Amsterdammer helpt Amsterdammer

Deze Amsterdammers werden dit jaar geholpen door Paroollezers: ‘Ik vind het werkelijk hartverwarmend’

Henk van der Worp helpt Isamar Julia met het opknappen van haar huis. Beeld Eva Plevier
Henk van der Worp helpt Isamar Julia met het opknappen van haar huis.Beeld Eva Plevier

Een fiets, een dagje Artis, een auto: ruim veertig wensen van Amsterdammers zijn dit jaar vervuld met hulp van Paroollezers. Deze mensen werden geholpen en blikken terug op hoe het hen sindsdien is vergaan. ‘Even eruit zijn doet een mens goed.’

Bien Borren

‘Ik wilde zo veel mogelijk bij mijn moeder zijn’

Henk van de Worp (62) wenste in maart een elektrische fiets.

Na een rottige jeugd en een daaropvolgend onstuimig bestaan besloot Henk van de Worp vijf jaar geleden zijn leven om te gooien. Bij alcohol en drugs bleef hij voortaan ver vandaan, de woning die hij kreeg toegewezen knapte hij eigenhandig op en de moeizame relatie met zijn moeder blies hij nieuw leven in. Het hernieuwde contact bracht beide partijen een hoop blijdschap, alleen de afstand brak Van de Worp op. Als longpatiënt viel de rit van Slotervaart naar Buitenveldert hem zwaar.

Daar kwam verandering in toen hij met hulp van Paroollezers een elektrische fiets tot zijn beschikking kreeg. “Ik wilde zo veel mogelijk bij mijn moeder zijn en dankzij de fiets was de reis niet meer zo’n opgave. Corona maakte het ons al niet makkelijk, want mijn moeder woonde in een verzorgingstehuis en dus hadden we te maken met bezoekersregelingen. Tot haar dood ging ik vier keer per week bij haar langs.”

Afgelopen zomer overleed ze. Over haar spreken stemt Van de Worp verdrietig, dus wijdt hij er weinig woorden aan. Liever vertelt hij over de zwart-witte tweejarige bostonterriër die zijn leven recentelijk binnendrentelde, volgens Van de Worp ‘een echte American gentlewoman’. “De cardioloog had gezegd dat ik meer moest bewegen, maar in mijn eentje wandelen zag ik niet zitten.” Dus hij toog naar het asiel en daar was het gauw besloten: Lieveheersbeestje (‘niet mijn keus, zo heette ze al’) ging mee naar huis. “Ze is fijn gezelschap. En het geeft voldoening om voor zo’n klein wezentje te zorgen. Soms is ze nog een beetje angstig, haar vorige leven was dan ook geen pretje. Samen hebben we het goed, we maken grote wandelingen.”

“De wekker gaat om zeven, dan kleed ik me eigen aan en maken we onze eerste ronde. Als we thuis zijn doen nog een dutje voordat we aan de dag beginnen. Een aangenaam ritme.” Het tweetal maakt tochten rond de Sloterplas van algauw anderhalf uur. De aanspraak die hem onderweg ten deel valt is een aardige bijvangst. “Vooral de dames komen op ons af. Dat krijg je met zo’n klein hondje. Het is wel aardig ja, maar soms word ik er ook een beetje moe van. Nee, dan de avonden, die zijn met die huidige lockdown heerlijk rustig. Niemand meer op straat.”

Van de Worp maakte van zijn woning zelf een plek waar het fijn vertoeven is en zijn vaardigheden als manusje-van-alles bleven niet onopgemerkt. Via de stichting Amsterdammer helpt Amsterdammer kwam Van de Worp in contact met Isamar Julia (30). Zij stond in 2019 in de rubriek en betrok recentelijk met haar kinderen een woning niet ver van Van de Worp vandaan. Julia: “Het is fijn een eigen huisje te hebben, maar het was nogal uitgewoond.”

Waar Van de Worp buitengewoon handig is, heeft Julia twee linkerhanden. En dus verricht hij allerhande klusjes voor haar. “Het begint de goede kant op te gaan. De nicotinegele muren in de woonkamer zijn weer wit, de keuken volgt binnenkort. En ik heb in de wc een lampje met sensor geïnstalleerd. Zo kan die kleine alleen naar de wc – voorheen kon ie niet bij de schakelaar. Ik vind het fijn werk en erg gezellig daar.” Julia: “Mijn kinderen zijn dol op Henk, het is altijd feest als hij langskomt. Ik leer veel van hem. Eerst kon ik helemaal niet met gereedschap omgaan, dat gaat me inmiddels beter af. Het is een goed mens en ik hoop dat als het huis straks af is Henk op bezoek blijft komen. Mijn deur staat altijd open voor hem.”

