PlusReportage

Ambassadeur van de nacht – zitten er glimwormen in het Vliegenbos in Noord?

Deelnemers aan de nachtelijke glimwormexpeditie. V.l.n.r.: Marjolijn van Heemstra, Melvin Stigter, Edwin Kapitein, Joost Janmaat (gehurkt) en Carly Freeman. Boswachter Edwin Kapitein: ‘Je kunt pas iets beschermen als je weet dat het er zit.’  Beeld Daphne Lucker
Deelnemers aan de nachtelijke glimwormexpeditie. V.l.n.r.: Marjolijn van Heemstra, Melvin Stigter, Edwin Kapitein, Joost Janmaat (gehurkt) en Carly Freeman. Boswachter Edwin Kapitein: ‘Je kunt pas iets beschermen als je weet dat het er zit.’Beeld Daphne Lucker

Natuurliefhebbers in Noord gaan in het W.H. Vliegenbos met de UvA op zoek naar de glimwormen die hier vorig jaar nog zijn gesignaleerd. ‘De glimworm is een topsoort van het duistere ecosysteem.’

Bart van Zoelen

Voorovergebogen turen natuurliefhebbers in het struikgewas. Het is laat op de avond en het W.H. Vliegenbos in Amsterdam-Noord is dichtbegroeid en donker, maar is het laat en donker genoeg? Hun ogen beginnen pas net te wennen aan de duisternis als ineens de opwinding toeslaat. Dat lichtpuntje daar, ongeveer op kniehoogte! Is dat één van de glimwormen waar ze naar op zoek zijn?

Maar nee. Net buiten het bos aan het IJ staan lichtmasten bij de chemische fabriek van Albemarle en het beetje licht dat zich door het bladerdek heeft gewurmd, voldoet precies aan het signalement van de grote glimworm. Even daarvoor werden ze al op het verkeerde been gezet door vogelpoep en een wit blaadje.

Terwijl ze wel op de goede plek staan, toch? “Hier hebben we ze gezien,” zegt Marjolijn van Heemstra, schrijver, theatermaker en stadsdichter. Twee jaar terug kwamen de glimwormen op haar pad tijdens een nachtelijke wandeling door het bos. “Als je ze eenmaal ziet, denk je meteen: dát is het!” belooft ze de rest van het groepje.

Wat ze zag die nacht in het Vliegenbos omschreef ze in een eerder dit jaar verschenen natuurgids voor Amsterdam-Noord als ‘sterrenstelsels in de modder’. Ze legt uit dat het eigenlijk ook geen worm is, maar een klein, bruin kevertje. “Het vrouwtje zit op één plek te glimmen met haar achterlijf en trekt zo het mannetje aan.” Als het mannetje niet snel komt opdagen, wiegt ze langzaam heen en weer, waarmee het natuurverschijnsel alleen maar sprookjesachtiger wordt.

Grote zoekactie

De vraag is wel of de glimwormen er nog zijn. Van Heemstra is bezorgd. “Ik ben bang dat ze zijn verdwenen. Twee jaar geleden zagen we er nog heel veel, maar vorig jaar waren het er al een stuk minder. Het is erg droog geweest en het is drukker geworden in het bos. Met veel honden, dat zal ook niet helpen.”

Een grote zoekactie moet deze zomer uitsluitsel bieden. Natuurliefhebbers worden opgeroepen om het bos uit te kammen op zoek naar de glimwormen. Daarvan staat al vast dat ze zeldzaam zijn voor Amsterdam. Dat geldt ook voor Nederland als geheel, maar in het zuiden van het land worden er meer gezien. Voor de komende weken zijn al tientallen aanmeldingen. “Het leeft.”

Een ecoloog van de Universiteit van Amsterdam heeft een handleiding gemaakt voor de onderzoekers. Volgens Van Heemstra gaat het om een fluorescerend groen dat oplicht. “En dan opeens is het weer weg.” Dat maakt het zoeken natuurlijk knap ingewikkeld. “Het gloeit niet non-stop. Ze kunnen ook heel lang niets doen.”

Wereldwijde bedreiging

En dan opeens stuiten ze op een hel licht. Iets te dicht bij de grond, maar toch. Ze doen nog maar een stapje dichterbij en dan slaat de twijfel al toe. Carly Freeman, die speciaal voor de eerste zoektocht uit Beverwijk is gekomen en daar natuurgids is in de duinen, maakt met haar uv-zaklamp een einde aan alle illusies. Het blijkt te gaan om een schelp die door het mos op de achtergrond een fluorescerend tintje kreeg.

Van Heemstra had de glimwormen al weleens gezien in Suriname, Costa Rica en Frankrijk, maar dat ze ook om de hoek in het Vliegenbos leven, overrompelde haar twee jaar terug totaal. Boswachters wisten nergens van, net als de stichting die het bos onder haar hoede heeft en de schrijvers van een toch tamelijk compleet boek over het Vliegenbos. Ze consulteerde nog een Belgische glimwormdeskundige die aanvankelijk heel beslist zei dat het onmogelijk was zo laat in het jaar – het was al oktober – maar uiteindelijk was hij ervan overtuigd dat het er één was. De online gemelde waarneming van een glimworm in het Vliegenbos van jaren eerder gaf ook enig houvast.

Haar zoektocht naar de glimwormen liep uit op een obsessie en die kwam in zekere zin als geroepen. Nog los van de coronalockdowns vlogen wereldwijde bedreigingen als de opwarming van de aarde en de Amerikaanse president Trump Van Heemstra naar de keel. Dan is het wel zo overzichtelijk om je helemaal te richten op een glimmend kevertje. “Het idee dat je op elke vierkante meter die je kent nog iets nieuws kunt ontdekken.”

