PlusExclusief

Donald Pols, directeur van Milieudefensie, wil multinationals aanpakken: ‘Fatalisme is dodelijk’

Donald Pols: 'De ceo van Tata Steel zei: de Shell-zaak heeft alles veranderd.'  Beeld Nosh Neneh
Donald Pols: 'De ceo van Tata Steel zei: de Shell-zaak heeft alles veranderd.'Beeld Nosh Neneh

Het klimaatprobleem is niet op te lossen met louter een gedragsverandering, zegt Donald Pols (49), directeur van Milieudefensie. Elektrische auto’s en zonnepanelen helpen, maar het gaat om de grote multinationals. Shell is in de rechtszaal aangepakt, nu de rest nog. ‘De overheid ontziet de grootste vervuilers.’

Marcel Wiegman

Op Antarctica is het 40 graden warmer dan normaal. Als je al twintig jaar meedraait, zegt Donald Pols, directeur van Milieudefensie, zijn er niet zo heel veel dingen meer die je verbazen. Hooguit dat je al twintig jaar dezelfde alarmerende rapporten leest en dat nog steeds het percentage CO2 in de lucht blijft stijgen.

Hij neemt ontspannen een slokje van zijn gemberthee. De panda, het knuffelbeertje van het Wereld Natuur Fonds, dat vindt Pols nou een interessant verschijnsel. Op filosofisch niveau dan. “Zonder menselijk ingrijpen zou het beest niet overleven.”

Panda’s hebben niet eens zin om zichzelf voort te planten.

“Zij zijn een symbool van het tijdvak waarin wij leven: het antropoceen, waarin er nog maar nauwelijks natuur bestaat die buiten de menselijke controle staat. De panda drukt ons met onze neus op de enorme verantwoordelijkheid die wij als mensheid hebben om de natuur in stand te houden.”

Je kunt ook zeggen: aan die panda gaat niets verloren.

“Dat kun je ook zeggen, ja. Het is nog een agressief rotbeest ook. Maar daar gaat het niet om: we zitten in een situatie dat we voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid als mensen moeten nadenken over het voortbestaan van dieren, over het voortbestaan van de natuur en de wereld. In de middeleeuwen zeiden ze: daar gaan wij niet over, dat bepaalt God of de natuur.”

En nu spelen we zelf voor God?

“Wij moeten onszelf existentiële vragen stellen. Dat is de situatie waarin wij onszelf hebben gebracht door telkens weer in te grijpen in de natuur. Wij moeten nu zelf nadenken over het wezen van het voort­bestaan van de mensheid en de wereld. De vraag is: kunnen wij dat aan?”

Het hele land heeft hem kunnen zien, vorig jaar voor de rechtbank in Den Haag. Een lange man in pak, uitzinnig juichend, met een gleufhoed op zijn hoofd en een rugzakje op zijn rug. Hij had het voor elkaar: olie- en gasbedrijf Shell moet van de rechter zijn CO2-uitstoot met bijna de helft verminderen ten opzichte van 2019. Een wereldprimeur: nooit eerder dwong een rechtbank een groot bedrijf tot actie tegen de uitstoot van broeikasgassen.

In alle onbescheidenheid: “Je kunt zonder vrees voor overdrijving zeggen dat we voor deze uitspraak als mensheid weinig kans maakten om het klimaatprobleem op te lossen. En dat we na de uitspraak een redelijke kans daarop maken. Het kan alleen als we erin slagen de grote multi­nationale bedrijven te reguleren.”

Er is nog weinig veranderd. Shell is in hoger beroep gegaan.

“Er wordt nog gesparteld, ja. Het klimaatprobleem is een kwestie van een ­lange adem. Maar de uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor Shell. De ceo van Tata Steel zei persoonlijk tegen mij dat de zaak alles heeft veranderd. Tata Steel heeft aangekondigd helemaal uit de kolen te stappen. De grootste kolenconsument van Nederland.”

Het OM doet strafrechtelijk onderzoek naar Tata Steel wegens het opzettelijk vervuilen van de bodem, lucht en het oppervlaktewater.

“Tata moet aan de lokale milieunormen voldoen. Daar is geen discussie over. Maar ik zei alleen dat het besluit om van de kolen af te stappen een goed besluit is. Tot de uitspraak tegen Shell zeiden ze: wij gaan gewoon door met kolen.”

U heeft inmiddels de 29 grootste vervuilers een brief gestuurd.

“Shell vond het niet eerlijk dat wij ze als enigen aanpakten. Die kritiek hebben we ter harte genomen.”

