PlusExclusief

Boeddhist Jotika Hermsen (89) over hoe we omgaan met dood en verlies: ‘Je overleden zoontje is misschien opnieuw geboren’

Jotika Hermsen: ‘Als ik doodga, komt er geen nieuw moment meer. Maar mijn geest, mijn bewustzijn, gaat verder. Ik hoop dat ik vredig weg mag aan.’ Beeld Daphne Lucker
Jotika Hermsen: ‘Als ik doodga, komt er geen nieuw moment meer. Maar mijn geest, mijn bewustzijn, gaat verder. Ik hoop dat ik vredig weg mag aan.’Beeld Daphne Lucker

Journalist Nynke Sietsma verloor eind 2020 haar vierjarige zoontje Berend. In een serie interviews spreekt ze mensen over hun ervaring en omgang met de dood en verlies. In de eerste aflevering: boeddhist Jotika Hermsen (89).

Nynke Sietsma

Over deze serie

Na het overlijden van haar zoontje Berend is freelance journalist Nynke Sietsma (41) nieuwsgierig naar hoe anderen denken over de dood, het hiernamaals en verlies. In maart 2020 werd Berend ernstig ziek. Hij bleek een agressieve vorm van kanker te hebben. Tegen de verwachtingen van de artsen in overleed hij eind oktober van dat jaar op vierjarige leeftijd. Nynke, haar echtgenoot en dochter van vijf jaar bleven achter met de vraag: waar is Berend nu? Met deze serie hoopt ze iets meer grip te krijgen op het grootste mysterie van het leven: de dood.

Zodra Jotika Hermsen de voordeur opent, voelt het meteen vertrouwd, alsof ze mijn oma is, maar dan met een Twents accent. Hermsen, geboren als Johanna in een katholiek boerengezin, is rank en een beetje krom, heeft kort haar, een rode trui en een vriendelijke glimlach die niet weggaat.

Ze woont in een eenvoudig seniorenappartementje in Heino. Ooit stond hier een klooster. Knipoogje van het universum: Hermsen was jarenlang kloosterzuster. De woonkamer staat vol boeken en er is een bureau met een groot computerscherm. Daarop geeft ze haar meditatielessen via Zoom, elke ochtend om zeven uur.

Op haar 21ste trad ze in bij de Franciscanessen in Denekamp. Ze verliet het klooster 24 jaar later, omdat ze het idee dat God een entiteit buiten de mens is, niet langer geloofde. Ze verhuisde naar Amsterdam, werd maatschappelijk werker, sloot zich aan bij de feministen rond Anja Meulenbelt en werd wéér non, dit keer een boeddhistische. Haar verlangen naar contemplatie was altijd gebleven.

Al woont ze niet meer in een klooster en draagt ze geen monnikspij, ze houdt de leefregels wel in acht; ze leeft sober en celibatair. Voor het verspreiden van de leer van de Boeddha ontving Hermsen in 2005 een Outstanding Women in Buddhism Award van de Verenigde Naties.

Vandaag ben ik een welkome leerling. Als we aan tafel zitten, zegt ze: “Vanmorgen zei ik tegen mijn meditatiegroepje: we gaan het over de dood hebben.”

Net als wij. Wat vertelde u het groepje?

“Dat ik de dood zie als een natuurlijk proces. Het is zoals met de bloemen en planten en dieren een komen en gaan, komen en gaan. We zijn er een tijdje, we gaan. Eigenlijk is het gewoon uitademen.”

“De Boeddha leert ons dat er twee werkelijkheden zijn. De ‘gewone’ werkelijkheid, zoals we de wereld waarnemen met onze zintuigen, en de ultieme werkelijkheid. Als je mediteert, probeer je vanuit de ultieme werkelijkheid naar de gewone wereld te kijken. Als we doodgaan, blijft het lichaam achter en neemt het bewustzijn een nieuwe vorm aan. Wij gaan dood en het leven gaat door.”

Ik vertel Hermsen over Berend. Dat hij zo levenslustig was, zo tevreden, grappig en puur en dat hij zo goed in het moment kon leven, zelfs toen hij ernstig ziek was.

Denkt u dat mijn zoon is wedergeboren?

“Als er niets meer te reinigen viel, is jouw zoontje in ‘nibbana’, het nirwana. Dat weet je natuurlijk nooit zeker. Volgens mij viel er niets meer bij hem te reinigen aan begeerte, onwetendheid of boosheid. Mocht dat wel zo zijn, dan is hij waarschijnlijk alweer opnieuw geboren. Want het bewustzijn gaat verder. Hij is misschien al een jaar oud. Dat weten we niet. Hij weet niet meer dat hij Berend was, hij kan jou niet zien en jij hem niet.”

Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Ik ben opgegroeid met een God in de hemel.

“Dat kan ik heel goed begrijpen. Ik ben ook opgevoed met het idee van een Vader in de hemel en ik heb er jarenlang voor gebeden en geknield. En nu denk ik: wat God is, is moeilijk te zeggen. Ik denk dat God het dichtst bij consciousness komt, een zuiver weten.”

Wat is het ‘nibbana’ eigenlijk?

