PlusReportage

De iep is de lievelingsboom van Amsterdam: ‘In Groningen worden nakomelingen gekweekt’

Amsterdam telt 75.000 iepen en elk jaar komen daar nog honderden exemplaren bij. De kraamkamer staat in het Groningse Glimmen, waar speciaal voor de hoofdstad meer dan honderd iepensoorten worden gekweekt. ‘Deze boom is echt Amsterdams erfgoed.’

Patrick Meershoek
Kwekerij Noordplant in Glimmen: overzicht van een perceel met drie keer verplante bomen in het derde groeiseizoen. De eerste rij heeft beschermingskokers, tegen wildvraat. Beeld Sophie Saddington
Kwekerij Noordplant in Glimmen: overzicht van een perceel met drie keer verplante bomen in het derde groeiseizoen. De eerste rij heeft beschermingskokers, tegen wildvraat.Beeld Sophie Saddington

Kaarsrecht en keurig in het gelid staan ze op verschillende velden geduldig te wachten met hun wortels in de Groningse zandgrond: duizenden jonge iepen die in de toekomst een plek zullen krijgen in Amsterdam. De piepjonge bomen moeten nog zeker vijftien jaar wachten, de oudere exemplaren verhuizen in de komende jaren naar de hoofdstad. Kweker Ronnie Nijboer kent van veel iepen de bestemming al. Wijzend: “Die gaan naar de Herengracht als de werkzaamheden aan de kade zijn afgerond. En die staan over twee jaar op de Koninginneweg.”

Welkom bij kwekerij Noordplant in Glimmen, de kraamkamer van de Amsterdamse iep. In de hoofdstad staan naar schatting 75.000 iepen en als er een exemplaar moet worden toegevoegd of vervangen, komt die boom vaak bij Noordplant vandaan. De kwekerij heeft meer dan honderd soorten iepen in voorraad. Daaronder moderne modellen als de New Horizon uit de Verenigde Staten, een ijzersterke kruising van de Siberische en de Japanse iep, maar ook de monumentaaliep die een eeuw geleden door Hendrik Berlage zelf werd uitgekozen voor zijn Plan Zuid.

Roger Lenselink en Ronnie Nijboer van kwekerij Noordplant. Beeld Sophie Saddington
Roger Lenselink en Ronnie Nijboer van kwekerij Noordplant.Beeld Sophie Saddington

Wat dat betreft is de kwekerij ook een iepenmuseum, vertelt de Amsterdamse boomconsulent Hans Kaljee die ons heeft uitgenodigd om een kijkje te komen nemen in Glimmen. “Er worden hier nog allerlei historische rassen gekweekt, dat vind je nergens elders op de wereld. En er worden ook nakomelingen gekweekt van bijzondere bomen in de stad. Op de Westermarkt staat een monumentale knobbeliep te zieltogen. We doen alles om hem overeind te houden, maar mocht dat onverhoopt niet lukken, dan staat hier een aantal geënte exemplaren klaar.”

Diepgewortelde hartstocht

Het kweken van een iep vraagt om geduld, vergelijkbaar met dat van het stoken van een Schotse single malt. De bomen komen als stekje uit Duitsland en worden vervolgens in Glimmen gedurende vijftien jaar grootgebracht tot een omtrek van zestig centimeter. De iepen worden elk jaar gesnoeid en wisselen nog een aantal keren van veld. Het geld moet dus ook in vijftien jaar worden verdiend, vertelt Nijboer, en dat in weer en wind. “Een flinke storm kan een financiële strop betekenen. Maar als een boom eenmaal vijftien jaar is, kan hij ook wel 5000 euro opbrengen.”

­Amsterdamse boomconsulent Hans Kaljee: 'Omwonenden schrikken weleens van een nieuwe jonge boom in de straat. Wacht maar af, zeg ik dan, de iep is als een waterlelie, hij vouwt zich open.' Beeld Sophie Saddington
­Amsterdamse boomconsulent Hans Kaljee: 'Omwonenden schrikken weleens van een nieuwe jonge boom in de straat. Wacht maar af, zeg ik dan, de iep is als een waterlelie, hij vouwt zich open.'Beeld Sophie Saddington

Amsterdam is een belangrijke afnemer van Noordplant. Niet alleen van de iep trouwens: onlangs is nog een contract getekend voor de levering van 750 populieren die een plek moeten krijgen op een bomendijk op IJburg. Ook het herstel van de kademuren in de binnenstad zorgt voor klandizie. Nijboer weet dat hij de komende twintig jaar 150 bomen per jaar moet leveren als nieuwe aanplant. “Het is allemaal iets ingewikkelder geworden door de aanbestedingsregels. Vroeger waren wij de vaste leverancier, nu moet het per project worden geregeld.”

