PlusExclusief

Acteur Fedja van Huêt: ‘Toen al die schandalen loskwamen, dacht ik wel: nu even goed nadenken’

 Acteur Fedja van Huêt. Beeld Marjolein van Damme
Acteur Fedja van Huêt.Beeld Marjolein van Damme

Fedja van Huêt (49) is een van de meest gelauwerde acteurs van Nederland – en een van de productiefste. Momenteel is hij te zien in twee films tegelijk: de tragikomedie Vaders & Zonen en de horrorfilm Speak No Evil. Allemaal prachtig, vindt ie, zolang hij ’s avonds zijn dochter maar in bed kan leggen. ‘Sinds ik vader ben kan ik beter bij mijn gevoel komen.’

Marcel Wiegman

Lang heeft acteur Fedja van Huêt niet na hoeven denken toen hij het script las van Vaders & Zonen. Veertiger Loet en zijn broer Winnie wonen nog altijd thuis bij hun dominante vader. Hun hele leven hebben ze van hem te horen gekregen dat ze niks kunnen. Als Baltus overlijdt, stoppen de broers hem in een vrieskist, bang als ze zijn dat ze zijn uitkering verliezen. Uit het bejaardenhuis verderop halen ze een nieuwe vader.

“Dan heb je mij wel mee,” zegt Van Huêt lachend. “Echt een geweldig idee. Zo’n Loet, een boos kind, zo’n man die helemaal vastzit in zichzelf en uiteindelijk opbloeit, dan denk ik: die wil ik spelen.”

Hoe bereid je je voor op zo’n rol?

“Veel repeteren. We hadden vijftien dagen, dus we konden echt zoeken naar de juiste toon. Het zijn uiteindelijk toch twee totaal onaangepaste figuren. Voor je het weet, sta je met zijn tweeën alleen maar een beetje te grommen. Terwijl het ook een ontroerend verhaal is. Zo’n film mag niet flauw worden. Ik denk dat dat goed is gelukt.”

Hoe is het om jezelf terug te zien met piekhaar en een uitgezakte buik?

“Ik ben weleens lelijker geweest. Dat is alleen maar leuk en misschien nog wel makkelijker dan dat je een hele gedistingeerde figuur moet spelen.”

Ik herkende je nauwelijks.

“Het was heerlijk. We hebben enorm veel roze koeken gegeten op de set. Even jezelf laten gaan. Maar het is ook gewoon houding. Meestal hou ik alles in.”

Wanneer werd je voor het laatst gecast als mooie jongen?

“Ik zal je vertellen: toen ik op mijn 24ste in Karakter speelde kreeg ik achteraf te horen dat ze niet voor de móóie jongen hadden gekozen, hahaha. Toen dacht ik wel: pardon, wie was dat dan? Het is oppassen. Voor je het weet zit je in een bakje. Ik heb het er weleens over gehad met regisseur Erik de Bruyn. Die wilde niet bellen, want die jongen van Karakter was niet de Leen die hij zocht voor zijn film Wilde Mossels. Hij heeft me gelukkig toch laten komen.”

Het is tekenend voor zijn lange en rijkgeschakeerde carrière. Van Huêt speelde in tientallen films, televisieseries en toneelstukken, maar geen ervan lijkt op een ander. Net zo makkelijk speelt hij politicus Mat Herben (Het jaar van Fortuyn), onderzoeksjournalist Bas Haan (De veroordeling), financieel jurist Kasper in de romantische komedie Soof, de mysterieuze Willem Steenhouwer in Overspel of de ijzingwekkende Patrick in de horrorfilm Speak No Evil, die momenteel draait in de bioscopen.

Het verhaal van Speak No Evil: tijdens een vakantie in Toscane raken een Deens en een Nederlands gezin (Van Huêt en zijn vrouw Karina Smulders) met elkaar bevriend. Het klikt zelfs zo goed dat ze besluiten om elkaar na de vakantie nog een keer op te zoeken. Al snel loopt het uit de hand, als blijkt dat de Nederlanders zich op vakantie anders voordeden dan ze in hun dagelijkse omgeving zijn.

Van Huêt: “En het eindigt in de hel.”

Kijk je graag naar horror?

“Het is niet het genre dat ik snel opzoek, nee. Maar is dit horror? Ja, alle wetten van horror zitten erin: van begin af aan denk je: doe het niet, ga terug! Maar het is ook een thriller en een psychologisch drama. Dat zie je steeds vaker bij ­jonge makers. Dat je denkt: waar zit ik nou naar te kijken? Ik vind dat tof.”

