PlusInterview

Dries Roelvink: ‘Dave en Donny schaamden zich vroeger voor mij’

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Dries Roelvink (62) wist het al vroeg: hij wilde zanger worden, een bekénde zanger. Dat is gelukt. Na veertig jaar vol publiciteit is het nu tijd voor een autobiografie. ‘Als de leuke dingen wegvallen, bestaat de kans dat ik weer depressief raak.’

Stefan Raatgever

Dries Roelvink gaat voor door het restaurant van het Apollo Hotel in Oud-Zuid. De zanger, radiocolumnist en allround media­fenomeen gaat vandaag gekleed in een strak donkerblauw overhemd en bijna even nauwsluitende jeans. Aan het raam is zijn vaste tafel strak opgedekt. Roelvink bestelt Bernardus, zijn vaste chardonnay. Over het tafellinnen schuift hij een cd naar de interviewer. This is My Song is de titel van het album met covers van onder anderen George Harrison, Albert Hammond en Engelbert Humperdinck.

“Ik heb deze voor jou meegenomen omdat dit de muziek is die ik het liefste zou zingen, maar waaraan ik zo weinig toekom. Ik dacht: je kunt mijn boek wel lezen, maar dit is me ook heel dierbaar.”

Het boek waarover Roelvink spreekt wordt maandag gepresenteerd in zijn andere favoriete restaurant in de stad: La Brochette in Buitenveldert. Een autobiografie met de titel Dries. Hij ontvangt het eerste exemplaar uit handen van Sven Kockelmann, de man die Roelvink drie jaar terug voor de zoveelste maal in zijn loopbaan herlanceerde. Dit keer als politiek columnist op Radio 1, als vertolker van het volkse sentiment.

Kockelmann en Roelvink, tegenwoordig ook politiek verslaggever bij showbizzprogramma RTL Boulevard, zijn vrienden geworden. “We zijn laatst nog hier gaan eten. Zaten we een paar tafeltjes verderop. Onze vrouwen er ook bij. Dan wordt het vanzelf toch wat closer.”

U bent 62 jaar. Waarom is dit het uitgelezen moment voor een autobiografie?

“Ik had al eens een boek geschreven bij mijn vijftigste verjaardag. Toverballen, heette dat. Dat boek is bij een wat kleinere uitgeverij verschenen, precies in de periode dat ik nogal met imagoschade zat. Die ontstond doordat een concert in Ahoy mislukte omdat een grote sponsor zich terugtrok en er zo te weinig kaartjes waren verkocht. De film I Love Dries haalde de bioscopen niet, en rond die tijd zat ik ook in die ANWB-reclame waarin ik in een gele zwembroek optrad. Lang verhaal kort: dat boek werd geen succes.”

“Nu werd ik benaderd door een journalist die wel een boek zag in mijn levensverhaal. Toen dacht ik: dit is misschien een beter moment. En er is natuurlijk de afgelopen tien jaar ook veel nieuws gebeurd. Alleen kreeg die journalist een hernia. En ondertussen kreeg ik wat twijfels.”

U dacht: ik zoek geen andere ghost­writer, maar schrijf het gewoon zelf?

“Ik heb eerst mijn favoriete schrijver, Auke Kok, gebeld. Hij had Toverballen gelezen en vond dat ik dat goed had gedaan. Maar hij had het nu veel te druk voor een boek. Toen dacht ik: ik doe het zelf wel. Net als bij mijn columns voor Sven zullen mensen wel weer vragen of ik echt geen hulp heb gehad, maar aan dit boek heeft niemand een woord veranderd.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

‘Ik zit nu in mijn beste jaren,’ schrijft u.

“Zo voelt het nu al een jaar of vijf. Ik ben aangekomen waar ik wil zijn. Ik heb niet zoveel onvervulde dromen. Ja, dat concert in Ahoy inhalen misschien. Maar dat is carrière. Mijn persoonlijk leven is in balans. Het gaat goed met mijn vrouw, met mijn zoons, met mijn ex. En ik ben net grootvader geworden.”

Uw zoon Dave kreeg twee weken geleden een zoon, uw derde kleinkind.

