PlusReportage

Afscheid van het Ronald McDonald Huis VUmc: voor ouders die ’s nachts uit het ziekenhuis kwamen, brandde altijd een lampje

Na 24 jaar verhuist het Ronald McDonald Huis VUmc naar een nieuwe locatie: Huis Emma bij het AMC. Ouders van zieke kinderen deelden lief en leed in het logeerhuis. ‘Het was een heel eigen wereldje.’

Marloes de Moor
Suzanne en Harmen Struiksma met hun dochters Evi (links) en Silke in de woonkamer van het Ronald McDonald Huis VUmc. ‘Aan het huis hebben we alleen maar goede herinneringen.’ Beeld Dingena Mol
Suzanne en Harmen Struiksma met hun dochters Evi (links) en Silke in de woonkamer van het Ronald McDonald Huis VUmc. ‘Aan het huis hebben we alleen maar goede herinneringen.’Beeld Dingena Mol

Halsoverkop, met gillende sirenes, rijden Suzanne (40) en Harmen (44) Struiksma op 2 april 2013 vanuit Zaandam naar het VUmc. Hun dochter Evi is met 27 weken veel te vroeg geboren. Ze verkeert in kritieke toestand; ze is 28 centimeter lang en weegt slechts 590 gram.

Als duidelijk wordt dat Evi voor langere tijd in het ziekenhuis zal moeten blijven, regelt Harmen een verblijf in het Ronald McDonald Huis VUmc aan de Amstelveenseweg 627, op een steenworp afstand van het ziekenhuis. Zo kunnen ze voortdurend dicht bij hun dochter zijn. Vanuit de woonkamer hebben ze zelfs zicht op de hooggelegen ramen van de kinderafdeling. Suzanne herinnert zich hun komst nog goed. “We waren meteen welkom en hoefden niets uit te leggen. Het was heerlijk om even uit de sfeer van het ziekenhuis te zijn.”

Zeven weken verblijven Suzanne en Harmen in het Ronald McDonald Huis. Ze nemen er de ochtendkranten door, draaien wasjes, doen boodschappen, delen hun zorgen, zoeken afleiding in Netflix, lezen boeken en krijgen bezoek van vrienden die voor hen koken. “Het was een heel eigen wereldje dat voor een tijdje ons thuis werd,” zegt Harmen.

Niets in het huis doet denken aan de piepende en zoemende apparatuur, de bedrading, de witte en groene jassen in het ziekenhuis. Veel kleurrijke kunst, een gezellige woonkamer met een goed gevulde boekenkast, een speelhoek met knuffels. ’s Nachts brandt in de keuken altijd een zacht verlicht huisje. “Ouders komen vaak laat aan of moeten ineens naar het ziekenhuis vanwege de kritieke situatie van hun kind. Dan is het fijn als ze na al die emoties niet in een kil, donker huis terugkeren,” zegt Marlies Postma (42), assistent-manager van het Ronald McDonald Huis VUmc.

Een warm rustpunt

24 jaar lang bood het Ronald McDonald Huis VUmc ruim 17.000 gezinnen een warm rustpunt in roerige tijden. Op 15 maart zal deze vestiging haar deuren sluiten. De kinderafdelingen van het Emma Kinderziekenhuis, tot voor kort verdeeld over het VUmc en het AMC, zijn eind 2021 samengevoegd op de locatie AMC. Hierdoor is bij het VUmc geen Ronald McDonald Huis meer nodig.

Families van kinderen die worden behandeld in het Emma Kinderziekenhuis kunnen voortaan terecht in het Ronald McDonald Huis Emma aan de Meibergdreef in Zuidoost, dat volledig zal worden verbouwd en gerenoveerd. “Bij het VUmc zijn nog wel enkele specialistische afdelingen waar af en toe kinderen worden behandeld, zoals oogheelkunde, gender en revalidatie. Voor hun ouders is er de mogelijkheid in het VUmc Gastenverblijf te logeren,” zegt Postma.

Medewerkers Sandra Vogel (links) en Reina Hazenberg. Op 15 maart sluit deze vestiging haar deuren. Beeld Dingena Mol
Medewerkers Sandra Vogel (links) en Reina Hazenberg. Op 15 maart sluit deze vestiging haar deuren.Beeld Dingena Mol

Hoewel ze in Huis Emma met haar collega’s weer net zo’n warme, huiselijke sfeer wil creëren, zal het afscheid even moeilijk zijn. Het Huis, dat tientallen vrijwilligers de afgelopen jaren met veel toewijding hebben gerund, herbergt dierbare herinneringen die hen jaren later nog steeds een brok in hun keel bezorgen.

Zoals de vader die in zijn zwembroek aanklopte, omdat zijn zoontje, ternauwernood gered van verdrinking, in het ziekenhuis werd opgenomen. Het grote gezin dat elke morgen in de eetkamer zat te ontbijten en houvast zocht in dat ritueel. Tafel keurig gedekt, hagelslag en kaas op tafel. “Een van hun kinderen was aangereden en lag in kritieke toestand in het ziekenhuis.”

De plek van die vrolijke clown

Nachtvrijwilliger Rien Feleus (68) zit drie weken per jaar midden in de nacht klaar voor ontredderde ouders. Met een hoofd vol zorgen zijn ze de verlaten Amstelveenseweg afgelopen, hebben ze aangebeld bij de plek die ze kennen van collectes en reclames, van die vrolijke clown, maar nu ineens hén aangaat. “Zorgen kan ik nooit wegnemen, maar ik kan ze wel op hun gemak stellen, een kop thee of koffie voor ze maken. Als ik vraag op welke afdeling hun kind ligt, gaan ze meestal vanzelf vertellen.”