Still uit de film Speak No Evil. Beeld Erik Molberg
Still uit de film Speak No Evil.Beeld Erik Molberg

Hij is eng genoeg voor horror.

“Wat mij in deze film vooral aansprak was het spel met sociale conventies. In Denemarken heet de film Gaester: gasten. Je zou hem ook Grenzen kunnen noemen. Het gaat over twee mensen die de hele tijd over de grenzen van twee andere mensen heen gaan. En dat wij, hier in onze westerse bubbel, niet weten hoe we met agressie om moeten gaan. Wij willen vooral aardig gevonden worden. Dat vind ik herkenbaar. Dat je denkt: waarom voel ik me zo naar? Nou: omdat iemand de hele tijd over je grenzen gaat en jij daar niks van zegt omdat je beleefd wilt blijven. Dat loopt in deze film dus slecht af.”

Vond je het leuk om een psychopaat te spelen?

“Onze opdracht was: wees het kwaad zonder het te spelen. Dus heb ik geprobeerd een heel sympathieke man neer te zetten, die je het graag vergeeft als hij soms een beetje doorschiet in zijn enthousiasme. Hij raakt oprecht aangedaan als ze hem vertellen dat hij geen goede gastheer is. Daar zit de kracht van de rol: Patrick is een kind, net als Loet.”

Was het lastig om samen met je vrouw te spelen?

“We hebben ze gewaarschuwd.”

Voor wat?

“We hebben samen een gezin.”

En iemand moet op de dochter passen?

“Dat dus. Verder heeft het vooral voordelen. Ik speel graag met Karina, ze is een ramgoede actrice. Je kent elkaar en vertrouwt elkaar. Misschien dat je je soms iets meer bekeken voelt, als je moet zoenen bijvoorbeeld. Maar bij deze film hebben we vooral veel lol gehad.”

Betekent je rol in een Deense film dat je toe bent aan een sprong naar het ­buitenland?

“Grappig dat je dat zegt. Ik ga spelen in een Duitse Amazonserie. Dat komt omdat ze mij hebben gezien in deze film. Zo werkt dat kennelijk. Maar eigenlijk hou ik er niet van om in een trailer te zitten of alleen op een hotelkamer. Ik doe al vijf jaar Der Amsterdam-Krimi van de Duitse ARD. Die draait in Amsterdam. Dan kan ik gewoon ’s avonds naar huis.”

En als het grote Hollywood langskomt?

“Dat is al gebeurd. Het was een heel gaaf scenario en het zou opgenomen worden in Berlijn. Moest ik op een heel klein schermpje een zoomcasting doen met een tegenspeelster. Ik heb de rol niet gekregen. Dat is ook het leven van een acteur. Je schuurt er soms langs. Het is een loterij. Als het een keer komt is het leuk, als het niet komt is het ook prima. Mij hoor je niet klagen.”

Sommige acteurs moeten pakken wat ze kunnen pakken.

“Er moet brood op de plank. Dat geldt net zo goed voor mij. Je moet het niet te veel doen, maar ik heb ook weleens iets gedaan waarvan ik achteraf dacht: had ik niet moeten doen. Soms is het fijn om even iets te pakken. Zo zijn wij zzp’ers. Wij denken: dan kan ik straks de schilder weer betalen.”

Waarom wilde je acteur worden?

“Gewoon: ik vond dat het leukste om te doen. Ik was altijd met verhalen bezig. Ik was een fantasievol jongetje en zeer geïnteresseerd in televisie. Ik hield ervan om een rol te spelen en mezelf te verkleden. Dat doe ik nog steeds. Maar waarom? Tja, waarom wil je journalist worden? Ik wilde eerst drummer worden.”

Misschien is het prettig om als acteur even niet jezelf te hoeven zijn?

“Dat is heerlijk. Zo’n Loet neerzetten is heel fijn.”

Je bent zelf opgegroeid zonder vader.

“Mijn ouders waren hartstikke jong toen ik kwam. Mijn vader was een streetcornerworker in Den Haag. Hij hielp randgroepjongeren en mensen die uit de gevangenis kwamen. Hij heeft mijn moeder ontmoet in het café op de hoek. Het ging al snel mis, maar ik heb er geen last van gehad. Ik was geen sleutelkind, ik hoefde niet steeds te verhuizen.”