“De eerste twee zijn van mijn dochter Peggy. Haar kreeg ik op mijn 21ste. Haar moeder, ze was acht jaar ouder, en ik ging op haar vierde uit elkaar. Een beetje ruzieachtig ging dat. Ik was vreemdgegaan en daar kwam ze achter, mooier kan ik het niet maken. ‘Je hoeft je dochter voorlopig niet meer te komen ophalen. Die blijft bij mij,’ zei mijn ex toen. Nadat de emotie eraf was, mocht ik Peggy af en toe meenemen, maar de band is toch anders. Ze moet ook weinig hebben van de publiciteit die altijd rond mij en mijn zoons Dave en Donny hangt. Dus haar twee jongens zie ik zo één keer in de maand, te weinig eigenlijk.”

Dave en Donny omarmen de publiciteit wel ten volle.

“Nu wel, ja. Eerst dachten ze er precies hetzelfde over als Peggy. Vooral Dave. Maar dat was in die periode dat ik vooral negatief in de publiciteit was. Ze schaamden zich een beetje voor mij.”

Hoe was dat voor u als vader?

“Ik probeerde steeds maar duidelijk te maken dat het erbij hoorde. Ondanks die negatieve berichten had ik wel steeds een volle agenda met optredens. Ik verdiende veel geld. En daardoor konden de jongens doen wat ze wilden. Maar er bleef iets hangen van: moet dat nou? Dat verplichte op de foto gaan in bladen vonden ze ook niet altijd leuk. Als een fotograaf zei: ‘Neem je zoons ook effe mee,’ dan deed ik dat.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Waarom eigenlijk?

“Ik dacht dat dat een onderdeel van de showbizz was. Ik had me al vroeg voorgenomen: ik wil niet zomaar zanger worden, maar een écht bekende. Dan ga je een beetje naar Amerika kijken: daar hoort het privé er gewoon bij. Ik voelde dat spel wel snel aan. Toen ik ging trouwen met de moeder van Dave en Donny, heb ik met een paar van die bladen overlegd hoe we dat het beste konden aanpakken. Nou, er stond uiteindelijk een hele batterij fotografen. Er was een fragment live te zien op tv. Ik merkte dat ik dat leuk vond. Ik dacht: ik ben Dries Roelvink en dat moet allemaal naar buiten om nog veel bekender te worden.”

Waar komt die drive om gezien te worden vandaan?

“Uit mijn jeugd misschien? We woonden hier niet ver vandaan. Op de Ruysdaelkade, boven de hoertjes. Ik liep hier aan de overkant van het water weleens met mijn vriendjes. Dan zag ik hier in het hotel mensen in mooie kleren zitten. Je voelde aan alles: daar komen de rijken. Ik keek er enorm tegenop.”

“Mijn vader was juist een grijze muis, wilde altijd op de achtergrond blijven. Ik geef je een voorbeeld. Als we met de jeugd van voetbalclub DWS naar een uitwedstrijd reden, zat ik bij hem in de auto. Elke keer weer ging hij achter aan het rijtje met andere vaders rijden. Terwijl ik dacht: kom op, geef eens gas, rij vooraan, dan zien de mensen ons. Maar dat deed hij nooit.”

U wilde zich tegen hem afzetten?

“Dat denk ik wel, ja. Mijn vader stemde CPN, op de communisten. Toen ik voor het eerst ging stemmen, legde hij me precies uit welk vakje ik moest inkleuren, dat van Marcus Bakker. En dat heb ik drie keer gedaan zonder enig benul wie dat was. Later heeft mijn vader het me kwalijk genomen dat ik VVD stemde. ‘Je komt uit een arbeidersgezin. Hoe kun je dat nou doen?’ Nou, omdat ik bij de Stemwijzer elke keer bij die partij uitkom.”

“Nog zoiets: mijn ouders gingen elk jaar twee keer uit eten. Eén keer in de winter en één keer in de zomer. En altijd bij dezelfde twee restaurants. Ik zit tegenwoordig drie, vier keer per week in restaurants en dan ook niet van het goedkoopste soort. Dat is toch een ander leven.”

