PlusReportage

Amsterdam’s got talent – de straatartiesten zijn weer terug

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

De afgelopen twee jaar werden straatartiesten uit de stad geweerd, maar inmiddels gaan ze weer met de hoed rond. ‘Soms vragen mensen of ik ze een tikkie kan sturen.’

Lex Boon

Het is een zondagmiddag op de Dam en – hooggeëerd publiek – het belooft vandaag een waar spektakel te worden. Maakt u zich onder andere gereed voor Emiljan Cera, bekend van Albanians Got Talent. Hij zal salto’s maken, op zijn hoofd staan, backflips doen en rondtollen op één arm. En dan, in de adembenemende finale van zijn show, zal hij proberen om over een rij van vijf mensen heen te springen. Vijf!

Alleen, waar is Emiljan eigenlijk? Op de Dam is het rond het middaguur druk met de teruggekeerde toeristen – en de duiven die nooit zijn weggeweest. Nergens is de gespierde breakdancer te zien.

De enige straatartiest is de man met de zeis, een stukje verderop, die net doet of hij op het punt staat een kind te onthoofden, waarna de vader een briefje in een metalen bakje propt. “Maar vaak geven mensen maar twintig of vijftig cent hoor, of betalen ze helemaal niet,” zegt hij.

De personificatie van de dood blijkt een bijzonder aardige man te zijn. Stelian heet hij, veertig jaar, en hij komt uit Roemenië. Ooit werkte hij als stukadoor en schilder, tot hij dertien jaar geleden een masker van de film Scream opzette en op de Dam ging staan. Een paar jaar later besloot hij messen aan zijn vingertoppen te binden en voortaan als Freddy Krueger naar zijn werk te gaan – het personage uit de horrorfilm A Nightmare on Elm Street. Maar veruit het meest succesvol/rendabel is de eclectische en zwartgallige outfit die hij sinds een jaar of vier draagt: een donker gewaad met daarop I ❤️ Amsterdam, een zwarte kap boven een doodshoofdmasker, een zeis in de hand en een nepjoint van zo’n 25 centimeter in de mond.

Stelian, oftewel de man met de zeis. Beeld Anneloes Pabbruwee
Stelian, oftewel de man met de zeis.Beeld Anneloes Pabbruwee

“Het succes zit hem vooral in die joint, denk ik. Heel veel mensen komen hier uiteindelijk toch om te roken.”

Geen trommels

Er bestaat wel zoiets als een draaiorgelvergunning, maar een straatartiest heeft op de pleinen van Amsterdam van oudsher geen toestemming nodig. Vuurspuwers, mimespelers, levende standbeelden en zelfs clowns zijn welkom, hoewel er sinds een jaar of tien wel een paar voorwaarden zijn waaraan ze zich moeten houden. Geen trommels, bijvoorbeeld, en maximaal een halfuur op één plek, waarna je minimaal honderd meter moet opschuiven. Ook mag je niet overal optreden, bijvoorbeeld in drukke, smalle winkelstraten en rond het monument op de Dam.

Aan de vrijheid kwam een einde in de zomer van 2020, toen de straatartiesten door ambtenaren briefjes in de hand gedrukt kregen waarop stond dat hun ‘vermaak is gericht op passanten die zich (landurig) ophouden rond de artiest.’ Dat botste met de voorschriften van de Noodverordening Covid-19 – afstand houden! – waardoor de burgemeester had besloten tot een tijdelijk verbod op straatartiesten. En de afgelopen twee jaar deinde dit verbod mee op de golven van de lockdowns.

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Stelios hing zijn kostuum in de kast en vond een baan in een fabriek in Alphen aan den Rijn, maar hij is blij dat hij inmiddels weer op de Dam mag staan. “Ik hou van de vrijheid van dit werk, ik bepaal elke dag zelf hoe laat ik begin en wanneer ik stop.”