Helen Tesfay Rezen is veel mobieler nu ze haar tweelingzoons in de nieuwe bakfiets kan vervoeren. Beeld Eva Plevier
Helen Tesfay Rezen is veel mobieler nu ze haar tweelingzoons in de nieuwe bakfiets kan vervoeren.Beeld Eva Plevier

‘Nu konden we naar het Diemerbos’

Helen Tesfay Rezen (30) wenste in januari een bakfiets.

Bijna een jaar later woont Helen Tesfay Rezen nog altijd in de geringe studio van net achttien vierkante meter. Toen haar tweeling nog baby’s waren was het al passen en meten in de ruimte, maar nu de jongens binnenkort twee worden is het een uitdaging. “Ze groeien hard en lopen inmiddels. De jongens willen spelen, maar daar is geen ruimte voor. Het begint nu echt heel krap te worden.”

Met een verblijfsvergunning op zak belandde Rezen drie jaar geleden in Stek Oost, een wooncomplex nabij treinstation Science Park. Na de plotselinge gedwongen vlucht uit haar thuisland Eritrea, een hachelijke overtocht over de Middellandse Zee, een tentenkamp in Parijs en talloze azc’s had Rezen sinds lange tijd een plek die ze de hare kon noemen. Niet lang daarna raakte ze in verwachting en hoewel het eigenlijk niet is toegestaan de kleine woningen met kinderen te bewonen, is voor Rezen vanwege de huidige krappe woningmarkt een uitzondering gemaakt.

Uit Amsterdam wil Rezen niet meer weg. “Ik heb hier vrienden gemaakt en een sociaal vangnet opgebouwd. Met de zorg voor de tweeling heb ik hulp nodig en die krijg ik van de mensen om mij heen.” Haar voormalige buurvrouw Anouk is inmiddels een dierbare vriendin. “Anouk woont niet meer in Stek Oost, maar wel heel dichtbij. We zien elkaar nog elke week.”

Van de bakfiets, de vervulde wens van Rezen, heeft ze dagelijks plezier. “Waar we vroeger ergens een halfuur over deden, is dat nu in tien minuutjes gebeurd. Dat maakt het leven een stuk makkelijker. Deze zomer hebben we uitstapjes gemaakt. Naar het Diemerbos, daar was het heel mooi en leuk. Het was fijn om de stad even achter me te laten, het voelde als vakantie. Zonder bakfiets zou zo’n dag niet mogelijk zijn.”

Heleen Nuffer-de Werk was twintig jaar geleden voor het laatst in Artis. Dit jaar ging ze weer, met  haar steun en toeverlaat Ton. Beeld Marc Driessen
Heleen Nuffer-de Werk was twintig jaar geleden voor het laatst in Artis. Dit jaar ging ze weer, met haar steun en toeverlaat Ton.Beeld Marc Driessen

‘Zo’n dagje is een dierbare herinnering’

Heleen Nuffer-de Werk (77) wenste in oktober een dagje Artis.

Vraag naar haar bezoek aan Artis en Heleen Nuffer-de Werk begint te glunderen. “We hebben het zo fantastisch gehad. Twee heel lieve dames waren mee en hielpen ons overal bij. We kregen een rondleiding, en je gelooft het nooit maar toen de maki’s werden gevoerd sprong er, hupsa, zo’n beestje naast me. Die begon ik direct te aaien. Eigenlijk moest ik handschoentjes en een mondkapje op, maar de verzorger liet het oogluikend toe. Och, het was zo bijzonder, hij was zo zacht!”

Nuffer-de Werk is bijzonder gesteld op dieren in het algemeen en op primaten in het bijzonder, en wilde daarom graag weer eens naar Artis. Daar was ze twintig jaar geleden voor het laatst geweest. Ver buiten Floradorp komt Nuffer-de Werk nog maar weinig. Door allerlei ongemakken, waaronder suikerziekte, brengt zij haar uren met name zittend op de bank door.

Ooit was dat wel anders. In de jaren negentig danste ze met haar danspartner Ton de sterren van de hemel. “Dat mijn lichaam mij zo in de steek zou laten had ik nooit verwacht.” Na het overlijden van haar echtgenoot werd Ton haar steun en toeverlaat. Daarom ging ook hij mee naar de dierentuin, ‘hij verdiende een verzetje’. “Ton vond het ook reuzeleuk. Even eruit doet een mens goed. Dat er mensen zijn die ons willen helpen, vind ik werkelijk hartverwarmend. Onze wereld wordt met de jaren toch steeds kleiner. Zo’n dagje bij de dieren, en dan waren we ook nog onder de mensen: ja, het is een dierbare herinnering.”

