PlusAchtergrond

Amsterdamse leerlingen onderzoeken hun familiegeschiedenis: ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik op zo’n boot zou zitten’

Kinderen in Amsterdam hebben wortels van over de hele wereld. Maar hun persoonlijke geschiedenissen zijn niet allemaal terug te vinden in geschiedenisboeken. In het project Stadsverwanten in het Stadsarchief zijn de verhalen van hun familie nu wel te zien.

Lorianne van Gelder
Soraya: ‘Mijn opa vertelt niet graag over dingen, maar hij vindt het mooi dat zijn verhaal in het Stadsarchief komt.’ Beeld Sophie Saddington
Soraya: ‘Mijn opa vertelt niet graag over dingen, maar hij vindt het mooi dat zijn verhaal in het Stadsarchief komt.’Beeld Sophie Saddington

Meer dan zestig procent van de leerlingen in de stad heeft een biculturele achtergrond. Neem een gemiddelde klas in Amsterdam. In die klas zullen dus zeker vijftien persoonlijke geschiedenissen zijn die zich in andere landen afspelen. Maar krijgen al die verhalen ook een plek op school? In de geschiedenislessen, in de museumbezoeken? Vaak niet. En daarvoor is er Ancestors unKnown, een stichting van de Amerikaanse Dana Saxon (43). Haar project is er juist om de verhalen van kinderen met een familiegeschiedenis van immigratie en van soms gemarginaliseerde groepen te vertellen.

Zelf was ze als zwarte Amerikaanse op school altijd op zoek naar haar wortels, die slechts in de vorm van geschiedenislessen over de slavernij aan de orde kwamen. Toen ze als jongvolwassene eens echt in haar verleden dook, kon ze haar verhaal terugvinden tot in de negentiende eeuw in Mozambique. “Het gaf me zo veel empowerment om dat te ontdekken.” Dat gevoel wilde ze doorgeven.

Sinds 2014 geeft Saxon met Ancestors unKnown workshops op scholen in Nederland, Amerika en Engeland om persoonlijke verhalen te ontdekken. Het begint altijd met het interviewen van de eigen ouders, later volgen zoektochten in het archief.

Een inclusief archief

Met het Stadsarchief is nu een tentoonstelling gemaakt van verhalen van kinderen uit Amsterdam, met uiteenlopende geschiedenissen: van opa’s en oma’s die gastarbeider waren tot Belgische vluchtelingen of Joodse onderduikers. De kinderen werken wekenlang op school aan hun stamboom en familieverhaal. Ze maken er museumdozen van en sommigen zijn zelfs gefilmd. Het materiaal wordt ook echt opgenomen in het archief.

Kinderen doen over het algemeen graag mee, zegt Saxon. “Er is altijd nieuwsgierigheid, daarna terughoudenheid, en sommigen denken dat ze alles al weten. Gaandeweg worden ze allemaal enthousiast.”

Voor kinderen die net als haar familie trauma hebben meegemaakt, of hebben gezien dat hun deel van een geschiedenis uit de boeken is gehouden, geeft het kracht om hun verhaal te delen. “Ze leren zonder schaamte of pijn hun persoonlijke geschiedenis toe te eigenen. Als niemand deze verhalen vertelt, is het nog pijnlijker. Als ze hiermee leren omgaan, kunnen ze juist trots worden.”

Saxon vindt het belangrijk dat alle verhalen worden verteld. “Genealogie staat bekend als een hobby voor witte, rijke mensen, maar het is juist voor iedereen. Ik vind het zo geweldig dat de verhalen van deze kinderen nu in het Stadsarchief worden opgenomen. Zo worden de archieven ook meer inclusief. Het is fascinerend om zo letterlijk te zien dat Amsterdam bij uitstek een stad van migratie is.”

‘Mijn opa heeft na mijn vragen weer contact gezocht met zijn zus’

Soraya (11), leerling op basisschool De Bron in West, ontdekte dat haar opa in Algerije is geboren.

“Ik had eigenlijk nooit echt nagedacht over het verhaal van mijn familie. Pas toen het project van school begon, ben ik mijn moeder gaan interviewen. Eerst dacht ik dat we geen informatie zouden hebben over vroeger en dat ik geen verhaal te vertellen had, maar toen ik mijn moeder had geïnterviewd, hoorde ik dat mijn opa in Algerije is geboren en hoe hij via Marokko naar Nederland kwam. Ik dacht dat niemand het interessant zou vinden wat het verhaal was, maar kinderen in mijn klas vonden het heel leuk om te horen. Ik ging ook mijn opa interviewen via de computer omdat hij vaak in Marokko is. Van mijn tante kreeg ik foto’s van vroeger. Mijn opa vertelt niet graag over dingen, maar hij vindt het mooi dat zijn verhaal in het Stadsarchief komt. Wat wel bijzonder was: mijn opa had al heel lang geen contact meer gehad met zijn zus, die was achtergebleven in Algerije. Omdat ik naar de geschiedenis ging vragen, heeft opa weer contact gezocht met zijn zus.”

