PlusInterview

Cabaretier Johan Goossens schreef een boek over zijn werkverleden: ‘Het fascineert me hoe moeilijk mensen zijn’

Ontslagen worden tijdens een teamvergadering, lesgeven in Ghana en mails beantwoorden als een zelfbedachte manager: in Met mensen werken neemt cabaretier Johan Goossens (39) zijn veelzijdige arbeidsverleden onder de loep.

KIm van der Meulen
Johan Goossens: ‘Wij Goossensen zijn best perfectionistisch, we willen het allemaal goed doen.’ Beeld Jakob van Vliet
Johan Goossens: ‘Wij Goossensen zijn best perfectionistisch, we willen het allemaal goed doen.’Beeld Jakob van Vliet

Samenwerken gaat niet vanzelf, weet Johan Goossens na talloze bijbaantjes, onder meer in de horeca, vrijwilligersfuncties, cabaretshows en een parttimebaan als mbo-docent. Maar als je de humor ervan inziet, valt daar prima mee te leven, vindt hij.

Uw vorige boeken gingen over uw ervaringen als docent, nu schrijft u over uw hele arbeidsverleden. Waarom?

“Dat idee had ik een jaar of vijf geleden al, maar ik heb het opgepakt toen de eerste lockdown begon, de theaters dichtgingen en ik ongezellig in mijn eentje thuiszat. Vaak wordt verheerlijkend gezegd: nou, jij werkt tenminste met mensen. Maar zo makkelijk is dat helemaal niet.”

“Het fascineert me hoe moeilijk mensen zijn, hoe moeilijk ik zelf ook ben, en hoe moeilijk samenwerken is. Een van de mooiste verhalen in het boek vind ik dat waarin ik het probeer uit te maken met mijn lichttechnicus, iemand met wie ik negen jaar heb getoerd. Maar ja, hoe stop je de samenwerking? Ik wil mensen altijd te vriend houden, dus ging ik maar heel luchtig en aardig doen en daardoor onduidelijk. Het werd een etterende wond.”

Wat ging er mis?

“Ik vroeg haar met een verbeterplan te komen, terwijl ik er eigenlijk gewoon klaar mee was. Toen ik dat uiteindelijk vertelde, dacht ik heel naïef dat we de tournee gewoon konden afmaken. Maar zij was natuurlijk woedend en moest elke avond nog anderhalf uur naar me kijken, terwijl iedereen in de zaal hard om me zat te lachen. Ik begrijp ook wel dat dat niet makkelijk is. Het decor dat ze elke avond netjes in haar auto had gedaan, smeet ze er nu volgens mij uit pure nijd in – het sleet ineens enorm.”

“Mijn vader, die afgelopen voorjaar is overleden en aan wie ik het boek heb opgedragen, komt ook in dat verhaal voor. Hij was in de laatste maanden van zijn leven erg bezig met de vraag: kan ik eigenlijk wel samenwerken? Wij Goossensen zijn best perfectionistisch, we willen het allemaal goed doen. En dat gaat niet altijd makkelijk, weet ik uit ervaring.”

Uw vader heeft dertig jaar een man in dienst gehad die hij nooit had willen aannemen, schrijft u.

“Ja, verschrikkelijk. Mijn vader had een fysiotherapiepraktijk en toen hij hem vertelde dat zijn proeftijd niet verlengd zou worden, viel die man huilend op zijn knieën. Mijn vader heeft hem alsnog aangenomen en daar dertig jaar spijt van gehad. Die man heeft hem uiteindelijk zelfs opgelicht. Ik heb van dichtbij gezien hoe moeilijk samenwerken kan zijn.”

In uw cabaretcarrière heeft u progressie geboekt: hoe moeilijk u het ook vindt een impresario de waarheid te vertellen, u heeft in elk geval een échte impresario.

“Ja, ik heb ooit mijn eigen manager verzonnen: Rob Vinken. Ik had het Groninger Studenten Cabaret Festival gewonnen en kreeg ineens allemaal mails van studentenverenigingen: hé pik, kom je optreden, gratis bier. Ik zat in wat ik heel tobberig mijn ‘professionaliseringsslag’ noemde en vond dat ik nu echt geld moest gaan vragen. Maar ik wilde ook leuk zijn, dus ging ik in dezelfde mail geld vragen én grapjes maken. Onmogelijk.”

“Toen ik Rob Vinken eenmaal had bedacht, rolden die mails zo mijn toetsenbord uit: ‘Geachte heer/mevrouw, wegens overweldigende drukte beheert ondergetekende momenteel de agenda van Johan Goossens.’ Mensen reageerden meteen veel netter en ik werd veel beleefder ontvangen. Als ik op zo’n studentenvereniging aankwam, moest ik eerst altijd een uur wachten voor iemand met een sleutel aankwam. Nu stond het hele bestuur klaar en vroegen ze: komt Rob ook nog? Ze scheten zeven kleuren, omdat Rob zo’n zakelijke toon had aangeslagen. Maar uiteindelijk kreeg ik een echte impresario, die ook mensen kon bellen.”

Van welke werkervaring bent u vooral blij dat u ’m van u af hebt geschreven?

