in de gedachten en gevoelens van een moeder na de dood van haar zoontje van vierenhalf. Tien jaar na dato is de vertelster voor het eerst even verlost van haar gedachten aan hem. Dat is het moment waarop ze besluit te gaan schrijven, over Tom waar ze nooit afscheid van heeft kunnen nemen en die ze zó levend houdt in de taal.

'Nu nog denk ik dat hij ergens is. Ik kan het niet opgeven. Als ik me niet meer om hem bekommer, wat moet er dan van hem worden?' Ze verzucht dat ze walgt van de clichés over rouwverwerking. Ze zoekt een nieuwe woordenschat: 'Je zou een eigen woordenboek moeten krijgen in een nieuwe taal.' Die heeft Darrieussecq gevonden.

Een ander ijzersterk element van de roman is de compositie: de omcirkelende bewegingen die tot op de laatste bladzijde de herinnering verdringen aan het met schuldgevoel beladen moment van Toms dood. In de eerste helft van de roman wordt veel alleen maar even aangetipt, om er in de tweede helft uitvoeriger op terug te komen. Het is een compositie die perfect de cirkel verbeeldt waar de vertelster in gevangen zit. Door die wurgende beklemming is Tom is dood geen roman om in één keer uit te lezen. (ALLE LANSU)

null Beeld
Meer over