PlusInterview

Choreograaf Hans van Manen wordt 90 jaar: ‘Ik kan alleen in de studio de passen niet meer voluit voordoen’

Choreograaf Hans van Manen wordt in juli 90 jaar, en dat wordt deze maand uitgebreid gevierd. Op bezoek bij de meester van de moderne dans. ‘Ik voel heus wel eens dat het behoorlijk leuk is dat mijn werk nog zo populair is.’

Femke van Wiggen
Choreograaf Hans van Manen: ‘De jubileumfeestjes worden iedere keer groter!’
 Beeld Ivo van der Bent
Choreograaf Hans van Manen: ‘De jubileumfeestjes worden iedere keer groter!’Beeld Ivo van der Bent

“Zullen we even wachten op Henk, we hebben geen haast toch?” vraagt Hans van Manen, vlak nadat hij me zijn appartement in Amsterdam-Zuid heeft binnengeleid. Henk is Henk van Dijk, met wie Van Manen al sinds zijn veertigste samen is. Van Dijk is ook degene die alle honderdvijftig balletten van Van Manen op video heeft vastgelegd, die ervoor heeft gezorgd dat elke beweging van de meester bewaard blijft.

Terwijl Van Dijk mijn jas ophangt, schuift Van Manen in de woonkamer een enorme roodleren fauteuil dichter naar de twee zwartleren stoelen bij de salontafel, om zo een interviewsetting te creëren. Het interieur is smaakvol, met een duidelijke voorliefde voor kunst. Op de salontafel staat de witte wijn klaar. Het is iets na lunchtijd, er is vanmorgen al gerepeteerd. Wanneer Van Dijk de woonkamer inloopt richting de bank iets verderop, roept Van Manen hem terug, de regie houdend terwijl hij een shagje draait. “Kom hier naast me.” Van Dijk: “Ja, vind je dat leuk als ik naast je zit?”

De impact die het werk van Hans van Manen nog altijd over de hele wereld heeft is ongeëvenaard. Het blijft tijdloos, of beter nog: het blijft van nu. Volgens de choreograaf komt dat doordat hij altijd de anekdote heeft vermeden: zijn werk draait om muzikaliteit, om swing, om ritme. Om mensen.

Gewaagd is zijn werk ook te noemen. Zijn lijnen zijn helder en in tegenstelling tot het klassieke werk, waarin dansers onaards licht moeten lijken, laat Van Manen de zwaartekracht zijn werk doen: piqués van de benen die naar de grond gericht zijn, stampende dansers. Meer dan eens lopen ze ‘normaal’ over het podium, als in de supermarkt.

En dan is er natuurlijk de altijd aanwezige erotiek. De rilling die er door het publiek gaat wanneer de man en de vrouw in Sarcasmen (1981) naast elkaar staan en zij in één zelfverzekerde beweging haar hand uitstrekt en zijn geslacht pakt. Of dat moment in Grosse Fuge (1971) waarin vier vrouwen met de benen wijd boven hun liggende mannen staan en de hoofden van die mannen richting hun kruis trekken. Elementen van een iconisch oeuvre.

Vijftien jaar geleden vierde Het Nationale Ballet uw eerste grote jubileum. Daarna werd u tachtig, vijfentachtig… en nu negentig.

“En de feestjes worden iedere keer groter! Serieus, ik voel heus wel eens dat het behoorlijk leuk is dat mijn werk nog zo populair is, maar daar denk ik dan vijf seconden aan en dan moet ik boodschappen doen want er komen weer zes mensen eten.”

Het moet ergens als een gelukkig toeval voelen dat u dit jaar negentig wordt, niet in tijden van lockdown.

“We hebben daar weinig last van gehad. We hadden onze eigen bubbel met vijf bijzonder leuke vrienden, die zich allemaal verantwoordelijk gedroegen. We aten zoveel mogelijk bij elkaar. De avonden waren dus prima bezet, en overdag rommelde je wat in huis of liep je een rondje. Mijn advies is dan ook: nodig altijd mensen uit!”