Lichtvervuiling

De glimwormen zijn ook wel zo teer dat als vanzelf de behoefte opkomt om ze te koesteren. Ze worden wereldwijd bedreigd door droogte en doordat de mens oprukt richting hun habitats, zoals in Zuid-Oost Azië, waar rivieroevers plaatsmaken voor palmolieplantages. Via de slakjes waar de kevers van leven komen ze in aanraking met pesticiden. Verder staat de glimworm onder druk door lichtvervuiling. Dat het op veel plekken nooit meer echt donker wordt, kan de paring verstoren.

In het Vliegenbos, toch een van de donkerste plekken van Amsterdam, is dat meteen voorstelbaar. Rond de fabriek brandt de verlichting permanent en ook op de scholen en de tennisbanen aan de andere kant van het bos staan de lichtmasten laat op de avond nog aan. Dat er meer straatlantaarns zouden komen, speelde vorig jaar een grote rol bij het protest tegen een fietspad dwars door het Vliegenbos.

Haar fascinatie voor de glimworm sluit voor Van Heemstra nauw aan bij die voor lichtvervuiling, wat ook mensen chronisch moe of zelfs ziek kan maken. Nederland werd in honderd jaar 125 keer lichter, schreef ze in een essay over de glimworm voor De Correspondent. Voor andere nachtdieren in het Vliegenbos is het ook niet best als het bos minder donker is geworden. “Voor de vos, de egel, de vleermuizen, sommige vogels en nachtvlinders.”

Glimwormhoofdstad van Europa?

Het zegt ook iets over het bos als ze de glimworm kunnen vinden, zegt Edwin Kapitein. “Als de glimworm hier kan leven, geldt dat ook voor zoveel andere organismen waar we nog helemaal geen weet van hebben.” Kapitein werkt als boswachter in Waterland, dus net aan de andere kant van de A10. “Via de unieke scheggenstructuur van Amsterdam staat het groen in de stad in directe verbinding met het buitengebied – helemaal tot aan Centraal Station. Meer uitwisseling maakt de natuur robuuster.”

De vondst van een glimworm in het Vliegenbos zou een gunstig voorteken zijn. “De glimworm is een topsoort van het duistere ecosysteem.” Het zou kortom veelzeggend zijn voor de vitaliteit van de natuur in het Vliegenbos. “Het is een heel systeem en de glimworm is een ambassadeur van de nacht.” Daarbij komt, zegt Freeman, dat het waardevol is om het ecosysteem precies in kaart te brengen. “Je kunt pas iets beschermen als je weet dat het er zit.”

Van Heemstra denkt al een stap verder. Met de vondst van een glimworm zou het Vliegenbos weer een slagje specialer worden voor de Amsterdammers, zodat ze ook meer gaan geven om de natuur in het bos. “Waarom houden we van plekken? Om wat er groeit en bloeit.” Met zo’n zeldzaam kevertje, hoe klein ook, zal het bos meer gaan leven. “Een egel vinden we toch minder bijzonder omdat die minder tot de verbeelding spreekt.”

Ze denkt al aan fokprogramma’s of het uitroepen van Amsterdam tot ‘glimwormhoofdstad van Europa’. Dat klinkt onlogisch, omdat het door toeristen en onderzoekers juist drukker zal worden in het bos. “In de handleiding wordt benadrukt dat mensen op de paden moeten blijven en hooguit met twee personen op een avond op zoek moeten gaan. We willen niet dat mensen het Vliegenbos omver lopen.”

Discussie fietspaden

Ze kan steunen op de Amerikaanse glimwormonderzoeker en hoogleraar Sara Lewis die óók gelooft dat ‘glimwormtoerisme’ een kans biedt om belangstelling te wekken voor insecten en de noodzaak hen te beschermen. Van Heemstra: “Hiermee zetten we het belang van de duisternis op de kaart, de biodiversiteit en de verwondering over zo’n prachtig, magisch dier.”

Dat past ook bij Noord, dat vorig jaar door natuurliefhebbers werd uitgeroepen tot natuurgebied als waarschuwing tegen het volbouwen van het stadsdeel met tienduizenden extra woningen. Immers, Noord telt meer verschillende planten dan de als nationaal park beschermde duinen van Texel, en meer verschillende bomen dan Nationaal Park De Hoge Veluwe. “We struikelen hier bijna over de nieuwe diersoorten, zoals een steenmarter en de Siberische blauwstaart, die vorig jaar voor het eerst werd gezien,” zegt Joost Janmaat, samensteller van de natuurgids voor Noord.

De vondst van de glimwormen kan een volgende stap zijn, met bijvoorbeeld consequenties voor de discussie over de fietspaden in en om het bos. Gekscherend: “Dan gaan we de lantaarnpalen omhakken.”

Dat op de eerste ontdekkingstocht geen glimworm te bekennen valt, is geen grote teleurstelling. Het is een mooie zomeravond geweest. “Verwachtingsvol het bos in turen, is al een heel leuke bezigheid,” zegt Van Heemstra. Op weg naar de auto die hen terug brengt naar Beverwijk, plakken Kapitein en Freeman er nog een half uurtje aan vast. “Even checken of er toch wat zit.”

Wil je deze zomer meedoen aan de Amsterdamse glimwormtelling? Stuur een mail naar nachtwacht@marjolijnvanheemstra.nl en ontvang de handleiding en kaart.

Glimwormen

Licht scharrelt tussen blad, wijst weg

naar waar geen pad is, alleen

modder vol kometen, zacht

geschubde constellaties, insect

overdag, ‘s nachts poolster

in de struiken. Een firmament

waarop je sluipend tussen takken

navigeert naar nergens, noem het

dwalen, maar een dwalen dat je

zonder omweg thuis brengt in je stap.

Door: Marjolijn van Heemstra, stadsdichter van Amsterdam