De laatste van mijn demonen. Voor Hugo Claus

De Bezige Bij, euro 14,90

Dat Hugo Claus kort na zijn dood zoveel pennen en tongen in beroering zou brengen, had hem waarschijnlijk zelf nog het meest verbaasd. De literaire alleskunner ging ervan uit dat hij na zijn dood kort herdacht zou worden om vervolgens te worden vergeten. ,,Wie kan het echt wat schelen als ik er niet meer ben? Ik denk dat ik die mensen op de vingers van één hand kan tellen'', zei hij enkele jaren geleden.

Het is anders gelopen. Zijn leven en werk staan sindsdien volop in de belangstelling, de talrijke herdenkingen aan de artistieke duizendpoot hebben ertoe geleid dat veel van zijn boeken een nieuw leven zijn begonnen. Maar dat zijn naam blijft rond zoemen heeft niet alleen met diens literaire gewicht te maken. Vooral zijn zelfverkozen dood - op 19 maart - heeft veel losgemaakt. Zeker in zijn eigen land België, waar voor- en tegenstanders van euthanasie elkaar in de haren vliegen en men al spreekt van een Clauseffect. Voorstanders prijzen de moed van de schrijver, die aan Alzheimer leed. Tegenstanders maken zich boos over de waardering die hij krijgt voor zijn zelfgekozen levenseinde. Bij onze zuiderburen lijkt euthanasie langzaam verlost te worden van zijn taboesfeer. 'Het heeft veel mensen wakker gemaakt', heet het.

In Nederland is het taboe rond euthanasie al langer doorbroken. Maar ook hier was er behalve lof en begrip ook kritiek. Aartsbisschop Wim Eijk van Utrecht had evenals Belgische kerkelijke gezagsdragers weinig vleiende woorden over voor de schrijver: ,,Uiteindelijk getuigt de zelfverkozen dood van een gebrek aan moed, van toegeven aan lijdensangst.''

Dat Claus koos voor euthanasie kwam overigens niet als een verrassing. Kort voor zijn dood zei hij: ,,Als het verval zich duidelijk manifesteert, moet je je niet vastklampen aan het leven. De moeilijkheid is alleen: als je echt onzin begint te vertellen, weet je het niet meer.'' Bij het gruwelijke ziekbed van zijn vader had hij zichzelf voorgehouden: ,,Dit mag jou nooit overkomen. Als jij ouder wordt, moet je zo'n pil in een mooi zilveren renaissancedoosje bij de hand hebben.''

TWIJFEL

In het requiem 'De laatste van mijn demonen' komt Claus' zelfverkozen dood uitvoerig aan bod, in goedkeurende zin. Verontwaardiging is er in de herdenkingsstukken wel over de afkeurende reacties van rooms-katholieke zijde. Vooral de Vlaamse schrijver Erwin Mortier windt zich op: ,,Louter en alleen omdat de keuze van zijn levenseinde toevallig niet de hunne is, komen ze weer van onder de plaveien gekropen en spuien hun laffe gal. De eigen morele superioriteit celebreren boven het lichaam van een geliefde dode is geen heldendaad. Meneer de kardinaal: schaam je.''

De toon van de andere bijdragen is beheerster. Remco Campert droeg een droevig gestemd gedicht op aan zijn collega en vriend. Cees Nooteboom, Connie Palmen, Tom Lanoye, Kees Fens, Jan Mulder en Marcel Möring schreven mooie in memoriams. De geestigste bijdrage is van Kees van Kooten. Verrassend is die van Guy Verhofstadt, de oud-premier van België, die goed met Claus kon opschieten. Een groot kenner van Claus' werk is schrijver Paul Claes, die pleit voor een handige leeswijzer bij Claus' poëzie, omdat daarin nog veel te verklaren valt.

Sterk is het stuk van Dimitri Verhulst, die in de beste Claustraditie even vet als subtiel kan schrijven. De Vlaamse auteur herinnert zich dat in de arbeidersbuurt waarin hij opgroeide steevast werd afgegeven op Claus, zonder dat iemand trouwens een letter van hem gelezen had. Verhulst vermoedt dat het aan de taal van Claus lag. ,,Dat was niet de taal die het volk horen wou.'' De doorsnee Vlaming, die de rug kromde voor zijn dagelijkse arbeid, was afgunstig, want 'die Claus lanterfantte maar een goeie gang aan, en sloeg ondertussen de seksfilmactrice aan de haak waar zowel het werkvolk als de minister zich in fantasieën mee te amuseren had'.

Haast visionair in dit requiem zijn Claus' uitspraken in de twee interviews die hij kort voor zijn dood gaf aan zijn biograaf Piet Piryns. Treffend zijn de opgenomen gedichten, zoals het even troostrijke als troosteloze 'Verdwaald liedje', dat de Vlaamse reus in zijn nadagen schreef:

De mens dat arme beest
hij is er en hij is er geweest
Hij rent door alle landen
tot hij geen asem heeft
En als hij neervalt is hij bang
en bidt en blaft en beeft
(NICO DE BOER)

null Beeld
Meer over