Bent u niet bang geweest?

“Ik ben totaal niet bang geweest voor mezelf. Maar we lezen meerdere kranten, kijken tv... Het zag er allemaal niet fantastisch uit, ik ben niet gek. We hadden het er tijdens het eten over. Nog steeds. Ik voel bijvoorbeeld opluchting voor de mensen in Sjanghai die eindelijk weer de straat op mogen. Dan hebben wij het vrij makkelijk gehad. Wat zou ik dan klagen?”

Bijvoorbeeld dat theaters het nog altijd zwaar hebben?

“Er gaan even wat minder mensen, ja. Komt allemaal terug, geen zorgen. Schiphol staat ook vol. We veranderen allemaal heus een beetje door corona en de oorlog in Oekraïne, maar niet enorm. We rijden nog auto. We schijnen nog steeds schatrijk te zijn, als land. Het zou leuk zijn als de overheid meer aandacht had voor de tachtigduizend mensen in Nederland die in armoede leven, denk ik dan.”

De naar Nederland gevluchte Bolsjoj-ster Olga Smirnova danst komende maand in maar liefst vier van uw balletten. Is zij voor u de gedroomde danseres?

Lachend: “Ik droom niet van danseressen, ik werk alleen met ze.” Dan, serieuzer: “Zij is niet minder dan fabuleus. Je hebt amper een opmerking gemaakt of je krijgt het te zien. Haar techniek is adembenemend, maar ze speelt er niet mee. Ze hoeft niet te laten zien dat ze het kan, zoals sommige dansers doen. Ze doet het gewoon.”

Smirnova zei me dat het een langgekoesterde droom van haar was met u te werken. Heeft u die zelf nog? Of stiekeme wensen?

“Ik heb nog nooit in mijn leven stiekeme wensen gehad. Ja, over seks misschien. Oh wacht, een serieuze misschien toch.” Van Manen knikt naar zijn levenspartner: “Dat hij nooit ziek wordt.”

U komt nog altijd een dag of vier meerepeteren, voor de première, overal ter wereld. Er zijn choreografen die dat aan anderen overlaten.

“Een pas zegt uiteindelijk niet zoveel, dat wordt nog wel eens vergeten. Mijn aanwijzingen zijn gevoel. Dan zeg ik bijvoorbeeld: ‘Ik moet kunnen zien dat je weet dat hij achter je staat.’ Of: ‘Als je voor je kijkt, zie je niet dat hij een mes in zijn hand heeft. Maar als je een fractie naar links kijkt, kun je dat wel zien, en ben je op je hoede.’ Dan heb je een heel ander ballet hoor, zonder de passen te veranderen.”

Maakt u zich wel eens zorgen over uw erfenis?

“Waarom zou ik me zorgen maken over hoe het na mijn dood gaat? Er valt een hele hoop vast te leggen, en dat wat kon, heb ik de afgelopen jaren zitten ondertekenen bij de notaris. Verder vertrouw ik op het team van Het Nationale Ballet. Er zijn een stuk of vijf balletmeesters die in mijn werk hebben gedanst en dat nu feilloos kunnen overbrengen. Rachel Beaujean voorop, die is nu in Wenen een werk aan het instuderen, daar gaan we morgen heen. Bovendien, als ik dood ben kan ik me niets herinneren. Klaar.”

U heeft altijd muzes gehad. De laatste vijftien jaar was dat Igone de Jongh. Zij is twee jaar geleden vertrokken bij Het Nationale Ballet.

“Dat is vreselijk jammer. Ik heb altijd fantastisch met haar gewerkt, in grote vriendschap en vertrouwen. Ik heb zeker zes choreografieën op haar gemaakt die ook niet slecht voor haar carrière zijn geweest. Ze kwam hier ook veel over de vloer. Maar het is helaas wel verleden tijd. Ze heeft natuurlijk toen ze wegging bij Het Nationale Ballet over God en iedereen vreselijke dingen gezegd. Niet over mij overigens, maar ik heb haar sindsdien gezien noch gesproken. Het is haar keuze. Ik kan alleen maar zeggen: zonde.”