“Nibbana is het beste te omschrijven als een uitgedoofd zijn van alle lijden en de oorzaak van het lijden. Er is geen begeerte, onwetendheid of boosheid meer. Er is vrede.”

Twijfelt u nooit eens aan dat idee van wedergeboorte? Dat heeft de mens toch gewoon verzonnen omdat hij niet kan leven met leegte na de dood?

“Ja, dat kan best. Ik heb ook lang getwijfeld en ik kan niet zeggen dat we het weten, maar ik vind dat de Boeddha de beste oplossing heeft. Het bewustzijn blijft, zolang er nog iets te zuiveren valt, en heeft een zintuiglijk lichaam nodig. Daarom worden we opnieuw geboren. Wat hier nu zit, was er ook al in een ander leven, dat weet ik zeker.” Ze legt haar hand op haar hart.

Nynke Sietsma met zoontje Berend.
 Beeld privéarchief
Nynke Sietsma met zoontje Berend.Beeld privéarchief

Ik verlang erg naar mijn zoon. Is dat verlangen in boeddhistisch opzicht een vorm van begeerte, en dus lijden?

“De Boeddha zegt dat de gehechtheid van vaders en moeders aan een kind van wie ze houden, en het moeten loskomen daarvan, misschien wel de grootste opgave is. Ik kan me goed voorstellen dat het voor een moeder zoals jij, die het kind heeft gedragen en gevoeld, moeilijk is om het niet meer te voelen en te zien. Iets wat mooi is, zo lief is, iets wat prettig is, dat wil je houden, daar wil je voor zorgen.”

Het is ook bijna niet te doen.

“Ja, dat verlangen naar wat er niet meer is – die honger, die dorst – dat schrijnt. Dat doet pijn.”

Heel veel pijn.

“De Boeddha geeft aanwijzingen om met die pijn om te gaan.”

Kom maar op, Boeddha.

“Durf te zijn met wat er is. Ook bij het verdriet, bij de pijn. Durf ernaar te kijken.”

Ik durf dat denk ik wel. Maar moet ik me onthechten van mijn zoon? Mijn verlangen naar hem houdt hem ook levend, en als ik dat loslaat, voelt het alsof ik hem opnieuw begraaf.

“Je begraaft de gehechtheid, niet hem. Minder gehecht zijn aan iemand betekent niet automatisch dat je ook minder van diegene houdt. Is gehechtheid liefde?”

Goede vraag. Ik denk het niet. Ik ben niet minder van mijn zoon gaan houden terwijl ik hem niet meer zie.

Hermsen knikt begripvol, ik moet huilen. “Je kunt ook op een andere manier met hem zijn, namelijk zonder die gehechtheid, zonder dat schrijnende verlangen naar hem. Zonder die begeerte kom je juist dichter bij hem omdat je bij de zuivere, onvoorwaardelijke liefde komt, al doet die weg ernaartoe pijn. No pain, no wisdom, zei een monnik een keer tegen mij. Pain, wisdom.”

Pfff. Ik had liever wat minder wisdom, denk ik dan.

“Totdat je die wijsheid kunt waarderen. Er zijn nu vast veel dingen die jou totaal niet meer interesseren, die laat je achter je. Dat is die wijsheid.”

Mensen willen nog wel eens schrikken van zo veel verdriet. U schrikt totaal niet. U klinkt heel wijs en kalm als het over dood en lijden gaat. Heeft u wel eens iets níet gedurfd?

“Toen ik me had aangemeld voor het klooster heb ik de hele dag gehuild. Ik dorst niet en liet een jaar lang niets van me horen. Pas een jaar later, toen ik 21 was, dacht ik: nou ga ik. Ik zat achter het stuur van onze auto. De pastoor en mijn ouders zaten achterin. In 1953 was het een bijzonderheid om een auto te hebben. Voorbij Delden kwam er iemand naast me rijden, hij riep door het raam: ‘Kunnen we niet even koffiedrinken?’ Hij bedoelde dat hij nader kennis met me wilde maken.”

Hij dacht: die moet ik hebben.

Hermsen schiet in de lach. “En toen riep ik terug: ‘Nee dat kan niet, ik ga naar het klooster!’ Het was net een film.”

Bent u bang voor de dood?

“Ik ben er heel rustig onder. Ik denk dat ik gewoon opraak, uitdoof. Ik raak al een beetje op. In ons leven gaan we van bewustzijnsmoment naar bewustzijnsmoment. Als ik doodga, komt er geen nieuw moment meer. Maar mijn geest, mijn bewustzijn gaat verder. Ik hoop dat ik vredig weg mag aan.”

Wat betekent dat, vredig weggaan?

“Dat je uitademt en weet: het is gedaan. En dat dat goed is.”

Jotika Hermsen

Jotika Hermsen (1932) trad op haar 21ste in bij de Franciscanessen in Denekamp. Ze studeerde theologie en maatschappelijk werk. In 1977 trad ze weer uit en daarna werkte ze als docent aan het toenmalige Instituut Voortgezet Agogisch Beroepsonderwijs aan de Keizersgracht. In 1995 werd ze boeddhistisch non en kreeg ze de naam Jotika. Ze richtte de stichting Sangha Metta op en is nog altijd werkzaam als meditatieleraar.
sanghametta.nl