PlusInterview

Edward van Gils maakt zich zorgen om de jeugd: ‘Bij straatvoetbal corrigeren we elkaar’

In zijn boek The Godfather of Street Football Speaks! vertelt Edward van Gils (45) hoe hij zich als jongere ontworstelde aan het criminele milieu. Hij maakt zich zorgen om de jeugd: vereenzaming ligt op de loer. ‘Sport kan bruggen slaan, tussen jongeren onderling en tussen generaties.’

Dick Sintenie
Edward van Gils: ‘Ik begrijp hoe je in een spiraal naar beneden terecht kunt komen.’
 Beeld Nina Schollaardt
Edward van Gils: ‘Ik begrijp hoe je in een spiraal naar beneden terecht kunt komen.’Beeld Nina Schollaardt

Het was een vraag die Edward van Gils overal ter wereld stelde in de gevangenissen die hij bezocht: wat gebeurt er met je zodra je de lijn overstapt en dat voetbalveldje betreedt? In Colombia kreeg hij een antwoord dat hem het meest is bijgebleven: ‘Dat vierkant is de enige plek die voor mij hetzelfde voelt als buiten. Als ik wakker word, moet ik in de rij staan voor het ontbijt, daarna in de rij voor de douche en om te luchten. Op mijn bed staat: Prison Colombia, op mijn kussen, mijn laken, mijn kast. Overal word ik geconfronteerd met waar ik ben. Behalve op het voetbalveldje. Ik zie de bal, ik zie het doel en als ik omhoog kijk zie ik blauwe lucht en vogels. Dat zijn de momenten dat ik vrijheid voel.’

Het is maandagmiddag en druk op het Amstelveld. Een kleine man tovert wat met een bal tussen de kraampjes. Edward van Gils is een opvallende verschijning; oorringen, kale kop, tatoeages. De fotograaf volgt zijn snelle voetbewegingen door de lens. Een waterig zonnetje schijnt. Wat voor verhaal hij wil vertellen? “Een optimistisch verhaal.”

Het is een moeilijke tijd voor zijn bedrijf StreetKings, en voor zijn straatvoetbalacademie in Zaanstad. Corona heeft erin gehakt. Van Gils gebruikte de stille uren om zijn soms inktzwarte levensverhaal op te laten tekenen door Leendert Jan van Doorn. De biografie is nietsverhullend. “Maar hé, ieder huisje heeft zijn kruisje. Ik ben niet in het drama blijven hangen. Ik wil mijn verleden niet uitgummen, daarom heb ik mijn verhaal ook verteld, maar ik wil vooral laten zien dat je dingen kunt veranderen. Je leven. Jezelf.”

Op het criminele pad

Zijn moeder vertrok toen hij nog een kind was. Zijn vader verwaarloosde hem. Van Gils werd meegezogen in het straatleven. Foute vrienden werden zijn ‘familie’. Hij kwam op het criminele pad. Diefstal, berovingen. In retrospectief zegt hij: “Een ouder is geen superhero. Mijn moeder was 30 toen ze ons gezin verliet. Waar stond ik zelf op die leeftijd? Ze was zó jong toen ze mij kreeg. Ze heeft met moeilijke situaties moeten omgaan: een moeizame relatie, ruzies, armoede, je ziet je eigen kinderen worstelen. Ik begrijp hoe je in een spiraal naar beneden terecht kunt komen.”

Hij gaf zelf de brui aan school, liet zijn talent als voetballer onbenut. Hij zat een tijdje in de opleiding bij Haarlem en AZ. “Maar ik had totaal geen discipline. Er was geen begeleiding. Ik begreep wel dat ze mij wegstuurden. Later. Maar het boeide me toen niet.”

