PlusAchtergrond

De weg van hun hart: historische Surinaamse trouwfoto’s tonen liefde, maar ook een (inter)nationale geschiedenis

De foto’s in de expositie Surinaamse Trouwportretten laten meer zien dan kersverse echtparen. Deze familiebeelden, die in huiskamers hingen of werden opgediept uit laden en albums, illustreren ook een gedeelde (inter)nationale geschiedenis.

Jan Pieter Ekker
Willy Maria Gaitri en Harry Eugène Gustaaf Sweeb, 18-11-1926.
 Beeld © Aldith Hunkar
Willy Maria Gaitri en Harry Eugène Gustaaf Sweeb, 18-11-1926.Beeld © Aldith Hunkar

Onder de noemer Surinaamse Trouwportretten toont Foam een verzameling bijzondere huwelijksportretten die samen bijna een eeuw Surinaamse geschiedenis beslaan. De familiefoto’s en -verhalen bestrijken de periode van 1846 tot 1954, toen Suriname nog een Nederlandse kolonie was. Ze laten zien hoezeer Surinamers onder Nederlands bestuur naar alle windstreken zijn afgereisd; de portretten zijn onder meer gemaakt op Aruba, Curaçao en Bonaire, in voormalig Nederlands-Indië, Nederland en Noord-Amerika.

De tentoonstelling is een initiatief van Lucia Nankoe. Zij kwam op het idee kwam toen ze in de jaren tachtig een soortgelijke tentoonstelling bezocht in Duitsland. Die Braut heette die tentoonstelling, op het affiche stond een bruidspaar waarvan de bruid gekleed was als een prachtige kotomisi, in fraaie creoolse klederdracht. Dat beeld is Nankoe altijd bijgebleven, maar ze kwam er lange tijd niet aan toen om er iets mee te doen. Pas in 2014 ging ze ermee aan de slag; ze sprak vele nakomelingen van bruidsparen van wie minstens een van de partners een Surinaamse achtergrond heeft en ontving tal van huwelijksfoto’s die in huiskamers hingen of werden opgediept uit laden en albums.

Het leidde in 2019 tot een reizende tentoonstelling, die onder meer te zien was in de OBA op het Javaplein, en een boek: Trouwportretten – Surinaamse voorouders in beeld. “Ik ben dit verplicht aan mijn voorouders,” vertelde Nankoe destijds. “Ze zijn niet voor niks met boten van overal gehaald en gekomen naar Suriname. Mede door hun opoffering hebben we kennis en talenten kunnen vergaren, dus ook al kost het veel pijn en moeite, we moeten blijven doen wat we kunnen om hun te eren.”

In slavernij geboren

De portrettenverzameling is sindsdien blijven groeien; inmiddels telt het project meer dan 135 foto’s en verhalen. De familieverhalen zijn dikwijls verweven met de thema’s die de koloniale geschiedenis van Suriname kenmerken: slavernij, contractarbeid, immigratie en emigratie, conflict en strijd. Maar ook: verbinding, diversiteit en eensgezindheid. De foto’s zijn daarom niet alleen van grote betekenis voor degenen die hierin een deel van hun familiegeschiedenis vereeuwigd zien, maar belichamen ook een gedeelde (inter)nationale geschiedenis.

Carla E. Lievendag en André R. Overeem, 17-11-1949.  Beeld © Shirley Overeem
Carla E. Lievendag en André R. Overeem, 17-11-1949.Beeld © Shirley Overeem

De laatste foto in de tentoonstelling dateert uit 1954, het jaar dat Suriname een autonoom land werd binnen het Koninkrijk der Nederlanden. De vroegste foto dateert uit 1846; slechts zeven jaar na de introductie van de daguerreotypie, het vroeg fotografisch procedé van de Franse uitvinder Louis Daguerre. Hij is gemaakt door de Amerikaanse fotograaf John Riker. De Surinaamse bruid op zijn foto, Maria Louisa de Hart, werd nog in slavernij geboren.

