Amsterdammer Helpt Amsterdammer

Als kunstenaar was het altijd sappelen, maar dat geeft niet: ‘Succes brengt het creatieve proces om zeep’

De bewegingsvrijheid van Jasper Kuijer is om gezondheidsredenen flink ingeperkt. Hij spaart voor een elektrische fiets. Een bijdrage zou enorm helpen. Kosten: 500 euro.

Bien Borren
Jasper Kuijer: 'De passie die bij het kunstenaarschap komt kijken, is moeilijk in woorden uit te drukken.'  Beeld Eva Plevier
Jasper Kuijer: 'De passie die bij het kunstenaarschap komt kijken, is moeilijk in woorden uit te drukken.'Beeld Eva Plevier

Jasper Kuijer viert vandaag zijn 70ste verjaardag en daarmee – om en nabij – zijn vijftigjarig jubileum als kunstenaar. Wat ie uit die halve eeuw meeneemt naar de spreekwoordelijke volgende? “Als kunstenaar moet je eigengereid zijn, én blijven.”

Toen Kuijer halverwege de jaren zeventig de Rietveld Academie verliet, vond hij in de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) een vast inkomen. In 1987 verdween de regeling, omdat die te duur werd gevonden. “Eigenlijk is het sindsdien altijd sappelen geweest,” zegt Kuijer. “Er ontstond een ontmoedigingsbeleid met daarachter de gedachte: als je er niet van kan leven, dan moet je maar iets anders zoeken. Maar ik ben kunstenaar en de passie die bij het vak komt kijken, is moeilijk in woorden uit te drukken. Kijk, er zijn mensen die beklimmen een levensgevaarlijke berg, zijn bereid dood te gaan en waarom? Omdat die berg daar staat. Zo is het voor mij ook.”

Het lag niet in de lijn der verwachting dat Kuijer naar de kunstacademie zou gaan. Geboren in een arbeidersgezin in de Indische Buurt kon hij zijn draai op school niet vinden: hij vond er niks aan, had de concentratie niet en dus ging hij na de lagere school aan de slag bij het schildersbedrijf van zijn oom. “Hij deed het vooral om mijn moeder een plezier te doen. Ik had hele lange haren, en die ruige mannen met sjekkies zaten echt niet op me te wachten. Ik mocht alle rotklusjes doen.”

Hij werkte een tijdje als huisschilder, vertrok bij zijn oom maar bleef in de bouw werkzaam. Toen een aantal van zijn vrienden besloot naar de Rietveld te gaan, lonkte de academie ook voor hem. “Ik tekende graag, net als mijn vader. Hij was best verdienstelijk, maar werd tramconducteur.” Kuijer haalde in de avonduren zijn middelbareschooldiploma en begon aan de opleiding. Een heerlijke tijd brak aan, op de academie voelde hij zich thuis. “Het waren de jaren zeventig hè, de stad bruiste. De avond dat Paradiso opende, was ik erbij. Een hippie zou ik mezelf niet noemen, ik had niet zoveel op met die spirituele kant, maar met de muziek, lichtshows en mentaliteit des te meer.”

Geen succes

Zijn woning, in een lief straatje achter Carré, is tevens zijn atelier. De schildersezel met doek staat centraal opgesteld, en de vele kwasten en potten verf laten er geen twijfel over bestaan: hier leeft een kunstenaar. Eenmaal afgestudeerd kwam hij rond dankzij de BKR en toen die verdween, kon Kuijer het rooien door af en toe in de thuiszorg te werken. “Maar dan bleef er weinig tijd over voor mijn kunst, dus ik was ook afhankelijk van de bijstand.”

Het huwelijk met de moeder van zijn twee dochters liep eind jaren tachtig stuk, de periode daarna omschrijft hij als pittig, zowel op emotioneel als financieel vlak. “Ik verkocht zo nu en dan werk, maar de opbrengst was schraal. Mensen wisten vaak geen raad met mijn werk, het is erg figuratief. Godzijdank ben ik nooit succesvol geweest, want succes brengt het creatieve proces om zeep.” Tegenwoordig leeft hij van een AOW-uitkering.

