PlusReportage

Bij Marijn en Redmond O’Hanlon in Drenthe: ‘We zijn Amsterdam uitgejaagd’

De Engelse avonturier en reisschrijver Redmond O’Hanlon (75) kampt al jaren met een writer’s block. Zijn partner Marijn (62) nam de pen over en schreef een boek over het leven in hun nieuwe woonplaats Koekange in Drenthe, op en onder het ooievaarsnest.

Patrick Meershoek
Redmond en Marijn O'Hanlon in hun woning in het Drentse Koekange. Aan de muur hangen foto's van Redmonds avonturen. Marijn: ‘Ik beschouw de stad niet meer als het middelpunt van het heelal.’ Beeld Daphne Lucker
Redmond en Marijn O'Hanlon in hun woning in het Drentse Koekange. Aan de muur hangen foto's van Redmonds avonturen. Marijn: ‘Ik beschouw de stad niet meer als het middelpunt van het heelal.’Beeld Daphne Lucker

Marijn O’Hanlon is geboren en getogen in Amsterdam, en het was even wennen in en aan het Drentse Koekange toen zij daar vier jaar geleden samen met haar partner Redmond neerstreek. Het was ook geen lang gekoesterde wens om nog eens een keer te gaan wonen in een door uitgestrekte graslanden omgeven lintdorp, vertelt ze over de oversteek naar de andere kant van het land.

“We zijn eigenlijk economische vluchtelingen, de stad uitgedreven door de torenhoge huizenprijzen. Het heeft me ook echt tijd gekost om hier te aarden. In de buurt van de Nieuwmarkt waar wij woonden, voelde elke stoeptegel vertrouwd. Hier was alles vreemd en stil. Ik luisterde ’s nachts in bed opgelucht naar het geluid van de trein die voorbij kwam rijden.”

Van die onwennigheid is weinig terug te vinden in het deze week verschenen Een jaar in de tuin van White Stork Farmhouse, een literair dagboek met notities over wat zich in, rond en óp de woning in Koekange afspeelt. De centrale plaats van handeling is het ooievaarsnest dat zich op het dak bevindt, maar de ooievaars ondervinden in het gevecht om aandacht van de schrijver geduchte concurrentie van de heer des huizes, de kleurrijke Engelse onderzoeker, avonturier en rasverteller Redmond O’Hanlon. De laatste heeft zich duidelijk voorgenomen zijn vrouw het podium te gunnen, maar kan het niet laten regelmatig in te breken, al is het maar om de eenzame mannetjesuil na te bootsen die ’s nachts in de olmen hevig naar een vrouwtje zit te verlangen.

Marijn trekt zich niets aan van de roepende uil en vertelt rustig door over de zoektocht naar een geschikte en betaalbare woning. “Ons huurcontract in Amsterdam liep af. We hebben nog een paar jaar in Almere gewoond, waar Redmond als writer in residence werkte. Daarna zijn we maar gewoon op Funda gaan kijken, in een steeds grotere straal rond Amsterdam. Zo kwamen we in Koekange uit. Ik had er nog nooit van gehoord.”

Ook in Drenthe was inmiddels de huizengekte toegeslagen, met snel handelen, bieden en overbieden. “Ik heb de verkoper een lange persoonlijke brief geschreven. Met daarin ook de verzekering dat we het ooievaarsnest wilden behouden. Dat heeft de doorslag gegeven. We hadden niet het hoogste bod, maar kregen het huis wel.”

Gedoe op het dak

In korte tijd hebben Redmond en Marijn de boerderij met de omringende tuin volledig naar hun hand gezet. De houten vloer van het woonhuis kreunt onder het gewicht van de duizenden boeken met nieuwsgierig makende titels als The Courtship Habits of the Great Crested Grebe, een klassieker uit 1914 over de balts van de fuut. (Nooit meer, was de boodschap van de uitgeputte verhuizers bij hun vertrek uit Koekange.) De ordentelijke tuin van de vorige bewoners is in enkele jaren tijd veranderd in een klein en slordig paradijs, met aardappelen, tuinbonen, spinazie, rode bessen en asperges in de moestuin, een drukke voedertafel met onder meer een bonte specht als vaste gast, een kikkerpoel en een kast met bijen. En, op het dak, de ooievaars van Marijn.

Eerlijk is eerlijk: de ooievaars waren aanvankelijk als onderwerp aan Redmond toegewezen. Het gerommel en gedoe op het dak leek uitgever en vriend Emile Brugman een mogelijke remedie voor het writer’s block waarmee O’Hanlon, schrijver van bestsellers als Naar het hart van Borneo en Tussen Orinoco en Amazone, al meer dan tien jaar strijd levert. Schrijf elke dag een paar regels over wat er gebeurt op het nest, was het advies.