Omdat er weinig portretschilders actief waren, ontstond er al snel een grote vraag naar foto’s. De bekendste fotografen uit de vroegste periode zijn George Rustwijk (1862-1914), Clarissa Heilbron (1869-sterfjaar onbekend) en Augusta Curiel (1873-1937), die in 1929 het predicaat ‘hofleverancier’ kreeg van koningin Wilhelmina. Aanvankelijk schoten ze portretten (voor prachtige decors) in hun studio, later worden ze ook gemaakt op het erf van het huis of op de plantage. Vaak worden de pasgehuwden vergezeld door familieleden, bruidsmeisjes en strooistertjes. Westerse kleding overheerst; een onberispelijk kostuum voor de mannen, een witte bruidsjurk, kousen, handschoenen en bruidssluiers voor de vrouwen. En altijd zijn er bloemen. Heel veel bloemen.

Hindoestaanse zendeling

De rol van de (christelijke) kerk was groot, ook ten aanzien van huwelijken. Legio zijn de verhalen waarin druk werd uitgeoefend op een van de partners om zich te bekeren. Als het tot een gemengd huwelijk zou komen, werd gedreigd met excommunicatie en de hel. Soms waren het familieleden die bezwaar maakten, omdat een gekozen partner van een lagere stand was, uit een ander etnisch-culturele groep kwam of een teveel aan melanine had. Ondanks de bezwaren volgden, volgens Nankoe, vrijwel alle geliefden de weg van hun hart. “Dan maar de kerk uit!” zou de katholieke Erwin Oehlers hebben gezegd, die in 1949 trouwde met de protestantse Erna Ponson.

Soomaria Piare en Babu Parabir, 5-4-1910. Beeld © Robby Parabirsing
Soomaria Piare en Babu Parabir, 5-4-1910.Beeld © Robby Parabirsing

Ook mooi is het verhaal van Philip Parabirsing, geboren in het dorp Palpa, iets buiten Kathmandu, die in april 1895 in Suriname kwam als Babu Parabir, zoon van Dhumraj, contractnummer 173/X, kaste chatri. Als zijn contract in 1900 afloopt, besluit hij zijn premie van 100 gulden niet in ontvangst te nemen en af te zien van zijn kosteloze terugtocht. Hij komt in contact met broeder Wenzel van het EBG-kerkje in Mariënburg, die ex-contractanten zocht om tot evangelist opgeleid te worden en het evangelie vervolgens onder immigranten te verkondigen.

Broeder Parabirsing werd een van de eerste Hindoestaanse zendelingen van de EBG. Aangezien hij als christen-Hindoestaan geacht werd met een christelijke partner te huwen, werd hij in contact gebracht met Soomaria Piare, de dochter van een gedoopte immigrant. Het klikte, en op 5 april 1910 werd hun huwelijk voltrokken.

Er werd een prachtige foto gemaakt, waarop Parabirsing – een immigrant uit Nepal – poseert in westerse evangelistenkledij met hoed in de hand en vestzakhorloge. Zijn in Suriname geboren jonge vrouw staat pal naast hem in onberispelijk oosters huwelijksgewaad, inclusief neusring, puntenhanger en armbanden.

Na tweemaal te zijn overgeplaatst, weigert de hoogzwangere Soomaria een derde keer te verhuizen. Dit wordt door de Hindoestaanse zending als dienstweigering beschouwd, Babu wordt ontslagen. Het gezin begint een winkeltje in landbouwproducten. In 1921 krijgt Soomaria een miskraam, op 28-jarige leeftijd overlijdt ze. Parabirsing blijft achter met hun zes kinderen.

Surinaamse Trouwportretten: 24 juni t/m 7 september in Foam, Keizersgracht 609. De vrij toegankelijke opening is donderdagavond 23 juni van 17.30 tot 21.00 uur.

Meer over