 ‘Ik ben een betere acteur geworden sinds ik vader ben.’ Beeld Marjolein van Damme
‘Ik ben een betere acteur geworden sinds ik vader ben.’Beeld Marjolein van Damme

“Ik zag mijn vader op verjaardagen en ging af en toe bij hem logeren. Mijn wereld speelde zich af in Tiel, bij mijn moeder en haar familie. Nu ik zelf vader ben, zie ik nog beter hoe ongelooflijk het was wat mijn moeder deed. Ik was een makkelijk kind als ik haar mag geloven, maar toch: helemaal alleen. Dat je denkt: hoe heb je dat gedaan? ”

Ik heb een foto meegenomen uit De ­Tielenaar.

“Die flat ja, daar woonden wij. Sociale woningen. Dat raam helemaal bovenin, op de vierde etage, was van mijn kamertje. Het doet me altijd wat als ik dat stuk lees. Ik heb het bewaard. Het gaat over mijn oma en mijn moeder. We hadden niks. Ze was 23, kwam uit de grote stad en moest opnieuw beginnen in haar geboortestad.”

Die foto is niet al te vrolijk.

“Ik had het er best leuk, hoor. Ik zat op een fijne school en mijn grootouders woonden vlakbij. En ik had een zandbak op mijn kamer.”

Dan moet je een leuke moeder hebben.

“Een hele leuke moeder. Een oude hippie. Ik ben heel vrij gelaten. Niet té, maar er kon veel. Ze werkte in theater Agnietenhof. Daar deed ze de programmering van het jeugdtheater. Ze moest ook het land door om jeugdvoorstellingen in te kopen.”

En dan vraag jij je af waarom je acteur wilde worden?

“Ik zat in elk geval veel in de schouwburg. En mijn oma had onder ons een balletschool. Mijn opa maakte decors voor de balletuitvoeringen. Hij was een vrijzinnige dominee van de remonstrantse kerk en maakte voorstellingen in de kerk. Hij haalde er ook bands heen om muziek te maken.”

“Voor het programma Verborgen verleden zijn we naar het stadsarchief van Tiel geweest. Zo kwam ik erachter dat hij een soort locatietheater avant la lettre heeft gemaakt op de ruïnes van zijn kerk, die in de oorlog kapotgeschoten was. Mijn oma danste daar. Met de opbrengst wilden ze de kerk laten herbouwen.”

Neem je je jeugdervaringen mee als je in een film speelt?

“Stiekem, als je een hele serieuze scène of een emotie moet spelen. Ik merk vooral dat ik een betere acteur ben geworden sinds ik vader ben. Ik sta kwetsbaarder in het leven.”

Je mag niet meer zomaar doodgaan?

“Ja, dat. Dat is een hele goede samenvatting van dat gevoel. Er zijn dingen aangeroerd. Mijn gevoelsleven is rijker geworden, omdat je een ander soort liefde ervaart. Ik kan nu ook beter bij mijn gevoel komen. Los daarvan: ouder worden maakt je rijper.”

In Speak No Evil komen de kinderen er niet best af.

“Ik heb getwijfeld toen ik het scenario las: heb ik zin om zo’n film met kinderen te draaien? Ze mogen de film zelf niet eens zien, omdat ze nog te jong zijn. De eerste keer dat we met alles erop en eraan speelden, wilde dat meisje niet meer.”

“We hadden goed gerepeteerd en ze was uitstekend begeleid, maar ze vond het eng toen ik tegen haar tekeerging. Ik kon me dat goed voorstellen. Het blijft een kind. Ik heb weleens een rol afgezegd, omdat ik dacht: dat ga ik niet doen met een kind.”

Dus deed iemand anders het.

“Die denkt daar dan kennelijk anders over.”

Still uit Speak No Evil. Van Huêt over de film: ‘Ik heb getwijfeld toen ik het scenario las: heb ik zin om zo’n film met kinderen te draaien?’  Beeld Erik Molberg
Still uit Speak No Evil. Van Huêt over de film: ‘Ik heb getwijfeld toen ik het scenario las: heb ik zin om zo’n film met kinderen te draaien?’Beeld Erik Molberg

Voor de rol van Bas Haan in De veroordeling kreeg je vorig jaar een Gouden Kalf.