Zijn die bedrijven bang voor u?

“Ze weten nu in elk geval dat een ge­brek aan klimaatbeleid consequenties kan hebben. We hebben ze tot deze week de tijd gegeven om met plannen te komen waarin ze laten zien hoe ze gaan voldoen aan de afspraken die in 2015 zijn gemaakt in het klimaatakkoord van Parijs. Een aantal bedrijven is er serieus mee aan de slag gegaan, maar er zijn er ook waar het oorverdovend stil is gebleven. Er komt nu mogelijk nog een brief aan, waarin we alle grote accountants erop wijzen dat zij een juridische verplichting hebben om het klimaatbeleid door te lichten van bedrijven die zij controleren. In de wet staat dat zij hun klanten moeten behoeden voor materiële risico’s.”

En dat risico is dat straks Milieudefensie met een claim op de stoep staat?

“Of dat aandeelhouders zich terug­trekken.”

Bent u niet bang voor verjuridisering van de klimaatdiscussie?

“De rechter is een cruciaal onderdeel van onze democratische rechtsstaat. Als wij nog maar acht jaar de tijd hebben om een mondiale crisis af te wenden, dan is bij mij de enige vraag: wat is effectief binnen de grenzen van de wet?”

Wat denkt u als u actievoerders van Extinction Rebellion de straat ziet blokkeren?

“Dan gaat mijn jonge activistenhart sneller kloppen.”

Had u dan zelf niet liever met een ketting aan een hek willen hangen om te protesteren?

“Dat is het mooie aan onze samen­leving: diversiteit. Ik was nooit echt van…”

Extremer dan een spandoek is het nooit geworden?

“Nee.”

U was vroeger toch kraker?

“Toen ik studeerde in Maastricht. Ik was erg bezig met vragen over hoe de wereld in elkaar moet zitten. Ik zag leegstaande panden als een uitwas van het kapitalisme. Kraken was daar een mooi antwoord op. Ik hield van het gemeenschappelijk leven en het was nog niet verboden. Ik ben voor zichtbaar protest, voor ontregelend protest, maar op het moment dat je de grenzen van de wet overschrijdt, ben je de controle kwijt en weet je niet meer waar het stopt.”

Pols werd geboren in Zuid-Afrika, ergens tussen de dorpjes Swartruggens en Nietverdiend aan de grens met Botswana, niet ver van Pretoria. Een regio die niet voor niets Droë Laeveld heet: droog en uitgestrekt, waar de grasvelden bestaan uit graspollen met heel veel zand ertussen. Zijn wereld was de boerderij van opa. Totdat het stopte met regenen, de koeien stierven en de zaak failliet ging.

De Zevenjarige Droogte.

“Zo werd dat in de volksmond genoemd.”

Het klinkt bijbels.

“De zeven magere jaren. Op het platteland was veel religie. Ik ben ook religieus opgevoed, in de Nederduits gereformeerde kerk. Alles kwam van boven, goed of slecht. Dat is ergens ook wel mooi.”

De natuur van Zuid-Afrika is natuurlijk wel wat anders dan de vijver in het Vondelpark.

“Hoe kun je dat beschrijven... Toen ik in Maastricht studeerde, ging ik een keer met een groep vrienden naar Zuid-Afrika. Ik was een soort reisleider. Een van hen zei: het voelt alsof mijn identiteit oplost in de uitgestrektheid. Dat was voor hem geen positieve ervaring. Hij had het gevoel dat er niets van hem overbleef, dat ervaarde hij als beangstigend. Bij mij gebeurt precies het tegenovergestelde. Je kunt het vergelijken met het gevoel dat je krijgt als je op een alp staat: je kijkt niet alleen uit over de grootsheid, je wordt zelf de grootsheid. Er zit geen begrenzing meer aan je identiteit.”

Je voelt je een beter mens?

“Dat is moralistisch. Je voelt je niet een beter mens, je voelt je meer mens. Ik heb niets met voetbal, maar ik kan me voorstellen dat mensen hetzelfde voelen als ze in een vol stadion zitten. Ineens ben je deel van een groter geheel. Ik kan me herinneren dat ik als kind in Zuid-Afrika het gevoel had dat ik niet ademde, maar werd geademd. Dat het onderscheid tussen de wind en mijn eigen adem oploste.”