U lijkt fysiek nogal voorspoedig naar de negentig te gaan.

“Ik loop wat moeilijk een trap op en ik loop wat moeilijk een heuvel op. Maar heuvel af gaat geweldig! Ik kan alleen in de studio de passen niet meer voluit voordoen; maar ook in het klein begrijpen de dansers heus wat ik bedoel.”

Vindt u het moeilijk om te gaan met dat ouder wordende lijf?

“Nee! Ben je mal. Ik heb altijd wel begrepen dat een grote telefoon kleiner gaat worden. Je moet in het leven bezig zijn met hoe het nog wél kan. En dat kan ik uitermate goed, al zeg ik het zelf. Matisse zat in een rolstoel en bond de penselen aan zijn hand vast. Niet dat ik nog nieuw werk wil maken. Ik zit er niet op te wachten dat mensen zeggen: ‘Zo bijzonder, Hans van Manen heeft op zijn 92ste nog een ballet gemaakt!’”

Festiviteiten

Als onderdeel van het Holland Festival wordt als eerbetoon in het Muziektheater een maand lang, van 8 tot 29 juni, het Van Manen Festival gevierd. Er worden negentien van Van Manens werken opgevoerd, in vier programma’s, door acht verschillende internationale gezelschappen.

Vanaf 19 juni is Dance in close-up: Hans van Manen seen by Erwin Olaf te zien bij Galerie Ron Mandos. Het bijbehorende boek is vanaf de opening verkrijgbaar. Ook is er een NTR-serie (NPO2) over de totstandkoming van dit project.

De documentaire Hans van Manen – Just dance the steps van Willem Aerts gaat op 25 juni in wereldpremière in Eye Filmmuseum Amsterdam en is op 10 juli te zien op NPO2.

Dit najaar verschijnt Sjeng Scheijens biografie van Hans van Manen, Gelukskind (uitgeverij Prometheus).

Leven en werk

Hans van Manen wordt 11 juli 1932 geboren in Nieuwer-Amstel, het huidige Amstelveen. Zijn moeder is een Duitse dienstbode. Zijn vader kent hij bijna niet anders dan ziek: hij sterft aan tuberculose als Van Manen zeven jaar is. Vanwege de Tweede Wereldoorlog maakt Van Manen zijn lagere school niet af. Op dertienjarige leeftijd gaat hij in de leer bij toneelkapper Herman Michels van de Amsterdamse Stadsschouwburg; hij wil de theaterwereld in.

Eind jaren veertig krijgt hij zijn eerste balletlessen van Sonia Gaskell. In 1951 staat hij in Gaskells Ballet Recital. Daarna danst hij nog bij het Ballet van de Nederlandse Opera en Les Ballets de Paris van Roland Petit in Parijs.

In 1955 debuteert Van Manen als choreograaf met Olé, Olé, la Margarita. Zijn derde creatie, Feestgericht, is bekroond met de Staatsprijs voor Choreografie. Hij was gedurende tien jaar mede artistiek-directeur van het Nederlands Dans Theater en daarna achtereenvolgens huischoreograaf van Het Nationale Ballet (1973-1987) en Nederlands Dans Theater (1988-2003). Sinds 2005 is hij wederom als vaste choreograaf verbonden aan Het Nationale Ballet.

In 2007 werd Van Manen bevorderd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2000 werd hij onderscheiden met de Erasmusprijs, in 2005 met de Benois de la Danse Lifetime Achievement Award, in 2007 met de VSCD Oeuvreprijs en in 2013 met de Gouden Eeuw Award.

Hans van Manen is beschermheer van de Nationale Balletacademie, lid van de Akademie van Kunsten en commandeur in de Franse Ordre des Arts et des Lettres.

Meer over