Wat vond uw vader ervan dat u ging ­zingen?

“In het begin was hij heel sceptisch. Mijn vader was naast zijn werk in de bouw ook voetbaltrainer. Ik moest en zou dus voetballer worden, vond hij. Later is dat helemaal omgedraaid, hoor. Toen ik in Carré optrad, kreeg ik een staande ovatie. Er was er maar één die niet opstond: mijn vader. Die zat zo te snikken dat hij niet overeind kon komen.”

U werd wel eerst voetballer. U stond drie jaar onder contract bij FC Amsterdam. Was dat om uw vader te plezieren?

“Ik had gewoonweg geen mogelijkheid aan het voetbal te ontkomen. Als mijn vader thuiskwam, legde hij een bal voor m’n neus en ging hij op z’n knieën voor me zitten: ‘Ik ben de keeper en jij moet schieten: eerst met links, dan met rechts.’ ­Zingen is geen moment gedwongen geweest, dat kwam uit mezelf.”

U had de mogelijkheid echt iets van het voetbal te maken, schrijft u. Maar al gauw raakte u uw interesse kwijt.

“Mijn vader geeft daar twee kroegvrienden van me de schuld van. Die lieten me iets zien wat ik als 19-jarige nog amper kende: het Amsterdamse nachtleven. Natuurlijk, die jongens zeiden om een uur of drie weleens: ‘Moet jij morgen eigenlijk niet voetballen?’ Maar dan was ik al zo met drank en meiden bezig dat ik niet luisterde. Tonny Bruins Slot, later werd hij nog assistent van Cruijff bij Barcelona, was mijn trainer. Hij moet me op een van die avonden in bar La Bouteille hebben gezien. Ik vond ’s nachts een briefje onder de ruitenwisser: ‘Je zit morgen tegen AZ op de bank. Je begrijpt wel waarom.’ Dat was eigenlijk het begin van het einde.”

Heeft u er spijt van?

“Ik had het een kans moeten geven tot mijn 25ste, denk ik nu. Gewoon om te kijken: waar kom je nou terecht? Ik had nog maar drie keer ingevallen in het eerste. Het moest nog allemaal beginnen. Ik had een gemiddelde eredivisiespeler kunnen worden, denk ik nu. Niveau FC Utrecht misschien. Maar dan had ik ervoor moeten leven. Geen drank-en-vrouwen-gedoe meer. Dat deed ik pas toen ik op mijn 21ste ineens vader was. Maar toen was al duidelijk dat mijn contract bij FC Amsterdam niet werd verlengd.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Wanneer begon die drang naar bekendheid?

“Het ging eigenlijk vanzelf. Ik had een soundmixertje waarmee ik bij ons in de kamer stond te zingen. Mijn moeder, die levensliedzangeres was geweest, gaf me tips. Wat later werkte ik als portier in bar West End. Daar dorst ik na een tijdje ook achter de bar te zingen. Op een gegeven moment belde de eigenaar van een camping naast die waar ik altijd met mijn ouders stond. Wat een optreden kostte, vroeg hij. Ik wist wat René Froger vroeg en ging op de helft zitten. Ik droomde niet van grote zalen, ik begon gewoon. Ineens had ik geld in m’n zak. Dat beviel me wel.”

In 1992 verzorgde u het muzikale programma van het feest in het Marriott Hotel ter ere van Willem Holleeder en Cor van Hout. Zij kwamen vrij nadat ze hun straf hadden uitgezeten voor de Heinekenontvoering. Toen u werd gevraagd, zei u onmiddellijk ja. U regelde ook collega’s Ben Cramer en Donna Lynton. Hoe kijkt u daarop terug?

“Dat was een heel andere tijd, hè. Over die ontvoering hoorde je in de kroeg soms met enig respect spreken. Ze hadden die Heineken alleen in een hotelkamer moeten vasthouden in plaats van een loods, werd er dan gezegd. Ik vond toen: de jongens hebben hun straf uitgezeten en zijn weer thuis. Ik zag er geen probleem in toen mijn kennis Rob Grifhorst, voor wie ik vaker optrad, me benaderde.”