'Bij het klimaat ligt het probleem altijd in de toekomst.'  Beeld Nosh Neneh
'Bij het klimaat ligt het probleem altijd in de toekomst.'Beeld Nosh Neneh

“Ik kan niet denken aan die tijd zonder ambivalente gevoelens, zonder het besef dat ik werd bevoorrecht door een systeem dat fundamenteel oneerlijk is. De vrijheid die ik had en het natuurschoon om mij heen waren ongekend, maar als je het muntje omdraait zat er aan de achterkant de apartheid. Dat zal ik altijd met me meedragen: mijn mooiste jaren waren voor andere mensen de naarste van hun leven.”

Wanneer drong dat besef door?

“De eerlijkheid gebiedt te zeggen: pas toen ik op mijn negentiende naar Nederland kwam. Het succes van elk onderdrukkend systeem, of dat nu communisme of apartheid heet, schuilt in het feit dat het mensen conditioneert. Kijk naar Rusland: van alle kanten komt dezelfde boodschap. In de krant, op tv, op school, je krijgt één verhaal: zo zit de wereld in elkaar. In het geval van apartheid was het eenvoudig: er zijn verschillen tussen mensen en die verschillen zijn door God gegeven. Je kunt het nog zien ook: sommige mensen zijn wit en anderen zijn zwart.”

En witte mensen staan boven zwarte mensen.

“Volgens de apartheid was het verschil niet hiërarchisch, maar door God gegeven. Maar in de praktijk was het natuurlijk anders.”

Voelt u zich er nog weleens schuldig over?

“Ja. Ik kon altijd tegen mezelf zeggen: ik was jong. Maar ik zie nu ook jongeren die op hun veertiende klimaatdemon­straties organiseren.”

En dat deed u niet tegen de apartheid?

“Nee, dus dan voel ik me toch… Het is bepalend geweest voor mijn drive om me in te zetten voor een eerlijke samenleving. Ik word in belangrijke mate gedreven door het besef dat ik door een onrechtvaardig systeem voorrechten heb gekregen en dat ik die moet inzetten voor meer rechtvaardigheid.”

Mist u Zuid-Afrika?

“Qua natuur zeker, qua mensen ook. Maar wat ik niet mis is het geweld. Dat was er toen en is er nu. Zuid-Afrika is een van de gevaarlijkste en landen ter wereld, vooral voor vrouwen. Ik probeer er één keer per jaar heen te gaan, ook omdat ik graag wil dat mijn kinderen zien waar hun vader vandaan komt.”

Waarom kwam u naar Nederland?

“Om te studeren.”

In Zuid-Afrika waren ook uitstekende universiteiten.

“Dat is waar.”

U kwam één jaar na de vrijlating van Nelson Mandela, drie jaar voor de formele afschaffing van de apartheid.

“Een tijd van veel politiek geweld. Wij waren inmiddels verhuisd naar een kleinere boerderij bij Pretoria. Een van onze buren werd neergestoken, een ander neergeschoten. Iedereen had gezien wat er was gebeurd na de machtsomwenteling in Zimbabwe. Mijn moeder was bang voor bijltjesdag. Ze zei: in Nederland worden de studies gesubsidieerd. Dat leek me wel een goed idee. Ze zijn zelf ook naar Nederland gekomen.”

U bent dus vluchteling?

“Dat woord zou ik nooit gebruiken. Zeker niet als je ziet wat er in Oekraïne of Syrië gebeurt. Ik kom uit een systeem dat is opgericht om mij als wit persoon te bevoorrechten, ik ben geen Afrikaan die op de vlucht is voor de droogte of oorlog.”

De oorlog in Oekraïne is een energie-­oorlog, zegt Pols. “De oorlogsmachine van Poetin wordt voor het overgrote deel door zijn gas- en olie-inkomsten ge­financierd. Als hij die niet had, was het nooit tot een oorlog gekomen, dan was het gewoon een grensconflict gebleven. Oorlog is misschien wel de meest destructieve menselijke handeling. Oorlog is heel slecht voor het milieu en nog slechter voor mensen.”

“We moeten een laagje dieper gaan. Wij zien klimaatverandering als de oorzaak van onze problemen. Maar wat is de oorzaak van klimaatverandering? Dat is onze afhankelijkheid van fossiele energie. Het is niet alleen de bron van klimaatveran­dering, maar ook van oorlogen en lokale ­vervuiling in landen als Nigeria. Klimaatverandering is niet het probleem, maar een symptoom van het probleem.”

In Groningen willen veel mensen weer gas voor ons gaan pompen.