Hij neemt een denkbeeldig trekje van zijn nepjoint, waarna hij vertelt dat het wel een zwaar beroep is. Vorige week gingen er nog twee dronken mannen naast hem zitten, die weigerden weg te gaan – hoe vriendelijk hij het ook vroeg vanachter zijn angstaanjagende masker. Ook met dertien jaar ervaring blijven dat vervelende momenten die je dag kunnen verpesten. “Als je hier staat, moet je goede energie hebben. Als je ook maar een beetje nerveus bent, merken mensen dat, en komen ze niet naar je toe.”

In een echt goede maand verdient hij weleens drie- tot vierduizend euro, maar er zijn niet alleen maar goede maanden. “Ik ga dit denk nog een jaar doen, daarna ga ik op zoek naar een baan waar ik ook pensioen ga opbouwen,” zegt Stelios. “Halleluja!”

Verkeerde landing

Intussen heeft Emiljan een bericht gestuurd. “Ik ben op het Museumplein, ik ga hier optreden.”

Achter het Rijksmuseum, vlak bij de hotdogkraam, zit Emiljan Cera (27) op de rand van de lege vijver. Ooit werkte hij in een autowasstraat, nu treedt hij al acht jaar op als straatartiest, door heel Europa. “Optreden op straat is verslavend, ik móét het doen,” zegt hij. “Het is mijn manier om happiness te delen.”

Maar hij verwacht wel iets terug van het publiek. Als de toeschouwers met de handen in de zakken blijven staan, en het gejoel en applaus waar hij om vraagt niet echt overtuigend is, loopt hij gerust weg – ook al staan er al tientallen mensen in een cirkel om hem heen te wachten. “Mensen moeten mijn show wel echt willen zien, anders ga ik de risico’s niet nemen.”

Emiljan na zijn show. Beeld Anneloes Pabbruwee
Emiljan na zijn show.Beeld Anneloes Pabbruwee

Emiljan toont zijn duim, waar een flinke en snee in zit door een verkeerde landing gisteren. De avond ervoor had hij een feestje gehad en hij had te weinig geslapen. Dat zijn de moment dat het misgaat. “Dan is je lichaam hier wel, maar je geest niet.”

Hij neemt een slokje van zijn blikje Red Bull en vertelt over de hoofdrol die hij gaat spelen in een Albanese actiefilm. Hij hoopt een internationaal bekende artiest te worden en is vrij zelfverzekerd dat hij op de goede weg zit. “Ik heb al in twaalf verschillende landen opgetreden. Mensen geven te snel op. Ik geef nooit op.”

The show must go on, maar nu nog even niet, want behalve zijn duim ging gisteren ook zijn speakerset kapot, die hij altijd met zich meesleept op een steekkarretje. Gelukkig komt straks een andere straatartiest naar het plein voor een optreden, waarna Emiljan zijn geluidsset mag lenen. “En dan ga je wat zien.”

Ave Maria

Een paar honderd meter verderop, in de tunnel onder het Rijksmuseum, lopen Alton en Karmien Bowman, een echtpaar uit Texas. Hij moest op een symposium voor meubelrestauratoren spreken over 18de-eeuwse rococochiffonnières van Bernard van Risenburgh II, zij is mee op reis en heeft net iets meegemaakt waardoor de tranen nog steeds opgehoopt bovenop haar rechterwang liggen.

Toen ze net de tunnel in kwamen lopen, stond daar de Argentijnse mezzosopraan Nair Gimenez te zingen. Ave Maria, een lied dat Karmien deed denken aan een evenement in haar community een paar maanden geleden, waar iemand dit nummer a capella zong. Ook dat was mooi, maar niet zoals dit. De tranen kwamen meteen los, na afloop kocht ze een cd van Nairs ensemble Muziek in de Wind en vroeg ze of ze haar een knuffel mocht geven.

Nair Gimenez. Beeld Anneloes Pabbruwee
Nair Gimenez.Beeld Anneloes Pabbruwee

“De akoestiek hier. En dan deze prachtige locatie, in deze prachtige stad,” zo verklaart Karmien haar tranen. “Dit kom je niet tegen in Texas. En wow, wat kan die vrouw zingen zeg.”