In de krant stond dat u van het losgeld zou zijn betaald.

“Dat klopte niet, want Rob bood Holleeder en Van Hout alles aan. Hij heeft mij ook netjes betaald.”

Grifhorst werd ook enige tijd verdacht van betrokkenheid bij de ontvoering. Heeft u nooit gedacht: optreden voor kidnappers gaat me te ver?

“Ik heb er toen niet bij stilgestaan dat ze die man wel echt iets vreselijks hebben aangedaan. Ik kende die twee al zo lang. Cor en Willem kwamen bij dezelfde sportschool en ik zag ze geregeld in café Arie op de Westerstraat. Ik heb toen geen moment getwijfeld. Maar nogmaals: van liquidaties en zo had niemand toen nog gehoord. En nog steeds ga ik bij een optreden niet aan iedereen vragen hoe ze aan hun dure ­Mercedes komen.”

Van een afstand lijkt uw loopbaan er eentje van knokken, steeds net onder de top. Ervaart u dat ook zo?

“Ik heb altijd van single naar single geleefd. Elke keer nam ik die nummers op omdat iemand anders zei: ‘Dit is hem.’ In eerste instantie dacht ik dan meestal: dit is mijn muziek niet, maar liet ik me overhalen en zag ik daarna in de feesttenten dat die liedjes wel werkten. Zo heb ik wel ­twintig van die nummers opgenomen.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

“En ik zeg je eerlijk: zo gaat het nog steeds. Mijn laatste liedje heet Bella Ciao. Is dat nou muziek die mij echt aanspreekt? Nee. Maar het werkt in de zalen in het land ontzettend goed. Er wordt gezwaaid met servetten, de boel ontploft.”

U sprak eerder over ‘de herpositionering van Dries Roelvink’. Hoe staat het daarmee?

“Dat zei de voormalige manager van René Froger toen ik net met die radio­columns bij Sven was begonnen. ‘Nu kun je die zwembroek, die film en die imagoschade wegpoetsen.’ Nou, uiteindelijk heb ik zevenhonderd van die columns gedaan. En inderdaad: iedereen begon op straat over die columns, nooit meer over de zwembroek. Dus het heeft gewerkt.”

En muzikaal?

“Dat lukt gewoon niet. De muziek die ik mooi vind, zet ik op een cd of zing ik tijdens een dinnershow. Maar verder heb ik me erbij neergelegd dat mensen van Dries Roelvink verwachten dat hij de boel komt opzwepen. Dat imago is ergens jammer, maar door de reactie van het publiek, door het feest, krijg je ook adrenaline en ga je ook met een tevreden gevoel naar huis.”

Heeft u dat imago ook niet over zichzelf afgeroepen door op televisie te gaan boksen tegen Emile Ratelband of reclame te maken in die gele zwemslip? Waarom deed u dat soort dingen?

“Bij die zwembroek ging het om een bedrag waarvan ik dacht: dat kun je niet laten lopen, Dries. 70.000 euro was dat. En je moet ook rekenen: het was een spotje voor de ANWB dat een paar weken zou lopen. Ik heb nooit gedacht het daar zoveel later nog over te hebben. Ik weet nog dat mijn manager en ik hier op deze plek naar elkaar zaten te kijken toen die mensen van het reclamebureau weg waren: 70.000 euro! We waren blij!”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Nu nog steeds?

“Daar heb ik vaak over nagedacht. Die zwembroek heeft me schade opgeleverd, maar op een of andere manier ook op de kaart gezet. Mensen gingen me minder serieus nemen, maar ik ben wel in de aandacht gebleven. De agenda bleef vol. De boekingen stromen binnen. Omdat je nog steeds voor een relatief laag bedrag Dries Roelvink op je feest kunt hebben. Mijn gage ligt op 2000 euro in een zaal tot 150 mensen en 2750 euro daarboven. Dan heb je toch een van de bekendste artiesten van Nederland binnen. Frans Duijts en Wolter Kroes, die toch een beetje in dezelfde klasse zitten, zijn bijna twee keer zo duur.”

