PlusInterview

Dit zegt je gezicht over je; en dat is handig om te weten

Fronsen, glimlachen of je wenkbrauwen optrekken: al die kleine bewegingen zeggen niet alleen iets over je gemoedstoestand, maar ook over je persoonlijkheid. ‘Een gezicht kan nooit neutraal zijn.’

null Beeld getty
Beeld getty

Lachen doe je als je vrolijk bent, fronsen als je boos bent en je ogen opensperren als je verbaasd bent; gezichtsuitdrukkingen lijken eenvoudig te interpreteren. Maar ook als je in je eentje op de bank zit, maak je onbewust continu kleine bewegingen met je wenkbrauwen, ogen en mond. En die zeggen iets over je persoonlijkheid, blijkt uit recent onderzoek van het Instituut voor Non-verbale Strategie Analyse (INSA) in samenwerking met de UvA. Onderzoeker Herman Ilgen en collega An Gaiser van INSA leggen uit.

Welke bewegingen maakt een gezicht zoal de hele dag?

Ilgen: “Dat kan van alles zijn: wenkbrauwen of mond­hoeken die omhooggaan, het aanspannen van de onderste oogleden of – iets waarover je in de emotieliteratuur trouwens niets terugvindt – het verslappen daarvan, waardoor er wit onder de iris ontstaat. Uit ons onderzoek blijkt dat iedereen een of meerdere van die bewegingen onbewust continu maakt, wel honderd keer in tien minuten. Of je nou thuis met de kat op schoot zit of met iemand in gesprek bent. Een gezicht kan dus nooit neutraal zijn.”

Wat wilde u daarover te weten komen?

Ilgen: “We waren benieuwd wat de baseline – die vaste set kleine, voortdurende bewegingen die iedereen heeft – over iemands persoonlijkheid zegt. Er bleek alleen onderzoek gedaan te zijn naar incidentele waarnemingen: wat er in het gezicht gebeurt als je bijvoorbeeld blij of verrast bent. Wetenschappelijke literatuur over wat mensen de hele dag met hun gezicht doen, bestond nog niet. Dat verbaasde me.”

Wat maakt dat onderwerp zo interessant?

Gaiser: “Die kleine bewegingen zeggen veel over iemands interactiebehoefte en zogeheten gedragstendensen. Iemand die de ogen openspert is bijvoorbeeld eerder geneigd tot actie over te gaan, terwijl iemand met aangespannen onderoogleden eerder een stap terugzet om informatie eerst goed te analyseren.”

Ilgen: “Als onderhandelaar en conflictbemiddelaar weet ik ook hoe belangrijk non-verbale communicatie is voor het slagen van een gesprek. Mensen kunnen hun gezicht niet manipuleren, zeker niet in een interactie. Als je kunt inschatten wanneer iemand comfortabel is of niet, of welke behoefte aan interactie iemand heeft, kun je een gesprekspartner veel beter begrijpen.”

Gaiser: “En die ander jou. Een deel van wat je in het gezicht van die ander ziet, wordt door jou bepaald, en andersom. Ik heb bij de reclassering en de AIVD gewerkt en heb veel investigative interviews gedaan. Als ik een rechercheur begeleid in een verhoorsituatie, let ik nooit alleen op het gezicht van een verdachte of getuige, maar ook op het gezicht van die rechercheur. Die hebben constant interactie.”

In je eentje op de bank communiceer je niet. Waarom maken we ook dan al die bewegingen?

Ilgen: “Ons gezicht is puur een interactieorgaan. Ben je alleen, dan communiceer je ook: je denkt bijvoorbeeld terug aan een gesprek, denkt aan een gesprek dat je nog gaat hebben of praat in gedachten met jezelf. Je bent nooit níet aan het communiceren.”

Gaiser: “Sommige mensen kraken zichzelf in gedachten altijd af: wat ben ik toch weer stom geweest. Daarbij fronsen ze en knijpen ze met de onderste oogleden. Dat wijst erop dat ze altijd beter willen presteren en behoefte hebben aan grip en controle over zichzelf. Hebben ze het gevoel dat te verliezen, dan zie je die bewegingen in hun gezicht.”

Iemand die met de ogen knijpt, is dus zelfkritisch?