“Die had ik niet zien aankomen. Het is niet dat ik in die film emotioneel alle kanten op ga. Ik speel gewoon iemand die zich vastbijt in de Deventer moordzaak. Het is vooral een eer dat je zo’n belangrijk verhaal mag vertellen, een ode aan de journalistiek. Er zit jaren werk in, dat kom je ­zelden tegen. Ik voelde een enorme ­verantwoordelijkheid. Maar goed: de erkenning is te gek, zeker omdat hij van collega’s komt.”

Het waren de eerste genderneutrale Kalveren.

“En dan zul je net zien: het waren ­vooral kerels die hem wonnen. Het resultaat was niet helemaal gewenst, denk ik. Ik snap het idee om geen onderscheid meer te maken tussen rollen voor vrouwen en mannen, het is besloten vanuit een goede gedachte, maar ik had liever gezien dat er meer prijzen waren uitgereikt.”

Gaat de wereld aan woke ten onder?

“Dat vind ik niet. De meeste rollen gaan nog steeds naar witte heteromannen. Als je vrouw bent zijn het er minder, als je zwart bent nog minder. Dat moet echt ­veranderen.”

De film- en theaterwereld ligt tegenwoordig onder een vergrootglas.

“Ik heb laatst een Nederlandse Amazonfilm gedraaid. Daar kreeg ik voor het eerst te maken met een intimiteitscoach. Hartstikke goed.”

Hoe werkt dat?

“Het is iemand die zorgt voor goede afspraken. Ik vraag altijd aan de regisseur: wat is de decoupage, wat heb je nodig? Dat je bij een vrijscène weet: dit zijn de shots, dit gaan we doen en zo is de choreografie. Maar niet iedereen staat even sterk in zijn schoenen, niet iedereen durft het te zeggen als hij iets ongemakkelijk vindt.”

“Of er worden op het moment zelf opeens nog dingen veranderd. Dat kan met zo’n coach niet meer. Dat is voor de regisseur ook prettig, want die vindt sommige dingen net zo goed ongemakkelijk en doet daardoor misschien precies het verkeerde. Of hij gaat over grenzen heen ­zonder het zelf door te hebben.”

“Vaak is het na een opname: kleding? O ja. Waar is de badjas? Sta je daar in je blootje. Nu is er de coach die meteen zegt: ­badjas! Je ligt bij zo’n opname op elkaar ­zonder kleren aan. Daar wordt nu iets tussen gelegd. Het is allemaal heel praktisch. Je hebt tegenwoordig ook van die speciale, hele strakke broekjes. Dan heb je niet meer huid tegen huid. De kijker merkt daar niets van, maar het maakt alles gemakkelijker.”

Vind je het lastig, naakt acteren?

“Ik heb er niet zo’n moeite mee. Het ligt er meer aan wat ik dan moet doen en hoe het in beeld wordt gebracht. Los van het feit dat het ’s avonds heel koud kan zijn. Of dat je naakt het water in moet. Als je ergens voor dood moet liggen in de modder, is dat geen pretje. Dat is gewoon afzien.”

Ben je verbaasd over de MeToo-schandalen in de film- en theaterwereld?

“Het heeft even moeten ontploffen. Heel veel mannen zitten nu met samengeknepen billen te wachten op wat komen gaat. Heel goed. Ik heb de sleutelroman van Anne van Veen gelezen over haar relatie met theaterdocent Jappe Claes. Dat heeft me geraakt. Ze was 18. Het was machtsmisbruik. Haar opleiding is haar afgenomen. Ik heb zelf lesgegeven, dan moet je gewoon heel erg opletten hoe gezellig je het maakt. Je kunt een keer mee naar de kroeg, je kunt ze een keer meenemen uit eten, maar je moet altijd afstand houden. Je bent hun docent, niet hun vriend. Het zijn jonge, kwetsbare mensen. Het zijn nog kinderen. Daar blijf je met je poten vanaf.”

Heb je zelf nare ervaringen gehad?

“Ik heb altijd mijn grenzen aangegeven, maar dat komt ook doordat het goed met me ging op de academie, hoe jong ik ook was. Ik was in de positie dat ik al iets te vertellen had. Het zijn vaak de meest kwetsbaren die het slachtoffer worden. Toen al die schandalen loskwamen, dacht ik wel: nu even goed nadenken. Ben ik weleens over een grens gegaan? Heb ik weleens iets doorgezet tegen iemands wens in? Als je toch leest wat zich allemaal afgespeeld heeft op castingbureaus.”