“Er gebeurde vroeger vaak hetzelfde. Dan kwam ik bij de eigenaar van zo’n feestzaal in pakweg Egmond. Die zei dan: ‘Ik weet niet wat je gaat zingen, maar ik heb zoveel over je gelezen en op televisie gezien dat ik dacht: die man moet ik in mijn zaak hebben.’ En dan was het aan mij om in een half uur te bewijzen dat dat geen verkeerde gok was. En dat lukte bijna altijd.”

In het boek staat dat u zich al 35 jaar bij iedere beslissing afvraagt: wat zou Dries Roelvink nu doen? Dat klinkt een beetje schizofreen.

“Het jongetje dat hier met een voetbal door De Pijp liep, is een soort mediapersoonlijkheid geworden. Ik stap steeds in die rol van Dries Roelvink, snap je? En die stelt zich steeds de vraag: wat zou men hiervan vinden? Ik heb toch steeds een soort bevestiging nodig. Misschien geef ik je daarom aan het begin van het gesprek die cd. Omdat ik toch wil weten of jij dat goed gedaan vindt.”

Is er ooit genoeg bevestiging?

“Nee. Ik blijf me dat soort dingen maar afvragen.”

Wat zou een psycholoog daarvan maken, denkt u?

“Ik weet het niet. Er zal vast nog ergens onzekerheid zitten. Misschien komt dat door mijn jeugd: ik heb geen opleiding, alleen lagere school, het voetbal lukte net niet. De eerste twintig jaar van mijn zangcarrière was ik toch ergens bang dat er morgen niemand meer zou bellen voor een optreden. Maar die angst is wel voorbij, hoor. Ik zou voor die onzekerheid ook niet naar een psycholoog gaan, want ik lijd er niet onder. Ik heb een prettig leven en voel me compleet gelukkig. En ik weet wat ik zeg, want ik heb in 2005 een depressie gehad.”

Die kwam niet lang nadat u op de beurs bijna een half miljoen euro verloor en een echtscheiding doormaakte. In die periode moest u vaak aan uw eigen dood denken.

“Die gedachtes heb ik nog steeds, maar toen gingen ze de hele dag door. Ik heb er al met verschillende psychologen over gesproken. Laatst zelfs nog met Kees van der Staaij van de SGP. Die had gehoord hoe ik erover dacht. Kreeg ik een uitnodiging om langs te komen in Den Haag. Hij gelooft dat er met de dood iets nieuws begint. Was een prima gesprek, maar hij kon me niet overtuigen. Het houdt straks gewoon op. En dan is er miljoenen jaren niets. Daar word ik niet vrolijk van.”

“Zolang ik lekker bezig blijf en dingen doe waarmee ik gelukshormonen aanmaak, kan ik die valkuil omzeilen. Maar als die leuke dingen wegvallen, bestaat er een kans dat ik weer depressief raak.”

Het is dus zaak dat uw agenda vol blijft?

“Ja. Ik moet zingen, ik moet schrijven, ik moet op tv, ik moet sporten, ik moet een nieuwe cd maken. Ik moet gewoon lekker Dries Roelvink zijn.”

Dries Roelvink: Dries. Xander Uitgevers, 20 euro.

null Beeld

Andries Peter (Dries) Roelvink

1 januari 1959, Amsterdam

1965-1971 Ruysdaelschool
1978 Tekent contract bij FC Amsterdam
1985 Wint talentenjacht café Shorts of London
1996 Optreden Carré
2005 Realityserie Ik ben Dries op AT5
2007 Reclamespotje ANWB (in gele zwembroek)
2007 Deelname Sterren dansen op het ijs
2008 Film I love Dries
2011 Nummer 1-hit Alleen door jou
2013 Boek Toverballen
2015 Realityserie De Roelvinkjes op RTL 5
2018-2020 Dagelijkse radiocolumn 1 op 1, op NPO Radio 1
2018 Optreden Paradiso
2021 Autobiografie Dries

Dries Roelvink woont in Oud-Zuid en is getrouwd met Honoria. Hij heeft drie kinderen uit twee ­eerdere relaties.