Slechts één afwijzing heeft hem pijn gedaan: de brief van de KNVB waarin stond dat hij de laatste schifting voor het Nederlands jeugdelftal niet had overleefd, heeft hij nog steeds. Clarence Seedorf zat er wel bij, Denny Landzaat ook. Maar niet Edward van Gils, van KFC, de enige speler van een amateurclubje dat in de voorselectie zat. “Alles liet me koud in die jaren, maar dit niet. Gek hè? Misschien omdat ik er zó dichtbij was.”

Het goede voorbeeld

Hij vluchtte in het straatvoetbal, het werd zijn redding. “Ik kon ontsnappen aan de realiteit. Later kwam de frustratie, omdat ik een straatvoetballer was op het veld en een veldvoetballer op straat. Ik raakte de kluts kwijt. Toen brak een pittige tijd aan, waarin mijn vader overleed, mijn vriendinnetje zwanger raakte en ik net van school af was. Maar ik kreeg meer en meer gevoel bij het straatvoetbal. Het creatieve proces groeide. De techniek, de trucs, de één tegen één. Het werd mijn paspoort, ook letterlijk: ik ging de grens over, leerde andere mensen en culturen kennen en het werd mijn portemonnee.”

Nike bood hem een helpende hand. Een vertegenwoordiger van het sportmerk leerde hem lessen die Van Gils toepaste op zijn eigen gezin. “Dat heeft mij gemotiveerd om jongens te helpen via voetbal, door het goede voorbeeld te geven.”

De Braziliaanse ster Ronaldinho, voormalig speler van Barcelona, liet Van Gils geregeld meedoen in zijn wereldteams voor straattoernooien. Op zijn reis ontmoette de straatvoetballer topspelers als Maradona, Edgar Davids en Luis Figo. In 2019 was de Braziliaan in Nederland en bezocht hij StreetKings in Zaanstad. Van Gils was zelf vaak in Brazilië. Zijn ogen werden daar geopend. “Het was mijn doel om de wereld een beetje te verbeteren. Tijdens een project in Brazilië merkte ik dat wat we deden slechts een druppel was op een gloeiende plaat. Dat maakte me emotioneel: wat ben ik eigenlijk aan het doen? Totdat iemand van het productieteam me zei: je bent al geslaagd als je het leven van één man of vrouw kunt veranderen. Het is een olievlek die zich beetje bij beetje moet uitbreiden.”

Problemen op straat

Rolmodellen zijn nodig om de jeugd de goede kant op te duwen. De problemen op straat worden groter, meer en hardere criminaliteit, meer drugs en alcohol. Corona heeft jongens en meisjes in de puberleeftijd verder uit elkaar gedreven. Van Gils heeft drie dochters in de leeftijd van 17, 19 en 23. “Jongens weten vaak niet eens hoe ze met meiden moeten praten. We zullen de volgende generaties beter moeten opvoeden.”

Digitaal krijgen jongeren zoveel informatie binnen – veelal negatief. De jeugd vereenzaamt en eenzaamheid wordt een comfortzone. “Ze durven niet naar verjaardagen, want daar zijn andere mensen. En wat moet je dan zeggen? Of ze spreken iedereen aan in dezelfde straattaal: tegen een man van 50 zeggen ze ook: hé bro.”

Sport kan bruggen slaan, tussen jongeren onderling, tussen generaties. “Met straatvoetbal corrigeren we elkaar. We hebben een sporthal, en de deur staat voor iedereen open, zo vaak mogelijk. Er is hiërarchie, het is opgeruimd. Je geeft respect en dat krijg je terug, of je nou 14 bent of 40.”

Van Gils hoopt te bereiken dat sport weer ontspanning is, en geen carrièrekeus. “Wij geven op de academie techniektraining. Iedereen wil beter worden, dat motiveert, we dagen elkaar uit. Maar je moet voetballen omdat je het leuk vindt, niet omdat je later in een Lamborghini wil rijden.”

Leendert Jan van Doorn: The Godfather of Street Football Speaks!, Vrije Uitgevers, €22,-. Op streetkings.eu is een gesigneerd exemplaar te bestellen.

Meer over