PlusInterview

Dorenda van Dijken, oprichter eerste overgangspoli: ‘Meer sporten, minder alcohol en stop met roken’

Dorenda van Dijken: ‘Ik ken vrouwen die een toyboy erbij nemen; de overgang is in alle opzichten een ommekeer.’ Beeld Nosh Neneh
Dorenda van Dijken: ‘Ik ken vrouwen die een toyboy erbij nemen; de overgang is in alle opzichten een ommekeer.’Beeld Nosh Neneh

Vrouwen lopen vaak onnodig jarenlang met ernstige overgangsklachten rond. Schaamte is een belangrijke reden, zegt Dorenda van Dijken (63), gynaecoloog in de overgangspolikliniek van het OLVG, de eerste in Nederland. ‘Op het werk verdoezelen ze hun klachten.’

Malika Sevil

Toen gynaecoloog Dorenda van Dijken in haar spreekkamer een poster ophing met een verzameling vulva’s – de Poezenposter – vonden sommige collega’s het behalve ‘typisch Dorenda’ ook best raar. Niet dat Van Dijken zich daar iets van aantrok. Die poster hangt daar gewoon en ze heeft er elke dag profijt van. Vergelijk het maar met een aardrijkskundeleraar die een kaart van Europa in het lokaal heeft hangen. Het geeft meteen een goed beeld en je kan er dingen op aanwijzen.

De poster heeft zich in één klap terugverdiend toen Van Dijken op de poli een meisje van een jaar of tien kreeg dat besneden was. “Ze dacht dat ze er abnormaal uitzag en wilde mijn oordeel. Midden in het gesprek vroeg ze: ‘Mag ik eens naar die poster kijken?’ Toen zijn we er samen voor gaan staan. Vrouwenbesnijdenis, daar draait je maag van om. En dan staat daar zo’n klein meisje dat wil weten hoe ernstig ze verminkt is. Ik zag dat er bij haar niet veel was weggehaald; er was wel een randje van de schaamlippen af. Ik heb haar in de spiegel naar zichzelf laten kijken. Toen zei ze: ‘En nu wil ik zien wie op de foto het net zo heeft als ik.’ Uiteindelijk huppelde ze de spreekkamer uit. Dat meisje realiseerde zich op dat moment dat ze normaal is. Dan heb ik een topdag.”

Van Dijken zit in haar werkkamer in haar woning in Amsterdam-Zuid. De kinderen – twee biologisch, twee bonus – zijn inmiddels volwassen en het huis uit. Echtgenoot Jan Aker (60, zzp recruiter-headhunter) zit beneden te werken. Overigens schrok laatstgenoemde zich een ongeluk toen Van Dijken hem voor het eerst de vulvaposter liet zien. “Hij zei: ‘Die komt hier toch niet op de wc te hangen, hè?’ De stiefzoon heeft de gynaecoloog in huis ook al eens verzocht of het medische boek met vulvaire afwijkingen, dat steevast op de eettafel lag, ‘misschien een plekje in de werkkamer kon krijgen’.

Ze zit hoog in haar energie – ‘Mensen vragen soms of ik adhd heb’ – en ze kan vol enthousiasme vertellen over een onderwerp waar veel mensen met een boog omheen gaan: de overgang. Ze is initiatiefnemer van de eerste multidisciplinaire polikliniek voor overgangsklachten in het OLVG, waar verschillende specialisten nauw samenwerken om vrouwen met klachten te helpen. Maar ze is ook een aanspreekpunt voor vrouwen en meisjes na een besnijdenis, vrouwen die na een bevalling verkeerd zijn gehecht en vrouwen met ziektes in de schaamstreek, zoals bijvoorbeeld ernstige huidaandoeningen of kanker.

We gaan het over de overgang hebben.

“Ja, heel graag.”

Nu zijn er vast lezers die aan hun ontbijt zitten en denken: bah, de overgang, volgende stuk. Waarom doen ze er goed aan toch door te lezen?

“Het is geen sexy onderwerp, nee, de overgang. Maar het gaat over onze moeders, dochters en zusters. Het gaat over vrouwengezondheid. Dat raakt gezinnen, maar ook je collega’s. Er verandert echt heel veel in je lijf. Natuurlijk zijn er vrouwen die fluitend door de overgang gaan – zo’n 20 procent – maar er is ook een groep die heel veel klachten heeft, en dat gaat veel verder dan wat opvliegers.”

