PlusAchtergrond

De klimaat-rechtbank in sessie: planten en dieren hebben er net zo goed rechten

In de alternatieve rechtbank Court for Intergenerational Climate Crimes worden multinationals aangeklaagd die bijdragen aan de klimaatcrisis. En planten en dieren hebben er net zo goed rechten.

Edo Dijksterhuis
 De opstelling van het Court for Intergenerational Climate Crimes.  Beeld Ruben Hamelink
De opstelling van het Court for Intergenerational Climate Crimes.Beeld Ruben Hamelink

Natuurlijk is de complete stellage in Framer Framed, platform voor kunst en cultuur, gemaakt op milieuvriendelijke en maatschappelijk verantwoorde wijze. De tribune ­van het (kunst)project Court for Intergenerational Climate Crimes bestaat uit eco-core, een soort spaanplaat met gerecyclede pvc-flessen als grondstof. De gebruikte lak is bio-afbreekbaar en medewerkers van de sociale werkplaats hebben geholpen bij de bouw.

“Maar het maakt allemaal geen moer uit,” onderbreekt kunstenaar Jonas Staal (40) abrupt zijn eigen opsomming. “Zoals het ook niets uitmaakt of ik wel of geen elektrische auto rijd, mijn afval braaf scheid of mijn huis beter isoleer. Dat individueel consumptiegedrag impact heeft op de klimaatcrisis is een schandalige misvatting die wordt gepromoot door de politiek en bedrijfsleven. De acties van welwillende burgers maken hoegenaamd geen verschil.”

De oplossing moet volgens Staal elders worden gezocht. Hogerop en vroeger in de keten van fabricage, consumptie en afvalproductie. Bij de multinationals, overheden en de juridische structuren die de schadelijke status quo in stand houden en de ecologische apocalyps in versneld tempo dichterbij brengen. Om die reden heeft Staal met Radha D’Souza (68) en een internationale groep kunstenaars, activisten, wetenschappers, geëngageerde burgers en professionals het Court for Intergenerational Climate Crimes (CICC) opgericht. Eind deze maand gaat de alternatieve rechtbank in sessie voor de eerste zaken.

Milieumisdaden

“Het CICC lijkt qua opzet precies op een reguliere rechtbank,” zegt Radha D’Souza, jurist, een van de vier rechters en schrijver van het boek What’s Wrong with Rights? (2018). Daarin vertaalt ze het bestaande rechtssysteem in termen van de onderlinge afhankelijkheid van mensen, dieren, planten en andere organismen in ons ecosysteem.

“Alles wordt vastgelegd door een griffier. De openbaar aanklager schetst de juridische en institutionele structuren die ten grondslag liggen aan de milieumisdaden. Getuigen brengen bewijs aan. De beklaagden krijgen spreektijd om zich te verdedigen. En dan hebben we nog de jury. Dat is het publiek dat met extra vragen zijn mening mag aanscherpen en extra bewijslast mag aanvoeren.”

In de beklaagdenbank staan Unilever, ING en Airbus. “Iconische bedrijven met een Nederlandse connectie die tot voor kort allemaal in Nederland stonden geregistreerd,” zegt D’Souza.

Unilever wordt onder andere het wereldwijd verspreiden van agrarische monocultuur verweten, naast de vergiftiging van oppervlaktewater met kwik en het ondermijnen van democratische instituties. ING is misschien niet ­direct betrokken bij klimaatmisdaden, maar faciliteert volgens de aanklacht een destructieve mijnindustrie en de grootschalige kap van het regenwoud in Indonesië en ­Kameroen om er palmolieplantages neer te zetten.

Het van oorsprong Leidse Airbus, ooit de ruimtevaartafdeling van Fokker, is een grote speler in de wapenindustrie. D’Souza: “De oorlogen die met hun producten worden uitgevochten veroorzaken vluchtelingenstromen die zwaar drukken op de natuur, om van de vervuiling door giftige munitie nog niet te spreken.”

“We hadden elke dag van oktober wel drie rechtszaken kunnen houden,” aldus Staal. “Maar dan hadden we een veel groter researchteam moeten hebben. Net als andere volkstribunalen moeten we heel zorgvuldig zijn omwille van onze geloofwaardigheid. We moeten nog preciezer zijn dan de reguliere rechtbank. Vandaar dat we ons hebben beperkt tot deze zaken.”

Naast de bedrijven wordt in elke zaak en een aparte hoorzitting ook de Nederlandse staat aangeklaagd. Volgens het CICC is de overheid namelijk een actieve partner in crime. D’Souza: “Door bilaterale handelsovereenkomsten, tax shelters en het toelaten van brievenbusfirma’s stimuleert en subsidieert de staat deze bedrijven. Het is allemaal legaal volgens de gangbare wetgeving, maar dat is ook de reden waarom wij de gedragingen van bedrijven langs een andere meetlat leggen.”

