PlusAchtergrond

De oude melkfabriek van Amsterdam zie je terug in deze Waterlandse boerderijen, nu aangewezen als gemeentelijk monument

Zunderdorpergouw 29. Stadsdeel Noord heeft vier boerderijen in Landelijk Noord aangewezen als gemeentelijk monument, waaronder deze. Beeld Dingena Mol
Zunderdorpergouw 29. Stadsdeel Noord heeft vier boerderijen in Landelijk Noord aangewezen als gemeentelijk monument, waaronder deze.Beeld Dingena Mol

Stolpboerderijen, hooibergen en -schuren, melkveebedrijven en weidegebieden: geen begrippen die de Amsterdammer direct met de stad associeert. Toch resteert er nog een handvol, en die zijn daarom aangewezen als gemeentelijke monumenten, al is een enkeling daar niet blij mee.

Dylan van Eijkeren

Waar het allemaal om gaat, zegt Bonny Alberts (80), bestuurslid van Historisch Centrum Amsterdam-Noord (HCAN), is dat we ook in de toekomst nog kunnen zien hoe ‘nog geen honderd jaar geleden zuivelboeren werkten’. “Want Waterland was eeuwenlang de melkfabriek van Amsterdam.”

Via slootjes en gouwen werden met melkbussen beladen met roeibootjes naar zogeheten melkstoepen gevaren, waarna de Waterlandse melkschuit van steigertjes naar de verzamelplaatsen op de dijken voer. Twee keer per dag ging de melkboot van Ransdorp naar Nieuwendam, en vandaar stadwaarts, het machtige IJ over – toen nog een zeearm, nu een rivier – naar de stadsbewoners. In dit deel van Noord waren destijds amper wegen, hooguit wat paden.

Dat mensen straks nog kunnen zien hoe dat proces in z’n werk ging, heeft geleid tot de aanwijzing van vier boerderijen en hun stallen als gemeentelijk monument door stadsdeel Noord, zegt Alberts . “Rijksmonumenten zijn er veel in Landelijk Noord, in bijvoorbeeld Ransdorp en Durgerdam. Holysloot is bijvoorbeeld een bijzonder historisch dorp. Van de boerderijen die nu gemeentelijke monumenten worden, val ik op zichzelf niet meteen achterover, maar we moeten blij zijn dat ze zijn overgebleven in hun omgeving. Zo kunnen we zien dat de wereld in een eeuw helemaal is veranderd.”

Ook Ellen van Kessel (65), beleidsadviseur bij de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente, benadrukt dat. “Het gaat niet zozeer om de boerderijgebouwen en bijgebouwen zelf als wel om de ensemblewaarde. De monumentenbescherming geldt voor het gehele kadastrale perceel, van erf tot en met sloot. De weilanden aan de andere kant van de sloot vallen niet onder de monumenten.”

Uitbreiding van het woonarsenaal

De aanwijzing van de vier boerderijen nu betreft overigens niet louter de hele en halve stolpboerderijen zelf, maar ook hun zeldzame kaakbergen: omtimmerde, geteerde en soms met pannen bedekte hooibergen, kenmerkend voor Noord. Alberts van HCAN: “Die worden soms verbouwd tot woonhuizen.” Zeldzaam zijn ook de overblijfselen van erfbeplanting, zoals windsingels langs de randen van het erf: populieren, iepen en wilgen. Maar vaker zijn alleen de sloten behouden.

Broekergouw 16. Beeld Dingena Mol
Broekergouw 16.Beeld Dingena Mol

De verhouding tussen stad en platteland is in Amsterdam, een stad van uitbreiding na uitbreiding, altijd tweeledig geweest. In de eerste plaats was de voedselvoorziening van belang, in de tweede plaats bood ingepolderde en verveende grond de mogelijkheid tot uitbreiding van het woonarsenaal.

Erna Berends (42), bestuurder van stadsdeel Noord: “Wij vonden het belangrijk om dit karakteristieke landschap te behouden voor de stad, zodat mensen ook straks nog kunnen zien waar hun voedsel vandaan kwam. Bescherm je het niet, dan verandert het doordat de functie verandert, van boerderij naar woonhuis, of verandert de schaalgrootte. Dat vinden wij in Landelijk Noord onwenselijk.”