“Tijdens de overgang stopt de aanmaak van het hormoon oestrogeen, waardoor een vrouw meer risico loopt op klachten zoals zweetaanvallen, stemmingswisselingen, vermoeidheid en op de lange termijn botontkalking en hart- en vaataandoeningen. Circa 120 jaar geleden werden vrouwen gemiddeld 48 jaar oud. Toen bestond de overgang bij wijze van spreken niet. Maar de generaties na ons leven straks na de overgang langer dan voor de overgang. Dus we moeten er iets mee.”

Hoort het er niet gewoon bij?

“Nee, dat hoor je vaak: ‘Het hoort erbij.’ Je moet vooral niet zeuren, gewoon doorgaan, het gaat vanzelf over. Maar dáár wil ik vanaf. We moeten ernaartoe dat de overgang wel degelijk een impact kan hebben op je leven.”

Waarom is dat belangrijk?

“We zien vrouwen op de poli die tien, soms wel vijftien jaar met klachten rondlopen. Dat zijn verloren jaren geweest, want we hadden ze al veel eerder kunnen helpen. Er is nog veel schaamte rond het onderwerp. Vrouwen verdoezelen hun klachten op het werk. Vestjes uit, raam open zetten bij een opvlieger, even naar de wc om bij te komen. Vrouwen zullen dat zeker niet openlijk bespreken, al helemaal niet in een mannenwereld.”

GroenLinks heeft een motie ingediend om het taboe op de overgang tegen te gaan, ook omdat de overgang een belangrijke aanjager is van uitval van vrouwen op het werk. Herkent u dat?

“Op de arbeidsmarkt gaan zeker uren verloren. We weten uit Nederlands onderzoek dat bij vrouwen tussen de veertig en zestig jaar de kans op arbeidsverzuim zes tot acht keer hoger is door overgangsklachten. Tegelijkertijd is er weinig kennis bij werkgevers en weinig aandacht bij bedrijfsartsen. Uit onderzoek van het Amsterdam UMC blijkt dat hoogopgeleide vrouwen vaak hun overgangsklachten gaan compenseren. Ze gaan harder werken. Dus als ze hun werk overdag niet afkrijgen door klachten of concentratieproblemen, gaan ze dat in hun vrije uren inhalen. Dat houd je niet vol. Dan ligt een burn-out op de loer.”

“Bij laagopgeleide vrouwen – een rotterm vind ik dat – zie je juist vaker dat ze een paar dagen verzuimen om bij te tanken. We willen het glazen plafond doorbreken; meer vrouwen in hogere posities. Maar wanneer bereik je de top? Tussen je veertigste en je zestigste. Hoe kunnen wij het glazen plafond doorbreken als we vrouwen met klachten niet gaan helpen? En er zijn echt oplossingen.”

Ik wil het straks graag over de oplossingen hebben. Maar allereerst: wat komt u tegen in uw spreekkamer?

“We zien bij ons op de poli vooral vrouwen met stemmings- en depressieve klachten. Dat kan heel ver gaan. Tot aan suïcidale gedachten aan toe. Twee van onze patiënten hebben gezegd: ‘Als ik niet bij jullie had aangeklopt, weet ik niet of ik er nog wel was geweest.’ Een patiënt zei: ‘Als er een vrachtwagen aankwam, dacht ik: één rukje aan het stuur en ik ben er vanaf.’ Deze vrouwen krijgen behalve een behandeling van de psychiater van onze overgangspoli, ook hormonen voorgeschreven door de gynaecoloog – waarmee natuurlijk niet het hele probleem wordt oplost, maar deze vrouwen hebben wel weer zin om leuke dingen te doen.”

“Slaapproblemen zijn ook een serieus probleem. Ga maar na: als jij het de hele dag alleen maar warm hebt en al weken of maanden amper slaapt, gaat het niet goed met je. Overgangsklachten, opvliegers en nachtzweten kunnen bij vrouwen ook voor een hartinfarct zorgen. Hart- en vaatziekten zijn nog steeds doodsoorzaak nummer één voor vrouwen. Daar zijn we onvoldoende alert op.”