Soms verdiept een contact zich, zoals bij het jonge stel dat Feleus ontmoette toen hij nog maar net begonnen was. “Hun tweeling was met 27 weken te vroeg geboren. Een van de twee overleed. Een heel heftige situatie. Het meest ontroerende was, dat ons Huis hun eerste ‘thuis’ was; ze hadden nog nooit samengewoond. Het stel betrok mij bij het denken over de uitvaart: het kistje, over wat ze hun overleden dochtertje zouden aantrekken. We vormden een soort eenheid, kregen een band.”

Ook Alma Sargentini-Kraakman (69), vrijwilliger van het eerste uur, heeft zulke hartbrekende herinneringen. “Een familie met opa en oma erbij stond voor de deur. Ik wist dat hun zoon van twaalf een zelfmoordpoging had gedaan. ‘Je hoeft niets te zeggen, hoor,’ zei ik tegen de moeder toen ik het gezin inschreef. Ze antwoordde: ‘Ik heb hem twee keer het leven gegeven. Bij zijn geboorte en nu.’ Want ze had hem gevonden en gered. Dat greep me erg aan.”

Suzanne Struiksma vindt het knap dat vrijwilligers zo goed aanvoelen of iemand wel of geen zin heeft in een gesprek. “Wij wilden het liefst samen zijn, hadden niet zoveel behoefte aan contact. Tegelijkertijd voelden we wel steeds solidariteit. Ouders wisten van elkaar dat ze er met een reden zaten. Als ik moest kolven, kwam ik op de gang andere moeders tegen en vond ik hun gelabelde flesjes in de vriezer. Jij ook, dacht ik.”

Alma Sargentini-Kraakman, vrijwilliger van het eerste uur. Beeld Dingena Mol
Alma Sargentini-Kraakman, vrijwilliger van het eerste uur.Beeld Dingena Mol

Harmen en Suzanne Struiksma zijn voor het interview na lange tijd terug in het Ronald McDonald Huis VUmc. Dochter Evi, inmiddels negen jaar, leeft zich uit in de kinderhoek. “Het gaat goed met haar. Ze zit vol levenslust, maar ervaart nog wel de gevolgen van de vroege geboorte. Zo is ze nog steeds afhankelijk van sondevoeding en zit ze door een ontwikkelingsachterstand op speciaal onderwijs,” vertelt Suzanne.

Moeilijk vindt ze het niet om terug te zijn op de plek waar zij zo’n zware periode hebben doorgemaakt. “Aan het huis hebben we alleen maar goede herinneringen. Dat was een ontspannen thuis in een moeilijke tijd. Er zijn wel plekken die iets oproepen. Ik weet precies in welke hoek van de kamer ik dat moeilijke telefoontje kreeg: ‘Je moet nu komen, want het zou kunnen dat je afscheid van haar moet nemen.’ Dat vergeet je nooit meer in je leven.”

Ervaringen uitwisselen

‘Heel erg bedankt voor alle fijne en hartverwarmende verblijven,’ schrijven Wannes van der Veer (33) en Klasiena Soepboer (32) in het gastenboek van het Ronald McDonald Huis VUmc. Eind november 2021 werd hun zoon Auke (1) in het ziekenhuis opgenomen met retinoblastoom, oogkanker. Ver van hun huis op Schiermonnikoog logeren Wannes en Klasiena in het Ronald McDonald Huis VUmc. “In eerste instantie leek het ons lastig om daar geconfronteerd te worden met andere ouders en hun zieke kinderen. Maar toen we er eenmaal waren, was dat juist fijn. We ontmoetten er lotgenoten die hetzelfde als wij doormaakten en vonden het prettig ervaringen uit te wisselen. Ook de vrijwilligers begrepen ons zo goed,” zegt Wannes.

Klasiena herinnert zich hoe een vrijwilliger, die er al tientallen jaren werkte, hen ’s morgens vroeg, voor de operatie van Auke, op de gang hoorde stommelen en naar beneden kwam om hen gerust te stellen. “‘Het komt echt wel goed. Wij hebben kinderen met retinoblastoom gezond zien opgroeien. Die zijn nu achttien en rijden auto,’ zei zij. Zo ontzettend lief.”

In verband met controle en behandelingen hebben Klasiena en Wannes het afgelopen jaar elke maand in het huis gelogeerd. Omdat Auke bij de laatste controle ‘schoon’ was en bijna 2 jaar is, komen ze nu elke drie maanden.

“Dat is dubbel,” zegt Marlies Postma. “Je bouwt een band met mensen op en toch zeggen we bij het afscheid nooit ‘tot ziens’, maar ‘we hopen dat u hier nooit meer terug hoeft te komen’.”

Historie

Het eerste Ronald McDonald Huis ontstaat in 1974 in de Verenigde Staten. Fastfoodketen McDonald’s wordt vaste sponsor. Wereldwijd openen er honderden Ronald McDonald Huizen. Kinderkankerspecialist prof. dr. Tom Voûte ontdekt begin jaren tachtig voor het eerst de Ronald McDonald Huizen in Amerika. Hij is er meteen van overtuigd dat Nederland dergelijke huizen ook nodig heeft. Met steun van McDonald’s Nederland richt hij in 1985 het eerste verblijf in Nederland op: het Ronald McDonald Huis Emma in Amsterdam, nabij het Emma Kinderziekenhuis. Inmiddels worden met geld van donateurs en sponsors in Nederland gezinnen ontvangen in twaalf Ronald McDonald Huizen, twaalf Huiskamers en drie vakantiehuizen.

Meer over