“Ja, dat gebeurt wel vaker hoor, dat mensen beginnen te huilen,” zegt Nair (28) even later. “Klassieke muziek kan erg overwhelming zijn. Dat is ook het mooie van optreden op straat. In een theater kan ik de reacties niet altijd zo goed zien.”

Elk weekend onder het Rijks

Nair begon aan het begin van de pandemie met straatoptredens in het land, omdat al het andere nu eenmaal stopte. Maar nu het culturele leven weer is begonnen, staat ze in het weekend nog steeds onder het Rijks. Om wat extra geld te verdienen, maar ook omdat het leuk is, en nog steeds spannend.

Zojuist nog begon een groep toeristen te joelen en te blèren toen ze langsfietsen. Je zag Nair, die vanwege een uithaal haar mond wijd open had staan, de groep met haar ogen volgen. “In het begin vond ik dat soort dingen echt heel vervelend, maar in de loop van de tijd leerde ik dat mensen soms niet weten hoe ze moeten reageren als ze op iets stuiten dat superonverwacht is. Ze bedoelen het misschien niet op een vervelende manier, het is gewoon een manier van uiten. Je komt niet iedere dag in aanraking met een uitvoering van klassieke muziek.”

Nair start met haar telefoon de muziek van Time to Say Goodbye van Andrea Bocelli, die ze luid afspeelt via een bluetoothspeaker, en begint te zingen. Binnen een paar seconden stoppen de eerste voorbijgangers, nog geen minuut later staan er zeker vijftig mensen te luisteren. In de passage klinkt het geluid van vallende munten – één man stopt een briefje van tien in Nairs omgekeerde vissershoedje.

“Echt?” vraagt Nair als ze dat hoort. “Dat gebeurt zelden hoor. Veel mensen hebben zelfs geen cash meer bij zich, dat is wel lastig. Soms vragen mensen of ik een tikkie kan sturen. Dat zal wel de toekomst worden.”

Bonusplectrum

Op het Museumplein heeft Emiljan nog steeds geen speaker voor zijn optreden. “Fuck man, where are you,” vraagt hij door de telefoon, wat bozig, aan een andere straatartiest. “Ik ga naar de Dam toe,” zegt hij, en beent weg, richting de mensenmassa onder het Rijksmuseum.

Daar zegt de ene toerist tegen de ander ‘reggae is echt de beste muziek ter wereld’, terwijl hij wijst op de artiest die er net is neergestreken – op zijn gitaartas liggen pas een paar muntjes. Met een bonuskaart van Albert Heijn als plectrum speelt hij achter elkaar steeds dezelfde drie akkoorden en wisselt hij zinnen van No Woman No Cry met stukjes van Hotel California en Knockin’ On Heaven’s Door. Soms slaat hij tussendoor een paar keer op de trommel die hij tussen zijn benen klemt, of verandert het optreden in een protest tegen de oorlog: “Stop the war now! Stop the war now!

Patrick. Beeld Anneloes Pabbruwee
Patrick.Beeld Anneloes Pabbruwee

Zijn artiestennaam is Patrick, zegt de man. “Dit is weer de eerste keer sinds corona dat ik hier kom. Ik doe het alleen als ik me goed voel. Ik heb veel stress, maar niet als ik hier aan het spelen ben. Dan ben ik even gelukkig.”

En hij speelt weer door.

Het Museumplein lijkt de hotspot te zijn geworden voor straatartiesten. Op het Leidseplein gebeurt in elk geval niets, op het Rembrandtplein en het Spui ook niet. Op de Nieuwmarkt klinkt wel muziek: het strijkkwintet Ragazzi staat er te spelen. Of nou ja, eigenlijk kwartet, want een van de cellisten heeft last van zijn arm. “Overbelasting,” verklaart Reinout de Vey Mestdagh (22). “Ik heb iets te veel gespeeld.”

Met een biertje in de hand staat hij te kijken naar zijn vrienden, die hij al kent sinds hij op zijn tiende naar een muziekkamp in Drenthe ging. “Dit is voor het eerst sinds jaren dat we weer op straat spelen, dus ik baal dat ik niet mee kan doen,” zegt hij, terwijl zijn medekwintetters – twee violisten, twee cellisten – aan het improviseren zijn, boven op hun eigen composities.