Begint de overgang altijd met opvliegers?

“Dat hoeft niet. Nachtzweten en opvliegers zijn de typische overgangsklachten, maar het begint er vaak mee dat vrouwen merken dat er iets in hun lijf verandert. Dat ze minder lekker in hun vel zitten, dat hun cyclus verandert, dat ze minder goed slapen en een korter lontje hebben. Ook komen vrouwen in gewicht aan. Door de overgang verandert de stofwisseling. Je hebt minder calorieën nodig en je spiermassa neemt af. Dus als je vroeger op gewicht kon blijven door drie keer per dag met de hond te wandelen, werkt dat nu niet meer. Ik zeg altijd heel flauw: ‘We veranderen allemaal van een peer in een appel.’ De taille verdwijnt, je krijgt meer buikvet. We horen dagelijks: ik herken mezelf niet meer.”

Hoe kan het dat de een er fluitend doorheen fietst en de ander in een depressie belandt?

“Raar, hè. De één gaat erop stuk en de ander zegt: appeltje-eitje. Het heeft waarschijnlijk te maken met de gevoeligheid die je hebt voor hormoonschommelingen. Ik vertelde net al dat de eierstokken rondom de overgang stoppen met het maken van oestrogeen. Daar blijft het niet bij, want dat hormoon bedient ook de ‘boodschapperstofjes’ in de hersenen, zoals serotonine en dopamine. Als daar dingen verschuiven, kan het misgaan. Ik stel het me altijd zo voor: deze vrouwen lopen op een dun richeltje. Zolang de hormonen stabiel zijn, kunnen ze zichzelf redelijk hanteren in de balans draagkracht en draaglast. Maar wanneer die hormonen gaan veranderen, lazeren ze van het richeltje af.”

null Beeld Nosh Neneh
Beeld Nosh Neneh

Ik merk dat ik een drempel voel om erover te beginnen, maar hoe was uw eigen overgang?

“O, nee hoor, dat wordt mij heel vaak gevraagd. Of patiënten vragen: hoe blijft u toch zo slank? Ik heb van jongs af aan al een longziekte, waardoor heel veel energie in het ademhalen gaat zitten. Ik zal dus nooit een maat 42 worden. Maar goed, ik behoor zelf tot de 20 procent die er geen last van had. Ik heb tien jaar geleden wel vermoeidheidsklachten gehad, maar dat was in een periode dat het ook onrustig was. Mijn zusje is in die tijd aan borstkanker overleden.”

“De meeste last had ik van hevige bloedingen. Ik stond op een gegeven moment te opereren, toen een verpleegkundige zei: ‘Hé, Dorenda, je moet niet zo knoeien, joh.’ Maar toen bleek het dus mijn eigen bloed te zijn; mijn klompen stonden echt in een plas. Ik had het helemaal niet gevoeld, want ik was geconcentreerd bezig, maar ik dacht: nee, wat erg! Heel ongemakkelijk. Ik heb daarna een hormoonspiraal genomen: nooit meer bloedingsklachten gehad.”

Kun je vooraf al een beetje voorspellen tot welke groep je gaat behoren, die mét of zonder overgangsklachten?

“Je ziet wel vaak dat het iets is in families. Dus als jouw moeder veel overgangsklachten had, is de kans wat groter dat jij die ook gaat krijgen. Verder hebben vrouwen die veel last hebben van het premenstrueel syndroom (PMS) een hoger risico. Dat zijn vrouwen die voordat ze ongesteld worden stemmingsklachten hebben. Vrouwen die een postnatale depressie hebben gehad behoren tot de risicogroep, maar ook vrouwen met adhd en add of een autismespectrumstoornis. Dat zijn vrouwen die heel gevoelig zijn voor de hormoonschommelingen. En als je ooit een depressie hebt gehad, is de kans dat je een depressie krijgt in de overgang twee tot vier keer zo groot. Vrouwen moeten daar wel op voorbereid zijn.”

Hoe dan?

