Het 'nieuwe' Casa Hotel, met op het dak een biertuin.

PlusReportage

65 jaar Hotel Casa – de grootste huiskamer van Amsterdam

Het 'nieuwe' Casa Hotel, met op het dak een biertuin.

Hotel Casa, voorheen Casa 400, bestaat 65 jaar. Generaties studenten wonen en woonden hier tijdelijk, of veel langer. Maar niet in de zomer, dan is Casa voor de toeristen. Vijf bewoners over het roemruchte onderkomen, befaamd om de ruige feesten en schone badkamers.

Hans van der Beek

Het begon met een goed idee van vier studenten in 1957: een studentenhotel. Acht maanden per jaar een plek voor studenten en van juni tot en met september een echt hotel. Door de inkomsten in de zomer konden studenten de rest van het jaar betaalbare huisvesting krijgen. Ze hadden het idee in Denemarken opgepikt. De vier richtten Casa Academica op. Een van die vier was de latere VVD-voorman Frits Bolkestein.

In 1962 opende het studentenhotel in de James Wattstraat. Het werd Casa 400 gedoopt. Die 400 stond voor het aantal kamers, destijds nog verdeeld over aparte dames- en herenverdiepingen.

Generaties Amsterdamse studenten streken er neer, voor enkele maanden, tot ze elders in de stad ‘een echte studentenkamer’ vonden. Zeker in de jaren zeventig en tachtig had wonen in Casa weinig street cred. Maar velen namen het ‘overzomeren’ voor lief en telden hun zegeningen met een eigen badkamer en altijd wel ergens een feestje op een verdieping. In de beginjaren was het mogelijk er eindeloos te blijven wonen, sinds enkele jaren geldt een limiet van twee jaar. Voor een gezondere doorstroom en om nieuwkomers in de stad een eerlijke kans te geven.

In 2010 werd het oude pand aan de James Wattstraat verruild voor nieuwbouw aan de Eerste Ringdijkstraat, om de hoek. Ook de naam veranderde: Hotel Casa. Met 518 kamers, waarvan er 159 permanent beschikbaar zijn voor hotelgasten. Zij kunnen terecht voor 89 euro per nacht, studenten betalen maandelijks 485 euro voor huur, gas, water en licht. Op de wachtlijst voor Casa staan op dit moment zo’n duizend studenten. De wachttijd is gemiddeld een jaar.

Vorig jaar werd het interieur vernieuwd, inclusief restaurant East. Boven op het dak zit nu een biertuin, Dakterras GAPP.

Ketie Kral (19), student economics & business economics aan de UvA, woont in Casa sinds 1 oktober.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

“Ik wilde heel graag weg uit Groningen. Amsterdam leek me een heel leuke stad, maar wat in de weg stond: het is lastig om er een kamer te vinden, zeker vanuit Groningen, als je geen bekenden in de stad hebt. Ik kende maar één iemand in Amsterdam en die woonde in Casa. Ik heb me gelijk ingeschreven.

Het is superleuk. De ligging is geweldig. Ik kende Amsterdam wel, maar ik wist niet zo goed waar ik aan begon. Maar de binnenstad is vlakbij en met de metro is het twee minuten naar mijn school.

De mensen hier zijn gezellig. Sinds kort mag je maximaal twee jaar blijven, zodat het fair chance is voor andere mensen om hier ook te komen wonen. Maar ik heb nu ook een baan hier, als serveerster in het restaurant. Als ik beval, mag ik ook in de zomer blijven. Dat is goed geregeld. En het is meteen ook een incentive om goed mijn best te doen.

Ik hoef hier niet weg, ik zit hier heel fijn. Vooral omdat het een hotel is. Het is superschoon, je hebt je eigen bad­kamer en een gratis bed, een tv en meubilair. Heel zorgeloos. Zeker die eigen bad­kamer is heel fijn. Ik kom weleens bij vrienden in een gedeeld huis en als ik dan hun badkamer zie, waardeer ik hier wonen weer extra veel.

In de gemeenschappelijke keuken gaat het bij mij op de verdieping ook goed, die is altijd wel schoon. Maar over andere verdiepingen hoor ik soms dat het helaas niet goed gaat met schoonmaken.