Het verhaal van de opa van Soraya:

De grootvader van Soraya werd geboren in Algerije, in een gezin met veertien andere kinderen. Het gezin was uit Marokko naar Algerije verhuisd, omdat er in Marokko niet genoeg werk was. Lang woonden ze er niet, want in 1954 brak de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog uit. Het gezin ging terug naar Marokko. Hier ontmoetten de opa en oma van Soraya elkaar, ze werden buren en stapelverliefd. In Marokko was er echter nog altijd nauwelijks werk, maar Nederland was juist op zoek naar gastarbeiders.

Eerst vertrok Soraya’s oma naar Nederland, met haar ouders mee. Maar Soraya’s opa wilde niet gescheiden van zijn geliefde leven. Soraya: “Mijn opa betaalde iemand om hem Nederland in te smokkelen in een auto. Toen hij begon te werken, hebben ze hem teruggestuurd naar Marokko.” Soraya’s opa had geen geldig visum. Toen dit door de Nederlandse autoriteiten werd ontdekt, zetten ze hem gelijk op een vliegtuig terug naar Marokko. Na lange tijd gescheiden van elkaar te zijn, mocht Soraya’s opa legaal naar Nederland komen en kon hij samen met Soraya’s oma een toekomst opbouwen in Nederland. In Eindhoven vond de opa van Soraya opnieuw werk bij een betonfabriek, waar hij uiteindelijk 38 jaar werkte.

Tobi (staand) en Nick met hun moeder Tu Trieu: ‘Wanneer vertel je zoiets? Het is niet echt een leuk verhaal.’ Beeld Sophie Saddington
Tobi (staand) en Nick met hun moeder Tu Trieu: ‘Wanneer vertel je zoiets? Het is niet echt een leuk verhaal.’Beeld Sophie Saddington

‘Ik vind het heel bijzonder dat ze het hebben gehaald’

Tobi (12) en Nick (10), scholieren op basisschool De Biënkorf in Noord hadden geen idee dat hun moeder een bootvluchteling was.

“Ik wist wel dat ik Chinees en Vietnamees was, maar ik kende het verhaal eigenlijk niet,” zegt Nick. “Toen ik over het project hoorde op school, ben ik mijn moeder gaan interviewen,” zegt zijn broer Tobi. Het verhaal dat ze te horen kregen, was voor hen volkomen nieuw. Moeder Tu Trieu: “Wanneer vertel je zoiets? Aan de keukentafel? Het is niet echt een leuk verhaal.” Tobi: “Ik vond het heftig om te horen. En heel bijzonder dat ze het hebben gehaald.”

Bij het verhaal van hun moeder zochten de twee broers plaatjes, ze zagen een documentaire over bootvluchtelingen en zochten in het Stadsarchief, maar vonden daar niets. Tobi: “Ik had er nooit over nagedacht wat voor verhalen kinderen in hun familie hebben.” Nick: “Ik kan me niet voorstellen dat ik op zo’n boot zou zitten.”

Tu Trieu: “Tobi en Nick voelen zich hartstikke Nederlands, ze passen eigenlijk overal bij, maar horen soms ook nergens bij. Het is belangrijk dat ze deze geschiedenis nu kennen.” Tobi en Nick zijn nog nooit in China of Vietnam geweest. “Daar wil ik wel heen! Vooral voor de restaurants,” zegt Tobi. Nick: “En het is een mooi land, toch mama?”

Het verhaal van de moeder van Tobi en Nick:

Toen in 1975 de oorlog in Vietnam met de terugtrekking van het Amerikaanse leger officieel was geëindigd, brak alsnog een angstige tijd aan voor veel Vietnamezen die niets ophadden met de nieuwe communistische regering. Zij werden als ‘staatsgevaarlijk’ gezien en in heropvoedingskampen geplaatst. Ook de opa, oma en moeder van Tobi en Nick voelden zich niet meer veilig in Vietnam. In 1979 besloten zij met een vissersbootje richting de Filipijnen te varen, om daar een nieuw leven op te bouwen.

Tijdens de bootreis zaten de vluchtelingen opeen gepropt, ze hadden het koud, hadden honger en de bestuurder van het vissersbootje was dronken. Na dagenlang op zee te hebben rondgevaren werd de groep vluchtelingen opgemerkt door een Nederlandse olietanker. Niet iedereen lukte het om aan boord te komen, want niet iedereen kon zwemmen. Tachtig bootvluchtelingen verdronken toen het vissersbootje zonk. De opa, oma en moeder van Tobi en Nick haalden het wel.

Dat de bootvluchtelingen gered waren door een Nederlands schip betekende niet gelijk dat ze mee mochten naar Nederland. Eerst werden ze teruggebracht naar Vietnam en opgesloten in de gevangenis. Het nieuws van de vluchtelingen bereikte Nederland al snel en de Nederlandse regering haalde de vluchtelingen na een paar maanden op. Met een vliegtuig bereikte het gezin Nederland waar ze in een oud ziekenhuis in Heemskerk werden opgevangen. Tu Trieu: “We zijn dankbaar dat we hier nu zijn.”

Stadsverwanten, op zoek naar onze familiegeschiedenissen, t/m 26 september in het Stadsarchief aan Vijzelstraat 32, Amsterdam.

Meer over