PlusExclusief

Diederik Ebbinge: ‘Ik zoek nog steeds de grenzen op, maar moet daar scherper en slimmer in zijn’

Op de Klapstoel: acteur, schrijver en regisseur Diederik Ebbinge (1969), bekend van onder meer tv-programma’s als De Luizenmoeder en Promenade. Vanaf zondag is hij te zien als Jos in de nieuwe serie Jos. Een interview aan de hand van steekwoorden. Over Angela de Jong, afgesneden vleugels en de goddelijkheid van Bach.

Marcel Wiegman
Diederik Ebbinge: ‘Een goede recensie is een snoepje. Dat is vrij snel op. Een slechte recensie is een vergiftiging waar je veel langer last van hebt.’ Met dank aan Hyatt Regency Amsterdam. Beeld Harmen de Jong
Diederik Ebbinge: ‘Een goede recensie is een snoepje. Dat is vrij snel op. Een slechte recensie is een vergiftiging waar je veel langer last van hebt.’ Met dank aan Hyatt Regency Amsterdam.Beeld Harmen de Jong

Enschede

“Ik was anderhalf jaar oud en verstoppertje aan het spelen met mijn overbuurjongetje Han Swaders. Ik gooide de deur open en hij gooide hem weer dicht. Aan de kant van de scharnieren zaten mijn vingers ertussen. Het topje van mijn pink lag eraf. Mijn vader heeft hem in zijn boerenzakdoek gestopt en is naar het ziekenhuis gecrosst. Ik was zo hysterisch dat ze daar zeiden: laat hem eerst even kalmeren. Toen was het te laat. Ze hebben hem er nog opgezet, maar de volgende dag lag hij alweer naast mijn kussen. Behalve dat ik er geboren ben, is dat mijn herinnering aan Enschede. Voor de rest ben ik een Gooise kakker uit Baarn die niet wilde deugen. Heerlijke jeugd hoor: hockey, tennis, feestjes, meisjes. Ik was de jongste, dus een beetje het nestdotje.”

Computer Centrum

“Het Nationaal Computer Centrum Woningcorporaties in Almere. Dat was het bedrijf van mijn schoonvader van destijds. Ik zat op de meao en het wilde allemaal niet. Daar kon ik werken, dus dat ben ik dan maar gaan doen. Mocht ik giveaways bestellen voor bedrijven: pennenbakjes met een logo erop. Mijn vader was dolblij. Had ik in elk geval iets en misschien kon ik binnen het bedrijf wel stappen maken. Mijn god, het is te oninteressant voor woorden. Maar ach, ik had het eigenlijk ook wel weer gezellig. Ik liep daar door de gangen en ging gewoon met mensen een kletsje maken.”

Interviews

“Ik heb mezelf een restrictie opgelegd: ik doe alleen interviews als ik iets te verkopen heb. Nu heb ik Jos. Zal ik het eerlijk zeggen? Ik hou niet van interviews. Hoe vaak heb ik niet moeten zeggen dat ik bij het Nationaal Computer Centrum Woningcorporaties werkte? En straks ga je vragen naar mijn burn-out. Het valt jullie niet kwalijk te nemen, maar voor mij is het gewoon saai. Telkens weer hetzelfde verhaal ophangen. Een grijze plaat. Ik word ook steeds bondiger: even snel dit, even snel dat. Soms willen journalisten naar je privé toe, waar ik al helemaal geen behoefte aan heb. Ik zou weleens een diep inhoudelijk gesprek over mijn werk willen. Over wat het voor mij betekent. Alleen dat gebeurt eigenlijk, nou schrijf maar op: nooit.”

