PlusAchtergrond

Deze Amsterdamse onderneemster en kapster wonnen Kamp Van Koningsbrugge: ‘Vrouwen kunnen goed tegen pijn’

Agavni Jessaijan en Kamilia Homri, de enige twee vrouwelijke deelnemers die Kamp Van Koningsbrugge van begin tot eind doorstonden.  Beeld Harmen de Jong
Agavni Jessaijan en Kamilia Homri, de enige twee vrouwelijke deelnemers die Kamp Van Koningsbrugge van begin tot eind doorstonden.Beeld Harmen de Jong

Twee vrouwen haalden onlangs, naast vier mannen, de eindstreep van het tweede seizoen van Kamp Van Koningsbrugge. Hoe doorstonden ondernemer Agavni Jessaijan (39) en kapster Kamilia Homri (31) deze loodzware Special Forces-training? We vroegen het ze aan de hand van zes stellingen.

Sara Luijters

In de koffiebar van Agavni Jessaijan in de Spuistraat, Hummingbird Amsterdam, blikken de twee finalisten van Kamp Van Koningsbrugge terug op hun deelname. Jessaijan, die naast deze zaak ook nog haar eigen bedrijf runt in organisatie- en cultuurveranderingen, wilde als meisje al het leger in. “De heftige verhalen van mijn stiefvader, die in Bosnië diende, hielden me uiteindelijk tegen. Later had ik daar wel spijt van. Meedoen aan het programma was mijn kans om alsnog te kunnen ruiken aan een militaire training.”

De motivatie van Kamilia Homri, haarstylist bij onder andere Kapsalon In De Jordaan op de Elandsgracht, was om te laten zien dat ze meer was dan ‘een kapstertje’. “Ik wilde aan mezelf en aan anderen bewijzen dat ik dit kan. Omdat ik al jaren aan crossfittraining doe had ik wel een basisfitheid, maar ik ben dus niet erg groot en sterk.”

Dat brengt ons meteen bij stelling nummer één: Mannen zijn fysiek sterker dan vrouwen.

KH: “Dat is een feit. Ik ben 1,66 meter en weeg 53 kilo, dus ik wist van tevoren dat ik fysiek heel erg achter zou lopen. Omdat ik pas laat wist dat er een seizoen 2 van het programma kwam, had ik nog maar zes weken om me voor te bereiden. In zo’n korte periode kun je niet opeens fysiek heel veel sterker worden, dus ben ik gaan oefenen met kaart en kompas en met het lopen met een rugzak van twintig kilo. Van een klant van me die bij Defensie werkt hoorde ik dat het bij de Special Forces voor zeventig procent draait om mentale kracht. Je gaat liever op missie met iemand die je kan vertrouwen, dan iemand die heel sterk is. Daar heb ik me aan vastgehouden tijdens het programma.”

AJ: “Ik wist van tevoren dat ik het fysiek zwaar zou krijgen. Wat ik me tijdens het programma vooral heb gerealiseerd is dat ik mijn kracht niet uit mijn lengte of mijn spierballen haal, maar uit mezelf. We zijn als vrouwen op geen enkele manier anders behandeld dan de mannen in het programma: er werd even hard naar ons geschreeuwd en we moesten precies dezelfde, loodzware oefeningen doen. We lieten ons daardoor niet van de wijs brengen, integendeel, we wilden iedereen juist laten zien wat we kunnen. De fysiek sterkste kandidaten hebben het einde uiteindelijk niet gehaald.”

Vrouwen zijn slimmer dan mannen.

AJ: “Soms wel. Veel mannen denken dat het puur om het fysieke draait en gingen dan de mist in als ze na een fysiek zware proef nog een mentale proef moesten uitvoeren. We moesten bijvoorbeeld binnen tien seconden een serie coördinaten onthouden. Meteen daarna moesten we een pendulesprong in een diep ravijn maken. Ik was de enige die de coördinaten nog had onthouden. Bij zo’n opdracht gaat het erom dat je in bepaalde situaties snel kunt schakelen van fysieke actie naar actie-intelligentie. Als herinnering aan het winnen van die oefening heb ik de coördinaten op mijn nagels laten zetten.”

KH: “Wat me vooral opviel, was dat de vrouwen vaak wat creatiever zijn in hun manier van denken. We moesten bij een oefening binnen één seconde over een container met obstakels klimmen; veel mannen gebruikten de obstakels gewoon zoals ze er stonden, ik gebruikte ze juist om sneller boven te kunnen komen. Toen ik tijdens een riviermars een zak met daarin tien kilo verloor, heb ik een zware steen gezocht om te tillen, ter compensatie. Dat ik oplossingsgericht dacht werd door de instructeurs gewaardeerd.”