“Ken je risicofactoren. Om een ­voorbeeld te noemen: juist heel slanke vrouwen – die maatjes 34 – vormen een risicogroep voor botontkalking en hart- en vaatziekten. Dat heeft een reden. Je ziet dat als de eierstokken geen oestrogeen meer aanmaken, de bijnieren dat een beetje gaan doen. Oestrogeen wordt dan opgeslagen in het vetweefsel. Maar als je geen vetweefsel hebt, ben je dus in het nadeel. Na de menopauze, de laatste keer dat een vrouw ongesteld is, krijgt een derde van de vrouwen een verhoogde bloeddruk en twee derde een verhoogd cholesterol. Maar je kan daar wel op voorsorteren, liefst vanaf je veertigste: ga meer sporten, verminder het alcoholgebruik en stop met roken. Ik sta soms versteld van hoe frequent vrouwen alcohol drinken. Door alcohol slaap je slechter en het is een enorme calorieënbom. In mijn adviezen zet ik vaak als eerst een streep door de alcohol. Dat zijn ongezellige gesprekken, hoor, maar het werkt wel. Met een gezondere leefstijl heb je minder last van de overgang.”

U behandelt ook met hormoontherapie. Daar is veel discussie over geweest. Staat u vierkant achter de therapie?

“Ja, want voor gezonde vrouwen heeft het meer voor- dan nadelen. Hormonen kunnen helpen tegen opvliegers en zweten, maar ook tegen botontkalking. Als vrouwen al voor hun 45ste in de overgang komen, helpt het zelfs tegen dementie en hart- en vaatziekten. De therapie heeft echter wel een imagoprobleem. Dat komt door een Amerikaans onderzoek uit 2002, waarbij de therapie ook aan veel oudere vrouwen werd gegeven. Ze behandelden toen wel met andere producten, waaronder een type progestageen dat een hoger risico op borstkanker gaf. Per 1200 deelnemers aan het onderzoek was er één vrouw met borstkanker. In de media kwam het bericht naar buiten dat hormoontherapie 26 keer meer kans op borstkanker gaf. Dat cijfer klopte niet, maar dat nieuws sloeg in als een bom. Alle hormoontherapie is toen gestopt en wij hebben bijna twintig jaar later in Nederland nog steeds last van deze beeldvorming.”

Het beeld is nu: hormoontherapie moet je niet doen, daar krijg je borstkanker van.

“Ja, maar dat is dus niet zo. We werken nu met veilige types progestageen, met natuurlijke in plaats van synthetische oestrogenen. Dat alles in lagere doseringen en voor kortere duur. We weten dus ook dat voor vrouwen onder de vijftig er geen verhoogd risico is en dat je boven de vijftig moet kijken naar het type middel wat je voorschrijft, en voor hoe lang. Er zijn veel striktere regels. Als je je aan die regels houdt, is hormoontherapie hartstikke veilig.”

In Nederland krijgt nu vijf procent van de vrouwen in de overgang hormoontherapie. Zou een grotere groep er baat bij hebben volgens u?

“Ja, in Nederland lopen wij echt achter. In sommige landen om ons heen krijgt wel 35 tot 40 procent van de vrouwen hormoontherapie.”

Wie komt voor hormoontherapie in aanmerking?

“Jonge vrouwen onder de veertig jaar in de overgang – we zien zelfs vrouwen van nog maar achttien of negentien jaar. Of als een vrouw in de natuurlijke overgang door hinderlijke klachten niet meer goed kan functioneren, hetzij in haar werk, hetzij privé. Maar dat is bij elke vrouw anders. We hebben vrouwen die twee opvliegers per uur hebben en niks meer kunnen, en vrouwen die er tien per uur hebben en zeggen: ik doe mijn vest uit, gooi het raam open en dan is het oké.”

De Poezenposter – collega’s vinden het ‘typisch Dorenda’, maar ook best raar.  Beeld Nosh Neneh
De Poezenposter – collega’s vinden het ‘typisch Dorenda’, maar ook best raar.Beeld Nosh Neneh

U draait ook de Vulvapoli voor vrouwen met vaginale ziektes en aandoeningen. Nu zijn er vrouwen die naar de plastisch chirurg gaan om hun schaamlippen te designen. Krijgt u weleens dergelijke verzoeken?