In Noord waren boerderijen altijd gekoppeld aan de polderstructuren. In de veenpolders werden boerderijen vrijwel zonder uitzondering gebouwd op de hogere – en dus drogere – plekken: langs de polderranden aan de ringdijken, aan uitvalswegen, langs rivierdijken. In het zeer natte gebied ten noorden van het IJ werden boerderijen vooral gebouwd langs de voornaamste afwateringen, de gouwen.

Van twee van de vier eigenaren hoefde de monumentenstatus niet zo nodig, zegt Berends. De angst dat je met een ‘aangewezen’ pand niets meer kan of mag, is diepgeworteld in de Amsterdamse burger – al is de realiteit tamelijk flexibel. Monumenten en Archeologie schiet zelfs te hulp bij praktische problemen, zegt Van Kessel.

Glas melk, beker yoghurt, stuk schapenkaas

Wie uiterst enthousiast is over het nieuw verkregen predicaat is Michiel van der Burght (61) van Stadsherstel Amsterdam, dat de boerderij aan Broekergouw 12 bezit: “De monumentenstatus heeft zelfs voordelen, zo kun je leningen tegen lage rente afsluiten voor je verbouwingen.”

Dorpsstraat Holysloot 12. Beeld Dingena Mol
Dorpsstraat Holysloot 12.Beeld Dingena Mol

Over de monumentale waarde is adjunct-directeur van Stadsherstel Van der Burght helder: “Juist in de stad is het belangrijk om boerderijen te behouden, ze laten de ontwikkeling van de stad goed zien. Zo kunnen mensen ook in de toekomst ervaren hoe het leven in Amsterdam vroeger was. Daarbij vinden wij het ontzettend leuk als niet alleen wij, maar ook de gemeente vindt dat onze panden het waard zijn om te worden behouden.”

Dat is allemaal leuk en aardig, maar wat heeft een bewoner van pakweg De Pijp of Nieuw-West eraan? Bonny Alberts van HCAN pareert die vraag even praktisch als spitsvondig. “Fiets er eens heen of wandel er eens doorheen, Waterland is prachtig. Stadsdeel Noord heeft ook een leuke folder uitgebracht, Noordje Fietst (online te vinden, red.), vijftien kilometer in drie uur. De boerderijen verkopen een glas melk, een beker yoghurt of een stuk schapenkaas, en je ziet meteen waar die producten vandaan komen.”

Broekergouw 12. Beeld Dingena Mol
Broekergouw 12.Beeld Dingena Mol

Mocht de winter een beetje doorzetten, overigens, is het behalve wandelen en fietsen ook heel aardig schaatsen langs de historische boerderijen aan de gouwen van Landelijk Noord.

De vier monumentale boerderijen

- De boerderij aan Dorpsstraat Holysloot 12 bestaat uit een voorhuis met stal en een extra grote hooischuur (een zogeheten stolpschuur) en is daarmee een voorbeeld van een boerderij van het hooihuistype uit circa 1925. Het versoberde voorhuis is voorzien van de originele, fraaie windveren.

- De boerderij aan Broekergouw 12 is eigendom van Stadsherstel. Bestaande uit een voorhuis, tussenlid en schuur is het een goed voorbeeld van een boerderij en melkveebedrijf uit het eerste kwart van de twintigste eeuw. Het is een van de twee ontginningsboerderijen in de polder. Het pand is van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging op de smalle strook land tussen de Broekermeer- en de Burkmeerpolder en heeft ensemblewaarde vanwege het door sloten afgezoomde erf.

- Broekergouw 16 is een van de vroegste boerderijen in het gebied en bestaat uit een voorhuis met stal en losstaande hooiberg uit het begin van de twintigste eeuw. Met name de fraai gedetailleerde voorgevel is een opmerkelijk onderdeel.

- Aan Zunderdorpergouw 29 staat een stolpboerderij met stal en een kaakberg, en is daarmee een voorbeeld van een melkveeboerderij uit het derde kwart van de negentiende eeuw. De stolp was oorspronkelijk volledig van hout. Het heeft stedenbouwkundige waarde dankzij de ligging in het laatst overgebleven weidegebied binnen de gemeente Amsterdam, en heeft ensemblewaarde vanwege het door sloten afgezoomde, traditionele erf met bomen.

Bron: Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam

Meer over