PlusDe klas in

De ras-Amsterdamse ‘tijgermoeder’ schreeuwde: ‘Zit mijn kind naast dat kind!?’

null Beeld Inge Duiker
Beeld Inge Duiker

Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Deze week: groep 5, Centrum.

Als de juf iets uit de corona­periode mee wil nemen, is het de start van de dag ­zonder ouders. “Het is heerlijk om meteen om half negen te beginnen en geen vaders en moeders het lokaal uit te moeten vegen of onrustige kinderen tot bedaren te hoeven brengen.”

Want zo ging dat voor corona. De ouders liepen met hun kind de klas in en gingen uitgebreid op de tafels zitten om bij te kletsen. En dan waren er altijd vaders die nog even stoeiden met hun kind, waardoor het nog onrustiger werd.

“Voor sommige ouders zijn die paar minuten voordat de school begint kennelijk ook het ideale moment om mij aan te spreken. Dan komen ze naar me toe met een verhaal uit de categorie ‘niet heel belangrijk’. Zoals dat hun kind die nacht niet goed heeft geslapen en misschien wat moe is.”

De juf snapt heus wel dat het leuk is voor de ouders om te weten waar hun kind zit en hoe het lokaal er überhaupt uitziet. Dus is ze zeker bereid ze een keer per week toe te laten. Daarbij vindt ze het natuurlijk ook leuk te weten welke vader of moeder bij welk kind hoort. “Het geeft inzicht in het gedrag van de kinderen, zo van: o, nu snap ik waarom jij zo bent of zo doet.”

Een ander bijkomend voordeel van geen ouders in de klas hebben, is dat ze zich niet bemoeien met de tafelindeling. Zo kon ze dit jaar in alle rust bekijken of de combinaties die ze had bedacht in groepjes van vier en vijf werkten. Als het niet ging, kon ze rustig wat schuiven.

Voor corona liep dat anders. Zo had ze in de zomervakantie ooit dagenlang gepuzzeld op de indeling, en kwam op de maandag na de vakantie de eerste moeder al ruim voor schooltijd de klas ingelopen. Achteraf bleek ze elke dag vroeg te komen en een ras-Amsterdamse ‘tijgermoeder’ te zijn die alles voor haar kind regelde. Dat was een onverwacht nakomertje, of zoals ze het zelf omschreef: ‘haar cadeautje’.

Ze liep naar het tafeltje van haar dochter en vroeg wie naast haar zat. Toen de juf de naam van het meisje noemde, begon de moeder te schreeuwen: ‘Zit mijn kind naast dat kind!?’ Daarbij tilde ze de tafel op en begon ze ermee te slepen.

“Vind je het goed dat ik deze tafel even omruil met die?”

“Eh, nee,” antwoordde de juf.

“Dit kind pest mijn dochter al sinds groep 3, dus die twee kunnen niet naast elkaar.”

Op dat moment kwam de andere moeder binnen en begon zij zich er ook mee te bemoeien.

“Wat? Pest mijn kind jouw kind? Daar heb ik nooit iets over gehoord!”

De moeders richtten zich tot de juf. “Is dat zo?”

De juf wist van niets, want ze had dat niet doorgekregen in de overdracht van de vorige leerkracht. Het geruzie van de moeders ging verder op de gang, nadat de juf ze de klas had uitgezet. De meisjes liet ze naast elkaar zitten en zijn sindsdien de beste vriendinnen. “De ouders kunnen elkaar nog steeds niet luchten of zien.”

Meer over