De jurist duidt hiermee op de Intergenerational Climates Crimes Act die ze met Staal opstelde. Deze wet ­bevat negen artikelen met elk twee tot negen subsecties. Groot verschil met bestaande, westerse wetgeving is een grotere nadruk op gemeenschap dan op individuen. En dat die gemeenschap naast de nu levende mensen ook toekomstige generaties omvat, plus niet-menselijke levensvormen. “Ik heb niet de illusie dat onze rechtszitting meteen tot andere wetgeving zal leiden,” erkent D’Souza. “Maar we willen dat mensen anders gaan nadenken over het bestaande juridische kader.”

Jurist en rechter Radha D’Souza en kunstenaar Jonas Staal. Beeld Ruben Hamelink
Jurist en rechter Radha D’Souza en kunstenaar Jonas Staal.Beeld Ruben Hamelink

Uitgestorven kameraden

De zittingen vinden plaats in een arena met tribunes rondom en de rechtbankvloer in het midden. Overal in de ruimte staan borden met afbeeldingen van uitgestorven dieren en planten, van de dodo die in 1662 het loodje legde en de Falklandwolf die in 1876 uitstierf, tot de Yellow Fatu die sinds 2005 niet meer is gezien.

“En dit is maar een fractie van alle organismen die de ­afgelopen vierhonderd jaar zijn uitgestorven,” zegt Staal, die de borden heeft geschilderd. “We staan aan het begin van een zesde uitstervingsgolf, die is ingezet met het kolonialisme. De koloniale ‘ontdekking’ is een vorm van vernietiging. Aan de vorm en stijl van de afbeeldingen kun je deels afleiden wanneer een soort is uitgestorven. Als ik een bepaalde gravure heb gebruikt als bron, kan ik die bijvoorbeeld visueel terugleiden tot de 18de eeuw. Bij foto’s ligt het moment van uitsterven veelal in de afgelopen eeuw. De planten zijn overgenomen uit herbaria, wat je kunt zien aan de plakkertjes waarmee ze op hun plek worden gehouden.”

Onder de afbeeldingen staat in verschillende talen elke keer het woord ‘kameraad’ geschreven, om de menselijke verbondenheid met deze verdwenen dieren en planten te onderstrepen. Staal: “Veel van die talen bestaan niet meer. Met de soorten sterven ook culturen uit.”

De stille getuigen van een verloren wereld worden afgewisseld met fossielen op een standaard. “Het zijn honderd miljoen jaar oude ammonieten, een soort inktvissen in een spiraalvormige schelp, die in de vijfde uitstervingsgolf ophielden te bestaan en de basis vormen van fossiele brandstof. In het midden van de rechtszaal hebben we een plas gestolde olie neergelegd waarin een grote ammoniet ligt. Die illustreert de paradox van het huidige tijdperk: het geheugen van de aarde is gedurende miljoenen jaren vastgelegd in dit materiaal, dat bedrijven nu in een krankzinnig korte tijd opstoken. Daarmee versnellen we de tijd en verminderen we het aantal leefbare jaren op aarde.”

Rond de rechtbankarena met tribunes staan afbeeldingen van uitgestorven dieren en
planten. Beeld Ruben Hamelink
Rond de rechtbankarena met tribunes staan afbeeldingen van uitgestorven dieren enplanten.Beeld Ruben Hamelink

Gemeenschappelijk bezit

“Mensen raken overweldigd en voelen zich machteloos als ze over de klimaatcrisis nadenken,” erkent D’Souza. “Het is daarom makkelijker om er in een neoliberale modus mee om te gaan. Alles gevat in cijfers en statistieken: maximaal twee graden opwarming, zoveel procent minder CO2-uitstoot. Dat is een denkwijze die niet verder gaat dan kosten, opbrengst en verlies.”

“We weten wat het probleem is, maar we zitten vast als het om oplossingen gaat. Dat komt doordat we nog steeds een juridisch systeem gebruiken dat eeuwen geleden is ontworpen door een klein groepje westerse handelaren, aristocraten en intellectuelen. Hierin is alles teruggebracht tot monetaire waarde en eigendomsrechten. Maar we hebben andere kaders nodig.”

Als voorbeeld haalt D’Souza landrechten aan. “Een groot deel van de problemen is ontstaan doordat land handelswaar werd, waarvan je mensen kon verdrijven en dat je kon vervuilen als dat financieel voordelig was. Wij stellen voor dat land niet langer verhandelbaar mag zijn, net ­zomin als arbeid en bossen. Dat is geen fantasie; er zijn ­genoeg voorbeelden van premoderne samenlevingen waarin land gemeenschappelijke bezit was en onvervreemdbaar. Dat soort concepten kun je moderniseren.”

Irrationeel is juist hoe we de zaken nu aanpakken, aldus Staal. “We verplichten burgers te ‘verduurzamen’ in plaats van de fossiele industrie onmiddellijk te onteigenen en te ontmantelen. De klimaatdiscussie is gedepolitiseerd, ­iedereen onderschrijft de noodzaak om de crisis aan te pakken. Maar het gaat in beginsel om maatschappelijke ongelijkheid en de machtsstructuren die eraan ten grondslag liggen. Daar moeten we iets aan doen.”

Court for Intergenerational Climate Crimes: t/m 16 januari in Framer Framed, Oranje-Vrijstaatkade 71, de rechtszittingen vinden plaats van 28 t/m 31 oktober.

Meer over