Gaiser: “Daar kan het aanspannen van de onderste oog­leden op wijzen, ja. Het kan ook betekenen dat iemand de kat uit de boom kijkt, iets goed wil analyseren voordat ie in actie komt, of informatie graag kloppend maakt zodat anderen het ook begrijpen. Door met de onderste oog­leden te knijpen, stel je je diafragma eigenlijk zo in dat je gevaar van veraf ziet aankomen, dat je risico’s dus van tevoren wilt inschatten. Een persoon die de ogen open­gesperd heeft, is juist alert op gevaar van dichtbij. Die is geneigd om dan direct in actie te komen en eventuele problemen gaandeweg wel op te lossen. Als je die diafragma’s niet op elkaar aansluit, kunnen communicatieproblemen ontstaan.”

Ilgen: “Die eerste persoon wil eerst goed nagaan wat er allemaal kan gebeuren, terwijl die tweede denkt: schiet op, we kunnen beginnen. Die gedragsstijlen kunnen tot enorme irritatie leiden.”

Wat hebben we aan deze kennis in de praktijk?

Ilgen: “Als je informatie in het gezicht van anderen beter kunt lezen – en weet hoe anderen jouw gezichtsuitdrukkingen kunnen interpreteren – helpt dat elkaar beter te begrijpen. Je kunt dan namelijk inschatten wat een ander wel en niet prettig vindt in contact. Dat kan conflicten voorkomen, zorgt ervoor dat onderhandelingen vlotter verlopen en versterkt teamwork.”

Gaiser: “Een praktisch voorbeeld: als journalist kun je meer informatie krijgen als je in een gezicht ‘leest’ hoe je iemand het beste kunt benaderen. In trainingen laten we weleens een CNN-interview zien met de Amerikaanse senator Cory Booker. Hij heeft zijn ogen wijd opengesperd en is hoog alert, maar drukt de lippen stevig op elkaar na elk antwoord. Daarmee zegt hij eigenlijk: ik ben geneigd meteen te handelen en wil je alles vertellen, maar dat kan ik niet. Als een journalist hem zou vragen: ‘Is dit alles wat je te vertellen hebt?’ is de kans groot dat hij met meer informatie komt.”

Ilgen: “Er zijn een hoop misvattingen, die we met deze kennis uit de weg willen ruimen. Mensen met wijd opengesperde ogen worden bijvoorbeeld vaak gezien als dominant, maar het is juist een uiting van willen handelen, iets willen doen. Mensen die het wit onder hun iris laten zien – wat er een beetje sloom kan uitzien – zeggen met die blik niet dat ze ongeïnteresseerd zijn, maar dat ze geen behoefte hebben op de voorgrond te treden en ruimte nodig hebben om in de interactie te stappen.”

Gaiser: “Als Rutte met een glimlach vertelt dat de avondklok wordt verlengd, denken veel mensen: hij vertelt de waarheid niet, want hoe kun je zo’n serieus bericht lachend overbrengen? Maar glimlachen doen mensen niet alleen als ze blij zijn; je kunt ook spanning weg­lachen.”

Ilgen: “We krijgen trouwens vaak de vraag of je kunt zien of iemand liegt. Het antwoord: nee. Maar we kunnen wel zien of iemand meer of minder spanning ervaart.”

Kun je nog wel een gewoon gesprek voeren als je voortdurend op die kleine bewegingen in iemands gezicht let?

Ilgen: “Ja, hoor. Het is net als met autorijden: in het begin in het a hell of a job om op alles tegelijk te letten, maar al snel gaat het in grote mate vanzelf. Als je vijf minuten met iemand praat, heb je al zo veel bewegingen in iemands gezicht gezien dat je genoeg essentiële informatie hebt om in te schatten wat voor persoon je voor je hebt. Als je voor een camera gaat zitten, een paar minuten praat en dat filmpje zonder geluid terugkijkt, zie je ook al snel wat je eigen baseline is, dat setje van kleine bewegingen.”

Gaiser: “Dat kan zelfinzicht bieden. Weet je dat je bijvoorbeeld gaat glimlachen als je iets spannend vindt, en je voelt tijdens een gesprek aan je wangen en kaken dat je dat doet, kun je de emoties die daarachter zitten benoemen. Dat maakt ook zoomgesprekken minder intensief. Zie je jezelf steeds fronsen? Dan kun je aangeven dat je niet boos bent, maar behoefte hebt aan meer uitleg.”

Meer over