De feesten verschillen per vloer. ­Sommige staan er wel om bekend hard te feesten. De mijne is vrij rustig, maar wel heel gezellig. Op sommige avonden in het weekend zijn er wel vijf verschillenden feesten. Dan ga je hop de lift in naar een ander feest, en weer een ander feest. Zulke avonden kunnen heel gek zijn.”

Sjaak Smit (55, manager Hotelschool), bewoner van 1984 tot 1994. Met Henny Smit (57, team-leider VU), 1985-1994.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

“De sfeer was altijd gevaarlijk gezellig. Met zoveel studenten bij elkaar was er altijd wel ergens een feestje. Sommige afdelingen stonden echt bekend als heel gezellig. Zo praatte je binnen Casa ook: we gaan morgenavond naar 8D of 7B.

Ik was in 1984 nog een van de mede-­oprichters van de Casa Croeg in de kelder. Dat begon met een paar flessen en nootjes, maar het werd steeds groter. Discotheekachtig, met feesten die studenten uit de hele stad trokken.

In die tijd nam Casa een bijzondere plek in de stad in. Het was niet echt stoer om daar als student te wonen. Te chic, er werd een beetje op neer­gekeken.

Nu ziet de wereld er heel anders uit. Toen mochten hotelgasten en studenten elkaar vooral niet ontmoeten, nu is iedereen welkom. Het is open voor iedereen, een plek om te werken, met een bar op het dak. Ze noemen Casa de grootste huiskamer van Amsterdam.

Ik was meteen zo enthousiast dat mijn vriendin Henny een jaar later ook in Casa kwam wonen. De eerste jaren woonden we op afzonderlijke kamers, ik in 733 en zij in 730, maar in 1990 zijn we verhuisd naar wat toen te boek stond als de gehuwdenflat. Daar waren er vier van in het hotel. Twee kamers die met elkaar verbonden waren. In de ene zat een badkamer en in de andere een keuken. Het voordeel was ook dat je daar in de zomer niet uit hoefde, want zo’n gehuwdenflat is moeilijker te verhuren aan toeristen.

In het voorjaar van 1994 zijn we vertrokken. Er zat een verbouwing aan te komen en de gehuwdenflats zouden worden gesplit. Voor ons was het na tien jaar ook wel de hoogste tijd. Je moet uiteindelijk toch een keer weg uit Casa.”

Joshua Groen (21, student werktuig-bouwkunde), bewoner sinds begin 2021.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

“Ik ben in Casa terechtgekomen via mijn zus. Zij heeft er uiteindelijk twee jaar gezeten. Het is gewoon niet makkelijk om in Amsterdam een kamer te vinden en in Casa kon ik redelijk snel terecht.

Het is er leuk. Je hebt veel studenten om je heen. Als ik niks te doen heb, is er altijd wel iemand in de keuken om wat mee te drinken. En de huur is vrij laag voor het centrum van Amsterdam. Ik betaal 485 euro, inclusief, dus daar kan ik niet over klagen. Je hebt best veel ruimte voor wat je betaalt: 21 vierkante meter en een eigen badkamer en wc.

Ik heb best een actieve gang. Tijdens de lockdown zijn we een keertje naar Keulen geweest. We zaten vast op onze kamers, dus het was fijn dat we daar even konden rondlopen en uitgaan. We gingen met de trein en hebben in een hostel geslapen. Dat doe je alleen als je een leuke verdieping hebt.

In de zomer ga ik terug naar mijn ouders in Leiden. Dat is wel minder. Zolang ik nog colleges heb, of als ik mensen wil zien, zal ik met de trein op en neer ­moeten. Voor mijn ouders is het ook niet gemakkelijk: zij moeten me steeds helpen alle spullen te verhuizen.

Toeristen kom ik eigenlijk nooit tegen, die hebben hun eigen ingang. Op het dakterras ben ik nog niet zo vaak geweest. Meestal zit ik in de keuken of in de studentenlounge beneden. Daar staat een pooltafel en je kunt er pingpongen. Er zijn ook speakers, dus mensen zetten altijd wel muziek op.”