Vrouwen zijn gevoeliger dan mannen.

KH: “Ik heb nauwelijks een traan gelaten. Niet omdat ik het niet wilde, maar ik voelde me gewoon heel krachtig. Misschien kwam het ook door de overlevingsmodus waar ik inzat. Veel van de aanwezige mannen braken juist wél op een bepaald moment. Er rust in het leger nog een taboe op mannen die hun emoties tonen, terwijl dit helemaal niets met gender te maken heeft. Ik vind het juist mooi als een man ook zijn gevoelens durft te tonen.”

AJ: “We zagen dat mannen hierin elkaar wel veroordelen: huilen is voor watjes. Maar als ze dan zelf een traan moesten wegpinken, namen ze hun oordeel over een ander niet terug. Wij vrouwen zouden dat wel doen, we doen meer aan zelfreflectie. Vrouwen zijn ook empathischer, ze denken meer aan het team en minder aan hun ego.”

“Ik heb zelf wel wat emotionele momenten beleefd in die acht dagen, zoals tijdens het tentgesprek een dag na de riviermars, waar Kamilia en ik allebei onderkoeld uit kwamen. Ik vond zelf dat ik verschillende teamopdrachten beter had kunnen doen, maar kreeg van de instructeurs juist een compliment; dat raakte me wel.”

Mannen luisteren slechter dan vrouwen.

AJ: “Honderd procent! Mannen horen wat ze willen horen – in deze groep dan. Ik heb me daar regelmatig over verbaasd: luister je alleen om te reageren, of hoor je ook echt wat er gezegd wordt? Wij namen alles heel serieus, we wilden echt iets van onze deelname aan het programma leren, maar dat was niet voor iedereen zo.”

KH: “We waren altijd als eersten klaar met het inpakken van de rugzak en letten daarbij op het kleinste detail. Veel mannen maakten bij het klaar moeten staan vaak terugkerende foutjes. Daar werden we dan als hele groep op afgerekend, door middel van sancties.”

Mannen kunnen minder goed tegen pijn?

AJ: “Dat geloof ik niet, maar je kunt wel stellen dat vrouwen heel goed tegen pijn kunnen. We zijn de helft van ons leven ongesteld en zetten kinderen op de wereld. Als je aan het overleven bent, voel je geen pijn meer. Het zit uiteindelijk tussen je oren, daar heb ik me wel over verbaasd.”

HK: “Of je nu een man bent of een vrouw, als je mentaal die knop om kunt zetten, kun je door de pijn heen gaan.”

Het leger kan niet zonder vrouwen.

KH: “Mannen en vrouwen vullen elkaar aan, in het dagelijks leven en ook in het leger. We pakken dingen weer net even anders aan. Bij bepaalde missies is het ook gewoon slimmer om met vrouwen te werken, of als een man-vrouw duo, omdat je dan bijvoorbeeld minder opvalt.”

AJ: “Deze vraag zou anno 2022 eigenlijk niet meer gesteld hoeven te worden, het zou voor vrouwen vanzelfsprekend moeten zijn om in het leger te gaan. En ik geloof oprecht dat geen enkel bedrijf of organisatie zonder vrouwen kan, en ook Defensie niet.”

Tot slot: wat nemen jullie mee als levensles?

KH: “Ik zag nooit in hoe sterk ik ben, mentaal én fysiek, dat weet ik nu wel. Ik ben me bewuster geworden van wat ik doe en wie ik ben; ik heb mezelf overtroffen. Ik zou het zo nog een keer doen. Iedereen zou op zijn of haar achttiende eigenlijk in het leger moeten, al is het maar voor een week. Het is goed voor je persoonlijke ontwikkeling en je leert er over zaken als wilskracht, moed, trouw en discipline. Het is een verrijkende ervaring voor de rest van je leven.”

AJ: “Ik doe altijd alles zelf, met mijn twee bedrijven. Ik heb hier geleerd hoe belangrijk het is om als een team te werken en om te leren delegeren: ik hoef niet altijd degene te zijn die de kar trekt. Ik weet nu dat ik mensen om me heen moet verzamelen om mijn route voorwaarts krachtiger te maken. Doordat ik fysiek ergens doorheen ben gegaan, voel ik me nu sterker. Er zijn ook mooie vriendschappen uit ontstaan, zoals met Kamilia en met kandidaat Jaring en zijn vrouw Lotte. Ik ben zelfs gevraagd om de peetmoeder te worden van hun vijf kinderen, en ben nu vaak bij het gezin in Friesland te vinden. Dat had ik vooraf nooit kunnen bedenken.”

Meer over