Marijn: “Redmond had er geen trek in. Ooievaars zijn onvoldoende gevaarlijk naar zijn smaak. Ze vallen niemand aan, maar zitten rustig te klepperen op hun nest. Saaie beesten, in zijn ogen. Ik was net begonnen aan de Schrijversschool in Groningen. De ooievaars leken mij een geschikt onderwerp, ook om mijzelf te oefenen in het vak.”

Naar het ziekenhuis

Daar werd weinig tijd mee verknoeid. Elke vier weken stuurde Marijn de oogst door naar Amsterdam, en al na drie maanden kwam per kerende post de mededeling dat het een boek moest worden. Een uitgeverij is geen liefdadigheidsinstelling, en ongetwijfeld speelde in het enthousiasme mee dat Redmond nadrukkelijk aanwezig is in het boek, strooiend met wetenswaardigheden, verhalen en observaties over de natuur rondom het huis.

In zekere zin heeft Marijn het boek geschreven dat bij Redmond niet meer uit zijn pen wilde komen. Hij leest geen Nederlands en heeft het boek niet tot zich kunnen nemen. Grappend: “Ik hoorde dat het draait om een love story. Sindsdien vraag ik me vertwijfeld af op wie ze dan wel verliefd is, verdomme.”

Het ís een love story, maar wel een met een rauw randje. Het eerste deel concentreert zich nog op de klepperende idylle op het dak, maar daarna verplaatst het verhaal zich meer en meer naar het leven onder het nest. Dat leven staat voor een belangrijk deel in het teken van de slechte gezondheid van Redmond, die in weerwil van zijn imago van de avonturier die vrolijk hummend in het oerwoud achter een capibara aan draaft, niet alleen lijdt aan zware depressies met bijbehorende slapeloze nachten, maar ook geregeld met loeiende sirene en haperend hart naar het ziekenhuis moet worden overgebracht. Voeg daarbij een zekere onmatigheid in de omgang met alcoholhoudende dranken, en het eenvoudige ooievaarsleven op het dak ziet er zo slecht nog niet uit.

De ideale gastheer

In alle commotie vervult Marijn de rol van steunpilaar, rustpunt en rots in de branding. “Ik ben er in de loop van de jaren aan gewend geraakt om met Redmond naar het ziekenhuis te gaan,” vertelt ze. “In Amsterdam kostte een dubbele longembolie hem al bijna een keer het leven. Het interessante is: zelfs als hij op de rand van de afgrond zweeft, houdt hij niet op met het maken van grappen. We hebben samen enorm gelachen op de intensive care. En hij geniet eerlijk gezegd ook wel van de aandacht.” De patiënt in kwestie steekt de loftrompet over het kwaliteit van de zorg en het personeel in de ziekenhuizen van Meppel en Zwolle. “Fantastisch. Als hartpatiënt kun je nergens beter liggen. Ze weigeren gewoon koppig om je dood te laten gaan.”

Tijdens het bezoek aan Koekange is Redmond de ideale gastheer, strooiend met anekdotes en grappen. Dat de vijf in de klok nog in geen velden of wegen te bekennen is, weerhoudt hem er niet van om de flessen en glazen op tafel te zetten. Voor de gezelligheid drinkt hij, vooruit dan maar, een glaasje wijn mee. Maar zijn conditie is slecht, ondanks de pacemaker die bij hem is ingebracht.

“Ik kan net een rondje rond het huis lopen,” vertelt hij. “Als ik in de tuin aan het werk ben, ben ik blij dat ik even op mijn schop kan leunen. De recreanten die het huis op de elektrische fiets passeren, zwaaien vrolijk naar die oude Drentse boer die daar aan het werk is. De werkelijkheid is dat ik na elke inspanning op adem moet komen.”

Met zijn rust en zijn ruimte is Koekange een goed nest voor de O’Hanlons, stellen Redmond en Marijn vast. Redmond mompelt nog wel iets over de culturele rijkdom van een café op elke hoek, maar Marijn heeft geen last van heimwee. “Ik kom nog steeds graag in Amsterdam. Maar waar ik het vroeger heerlijk vond om vanaf het terras naar al die prachtige, gekke mensen te kijken, let ik tegenwoordig op de geveltuintjes. Ik ben hier veel gevoeliger geworden voor de natuur. Ik beschouw de stad ook niet meer als het middelpunt van het heelal. Het is een heerlijke bubbel, maar de wereld is echt veel groter. Er valt nog zoveel te ontdekken.”

Boven op het dak van de boerderij betuigen drie ooievaars klepperend hun instemming. Of ze maken ruzie, dat kan ook.

Marijn O’Hanlon: Een jaar in de tuin van White Stork Farmhouse, Atlas Contact, €21,99.