Kuijer heeft in zijn jongere jaren altijd fanatiek gesport. “In elke sport die ik beoefende – schaatsen, wielrennen, hardlopen – kwam ik uiteindelijk op wedstrijdniveau terecht. Maar na mijn 40ste verjaardag begon de medische malaise.” Hij bleek adervernauwing in zijn benen te hebben, had last van zogeheten etalagebenen (zie kader) en kreeg een keur aan pillen voorgeschreven. Twee jaar geleden kwam daar diabetes bij. Al met al funest voor zijn conditie. “Ik haalde op mijn dieptepunt de hoek van de straat niet meer. Het gaat nu iets beter, maar mijn actieradius is bijzonder karig – zeker na wat ik gewend was.”

Hij is aan het sparen voor een elektrische fiets, maar ‘dat gaat langzaam, want als je van een minimuminkomen leeft, blijft er weinig over’. “Ik zou zo graag weer ’es de stad uit willen, de Schellingwouderbrug over. Dan ben je meteen buiten en zie je de seizoenen veranderen. Als ik weer zulke tochtjes kan maken, hoef ik nooit meer op vakantie.”

Etalagebenen

Etalagebenen ontstaan door ophopingen van vettig, wasachtig bezinksel – plaque – in de slagaders. Deze aandoening is ook bekend als atherosclerose of slagaderverkalking. De verstopping van de aders kan op verschillende plekken in het lichaam optreden. Door de plaque raken de slagaders vernauwd of verstopt met pijn en ongemak als gevolg. De ziekte dankt zijn lekennaam aan het veelvuldig gedwongen stilstaan van mensen met deze aandoening. Vooral bij veel beweging speelt de pijn op, na even stil te staan – voor een etalage bijvoorbeeld – ebt de pijn weer weg.

Risma Soekhie. Beeld Lin Woldendorp
Risma Soekhie.Beeld Lin Woldendorp

‘Dankzij de lezers krijgen alle kinderen dit jaar een pakje’

Vorige week vroeg Risma Soekhie hulp bij haar missie een sinterklaasfeest te organiseren voor arme gezinnen in Noord. Paroollezers doneerden massaal.

Op wekelijkse basis voorziet Risma Soekhie (46) samen met haar vrijwilligersnetwerk Moeders in Noord zo’n tachtig arme gezinnen in de Buiksloterbanne van gezonde voeding. En net als vorig jaar organiseert ze in december een groot sinterklaasfeest voor de kinderen in de buurt. Ze kon toen 150 kinderen blij maken die hadden deelgenomen aan een afvalopruimactie en het festijn was een daverend succes. Er kwamen echter ook kinderen die niet hadden deelgenomen naar Soekhie toe om te vragen of zij een cadeautje mochten. Daar kon Moeders in Noord destijds geen gehoor aan geven, een hartverscheurende consequentie van een weinig toereikende subsidie – het eten voor het feest had Soekhie al uit eigen zak betaald.

Dat wilde Soekhie dit jaar anders: alle driehonderd kinderen mogen meedoen. “Ieder kind verdient een pakjesavond.” Een subsidie dekt de kosten niet, daarom vroeg ze om donaties. En aan die wens gaven Paroollezers deze week in groten getale gehoor. Zij doneerden massaal en erg gul. Met het opgehaalde bedrag kan Soekhie talloze kinderen uit de Banne een fijne sinterklaas geven. “Ik ben diep geroerd. Dit had ik echt niet verwacht en ik heb er nauwelijks woorden voor.” Naast de kinderen uit haar netwerk betekenen de royale donaties dat Soekhie nog meer kinderen cadeautjes kan geven. “En ik kan mijn vrijwilligers eindelijk in het zonnetje zetten. Zij krijgen een tegoedbon, zodat ze iets leuks voor zichzelf kunnen kopen, want dat verdienen ze.” Soekhie zegt ongelooflijk dankbaar te zijn. “Ik ben zo blij, dankzij de Paroollezers hoef ik de eindjes niet aan elkaar te knopen en geen keuze te maken tussen wie wel of niet een cadeautje krijgt: iedereen krijgt dit jaar een pakje.”