PlusInterview

Alex van Warmerdam: ‘Met zebra’s en verkeerslichten kan ik niets, veel te naturalistisch’

Alex van Warmerdam (69) is een heleboel, maar vooral filmregisseur en schilder. Volgende week gaat zijn speelfilm Nr. 10 in première als slotfilm van het Nederlands Film Festival. In Galerie Grimm toont hij nieuwe schilderijen.

Alex van Warmerdam, regisseur Beeld Merlijn Doomernik
Alex van Warmerdam, regisseurBeeld Merlijn Doomernik

Het lijkt een scène uit een van zijn eigen films. Alex van Warmerdam komt Galerie Grimm binnen en gaat aan een tafel zitten. Nee, er hoeft geen koffie voor hem te worden gezet. Uit een tas pakt hij een thermosfles waaruit hij een eigen bakkie schenkt. Een glas spa rood slaat hij even later ook af. “Ik mag geen prikwater van de dokter.”

Bij Van Warmerdam vraag je je nog al eens af of hij meent wat hij zegt of dat hij je in de maling neemt. Hij is nors en grappig tegelijk. Hij kan je heel streng aankijken, maar zijn ogen verraden soms ook pret. Van psychologiseren van zijn werk houdt hij niet en nogal wat vragen over zijn nieuwste film Nr 10 (inderdaad, zijn tiende film, de werk­titel bleef) beantwoordt hij met: “Dat weet ik niet meer hoor.”

“We waren klaar met draaien vlak voor de pandemie ­begon. Dat is dus al anderhalf jaar geleden. Ik ben alweer een heleboel vergeten. Dat gaat naarmate je ouder wordt steeds sneller, zoals mijn hele leven steeds sneller gaat. 69 ben ik nu, dat ik zestig was voelt als drie jaar geleden. Het is niet bij te houden.”

We hebben afgesproken bij Galerie Grimm, omdat daar van hem de tentoonstelling Verschijningen is te zien. Schilderijen in olieverf hangen er, het grootste deel is al verkocht. “Ook aan verzamelaars in het buitenland. Kun je het je voorstellen, die mensen kopen gewoon online. Het echte werk hebben ze niet eens gezien.”

Te zien op de schilderijen zijn personen waar altijd iets vreemds mee is. Ze hebben lange of juist korte ledematen of poseren in een interieur dat verhoudingsgewijs te klein is. Bij een kleine rondleiding door de galerie zijn vragen over het waarom vanzelfsprekend uit den boze, maar is Van Warmerdam opmerkelijk open over hoe hij tot zijn schilderijen komt.

Vrouw in bikini, 2021. Beeld Alex van Warmerdam / courtesy GRIMM
Vrouw in bikini, 2021.Beeld Alex van Warmerdam / courtesy GRIMM

Schouwburg in IJmuiden

Die juffrouw zag hij op internet, die mevrouw daar in de hoek werd geïnspireerd door een foto van Mike Disfarmer (een Amerikaan die in de jaren veertig een portretstudio runde in Arkansas), het landschap op een ander schilderij is gebaseerd op een foto die hij op vakantie in Spanje ooit door de voorruit van de auto maakte.

“Ik ben altijd beelden aan het verzamelen waarvan ik denk ze te kunnen gebruiken voor een schilderij. Ik heb mappen met titels als Mannen, Vrouwen, Voorwerpen, Landschappen, Dieren, Meubels, Huizen, Interieurs.”

Zijn schilderijen hebben volgens hem niets te maken met zijn films. “De enige overeenkomst is dat ze uit dezelfde persoon komen. Nou ja, bij het maken ervan voer ik eenzelfde strijd, maar mijn schilderijen en films hebben verder niets met elkaar te maken. Een schilderij is geen stilstaande scène ofzo. En als ik regisseer, heb ik natuurlijk ook helemaal geen tijd om te schilderen. Dat kan alleen tussen films in.”

Zien we in Nr. 10 in een scène niet een schilderij van Van Warmerdam zelf aan de wand hangen? Peinzend: “Is dat zo? Ik zou het niet meer weten.”

Schrijven over Nr. 10 is een beetje ingewikkeld omdat Van Warmerdam journalisten verzoekt zo min mogelijk van het verhaal bloot te geven. “Ik maak niemand monddood, maar het is natuurlijk wel zo leuk als kijkers de film zo ­onbevangen mogelijk ondergaan.”