“Op mijn achttiende heb ik als vrijwilliger in een Ghanees dorp lesgegeven op een basisschooltje, en ik heb acht jaar gewerkt aan een boek over die tijd. Daar heb ik me een beetje aan vertild, dus ik ben blij dat het Afrikaverhaal nu in dit boek staat. Ik kwam aan om les te geven en kreeg meteen een stok: ga ze maar slaan. Die kinderen werden keihard geslagen. Op de raarste momenten ook – als ze iets niet snapten, of het antwoord niet wisten. Dat die witte vrijwilligers uit Nederland dat niet wilden, vonden ze heerlijk. Maar daardoor werden ze ook heel druk en luisterden ze niet meer naar ons. Zelfs moeders die rond mijn klasje stonden, zeiden: sla ze nou! Sommigen kwamen boos de klas in om ze af te rossen, heel naar.”

Zijn uw verhalen herkenbaar?

“Ik denk dat sommige dingen wel herkenbaar zijn, ja. Dat conflictmijdende bijvoorbeeld, en hoe je daarmee omgaat. Want werk is ook de hele dag conflict: het niet met elkaar eens zijn, dingen proberen op te lossen. Toen ik op een mbo-school werkte, waren er altijd mensen in het docententeam die zeiden: dit kun jij wel even oppakken. Nee, dacht ik dan. Maar hoe zeg je dat?”

“Daar heeft trouwens niet iedereen last van, want in het onderwijs werken veel mensen die overspannen zijn geraakt en daarna hebben geleerd nee te zeggen. Sommigen zitten zelfs op zo’n punt dat ze alleen maar nee zeggen, haha. Al vond ik het heerlijk in het onderwijs, hoor. Het hielp enorm tegen de melancholische buien die ik had toen ik alleen maar in mijn eentje cabaret deed. In het onderwijs moet je steeds nú reageren. Er is altijd iets aan de hand, heel verfrissend.”

Alle namen in het boek zijn gefingeerd, behalve die in uw verhaal over scholengemeenschap Amarantis. Waarom?

“De namen van directe collega’s heb ik wel gefingeerd, maar niet die van Bert Molenkamp en andere cowboys van het college van bestuur. Die kunnen niet vaak genoeg genoemd worden. Ik heb geen afrekenboek geschreven, maar zij zijn alleen maar egoïstisch bezig geweest. Wij probeerden mbo-leerlingen een beetje toekomstperspectief te geven in klaslokalen waar alles kapot was: de airco deed het niet, er kwamen plafondplaten naar beneden, stoeltjes waren kapot. En dan kwamen zij in leasebakken met chauffeur aan. Op een van de schoolgebouwen hadden ze een penthouse met aparte ingang laten bouwen. Eén man had zelfs zijn eigen huis laten opknappen door de aannemers van Amarantis. Krankzinnig. En ze zijn er gewoon mee weggekomen.”

Heeft u ooit ergens ontslag genomen vanwege gekonkel achter de schermen?

“Nee. Als ik ergens aan begin, wil ik het wel afmaken. Bij Amarantis werd ik ontslagen – tijdens een teamvergadering, zelfs. Het was er chaotisch, maar ik vond het ook fascinerend. En soms lachwekkend. Toen er bezuinigingen werden aangekondigd, gingen alle uitgerangeerde ex-docenten met onduidelijke baantjes ineens door de gangen lopen met multomappen om te laten zien hoe onmisbaar ze waren. Toen ik op mijn zestiende bij een Mexicaans restaurant werkte voor een echtpaar dat elke avond vloekend dingen naar elkaar smeet in de piepkleine keuken, vond ik dat ook fascinerend. Ik heb weleens gedacht: ik moet hier weg, maar ben later zeer gehecht aan ze geraakt.”

Wat heeft u geleerd van al die baantjes?

“Dat het gedoe en het gerommel erbij horen, en dat we allemaal een beetje moeilijk zijn. Daar moet je de humor van inzien. En dat je mensen moet leren vertrouwen. Vroeger had ik de neiging alles in mijn eentje te doen, maar je moet anderen ook hun werk laten doen. Daar ben ik wel iets beter in geworden, denk ik.”

Blijft u met mensen werken?

“Ja, want ik wil altijd nieuwe dingen meemaken. Ik zou nu try-outs doen voor mijn nieuwe show Kleine pijntjes, maar de theaters zijn nog steeds dicht. En in je eentje thuiszitten, daar is geen reet aan. Vorige week zat ik daarom toch weer te kijken naar vacatures voor het onderwijs. Een basisschool of middelbare school lijkt me wel wat. Het is leuk om iets te doen naast het optreden, om niet alleen maar solo bezig te zijn. Ik heb echt andere mensen nodig.”

Johan Goossens: Met mensen werken, uitgeverij Thomas Rap, €21,99.

Amarantis

Onderwijsgroep Amarantis, met ruim 30.000 leerlingen in het middelbaar en beroepsonderwijs, kwam eind 2011 in acute financiële problemen. Een commissie die onderzoek deed naar die problemen concludeerde dat het gedrag van enkele betrokkenen niet als onwettig is te karakteriseren, maar in een aantal gevallen wel als onwenselijk. Johan Goossens raadpleegde voor zijn boek onder meer artikelen uit Het Parool, de Volkskrant en Algemeen Onderwijs Blad.

Meer over