Roos Muller (32), bewoner van 2008 tot 2012. Ontmoette er Daan Muller (35, ICT-specialist) 2009-2012.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

“Mijn ouders hebben allebei in Casa gewoond en hebben elkaar in de Casa Croeg ontmoet. Ik was nogal een lastige puber, dus ze vonden het op een gegeven moment tijd dat ik uit huis ging. Zo kwam ik ook in Casa terecht.

Het beviel erg goed. Ik moest wel heel erg wennen. De keuken was echt dramatisch. Op het fornuis lag aluminiumfolie zodat het een beetje schoon bleef. Er stond een grote kliko als prullenbak en de muizen kwamen langs de snoeren naar beneden.

Ik heb er ruim drie geweldige jaren gehad. Ik kan me als student geen fijnere plek voorstellen dan Casa. Je woont op jezelf, maar je bent nooit alleen. Ik had ook een heel gezellige afdeling.

Daan kwam een jaar later op de afdeling wonen. Ik had toen nog een vriend en hij was totaal niet mijn type, dus in het begin dacht ik: ah, een nieuwe buurman. Maar het is langzaam gegroeid. Mijn toenmalige vriendje was niet zo aardig en Daan bood me een schouder om op uit te huilen. Op een gegeven moment zijn we de stad in gegaan en hebben we iets te diep in het glaasje gekeken. De volgende ochtend werd ik wakker naast meneer Muller.

In 2018 zijn we getrouwd, in de ­Vergulden Eenhoorn, vlak bij Casa. Zo konden we nog een beetje nostalgisch terugkijken.

Behalve wij en mijn ouders heeft ook de broer van mijn moeder zijn latere partner in Casa ontmoet. En een vriendin van mijn moeder ook nog, in de Casa Croeg. Het is één groot broeinest.

Onze dochter Marie is net een half jaar oud. Die gaat later gewoon naar Casa. Geen discussie.”

Rob Vredeling (72, oud-journalist), woonde in Casa van 1969 tot 1971 en van 1973 tot 1975. Leerde zijn vrouw Liesbeth van Gaalen (74, destijds directie-secretaresse) er kennen.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

“Ik had kamer 1008 op de tiende verdieping, ik heb het even nagekeken. Als groentje uit de provincie kwam ik pardoes in het woelige Amsterdam terecht. Het was de tijd van de oorlog in Vietnam; colleges op de universiteit leken wel massale actievergaderingen.

In Casa was een nette sfeer. In andere studentenhuizen kon het een tamelijk chaotische bende zijn, met fietsen en stapels bierkratten in de gang. Daar werd in Casa wel op toegezien, want er liepen ook gasten rond van het hotel, de vergaderzalen of het restaurant. Er was ook een nachtportier. Het lag niet zomaar voor de hand dat je met twintig dronken gasten het pand kon betreden.

Af en toe waren er wel kleine incidenten. Soms was er een plaag van faraomieren en er waren kakkerlakken. Dan kwam een ongediertebestrijder die beesten meteen met chemisch spul platspuiten en daar kwam dan weer een actie tegen van de studenten. Maar verder was het er tamelijk tam.

We hadden intensief en prettig contact met toenmalig directeur Gradus van Nieuwkuyk. Over akkefietjes over de hoogte van de huur, maar ook of hij ons kon matsen bij de organisatie van een feest. Soms zaten we tot diep in de nacht te pimpelen. Via Van Nieuwkuyk heb ik mijn vrouw Liesbeth leren kennen, ze was zijn secretaresse. In 1977 zijn we getrouwd.

Door ons heeft ook onze zoon zich in Casa ingeschreven toen hij eind jaren negentig ging studeren. En ook hij is daar zijn vrouw tegengekomen. Ze volgde een Spaanse opleiding toerisme en liep stage bij de receptie. Onze zoon deed vakantiewerk in de souvenirshop. Ze zijn naar Spanje verhuisd en hebben twee dochters.

Indirect zijn dat twee generaties van Casakinderen. Dat is wel bijzonder aan dit verhaal.”

Meer over