Oké. Maar bij de film hoort ook een trailer, die al voor ­iedereen te zien is. We verklappen dus niet echt iets als we vertellen dat Nr. 10 een scène bevat waarin tijdens de ­opvoering van een toneelstuk een acteur een collega-­acteur met een spijker door zijn voet aan de bühne nagelt. En denk dan maar eens niet aan Jezus.

De veronderstelling dat Van Warmerdam katholiek werd opgevoed, blijkt juist. “Maar ik ben sinds een tijdje wel officieel uitgeschreven bij de kerk, wat nog een heel gedoe was. Gehaaid als de hel, die katholieken.”

De scène met de vastgenagelde acteur werd opgenomen in de schouwburg in IJmuiden. Bekend terrein voor Van Warmerdam, want zijn vader was er in de jaren zestig en zeventig toneelmeester. “Wij woonden boven het theater. Het was de tijd van Toneelgroep Centrum, als jongen zag ik van achter in de zaal Peter Oosthoek en zijn acteurs een nieuwe voorstelling monteren. Maar Frans Halsema en Gerard Cox kwamen ook langs.”

Still uit Nr. 10, met op de voorste rij (vlnr): acteurs Geert de Jong, Dirk Böhling, Mandela Wee Wee en Egbert Jan Weeber.  Beeld
Still uit Nr. 10, met op de voorste rij (vlnr): acteurs Geert de Jong, Dirk Böhling, Mandela Wee Wee en Egbert Jan Weeber.

Krat bier en fles wijn

Was zijn vader niet liever acteur geweest dan toneelmeester? “Nee, die ambitie had hij niet. Hij schilderde graag, was een niet onverdienstelijke aquarellist. Hij schilderde ook decors voor amateurtoneelverenigingen. Met een ­oude Mercedes vervoerde hij die naar patronaatsgebouwen in heel Kennemerland. Op de achterkant van zo’n ­decorstuk stonden schilderingen voor weer een ander stuk – heel economisch.”

Veel buitenscènes in Nr. 10 zijn ook opgenomen in ­IJmuiden, vooral in het gebied bij de vissershaven. “Ik heb die omgeving al eerder gebruikt in mijn films. Ik vind het er schitterend, van mij mag het op de werelderfgoedlijst. In andere plaatsen heb je zebra’s en verkeerslichten en zo. Daar kan ik niets mee, veel te naturalistisch. Dat havengebied is een heel eigen wereld. Er wonen cowboys en er zitten heel maffe bedrijven. Dan loop je ergens binnen en zitten ze er ouderwets netten te boeten – je zou er een Dickensfilm kunnen opnemen. Er is ook een hal waar ze machines maken en je het gevoel krijgt dat het industriële tijdperk nog maar net is begonnen.”

Over Amsterdam hoor je filmmakers nog weleens klagen dat autoriteiten en bevolking verre van behulpzaam zijn, in IJmuiden ligt dat anders. “De burgemeester stelt meteen een brief op waarin hij ieders medewerking verzoekt. Van mijn uitvoerend producent hoorde ik dat alle omwonenden en ondernemers dik tevreden waren met een krat bier én een fles wijn.”

Bij het maken van het scenario van Nr. 10 liepen, zoals bij al Van Warmerdams films, schrijven en tekenen in elkaar over. “Ik bedenk het verhaal en schrijf de dialogen, maar ik bedenk ook hoe het eruit moet zien. Ik teken mijn eigen storyboards. Samen met cameraman Tom (Erisman, red.) zit ik wel vijf, zes maanden in een hok. En ik maar tekenen. Heel houterig, hoor. Ik zou het allemaal wel verder willen uitwerken, maar dan zou het nog langer duren en zou Tom zich dood vervelen. Om tijd te besparen beperken we ons bij sommige scènes tot plattegrondjes.”

We kijken nog eens de galerie rond. De opmerking dat uit zijn schilderijen vaak eenzelfde soort ongemakkelijkheid spreekt als uit zijn films, leidt bij Van Warmerdam meteen weer tot zo’n fronsende blik.

Wat er zo ongemakkelijk is aan zijn films, wil hij weten. Nou, die mensen die elkaar maar niet begrijpen bijvoorbeeld, die dodelijke stiltes, die kromme gesprekken, die onhandige bewegingen….

“Ja, Jezus, anders is er toch niets aan?”

Verschijningen is te zien t/m 23 oktober in Galerie Grimm, Keizersgracht 241. Nr. 10 gaat op 30 september in première op het Nederlands Film Festival.

Meer over