  ‘Ergens voor dood liggen in de modder is gewoon afzien.’ Beeld Marjolein van Damme
‘Ergens voor dood liggen in de modder is gewoon afzien.’Beeld Marjolein van Damme

Laat je broek maar zakken.

“Hoe heeft dat in godsnaam kunnen gebeuren? Ik heb mazzel gehad.”

Kun je goed tegen kritiek?

“Je ontkomt er niet aan. En het zijn de slechte recensies die je onthoudt. Maar ik ben nu wel zover dat ik denk: smaken verschillen. Toen ik in Karakter speelde was mijn eerste recensie vernietigend slecht. Hans Beerekamp van NRC vond dat ik niks kon. Iemand zei: dan heb je dat vast gehad. Dat was een goede leerschool.”

En vervolgens kreeg de film een Oscar.

“Zo heeft iedereen zijn eigen kijk. Dat mag. Ik had het bij die Noorse film, The Worst Person in the World. Die werd enorm de lucht ingestoken, ik ging er met grote verwachtingen heen, maar vond er niks aan. Dat kán. Ik las een recensie van C’mon C’mon met Joaquin Phoenix. De recensent schreef: er gebeurt niets. Maar ik vond het een van de mooiste films die ik de laatste tijd heb gezien. So be it.”

Vorig jaar stond je voor het eerst in acht jaar weer op de planken.

“Een prachtig stuk: Vrijdag van Hugo Claus. Ik vond het te gek om weer te repeteren. Het was heel intensief: vier dagen in de week weg en dan een lang weekend thuis. Ik heb het gedaan als uitstapje. Omdat ik het stuk zo mooi vind en omdat Michel Sluysmans en Servé Hermans van Toneelgroep Maastricht mij elk jaar een voorstel deden. Dat hebben ze al die jaren hardnekkig volgehouden.”

Waarom ging je in 2013 weg bij Toneelgroep Amsterdam?

“Heb je Twee mannen gezien, de documentaire over Ivo van Hove en Jan Versweyveld? Als je die ziet, weet je genoeg. Je volgt die mannen tijdens de repetities van Age of Rage. Er is wat dat betreft niets veranderd sinds 2013: de intensiteit die ze vragen van hun acteurs kun je maar zeven of acht jaar volhouden. Dan is het op. Of je moet geen gezin hebben, een man of vrouw alleen zijn. Dan kan het, maar alleen als je afstand doet van een persoonlijk leven. Het is heel hard werken voor weinig geld. Het is liefde, maar moeilijk als je je kind naar bed wilt brengen.”

Toen je wegging was het een hele uittocht van acteurs: Barry Atsma, Leon Voorberg, Jacob Derwig...

“Dat leek een drama, maar het kwam doordat die allemaal in dezelfde levensfase zaten.”

Men zegt wel: kunstenaars kunnen geen familieleven hebben.

“Ivo en Jan leven toneel. Dat is hun hele bestaan.”

Compromisloos?

“Dat moet. Zonder bravigheid.”

Dat betekent dat je nooit een groot kunstenaar kunt zijn.

“Je zou het denken, hè. Er zit wel een waarheid in. Ik ben uitvoerder, ik sta vaak in het idee van een ander. Ik vind de artistieke trechter van een toneelstuk moeilijk te combineren met het gewone leven. Dat door moeten repeteren, omdat het nog niks is. Dan durf je niet te zeggen: jongens, ik moet nu echt naar huis. Ik heb laatst nee gezegd tegen een roadmovie, omdat ik anderhalve maand in het buitenland zou zijn. Het was een te gek scenario, maar ik dacht: hoe moet ik dat doen? Hoe?”

Ga je er spijt van krijgen?

“Ik denk het wel.”

Fedja van Huêt

21 juni 1973, Den Haag

1985-1992 Lingecollege, Tiel
1992-1996 Toneelacademie Maastricht
1997-2005 ZT Hollandia
1998 Oscar beste niet-Engelstalige film voor Karakter
2005-2013 Toneelgroep Amsterdam

Fedja van Huêt won een Gouden Kalf voor Amnesia (2001), Nachtrit (2006), De prins en het meisje (2007) en De Veroordeling (2022).

Van Huêt is getrouwd met actrice Karina Smulders. Ze wonen in Utrecht met hun elfjarige dochter.

Een jeugdfoto van Fedja van Huêt. Beeld
Een jeugdfoto van Fedja van Huêt.