Strijkkwintet Ragazzi, met op de voorgrond Reinout de Vey Mestdagh. Beeld Anneloes Pabbruwee
Strijkkwintet Ragazzi, met op de voorgrond Reinout de Vey Mestdagh.Beeld Anneloes Pabbruwee

Die ochtend heeft Ragazzi een optreden gehad in Splendor aan de Nieuwe Uilenburgerstraat, en vanwege het mooie weer besloten ze weer eens op straat te gaan spelen – zoals vroeger. “Dit is echt waar onze roots liggen,” zegt Reinout. “Toen we zestien, zeventien waren, speelden we elke week wel op straat. Soms gingen we zelfs niet naar school omdat we op straat wat konden verdienen. Via die optredens kregen we ook onze eerste gigs: we werden weleens gevraagd voor bruiloften.”

Nu studeren ze allemaal aan conservatoria, treden ze op in zalen en is er zelden nog tijd voor een straatoptreden. “Terwijl we daar zo ontzettend veel lol hebben beleefd,” zegt Reinout. “We hebben nog weleens opgetreden in de Kalverstraat, ook al wisten we dat het niet mocht. Maar de omzet van 650 euro binnen een paar uur overtrof ruimschoots de boete van 90 euro.”

Een soort van Willie Nelson

Op de Dam is het tegen vier uur drukker dan eerder op de dag. De toeristen zijn er nog, de duiven ook en inmiddels zijn er ook vier demonstraties tegelijkertijd bezig. Er zijn pro-Israëlische en pro-Palestijnse demonstranten, er is een groot protest tegen de Russische inval in Oekraïne en een net iets kleiner protest tegen executies in Egypte. Daarvoor wordt door de actievoerders aandacht gevraagd met een meegebrachte galg met een strop, met daaronder een man met een zak over zijn hoofd en geboeide armen, die doet of hij levenloos is.

Een paar meter daarachter staat Stelios nog steeds – of weer, als hij zich elk halfuur heeft verplaatst – met zijn zeis. “Dit is slecht voor de zaken,” zegt hij, “maar dat hoort nu eenmaal bij deze plek.” En dan staat er een meter of twintig verderop ook nog eens iemand verkleed als Jack Sparrow uit Pirates of the Caribbean. Ook al zou Emiljan een geluidsinstallatie hebben gevonden: ruimte voor de gigantische aanloop die hij nodig heeft om over vijf mensen heen te springen, is hier niet.

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Hij is dan ook weer op het Museumplein, appt hij, en – hooggeëerd publiek – de show gaat zo dadelijk echt beginnen.

Onderweg naar het Museumplein blijkt dat de Amerikaanse muzikant Shandon Sahm (52) de plek van Nair heeft overgenomen. Zijn vader was de legendarisch countryzanger Doug Sahm, vertelt hij, en dat was, voor wie hem niet kent, een soort van Willie Nelson. Dat maakt Shandon de zoon van een soort van Willie Nelson. Bovendien heeft hij nog gedrumd in de eveneens legendarisch Amerikaanse indierockband Meat Puppets.

Tegenwoordig staat hij af en toe met zijn gitaar onder het Rijksmuseum, meestal vlak voordat hij boodschappen gaat doen. “Soms verdien je 20 euro per uur, soms 2,50. Maar dat maakt niet uit, het is ook gewoon om even te oefenen. Op straat maakt het niet uit als je een fout maakt, en tegelijkertijd krijg je wel weer een beetje your feet on the ground en kan ik wat eten voor mijn kat kopen.”

Bij de vijver op het Museumplein is inmiddels een speaker gearriveerd. Hij is van de Poolse breakdancer Marius, die op zijn hoofd staat en tientallen rondjes aan het draaien is. “Soms klappen mensen hiervoor,” zegt hij ondertussen via zijn headset. Een wat matig applaus volgt.

Marius. Beeld Anneloes Pabbruwee
Marius.Beeld Anneloes Pabbruwee

Ever verderop staat Emiljan een warming-up te doen. Hij heeft er nog weinig zin in, zegt hij. Zijn duim doet pijn en hij vindt het vervelend dat hij zijn eigen geluidssysteem niet kan gebruiken. “Ik weet niet of het wel gaat lukken.”

