PlusAchtergrond

Coronastarters: nu doorpakken of toch terug naar het oude beroep? ‘We zullen nog een keer langs de bank moeten’

In de coronacrisis zijn er meer bedrijven opgericht dan daarvoor, zelfs in sectoren die zwaar werden getroffen. Maar nu alles weer rolt, is voor veel starters de vraag: doorgaan of terug naar het oude vak? ‘Het is hard werken, harder dan ooit.’

Herman Stil
Meike Heynens van de Winkel op Wielen: ‘We begonnen in september 2020, in januari zaten we al boven onze prognose.’ Beeld Daphne Lucker
Meike Heynens van de Winkel op Wielen: ‘We begonnen in september 2020, in januari zaten we al boven onze prognose.’Beeld Daphne Lucker

Hoewel de pandemie de afgelopen twee jaar ongehoord huishield, steeg het aantal nieuwe bedrijven als nooit tevoren. Nederland telt daardoor meer bedrijven dan ooit: ruim 2,2 miljoen, het merendeel eenpitters.

Alleen al in groot-Amsterdam, zo blijkt uit cijfers die Het Parool bij bedrijfsanalist Graydon navroeg, werden vorig jaar bijna 38.000 nieuwe bedrijven gestart. Dat zijn er meer dan in 2019 toen corona nog alleen een biermerk was, en 7 procent meer dan in 2020. Tegelijkertijd bleef het aantal stoppers de afgelopen twee jaar nagenoeg gelijk en – door de coronasteun – het aantal faillissementen historisch laag.

Natuurlijk waren er onfortuinlijken die hun baan door lockdowns en coronabeperkingen kwijtraakten en de toekomst in eigen ondernemerschap zochten. Of, net als voor corona, bouwvakkers die vanwege de enorme vraag naar aannemerspersoneel in plaats van loondienst een lucratief zzp’erschap prefereerden.

Maar er waren ook veel handigerds die juist op de malheur inspeelden: sinds 2020 ontstonden alleen al in Amsterdam 1956 nieuwe webwinkels, 61 ‘groothandels in dranken’ en 45 in ‘overige genotsmiddelen’. Nog afgezien van de 381 pakketvervoerders en 354 koeriers om al die pakjes en versnaperingen te bezorgen.

Ook lachten 1656 durfals de lockdowns en 1,5-metermanie weg door een horecaonderneming te beginnen. En kwamen er bijvoorbeeld 44 nieuwe bakkers bij.

Nu de coronacrisis langzaam wegebt, staan die coronastarters voor een dilemma. Ze moeten opboksen tegen concurrenten die twee jaar lang overheidssteun hebben gehad – waar zij als starter geen recht op hadden. Bovendien lonkt voor velen, vooral in de horeca en winkelbranche, de oude stiel weer. Zeker nu er vanwege enorme personeelstekorten meer te halen valt.

En dat wordt voelbaar. Volgens de Kamer van Koophandel lag het aantal nieuwkomers afgelopen maart 8 procent lager dan in maart 2021. Tegelijkertijd nam het aantal stoppers toe en groeit het aantal faillissementen bijna een kwart.

Maar veruit de meeste coronastarters zetten door.

Menka Worae: ‘We blijven ook doen wat we altijd al deden. Het is allebei hard aanpoten.’ Beeld Daphne Lucker
Menka Worae: ‘We blijven ook doen wat we altijd al deden. Het is allebei hard aanpoten.’Beeld Daphne Lucker

‘Stilzitten is als ondernemer geen optie’

Menka Worae, van Amsterdam Nightlife naar vakantiefestival D.r.e.a.m.

Twee jaar lag Amsterdam Nightlife, dat uitgaansarrangementen van clubs, cafés, attracties en hotels aanbiedt, onderuit. “Dat alles in een keer dichtging, gaf de eerste dagen een soort error,” zegt Menka Worae.

“Plots konden we niks meer. Maar stilzitten is als ondernemer geen optie, dan ga je dood. Na een paar weken zijn we gaan nadenken. Positieve energie: waar gaan we die in steken?”

Terwijl de avondklok luidde, gingen de gedachten naar zon, zee en feest. “We zaten thuis en konden alleen dromen. Onze fantasie was een luxe resort waar je al die mensen die door twee jaar lockdown zijn getroffen kunt samenbrengen om dromen met elkaar te beleven.”

Want, zegt Worae, als iets is gebleken in coronatijd is dat uitgaan, evenementen en festivals veel meer bieden dan feesten en drinken alleen. “Het is mensen bij elkaar brengen en met elkaar verbinden. Het is léven.”

Zo ontstond het idee voor een fecation, een kruising tussen een festival en een vakantie. In november organiseert het bedrijf (nu nog onder de vlag van Amsterdam Nightlife, maar binnenkort zelfstandig) op het Griekse eiland Rhodos D.r.e.a.m, met onder meer Frenna, Ronnie Flex en Broederliefde. “We hebben op 17 april de lancering in de Melkweg en we gaan in de zomer nog een strandevenement doen om aandacht te trekken.”

Tegelijkertijd gaat, met het verdampen van de coronamaatregelen, ook het uitgaansleven weer los. En daarmee de traditionele activiteiten van Amsterdam Nightlife. “We blijven ook doen wat we altijd al deden. Het is allebei hard aanpoten. Gelukkig konden we heel veel voorbereiden toen alles nog dicht was.”