Herman Götzen

“De vader van mijn moeder. Uit het programma Verborgen Verleden bleek hij een nog grotere oorlogsheld dan ik wist. Hij gaf leiding aan een geheime vakgroep die steun gaf aan Joodse onderduikers. Na een gevangenschap in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel ging hij meteen weer verder met verzetswerk, tot hij in beschonken toestand anti-Duitse liederen begon te zingen in het gezicht van Duitse soldaten. Een blunder vanjewelste. Na de oorlog richtte hij een fonds op dat het voor ouders van gesneuvelde geallieerde soldaten mogelijk maakte om het graf van hun kind te bezoeken. Trots? Dat vind ik altijd een beetje gênant, want wat heb ik ermee te maken? Ik denk dat ik niet erg verschil van iemand wiens grootvader aan de verkeerde kant stond. Je hebt allebei de neiging om het goed te willen doen.”

De Pels

“Ik zat om de hoek op de kleinkunstacademie. Eigenlijk was onze stamkroeg de Doffer, tot we aan het einde van het eerste jaar West Side Story gingen doen, onder regie van Kees Prins. Die zat altijd in de Pels, dus langzaam verschoof het gezelschap. Als de cafés sloten gingen we naar de Kwakbol, een paar straatjes verderop. Daar moest je eerst aanbellen. Daarna kwam je in een soort huiskamer. Nak stond in de keuken en Anneke achter de bar. Je kon er oesters bestellen of saté. Het ging pas om zeven uur ’s ochtends dicht. Dat heb je nu niet meer. Ik was een enorme kroegtijger. In potentie ben ik het nog, maar ik moet tegenwoordig op mijn gezondheid letten, hè.”

Jos

“Normaal maak ik mijn eigen dingen, heb ik de touwtjes in handen. Nu sta ik als acteur in een serie, als uitvoerder. Dat is een heel andere sensatie. Hard werken ook, want ik zit zo ongeveer in elke scène. Het is een weirde serie. Jos is een zonderling wezen, een lieve schat. Zijn morele antenne functioneert beter dan zijn sociale antenne. Dat nekt hem. Hij probeert alles goed te doen en loopt in zeven sloten tegelijk. Hij is gebaseerd op de stiefvader van schrijfster Anne Barnhoorn. Ik heb hem ontmoet. Heel grappig, maar ook een beetje raar. Het is niet zo dat ik hem na zit te spelen, ik maak mijn eigen ding. Maar ik was best nieuwsgierig naar de man van wie zij heel veel houdt en aan wie ze bijna een ode wilde brengen.”

Het blanke ras

“...is superieur. Een nummer van De Vliegende Panters uit 2006. Hartstikke politiek correct. Als je het nou hebt over white privilege. Lekker reppe, een ander nummer uit 1998, zou ik nu niet meer zo schrijven. ‘Met een witte sleetje onder onze bruine reetje, lekker reppe weetje.’ Wat het probleem is met dingen die je zo lang geleden hebt gemaakt: het gaat ook over tijd en context. Toen werden er bijna pornografische clips gemaakt, blingbling, met naakte vrouwen in grote Amerikaanse auto’s. Daar keken wij als jonge jongens met zekere jaloezie en verbazing naar en daar maakten wij een parodie op. Als je die nu zou uitzenden, zo zonder die context, dan zou ik daar ook van schrikken. Maar dat betekent niet dat ik vind dat je tegenwoordig niks meer kan zeggen. Ik zoek nog steeds de grenzen op, maar moet daar scherper en slimmer in zijn. In die zin vind ik deze tijd spannender en uitdagender. En heb ik de afgelopen jaren een hoop geleerd. Dat heet voortschrijdend inzicht.”

Vogelsafari

“Een ochtendje vogelen met Arjan Dwarshuis, die jongen van De Vogelspotcast. Heb ik voor mijn verjaardag gekregen. Toen ik tien was had ik een vriendje dat gek was van vogels. Samen vonden wij onder een heg een bevroren torenvalk. Wij hebben hem helemaal ontdooid – hij leefde nog. Bij de dierenwinkel zijn we muizen gaan kopen. In het voorjaar hebben we hem vrijgelaten. Hij heeft nog een paar dagen boven ons gecirkeld en toen is hij vertrokken. Dat was zoiets magisch, dat we daarna vaak op zondagochtend om een uur of zes de bossen in gingen om dooie vogels te zoeken. Dan sneden we de vleugels eraf. Die hing ik boven mijn bed.”