“Ja, soms. Het lijkt wel vaker voor te komen sinds vrouwen zich scheren, want tegenwoordig zie je beter wat er zit. Dan zeggen ze: ‘Mijn vriend vindt het niet mooi.’ We doen wel plastische correcties, bijvoorbeeld wanneer iemand na een bevalling niet goed is gehecht, maar we zijn er niet ‘voor de mooi’. Die correcties voeren we dus niet uit. Bovendien benadrukken onze seksuologen juist dat er veel natuurlijke varianten zijn. En daar is niks mis mee. Op momenten dat ik zo’n correctieverzoek krijg, wijs ik naar de Poezenposter met al die vulva’s. Daarop kunnen vrouwen zien dat iedereen er weer anders uitziet. Dat helpt dus wel.”

“Dat neemt trouwens niet weg dat echt grote schaamlippen hinderlijk kunnen zijn. Soms zie ik vrouwen uit het kleedhokje komen en dan zie ik enorme schaamlippen hangen. Dan denk ik: ik kan me heel goed voorstellen dat je daar last van hebt. Ik heb ook weleens meisjes gehad die aan één kant een heel lange sliert hadden. Een schaamlip, maar dan met een lange flieber eraan. Die haal ik er met liefde af.”

Hoe kan een schaamlip een lange flieber worden?

“Dat weet ik ook niet zo goed. Er hangt geen kaartje bij.”

Ik wil het ook nog even over seks hebben.

“Graag. Het gaat op de poli ook vaak over seks.”

Wat is er van waar van het idee dat vrouwen in de overgang geen zin meer hebben?

“Dat is een fabel. Kijk, als je heel veel klachten hebt, dan staat seks onder aan je lijstje, dat snap ik heel goed. Maar je zin en opwinding veranderen niet door de overgang. Als je bij die vrouwen doorvraagt, blijkt dat de seks al een tijdje niet zo goed ging en dan is de overgang de laatste nekslag.”

“Maar het goede nieuws: we zien ook heel veel vrouwen die juist betere seks hebben na de overgang. Ze zeggen: ik hoef niet meer bang te zijn dat het bed onder het menstruatiebloed zit, we kunnen vrijen op alle momenten van de dag, want de kinderen zijn het huis uit, ik ken mijn partner al dertig jaar, dus ik kan heel goed zeggen wat ik wel of niet plezierig vind. De doorbloeding in dat gebied neemt wel iets af, maar dat geldt voor mannen ook. Het kost wat meer tijd. Nou, prima.”

Zijn er ook vrouwen die opbloeien in de overgang?

“Die vrouwen zie ik ook! Dat is ook mooi aan de overgang. Er zijn ook heel veel vrouwen die zeggen: ‘Ik heb altijd gezorgd. Dat is klaar. En nou ben ik eens aan de beurt.’ Sommige vrouwen zeggen hun baan op, beginnen hun eigen bedrijf of aan een studie die ze altijd al wilden volgen. Vrouwen die hun vent, die ze al jaren vervelend vonden, eindelijk verlaten. Ik ken ook vrouwen die een toyboy erbij nemen; de overgang is in alle opzichten een ommekeer.”

Dorenda van Dijken (r) met haar tien jaar geleden overleden zusje Katinka. Beeld
Dorenda van Dijken (r) met haar tien jaar geleden overleden zusje Katinka.

Dorenda Karin Edith van Dijken

19 juli 1958, Amsterdam

1964-1970
Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind, Amsterdam-Zuid

1970-1977
Montessori Lyceum Amsterdam

1977-1988
Studie geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, daarna arts-assistent niet in opleiding gynaecologie & verloskunde.

1988-1994
Opleiding tot gynaecoloog AMC en Medisch Centrum Alkmaar

1994-heden
Gynaecoloog Andreas Ziekenhuis – het latere Sint Lucas Andreas Ziekenhuis, nu OLVG (West)

Heden
Van Dijken is voorzitter van de Dutch Menopause Society NVOG, oprichter en voorzitter van de Multidisciplinaire Overgangs Problematiek Poli (MOPP) van het OLVG. Ze doceert, adviseert en schrijft richtlijnen. Ook is ze als deskundige betrokken bij het GGD-project voor slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking. Met cardioloog Janneke Wittekoek schreef ze in 2020 het boek Hart & hormonen.

Dorenda van Dijken woont met Jan Aker samen in Zuid.