Nog even over Artis hè, stuurt Nuffer-de Werk het gesprek. “Wat is het olifantenverblijf mooi geworden! Je waant je in Bijbelse taferelen zoals dat water zich voor je splijt. Ze hadden me daar wel mogen achterlaten. De hele dag voederbakjes vullen en met dieren knuffelen: heerlijk!”

Mustafa Hamcho en zijn dochter bij de nieuwe auto. Beeld Eva Plevier
Mustafa Hamcho en zijn dochter bij de nieuwe auto.Beeld Eva Plevier

‘Hopelijk kunnen we volgend jaar naar Turkije’

Melia en Mustafa Hamcho (44 en 48) wensten in mei een auto.

Door de oorlog in hun thuisland leeft het Syrische gezin Hamcho al jaren gescheiden van de familie die zij nog hebben. Ouders stierven, broers werden opgepakt en zussen sloegen op de vlucht. Ook Melia en Mustafa Hamcho en hun drie kinderen werden tot vertrek gedwongen toen van hun dorp weinig overbleef na een Russisch bombardement. Te voet trok het gezin naar de Syrisch-Turkse grens, vijf dagen lopen.

Tijdens de tocht viel Mustafa, waarbij zijn heup flink beschadigd raakte. Drie jaar verbleven ze in een vluchtelingenkamp, totdat ze met hulp van de VN naar Nederland konden gaan. Ze kregen een woning in de Buiksloterbanne toegewezen en de kinderen – Mohammed (18), Ilyas (15) en Dalaa (12) – hebben inmiddels hun draai gevonden.

Hun ouders valt het nieuwe bestaan zwaarder. Melia werkt dagelijks aan haar Nederlands en probeert zich nuttig te maken met vrijwilligerswerk. Mustafa deed dat ook, maar omdat zijn heup nog steeds niet is geopereerd en blijft opspelen, moest hij stoppen. Dat hun dierbare familie zo ver weg is – een deel woont in Syrië, anderen in Turkije – doet hen verdriet. “Over mijn zussen, zij wonen nog in Syrië, maken we ons erge zorgen.”

Daarom vroegen ze hulp bij de aanschaf van een auto. Ze wilden deze zomer naar Turkije rijden om dichterbij te zijn. “Dat is helaas niet gelukt,” vertelt Melia. De auto kwam er, en daar zijn ze nog altijd heel blij mee, maar een reis naar Turkije (inclusief de brandstof en de benodigde papieren) is erg kostbaar. “Voor een reis met vijf personen hadden we het geld niet. We proberen te sparen maar dat gaat lastig als je moet rondkomen van een uitkering. Ik hoop dat het volgend jaar lukt want er is een neefje geboren. Die zou ik graag ontmoeten.”

Geschonken in 2021: €190.465

Het afgelopen jaar waren Paroollezers vrijgeviger dan ooit tevoren en reageerden ze in groten getale op de wensen van stadsgenoten die het minder goed hebben dan zijzelf. We konden de persoonlijke wensen van ruim veertig gezinnen en individuen vervullen.

Er werden fietsen, bedden en laptops gewenst, maar dit jaar waren er ook een aantal bijzondere groepswensen. Zo hebben we de bewoners en hulpverleners van 24 uursopvang De Rijswijk in West een groen balkon kunnen geven en hebben we voor buurtgenoten in de Jan Tooropstraat een leemoven betaald, waardoor ze samen kunnen koken en eten.

Daarnaast hebben we in samenwerking met het Fonds Bijzondere Noden Amsterdam (FBNA) meerdere Amsterdammers naar de tandarts kunnen helpen.

Een cadeautje voor ieder kind
Op 20 november vroegen we donaties voor sinterklaascadeaus in de Banne. Dit was een succes: zowel kleine als grote giften stroomden binnen. Niet alleen kon Sinterklaas uitgebreid worden gevierd in Noord, ook hadden we een bedrag over waarmee we kinderen in alle stadsdelen blij konden maken met een sint- of kerstcadeau.

Smartphones voor daklozen
Op 4 december vroegen we hulp voor de Amsterdamse dak- en thuislozen, die zonder smartphone zelf niets kunnen regelen in deze digitale wereld. Dankzij vele gulle giften kan De Regenboog Groep mobieltjes en beltegoedkaarten aanschaffen.

Enorm veel dank aan alle lieve lezers voor de reacties, hulp en giften. Voor allen fijne feestdagen en een mooi, gezond 2022!

Liesbeth Ribbink en Marlene Tas
Stichting Amsterdammer Helpt Amsterdammer