Tuurlijk wel

“Ik ben een trotse Aldiman. De beste supermarkt van Nederland, wil ik er nog wel even bij gezegd hebben. Ik rij er een ommetje voor. Je moet er echt eens een keer heen. Het klinkt raar, mensen geloven het niet, maar ik vind het leuk om die commercials voor ze in te spreken. Hoe zij op details letten, ik word daar enorm blij van. Het is vakmanschap, het gaat tot op de lettergreep nauwkeurig. Zo werk ik ook. Het is bijna meditatief. Maar ik wil niet met mijn gezicht in beeld. Ik word regelmatig gevraagd voor televisie, dan slaan ze je om de oren met bedragen waarmee mijn pensioen in een klap zou zijn geregeld. Soms denk ik: wat kan mij het verrekken. Maar op het moment dat ik moet beslissen word ik ’s nachts wakker en is er in mijn hoofd altijd een kommaatje waar achter staat: en toch doe ik het niet.”

Actie Kapsalon

“Ik vond het zo inconsequent: alles mocht in januari weer open, behalve de theaters. Ik dacht: godverdomme, nu is het klaar. We maken van het theater een kapsalon. Ik heb Jörgen Tjon A Fong, de directeur van de Kleine Komedie, geappt. Die was meteen voor. Sanne Wallis de Vries meldde zich om het nog wat groter te trekken. Ik vond het een aardig ideetje, maar dat het zo’n succes zou worden had ik niet verwacht. ’s Avonds wilde het journaal mij op tv. Rutte sprak voor het eerst in zijn leven, meteen aan het begin van zijn persconferentie, de woorden theater en cultuur in één zin uit. Acties in de cultuursector zijn vaak omringd met chagrijn: weten jullie wel hoe belangrijk wij zijn. Dit was alleen maar leuk, een positief idee. Dat werkt een stuk beter.”

Meester Anton

“Ik ben er op tijd mee gestopt. Denk ik. Een BN’er? Ik? Is daar een fonds voor? Of een commissie? Het was geschift dat je iets maakt waar zoveel naar gekeken wordt, dat zo’n hype wordt. Op een gegeven moment heeft het ook niets meer met jezelf te maken. Zie je opeens André van Duin door de studio van De Wereld Draait Door de polonaise lopen met Hallo allemaal. Wat is dat voor raars? We hadden er nog wel tien seizoenen mee door kunnen gaan, maar dat vind ik zonde van mijn tijd. Ik wil ook andere dingen doen. Het leven gaat al zo snel.”

Kijkcijfers

“Ik lieg als ik zeg dat ik er helemaal niet gevoelig voor ben. Maar met Promenade heb ik bewezen dat je met weinig kijkers een invloedrijk programma kunt maken. In talkshows durfden mensen amper meer iets te zeggen. Ze hebben er in Hilversum alleen niks van geleerd. Het is nog veel verschrikkelijker geworden allemaal. Kritieken? Een goede recensie is een snoepje. Dat is vrij snel op. Een slechte recensie is een vergiftiging waar je veel langer last van hebt. Je krijgt er moordneigingen van. Angela de Jong? Er is een ondergrens. Als je die passeert kun je mij niet raken.”

Bach

“Een rustpunt in mijn leven. Mijn absolute nummer één lievelingsmuziek. Het is een cliché, maar Bach staat boven alle partijen. Naar Bach luisteren heeft iets goddelijks. Alle emotiesluizen gaan open, maar dan op een verrukkelijke manier. Het voelt voor mij ook als thuiskomen. Vroeger gingen we elk jaar naar de Matthäus-Passion. Mijn moeder heeft nog gezongen in het koor van het Concertgebouw bij Bernard Haitink. Als jonge jongen vond ik het verschrikkelijk, maar op een gegeven moment wil je niets anders meer. Dat sacrale. Bij mij gaat de kraan meteen open. Ik zit de hele Matthäus-Passion chronisch te snotteren.”