Tuğrul Çirakoğlu Beeld Nosh Neneh
Tuğrul ÇirakoğluBeeld Nosh Neneh

Alsof iemand een blik bruine verf over het matras had gesmeten

PlusTuğrul Çirakoğlu

Tugrul Çirakoglu

Tien maanden geleden werd hij op een vrijdagmiddag in zijn appartement aangetroffen. Eerst dachten ze dat hij dood was. Twee weken lang had hij geen leefgeld opgenomen. Zijn bewindvoerder was hierdoor bezorgd geraakt en alarmeerde de politie. Al gauw kwam er bericht terug. Waarschijnlijk zou hij het weekend niet over­leven.

Het leven gaf hem een tweede kans. Hij revalideerde en mag nu eindelijk weer op zichzelf wonen. Met ondersteuning. Voor het eerst in lange tijd heeft hij volgens zijn bewindvoerder ‘weer hoop gekregen in de toekomst’. Nu moest alleen nog zijn oude appartement opgeruimd worden, zodat hij dat hoofdstuk definitief kon afsluiten.

Op de gehavend ogende voordeur stond een aantal teksten geschreven. Boven het kijkgat prijkte in grote, rode letters het woord ‘WARRIOR’. Direct ernaast een zin in zwarte ­letters: ‘Dare to open the door. Blood has been there for 4 months.’ Iets verder naar beneden: ‘Iedereen zag het niemand holp’, ‘RIP’ en ‘Geniet van je laatste’.

De deurklink werd bedekt door een laag vuil van een centimeter dik. Dezelfde plakkerige bruin-geelachtige aanslag was ook aanwezig op muren, deuren en kozijnen.

In zijn slaapkamer lag een eenpersoons­matras op de vloer. Het leek alsof iemand er een blik bruine verf over had gesmeten. Een smerige mix van urine, ontlasting en zweet. Het stuk muur naast zijn matras was grotendeels volgeklad met nietszeggende woorden en namen. Washington. Brandweer. Madonna. Klok. Reïncarnatie.Robot. Kerncentrale. Disney. Rembrandt. Enzovoorts.

Het volgende meubelstuk stond in de woonkamer. Een versleten leren twee­persoonsbank. Er lagen vier handdoeken op. Die waren ooit wit, maar net als het matras inmiddels donkerbruin. Daarnaast lag een theedoek met de tekst: ‘Hope is an anchor for our life.’

Zijn derde en laatste meubelstuk was een ronde houten salontafel, met tientallen speelkaarten en dobbelstenen erop uitgestald. Verder lagen er nog enkele onopvallende spullen, zoals een paar schoenen, wasknijpers en balpennen.

Door de stank, vervuiling en sporen van schrijnende eenzaamheid ontsnapte het schrikbarendste aan de hele situatie mijn aandacht. Pas na enkele uren zag ik het: nergens hing een gordijn voor de ramen.

De buren hadden vanaf alle kanten naar binnen kunnen kijken. Ik bedacht toen dat de tekst op zijn voordeur – ‘Iedereen zag het niemand holp’ – misschien niet figuurlijk, maar letterlijk bedoeld was.

null Beeld

Tuğrul Çirakoğlu maakt met zijn bedrijf schoon in extreme ­situaties. Hij vertelt de verhalen achter het vuil. Lees al zijn verhalen hier terug.

Meer over