Marinke van Katwijk: ‘We zijn nu vier dagen per week open, dat moet langer. Ik zoek naar een tweede chef.’ Beeld Daphne Lucker
Marinke van Katwijk: ‘We zijn nu vier dagen per week open, dat moet langer. Ik zoek naar een tweede chef.’Beeld Daphne Lucker

‘Het is hard werken, harder dan ooit’

Marinke van Katwijk, van lingeriemerk Love Stories naar visdeli Van Katwijk.

Net na school loopt achtstegroeper Sam met zijn vader visdeli Van Katwijk binnen. Waar leeftijdsgenoten niet verder zouden komen dan visfriet en kibbeling, bestelt Sam doorgewinterd drie oesters die hij aan een van de hoge tafeltjes in de zaak verorbert.

“Sam is niet eens mijn jongste,” zegt Marinke van Katwijk, terwijl ze op haar telefoon naar fotografisch bewijs zoekt. “Ik heb hier een klantje van net een jaar die voor de haring komt.”

Met het gelijknamige vissersdorp dan wel de vishandel heeft ze van huis uit niets. Met moderetail, lingerie, marketing en merkenbouw al dertig jaar des te meer. Zo hielp ze de afgelopen jaren mee met het opzetten van lingeriemerk Love Stories.

Tot ook daar de coronacrisis toesloeg en Van Katwijk moest nadenken over een andere toekomst. “Van jongs af aan ben ik bezig met eten maken. Ik had in mijn achterhoofd altijd een idee om iets te doen met Aziatische tapas.” Het werd een viszaak. “Mijn broer zag dat dit winkelpand leeg kwam. Hij zei: je moet iets met vis doen. Maar ik wilde dat horeca-idee niet loslaten.”

Dat kwam goed uit. Op een deel van de winkel bleek, als een parel verborgen, een horecavergunning te rusten. Daardoor doet Van Katwijks visdeli waarvan de gemeente Amsterdam zo gruwt: blurren. Niet alleen kan het aanbod ter plekke worden verorberd, ook worden er lichte maaltijden bereid. En er wordt lichtalcoholisch geschonken. Elders in de stad zijn viszaken om minder gesloten.

Een zaak opzetten in coronatijd is, ‘niet ideaal’. Nu alles weer open is, moet ze opboksen tegen concurrentie die coronasteun heeft gehad, waar zij als starter geen recht op had. “We zullen nog een keer langs de bank moeten.”

In haar businessplan staat dat ze na anderhalf jaar quitte draait. “Maar hopelijk al binnen een jaar.” Ze is er al hard mee bezig. “We zijn nu vier dagen per week open, dat moet langer. Ik zoek naar een tweede chef, zodat de zaak ook ’s avonds open kan. Het is hard werken, harder dan ooit.” Maar terug naar de modewereld, nee.

Meike Heynens: ‘We hebben met de bus het hoofd boven water kunnen houden, maar financieel heeft het ons niet echt geholpen.’ Beeld Daphne Lucker
Meike Heynens: ‘We hebben met de bus het hoofd boven water kunnen houden, maar financieel heeft het ons niet echt geholpen.’Beeld Daphne Lucker

‘Eigenlijk vinden we het evenementenwerk leuker’

Lotte van der Duin en Meike Heynens van eventbureau Bolt naar Winkel op Wielen.

Het ene moment organiseer je een bedrijfsfeest, het volgende ga je op voor je examen groot rijbewijs. “Toen de eerste lockdown kwam, kon niemand meer naar evenementen,” zegt Van Duin, met Meike Heynens vijftien jaar actief met event- en merkenbureau Bolt. “Van de ene op de andere dag zaten we op kantoor, niks te doen.”

Een oud idee bood soelaas: “Evenementen en nieuwe merken met een bus naar de mensen brengen. Maar iedereen zei: komen jullie dan ook langs met boodschappen? Want alles was dicht.”

“Zo zijn we in september 2020 de Winkel op Wielen begonnen, de moderne SRV-wagen. We deden de inkoop, bepaalden prijzen, reden rond en deden de verkoop. Elke dag een andere route in en om Amsterdam.”

Dat liep tijdens lockdowns en winkelbeperkingen als een zonnetje. Er kwam een tweede bus en een derde. “We begonnen in september 2020, in januari zaten we al boven onze prognose.” Tot de winkels weer opengingen. “Toen vlakte het weer af.”

Alsnog ging het kompas op het oorspronkelijke plan. “Een mini-evenement in een bus. We hebben beautymerken gehad, een schoenenwinkel, Karwei en deze week plantenservice Upperbloom.”

Maar het is geen blijvertje. “Om heel eerlijk te zijn, vinden we het evenementenwerk leuker. Nu gaat Bolt weer lopen en een heleboel vaste klanten vinden ons weer. We hebben met de bus het hoofd boven water kunnen houden, maar financieel heeft het ons niet echt geholpen. We hebben harder gewerkt dan ooit en het minste verdiend.”

Eén bus is inmiddels verkocht. “De andere twee staan er nog. We kunnen ze altijd nog gebruiken bij evenementen. Maar als er een goed bod komt, mogen ze weg.”

Meer over