“Ik heb enorm veel respect voor de ­Groningers, dat ze bereid zijn dit offer te brengen om de oorlog te helpen stoppen. De druk is groot. Er gaan weer kolencentrales open. Of er wordt gezegd dat we vloeibaar gas uit Amerika en Qatar moeten halen. Maar daar los je het echte probleem dus niet mee op: onze afhankelijkheid van fossiele energie. Wij moeten daar heel snel afscheid van nemen.”

Zo kun je nog op een positieve manier kijken naar de oorlog.

“Je kunt nooit op een positieve manier naar oorlog kijken.”

Je kunt hem wel gebruiken.

“Hooguit om het gesprek te starten.”

Eind februari kwam een alarmerend rapport uit van het VN-klimaatpanel IPCC: koralen sterven af, bossen gaan in vlammen op, kusten overstromen en een groot deel van de soorten sterft af. Veel ophef is er niet over geweest.

“Dat was nu eenmaal ons lot. De coronapandemie was nog nauwelijks geluwd of de oorlog in Oekraïne brak uit. Het is een klassieker als het gaat om het klimaat: het probleem ligt altijd in de toekomst. Zo zit onze bedrading als mens in elkaar: als er afstand zit tussen wat we doen en de gevolgen ervan, gaat de kop in het zand. Zeker als we zelf zo’n grote rol spelen bij het veroorzaken van het probleem.”

Wat viel u het meeste op aan het IPCC-­rapport?

“Dat de mensen die het minste aan het klimaatprobleem hebben bijgedragen er het meeste last van krijgen.”

Klimaatverandering is een armoedeprobleem?

“Dat begint in de ontwikkelingslanden, die in Afrika voorop. De mensen daar hebben de kleinste CO2-voetafdruk, maar worden bijvoorbeeld wel geconfronteerd met verdroging en een toename van infectieziekten. Maar ook in de rijke landen zul je zien dat armen als eerste last krijgen van de gevolgen van de opwarming van de aarde.”

Het lijkt me dat de stijging van de zeespiegel ons straks allemaal raakt.

“Dat zeg je nu wel, maar kijk naar Amerika. De slachtoffers van de overstromingen in New Orleans waren degenen zonder geld, de mensen die in de slechtste huizen woonden. In Nederland zijn de dijken het laagst waar de grondwaarden het laagst zijn. Hitte-eilanden vormen zich in de steden op plekken waar het minste groen is. Ook aan de oplossingenkant zie je verschillen. Op dit moment, in dit beschaafde land, groeien een half miljoen kinderen op in slecht geïsoleerde schimmelwoningen, maar het zijn de rijken die als eerste geholpen worden met hun energietransmissie.”

In Amsterdam klagen mensen steen en been over de komst van windmolens.

“Misschien had de gemeente eerst moeten beginnen over de energierekening in plaats van de windmolens meteen tot speerpunt van beleid te verklaren. Maar dat gezegd hebbende: het is de verantwoordelijkheid van elke Amsterdammer om te zoeken naar oplossingen voor het klimaatprobleem, ook die uit de wat gefortuneerde elites. Mensen zijn ook best bereid grote offers te brengen, als ze maar het gevoel hebben dat het eerlijk gaat. Zolang de KLM miljarden steun krijgt en gewoon door mag gaan met wat ze deden, denken ze: waarom moet ik dan een windmolen in mijn achtertuin?”

‘Als je de verantwoordelijkheid voor een mondiaal probleem bij het individu legt, ontzie je de grootste vervuilers.’  Beeld Nosh Neneh
‘Als je de verantwoordelijkheid voor een mondiaal probleem bij het individu legt, ontzie je de grootste vervuilers.’Beeld Nosh Neneh

Hoe vaak wordt u gevraagd wat u zelf doet voor het milieu?

“In elk gesprek, vaak ook op Twitter.”

Irriteert u dat?

“Het maakt me vooral boos. Ik vind het een fundamenteel verkeerde vraag. Het is je recht om het te vragen, maar…”

In het nieuwste IPCC-rapport dat deze week uitkwam staat dat we ons gedrag moeten veranderen.

“Maar ook dat mensen pas echt iets kunnen gaan doen als het systeem dit mogelijk maakt. Als je de verantwoordelijkheid voor een mondiaal probleem bij het individu legt, ontzie je de grootste vervuilers. Als je het milieu een individueel probleem maakt, maak je het ook direct afhankelijk van inkomen. Duurzaamheid kost geld. Je huis isoleren, zonnepanelen op je dak zetten, elektrisch rijden en bio­logisch eten zijn duur. Als je mensen aan de onderkant van de samenleving verwijt dat ze daar niet aan meedoen, geef je ze een trap na. Dan zeg je: arme mensen zijn moreel fout.”