Dan is Marius klaar met zijn optreden, waarbij hij nog een speciaal dankwoord heeft voor de man die hem 20 euro heeft gegeven – “That’s next level, you’ve made my day”.

En is het de beurt aan Emiljan. Hij draait het geluid van Marius’ speaker iets harder en zet zijn eigen bombastische muziek aan. “Check, check, here we go,” zegt hij, “over een paar seconden gaat mijn wereldberoemde show beginnen.”

De eerste toeristen komen tot stilstand en brengen hun camera’s in gereedheid. Emiljan doet zijn jas uit, en begint heel theatraal wat markeringen te maken. Er gebeurt nog helemaal niets, maar steeds meer mensen verzamelen zich om hem heen en al snel staan er zo’n honderd.

Emiljan doet een paar van zijn eerste moves en staat tientallen seconden op zijn kop, terwijl hij zijn benen van links naar rechts zwiept, en maakt vanuit een positie waarop hij op één hand staat plots een salto. Het eerste applaus klinkt.

Daarnaast trekt hij met het water uit zijn flesje een halve cirkel om zich heen en wenkt hij de mensen dichterbij. Dan komt de test: hoe graag wil het publiek zijn show zien? Emiljan wijst mensen aan die hun handen uit hun zakken moeten halen, vraagt een paar keer om een groot applaus – dat steeds niet luid genoeg is. “I need the energy,” zegt hij.

Applaus en gejoel

Zo gaat het een paar minuten door, tot hij klaarblijkelijk tevreden is. “People, I love you, enjoy the show,” zegt hij, waarna hij een paar salto’s maakt en zijn andere breakdanceskills laat zien. Hij haalt vijf vrijwilligers uit het publiek, zonder ze echt een kans te geven om te weigeren, doet nog wat stunts en probeert wat grappen te maken (“Kom je uit Italië? Hou je van pizza, maffia?”). En dan, als hij gedurende een minuut of tien hij de vrijwilligers steeds dichter bij elkaar heeft gezet, en uiteindelijk diep laat bukken, is het tijd voor de beloofde finale.

In het midden van de cirkel hurken vijf wat ongelukkig kijkende mensen op een rij, een sprong van zeker twee meter. Op de achtergrond klinkt een nummer van een Braziliaanse rapper. Het publiek, inmiddels zeker 150 man, staat klaar om te filmen. Zou dit echt lukken?

Emiljan Cera. Beeld Anneloes Pabbruwee
Emiljan Cera.Beeld Anneloes Pabbruwee

Emiljan maakt een weg vrij tussen het publiek, neemt een lange aanloop en springt. Hij vliegt zeker een meter hoog door de lucht, terwijl hij zijn benen omhoog gooit. Hij maakt een verticale draai, precies in het midden van de groep vrijwilligers, raakt dan met zijn billen bijna – echt op 5 centimeter na – de laatste hurkende toerist, maar landt dan alsnog op twee voeten.

Applaus en gejoel volgt, Emiljan maakt nog een ererondje, bedankt de vrijwilligers, en houdt een daarna een omgekeerde hoed voor zich uit.

“Dit is denk ik zo’n 130 euro. En dat voor 20 minuten werken,” zegt hij na het optreden, als hij een blik op het geld werpt. Wel ligt zijn duim weer helemaal open, heeft hij schaafwonden op zijn rug en is Marius boos op hem – hij heeft zijn luidspreker te hard gezet, de microfoon niet uitgezet op de momenten dat hij hem niet gebruikte en nu is de accu bijna leeg. Het is maar de vraag of Marius nog een optreden kan doen.

Emiljan is voor vandaag klaar. Morgen staat hij er weer, overmorgen ook en de dag daarna waarschijnlijk weer. “Kom gerust nog eens kijken,” zegt hij. “En denk je dat ik misschien mee kan doen aan Holland’s Got Talent? dan krijgt mijn carrière pas echt een boost.”

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee