PlusReportage

90 jaar Hotel Faber in Zandvoort: ‘Het voelt als thuiskomen’

Martin Faber met gasten. Beeld Daphne Lukcer
Martin Faber met gasten.Beeld Daphne Lukcer

Hotel Faber in Zandvoort ontvangt al negentig jaar gasten. Martin Faber (63), de derde generatie die het hotel runt, koestert de rijke familiegeschiedenis die in alle kamers aan de muren hangt.

Marloes de Moor

Vroeger, toen hij zestien was, had Martin Faber weleens de pest in. Wilde hij net met zijn vrienden gaan stappen, kwam er ’s avonds om elf uur nog een ouder echtpaar van kamer 5 dat koffie wilde. Dan stond hij mokkend in de keuken te wachten tot het water doorliep. Blikken op zijn horloge. Zijn hoofd al bij de meiden, de discotheken, de Chin Chin en de L’Isis, de boulevard. Maar hotelgasten gingen altijd voor, had hij van zijn ouders geleerd. En dus stond hij keurig met een kan hete koffie voor de deur bij de twee. Brede glimlach: ‘Bitte schön. Gute Nacht, Herr und Frau.’

Nog gauw een hand door zijn haar en wegwezen.

Nu is Martin Faber bijna vijftig jaar verder en eigenaar van Hotel Faber aan de Kostverlorenstraat in Zandvoort, al negentig jaar in bezit van zijn familie.

Sleetse routine heeft in al die jaren geen vat op hem gekregen. Faber beschikt over de openhartige onbevangenheid die anderen op latere leeftijd langzamerhand verliezen. “Ja, ik bekeek je Facebook. Doe ik met gasten ook vaak. Vind ik leuk. Even zien wat voor mensen het zijn,” zegt hij achteloos.

Daghap

Hij schudt met een kartonnen pak Rührei van Duitse makelij. “Doe ik gewoon uit een pak, hoor. Wel zo makkelijk. Mijn ouders serveerden vroeger alleen een bordje met brood, ham, kaas en een gekookt ei. Tegenwoordig moet je een uitgebreid ontbijtbuffet hebben. Croissants, verschillende broodjes, vers fruit, yoghurt, cornflakes, drie soorten eieren: roerei, gebakken en gekookt. Ik heb zelfs poffertjes.”

null Beeld Daphne Lucker
Beeld Daphne Lucker

Opgewekt staat hij even later kogelronde eitjes te bakken in een pan met kuiltjes. “Dit is eigenlijk een hamburgerpan. Gasten vragen weleens hoe ik ze zo rond krijg. Nou, zo dus. Voor oudere mensen draai ik ze nog een keer om. Die houden niet van dat druipende eigeel.”

Elke morgen om half zeven ’s morgens, als de vogels fluiten en het Zandvoortse strand er nog stil en verlaten bij ligt, begint Faber met de voorbereidingen voor het ontbijt, net zoals zijn moeder Leny (94) dat vroeger deed. Dat doet hij in de keuken waar ooit zijn vader, Martin senior (1927-1995), de lunch en daghap stond te bereiden. Het hotel bood toen nog volpension, waarin een grotere rol voor de kok was weggelegd.

Hoewel Faber junior in de loop der jaren modernere apparatuur heeft aangeschaft, zoals een koffiemachine, een heteluchtoven en een vaatwasser, is er niet eens zoveel veranderd. Granieten vloer, wit betegelde wand, houten keukenkastjes, een geruit gordijntje onder het aanrecht. Huiselijk met stampvolle kastjes, maar schoon en geordend: sausflessen op legplanken, de steel van een afwasborstel in een afvoerpijp, geblokte theedoeken en pannenlappen, reusachtige stalen pannen. “De oude aardappelpan van mijn vader. Uniek ding,” zegt Faber wijzend.

Geen verkleinwoordjes

In het hoogseizoen, als het hotel volloopt met Duitse toeristen, springen Linda Koper (56) en Brigitte Keur (58) bij. Sinds jaar en dag zijn ze vaste krachten. Koper maakt fruit schoon en draaft daarna met versgebakken broodjes naar de ontbijtzaal.

Keur, klein en pront, theedoek over de schouder, opent de dampende vaatwasser en behandelt het serviesgoed met bruusk temperament. De van oorsprong Duitse Keur bleef tijdens een vakantie hangen aan een Zandvoorter. Een aanwinst voor het hotel, vindt Faber, want ze spreekt Duits. En hotelbezetting die voor negentig procent uit Duitsers bestaat is dat een belangrijk pluspunt.

Vaste gasten van de vishandel komen ontbijten, Martin komt even buurten. Beeld Daphne Lucker
Vaste gasten van de vishandel komen ontbijten, Martin komt even buurten.Beeld Daphne Lucker

Om kwart over zeven steekt visboer Arie Guijt (41) zijn hoofd om de hoek van de keuken: “Goedemorgen!” De Katwijker staat met een viskraam op het Raadhuisplein in Zandvoort en komt bijna elke dag met twee collega’s ontbijten in Hotel Faber. “Martin verwijst zijn gasten vaak naar onze kraam voor een harinkje. Als we ’s morgens vroeg vanuit Katwijk komen, krijgen we hier een lekker ontbijtje. We mogen ook weleens bij hem in het hotel douchen. Maar let op, aan één ding heeft hij een hekel: verkleinwoordjes. ‘Hotelletje’, ‘kamertje’: dat vindt hij niet zo leuk,” zegt Guijt lachend.

Langzamerhand druppelen meer hotelgasten binnen en vertoont ook Faber zich in de ontbijtzaal. Hij legt de laatste hand aan het buffet en deponeert twee afbakpizzaatjes – Piccolini’s – tussen de etenswaren. “Voor de vegetariërs. Dan hebben die ook wat.”

In de zaal heerst een bedaarde ochtendrust, zacht geklingel van bestek. Zorgzaam, met licht gebogen, koesterende rug ontfermt Faber zich over zijn gasten. Een bemoedigend klopje op een schouder, een tikje op een arm. Hoofdschuddend bekijkt hij mensen die verwoed scrollend op hun telefoon aan hun ontbijt zitten. “Zo ongezellig. Soms trek ik de stekker van de wifi eruit. Dan stopt het even,” grinnikt hij.

Linda Koper reddert intussen, onlosmakelijk verbonden met een geel, nat doekje, door de zaal en neemt tafels af.

Oude Zandvoorters

De Duitse Uwe (53) en Petra Lennartz (47) happen in een broodje. Ze gaan al van kinds af aan op vakantie in Zandvoort en kiezen sinds tien jaar altijd voor Hotel Faber. “Het hotel is schoon, de mensen zijn vrolijk en de omgeving is mooi. We keren elk jaar terug, omdat het vertrouwd en bekend is.”

Naast hen hangen schilderijen van oude Zandvoorters, aan het plafond houten vliegtuigen, hobbelpaarden en andere antieke bouwsels. In een museale ‘etalage’ staan poppen in klederdracht. Geen hotelgast kan om de illustere voorganger van eigenaar Martin Faber heen. In het hotel, óók op de kamers, hangen meer dan honderd schilderijen van de hand van zijn vader. “Hij leerde op zijn 55ste schilderen van een Duitse hotelgast. Sindsdien heeft hij in zijn atelier op zolder het ene na het andere schilderij gemaakt. Zeegezichten en landschappen, maar toch vooral portretten van bekende Zandvoorters, Volendammers en vaste hotelgasten,” vertelt Faber.

Martin Faber senior leerde op zijn 55ste schilderen van een Duitse hotelgast.  Beeld Daphne Lucker
Martin Faber senior leerde op zijn 55ste schilderen van een Duitse hotelgast.Beeld Daphne Lucker

Vitrines herbergen de verzamelingen van zijn vader: treinen, miniatuurflesjes, scheepsmodellen, autootjes, servies. Hij hield van nostalgie, kon geen afstand van dingen van vroeger.”

Zelf is Faber minder nostalgisch. Hoewel :“Ik heb een witte Audi van veertig jaar oud. Als ik me niet zo lekker voel, ga ik daar een stuk in rijden en dan knap ik op. Een Harley-Davidson had ik ook. Jaren voor gespaard. ’s Morgens werkte ik in het hotel en ’s middags achter de bar op het circuit van Zandvoort. Uiteindelijk kon ik hem kopen.”

Plotseling schiet hij vol. “Sorry, ik word emotioneel. Dat heb ik soms met dingen van vroeger.”

Boerendochter

En er ís veel van vroeger. Faber beheert niet alleen het hotel, maar ook de familiegeschiedenis die daarbij hoort. Die gaat terug tot 1932. Tjeerd en Johanna Faber beginnen in dat jaar Hotel Pension Faber aan de Kostverlorenstraat. “Mijn oma runde het pension. Mijn opa, geboren achter het paleis op de Dam, was slager. Elke dag reed hij op zijn brommertje heen en weer van Zandvoort naar Amsterdam om te werken.”

In 1958 neemt zoon Martin Faber het hotel over met zijn vrouw Leny, een boerendochter uit Kethel. Leny Faber (94) herinnert het zich nog goed. Ze zit in een fauteuil van haar monumentale woning, onder een hoog plafond met weelderige ornamenten. Om haar heen een gestold verleden vol bezittingen die ze een mensenleven meedroeg. Een nadrukkelijk tikkende klok. Aan de muur een schilderij van haar man, die op zijn 67ste overleed.

“Toen Martin en ik in 1950 getrouwd waren, hielpen we in de weekenden in het pension. Kort na de Tweede Wereldoorlog was er armoede, geen warm water, geen verwarming. Er verbleven veel mensen die in de oorlog hun huis kwijt waren geraakt. Martins moeder was al overleden toen ik hem leerde kennen. Zijn vader dacht erover het hotel te verkopen, maar dat wilde Martin niet. Zijn moeder had het niet voor niets opgebouwd. Toen zijn wij er samen mee verder gegaan.”

null Beeld Daphne Lucker
Beeld Daphne Lucker

Martin en Leny gaan in het hotel wonen. Hun vijf kinderen worden er geboren. “In het begin werden de kamers alleen gehuurd door gemeenteambtenaren en politieagenten die nog geen woning hadden. Er logeerde bij ons ook een oude dame, die almaar vanuit haar kamer riep dat ze dood wilde. ’s Avonds aten we altijd beneden met alle gasten. Toen begon ze weer. Een van de mannen had hard gewerkt, was moe en riep nijdig: ‘Mens, dan ga je toch dood!’” Leny lacht er verlegen om: “Dat was grappig. Ik weet het nog goed.”

In de jaren zestig verandert het pension in een hotel waar steeds meer toeristen komen, aanvankelijk vooral uit Nederland. Martin Faber: “Dat waren Amsterdammers die op een flatje woonden en voor twee of drie weken boekten voor wat frisse lucht aan zee. Later kregen we bussen en treinen vol Duitsers. De trein uit Duitsland stopte toen in Zandvoort.”

Naakt de zee in

Moeder Leny is in die jaren druk met ontbijt bereiden, kamers schoonmaken en daarnaast de zorg voor haar vijf kinderen. “Ach, dat deed je gewoon. Mijn zussen brachten hen soms naar school. In de zomermaanden kreeg ik extra hulp van kamermeisjes. Mijn man deed boodschappen en kookte voor de lunch en het diner. Hij was een echte zakenman, vol nieuwe ideeën.”

Martin Faber senior bouwt in 1962 de binnenplaats om tot ontbijtzaal. Zo kan hij ’s avonds de tafels alvast dekken, terwijl de hotelgasten in de recreatieruimte nog wat drinken. “We hadden daar vaak dansavonden van de folklorevereniging. Ik weet ook nog dat we ’s nachts met een paar hotelgasten naakt in zee gingen zwemmen. Sommigen gingen erin, maar ik hield mijn kleren aan. Dat was lachen!” vertelt Leny Faber.

“Heb ik vroeger ook wel gedaan met een stel meiden. Toen ze uit zee kwamen, hadden we hun kleding in de vlaggenmast gehangen,” vult Faber aan. “Hotelgasten vroegen mij soms om met hun dochter uit te gaan. ‘Dan weet ik zeker dat het goedkomt’ zeiden ze dan.”

Faber werkt eerst samen met zijn broer en vader in het hotel en later met zijn vrouw Patricia, die vooral achter de schermen actief is. Tot zeven jaar geleden woont hij met zijn gezin in het hotel. Inmiddels is zijn zoon Nick (28) daar met zijn vriendin ingetrokken. Hij werkt ook in het hotel en wil het op den duur overnemen.

Leny Faber (94): ‘Kort na de oorlog was er geen warm water, geen verwarming. Er verbleven hier veel mensen die hun huis kwijt waren geraakt.’ Beeld Daphne Lucker
Leny Faber (94): ‘Kort na de oorlog was er geen warm water, geen verwarming. Er verbleven hier veel mensen die hun huis kwijt waren geraakt.’Beeld Daphne Lucker

Aan de coronatijd bewaart hij minder goede herinneringen. “De vaste Duitse gasten bleven weg. Daarvoor in de plaats kregen we een heel ander publiek. Verwende Nederlanders die normaal gesproken all-inclusive naar Turkije gaan. Ze klaagden overal over. Dat er geen lift was, te kleine balkons, te weinig stoelen. Ik beleefde er weinig plezier aan.”

Het waren magere jaren, die Martin aanvankelijk doorkwam met het opknappen en schilderen van de kamers. “Bij de tweede golf was ik het zo zat dat ik even heb overwogen er maar appartementen van te maken. Gelukkig heb ik dat niet gedaan. Dolblij was ik toen onze vaste gasten dit voorjaar terugkwamen. Het ontroert me dat alles toch nog goed is gekomen.”

Meer dan gast

Erik Wille (58) uit Arnhem kent de familie Faber al sinds eind jaren zeventig. “We verbleven er vanwege het IBM-schaaktoernooi dat jaarlijks in Amsterdam werd georganiseerd. Mijn vader, broer en ik deden daaraan mee. Overdag schaken en daarna naar het strand. Pa Faber leefde toen nog. Een ontzettende lolbroek, altijd geintjes. Martin is net zo.”

Wille is er tot 1987 elke zomer geweest. Twintig jaar later keert hij terug met zijn vrouw Conny (68). “Twee keer per jaar verblijven we tien dagen in Hotel Faber. We komen er vaak gasten tegen die er ook al jaren komen. Zo verbleven er een tijdje werklieden van ProRail. Die kennen we allemaal.”

Een van hen is Pascal Paas (50) uit Munstergeleen. “Ik logeerde tien jaar geleden van maandag tot donderdag in Hotel Faber met elf collega’s. We kwamen uit het zuiden en konden er overnachten, vanwege werk voor de spoorwegen. Later ging ik erheen met mijn vriendin en zoon. Mijn zoon was gek op de vitrine met autootjes. Met Martin heb ik veel lol. Ik steek wel eens de draak met de vele Duitsers die in zijn hotel komen, daar maken we geintjes over. Ik ben er dit voorjaar weer geweest. Het voelt als thuiskomen.”

Erik Wille beaamt dat. “Je bent er niet gewoon maar een gast, maar meer dan dat. Als we aankomen, komt mevrouw Faber meteen met haar rollator naar ons toe om een praatje te maken.”

Martin Faber knikt. “Mijn moeder zit vaak voor het raam te kijken of ze de mensen nog herkent.”

Soms stiefelt ze met haar rollator naar het hotel, steekt haar hand op naar vaste gasten, die haar eerbiedig nakijken.

Faber: “Dat is misschien wel het mooiste: dat mijn moeder er nog is en dat ze dit nog mag meemaken.”

Leny: “Ik kan niet huilen, maar het is zo bijzonder als ik terugdenk aan alles. Het hotel houdt altijd een speciale plek in mijn hart.”

null Beeld Daphne Lucker
Beeld Daphne Lucker