De boomconsulent en de kweker delen een diepgewortelde hartstocht voor de iep, een liefde die de bijna 200 kilometer tussen Amsterdam en Glimmen moeiteloos trotseert. Kaljee spreekt over de lievelingsboom van de hoofdstad, reeds te zien op schilderijen uit de 17de eeuw. “Het is echt Amsterdams erfgoed. Omwonenden schrikken weleens van een nieuwe jonge boom in de straat. Wacht maar af, zeg ik dan, de iep is als een waterlelie, hij vouwt zich open. Het duurt wel een paar jaar, maar we kunnen nu eenmaal geen volwassen bomen planten.”

Iepziekte

Kweker Nijboer roemt de eigenschappen van de iep als stadsboom. “Het is een beetje een masochistische boom. Je kunt hem plagen. Hij kan goed tegen de hitte van de zomer en de kou van de winter. Hij kan omgaan met langdurige droogte en met hevige regenval. De iep kan echt tegen een stootje.” Bij wijze van eerbetoon aan de eeuwenoude hoofdstad van de iep, heeft Noordplant de Ulmus ‘Amsterdam’ in het assortiment opgenomen. Nijboer: “Een mooie boom, al is er vanuit Rotterdam opvallend weinig vraag naar.”

Geen kwaad woord over de iep, maar we kunnen ook niet heen om de iepziekte, de schimmel die een eeuw geleden in Europa opdook, miljoenen iepen in ons land de das omdeed en de boom tot op de dag van vandaag een slechte naam bezorgt. “Het vertrouwen in de iep heeft toen een enorme knauw gekregen,” vertelt Nijboer. “In Frankrijk, Duitsland en Engeland is de iep verdwenen van de bomenlijst. Men durfde het niet meer aan. Ook in Nederland wordt vaak nog steeds met argwaan naar de iep gekeken. Amsterdam is wat dat betreft echt een uitzondering.”

Dat de iep in Amsterdam op een voetstuk bleef staan, mag op het conto worden geschreven van Dina Spierenburg, Bea Schwarz, Stien Buisman en Johanna Westerdijk, vier vrouwelijke wetenschappers die indertijd op zoek gingen naar de oorzaak van de iepziekte. “Het onderzoek vond onder meer plaats in het Vondelpark,” vertelt Nijboer. “Deze vier jonge vrouwen ontdekten dat de ziekte werd veroorzaakt door een nieuwe schimmel. Aanvankelijk kregen ze de hoon over zich heen van hun mannelijke collega’s, maar ze bleken het bij het rechte eind te hebben.”

Botanisch zendingswerk

Schwarz en Buisman hebben postuum een iepensoort naar zich vernoemd gekregen, die in Amsterdam aan de Sloterplas staan, aan de Amsteldijk en in het Vondelpark. Kaljee: “Dat onderzoek naar de iepziekte heeft de basis gelegd voor wat de Amsterdamse aanpak is gaan heten. Aangetaste bomen worden hier onmiddellijk verwijderd. Alleen op die manier kan verspreiding worden voorkomen. Sinds de komst van resistente soorten planten we een mix van iepen, waarbij de resistente bomen fungeren als buffer tussen kwetsbare bomen. Op IJburg staan ruim twintig soorten door elkaar. Zo houden we de iepziekte in bedwang.”

Dat laatste wordt ook in andere gemeenten opgemerkt. Kaljee ontvangt geregeld collega’s in Amsterdam en trekt ook door het land om lezingen te geven over de Amsterdamse aanpak. Nijboer profiteert van dat botanische zendelingenwerk. “In Den Bosch worden nu ook weer iepen geplant. Andere steden durven het ook weer aan.” Kaljee: “De klimaatverandering speelt daarin ook een rol. We krijgen straks koude winters en hete zomers. Veel soorten gaan daar problemen mee krijgen, maar onze oude, vertrouwde iep blijkt dus ook een perfecte klimaatboom.”

Bijzonder bomenkroost

Noordplant heeft in Glimmen 30 hectaren grond tot zijn beschikking voor het opkweken van tienduizenden bomen. Voor een paar bijzondere exemplaren is een plek gevonden in het nabijgelegen Peize, op de kleine kwekerij van de familie Pieters. Daar staat op het land achter de grote schuur bijvoorbeeld een rijtje nakomelingen van de iconische ‘Boom die alles zag’, de grauwe abeel die het middelpunt vormt van het monument van de Bijlmerramp. Kaljee: “De boom is ziek en hangt in een tuigage. We weten niet precies hoe ernstig het is, maar voor de zekerheid hebben we een aantal enten laten maken.” Een klein stukje verderop: de laatste nakomelingen van de Anne Frankboom, de witte paardenkastanje in de tuin van het Achterhuis die in 2010 omwaaide. Alle scholen die naar Anne Frank zijn vernoemd, hebben in de jaren daarna een zaailing ontvangen voor op het schoolplein. De laatste bomen wachten nog op een bestemming.

Meer over