De Toren

Heimweekeuken aan de kade

Je zou het haast vergeten, maar er zijn nog heel veel mensen die graag eten zoals dat enige decennia geleden op veel plaatsen in Amsterdam uitgebreid mogelijk was. In zaken rond het Leidseplein bijvoorbeeld en nu nog soms in wijken buiten het centrum. De uitbaatster van het aloude typische buurtcafé De Toren, aan de Jacob van Lennepkade, hoek Staringstraat, is zo iemand.

Op de ene hoek stond ooit de Sint Vincentiuskerk, bekend vanwege zijn kenmerkende spitse toren, waar in de laatste jaren dat hij er nog stond vleermuizen broedden. Daar staat nu nieuwbouw.

Ook van het kleine café De Toren ertegenover is niet veel meer over. De zaak ziet er na een forse renovatie clean en modern uit. Hij is twee keer zo groot geworden en heeft een fraai terras aan de daar rustige kade.

Binnen vind je een grote bar en comfortabele stoelen en iets minder comfortabele (te korte) bankjes. De inrichting kun je postmodern noemen, maar ook de uitbaatster vindt het geheel nog niet helemaal af. Weliswaar hangen fraaie foto's aan de muur (Andalusische foto's van Sebastiaan Westerweel, echt de moeite waard!), maar er moet nog wat warmte in.

De keuken is nog in ontwikkeling; ze zoekt goede receptuur voor kaasfondue, maar een standaard jarenzestigmenu is er al wel.

We beginnen met wat ze een carpaccio fricandeau noemen, maar geserveerd met tonijnmayonaise, kapperappeltjes en gedroogde tomaat is het natuurlijk eigenlijk een vitello tonnato. En als zodanig helemaal niet slecht, al is het niet jaren zestig (€8,25).

De escargots zijn, precies zoals je mag verwachten, met knoflook en peterselieboter, heet uit de oven op zo'n speciaal stalen slakkenbordje met slakkentang. Gewoon goed (€7,50). Het stokbrood komt van pas. Het heet hier duidelijk niet voor niets een bistro!
Als tussengerechten kiezen we de champignons op toast, drie halve sneetjes met champignons en gesmolten kaas, goed van smaak en structuur, zoals je je zoiets wenst, als je dat al zou doen (€7,50).

En dan zijn er gamba's al ajillo, één van de beroemdste Spaanse tapas, een ovengerecht van garnalen (hier Noorse) met veel knoflook en wat paprika et cetera bereid. Misschien wat rijk aan olie, maar daar vis je ze gewoon uit. Lekker zat (€7,50).

Als hoofdgerecht kiest mijn tafelgenoot, omdat hij honger zegt te hebben, voor de royal saté, twee spiesen met grote stukken varkenshaas, die wel iets gaarder zouden mogen zijn, begeleid door een wel erg gemiddelde pindasaus en een schep atjar. De brokken vlees zijn inderdaad royaal, maar voor deze bereiding dan ook iets te groot. Dat eet niet lekker en wordt dus een beetje miezemuizen (€17,50).

De twee sliptongetjes zijn prima gebakken, maar de gigantische berg spinazie wordt wat te veel. Of we niet van spinazie houden, is de vraag bij het uithalen. We hebben de helft opgegeten en er lijkt nog geen eind aan te komen; er zijn grenzen. De aardappelgratin erbij is prima trouwens (€21,50).

En dan kom je volgens Bartjens bij de desserts. Hoewel we niet veel hoop hebben op de klassieke Hollandse dame blanche - zoals u weet gaat die met gesmolten chocola, die dan op het ijs stolt - bestellen we die toch, en inderdaad: redelijk ijs, maar met een koude cacaosaus, zo een die altijd kleverig blijft. Dat deden ze in de jaren zestig echt anders (€4,50).

Overigens is de oorspronkelijke dame blanche, die van Escoffier, echt wit: amandelijs, witte perzik, witte aalbessen en citroensorbet. Kom daar maar eens om! Het appeltaartje is meer een kleine warme appelcrumble, met ijs opgediend: zowaar heel lekker (€4,00). Daar kun je nog voor terugkomen, op een middag of zo.

Het is de bedoeling dat het hier iets meer wordt dan een buurtcafé, iets in de stijl van de oudere Amsterdammer die met heimwee terugkijkt naar de tijd dat niet alles uit spuitzak, knijpfles en Kidde kwam. Dat je onbezorgd een hapje kon eten aan de bar - deze is daar geschikt voor - voor een redelijke prijs en met een typisch Amsterdamse ondertoon. De liefhebbers daarvoor moeten

te vinden zijn.

7.5

Meer over