Een beter milieu begint bij jezelf.

“Een verschrikkelijke campagne. Tegenwoordig luidt de overheidsleus: iedereen doet wat. Dat is al even erg. Onze overheid wordt gedomineerd door een neoliberaal perspectief, waarin de problemen worden geïndividualiseerd en de grootste vervuilers worden ontzien.”

Milieu wordt vaak als moreel vraagstuk gezien.

“Dat is het ook, maar je moet er geen individueel moreel vraagstuk van maken. Als morele wezens zijn wij mensen groepswezens. En de overheid is de vertegenwoordiger van ons als groep, als collectief. Die moet dus regels maken tegen de grootste vervuilers. Die moet de grote bedrijven aanspreken.”

Wat moeten we dan met al die mensen die braaf hybride rijden en minder vlees zijn gaan eten?

“Het is prima dat ze dat doen. Ik heb geen auto. Het is iets waarop ik zelf moet reflecteren, maar niet iets waarop ik een ander wil aanspreken.”

U vindt het niet erg: een Land Rover in de straat?

“Ik erger me daar grenzeloos aan, vooral als zo’n auto voor mijn deur staat te luieren. Ik ben ook maar een mens. Het is natuurlijk te gek voor woorden in een land waar nauwelijks een onverharde weg bestaat. Maar het probleem is collectief. En daarom zeg ik: laat de overheid namens ons grenzen stellen aan hoe groot een auto mag zijn.”

Is het milieu een luxeproduct?

“Dat is het gemaakt. Door de overheid. Als je zegt: speerpunt van ons klimaat­beleid is dat we ervoor zorgen dat die half miljoen kinderen niet meer in vochtige en slecht geïsoleerde woningen hoeven te wonen, dan is het opeens geen luxeprobleem meer.”

“Maar laat ik de hand ook eens in eigen boezem steken: onlangs heeft de milieu­beweging meegedaan aan het Nationaal Isolatieplan. Mensen met veel geld gaan daarvan profiteren. Zij krijgen een subsidie als ze hun koophuis isoleren. Een cadeautje eigenlijk, dat het beeld bevestigt dat milieu- en klimaatbeleid iets is voor de ­rijken. Het is niet eens effectief: 10 tot 20 procent van de samenleving heeft er maar baat bij.”

Spreekt hier uw SP-hart?

“Het is tekenend voor deze tijd dat het gezien wordt als een partijpolitiek statement als je zegt dat je de mensen aan de onderkant van de samenleving mee moet nemen. Ik zie het als een teken van beschaving.”

U noemt uzelf nog altijd een klimaat-optimist. Waarom eigenlijk?

“Ik kijk naar de geschiedenis.”

En u ziet?

“Dat wij als menselijke soort ieder probleem waarmee wij zijn geconfronteerd hebben weten op te lossen. Zure regen? Opgelost. Het gat in de ozonlaag? Grotendeels opgelost. Toen ik voor Milieudefensie in Nigeria werkte, heb ik de heftigste vorm van malaria opgelopen. In het ziekenhuis zeiden de artsen dat ik nog vier uur had gehad als ze niet hadden ingegrepen. Vijftig jaar geleden stierven er jaarlijks 100 miljoen mensen meer dan nu aan infectieziekten. Ik zit hier nog.”

“Wij mensen lossen dingen op. Dat hebben we in ons. Fatalisme is dodelijk voor actie. Fatalisme is in het belang van de machthebbers, van de gevestigde belangen achter de fossiele energiesystemen. Met onze zaak tegen Shell hebben we laten zien dat wij als samenleving enorme impact kunnen hebben. Als je ergens hoop van krijgt, dan is dat het wel.”

null Beeld

Donald Pols

24 april 1972, Pretoria (Zuid-Afrika)

1979-1991
Laerskool Die Poort, Pretoria (basisschool)Hoërskool F.H. Odendael, Pretoria (middelbare school)
1993-2002
Studies Cultuurwetenschappen en globalisering aan de Universiteit van Maastricht en Milieu-­beleid aan de Universiteit van Amsterdam
2000-2007
Milieudefensie, teamleider Klimaat
2005-2007
Beleidsadviseur milieu bij de SP
2007-2013
Klimaatprogramma WNF/WWF in China, vanaf 2012 als directeur
2013-2015
Senior manager global ­sustainability bij ECN
2015-heden
Directeur Milieudefensie

Donald Pols woont met zijn vrouw en kinderen in de omgeving van Leiden.