null

PlusAchtergrond

3000 kilometer solo: Myra de Rooy doorliep Noorwegen in de lengte

Beeld privé foto's

Drieduizend kilometer solo door de Noorse bergen: de Amsterdamse avonturier en bergbeklimmer Myra de Rooy (64) doorliep het land in de lengte. Nu is er een boek. 

Het staat er vrij achteloos. Als Myra de Rooy ruim vier jaar geleden vooruitblikt op haar tocht door Noorwegen, vat ze het plan op om te starten vlak voordat ze zestig wordt. ‘Als ik dan nog leef, gezond en sterk genoeg ben’, schrijft ze aan het begin van haar boek In de lengte, 3000 km solo door de Noorse bergen.

Als ik dan nog leef.

Nu, vier jaar later, moet ze erom lachen. De Rooy: “Dat is ook vrij gedachteloos opgeschreven. Ja, ik doe best rare dingen op reis, maar niet omdat ik verwacht dat ik daarbij overlijd. Het is meer leven bij de dag. Dat is meestal typerend voor klimmers, hoor; die denken echt niet dat ze ­weleens dood kunnen gaan als ze aan een top beginnen. Ik heb het denk ik uit het Himalayagebied meegekregen. Soms noem ik mezelf een randboeddhist. Een echte boeddhist ben ik niet, maar omdat ik er door veel reizen naar ­Tibet en Nepal en Ladakh veel in aanraking mee ben gekomen, neem ik er wel dingen van over. Dit is daar een voorbeeld van. Ik kan net zo goed hier in Amsterdam onder een tram komen, dan is het ook over.”

Ze gniffelt even en vertelt over die ene keer, lang geleden, dat ze in Italië tijdens een beklimming van een ijswand viel en honderden meters naar beneden kukelde. Daarbij brak ze haar enkel en belandde ze in het plaatselijke ziekenhuis. “En daar lag ik naast iemand die ook zijn enkel had gebroken, maar dan bij een uitglijder op de stoep.”

Kees de slee

Toch is haar wandeltocht door Noorwegen niet zonder ­gevaar. Al bij de start bij de vuurtoren van Lindesnes, tijdens een zware storm, volgt de eerste waarschuwing. Niet ­iedereen maakt deze langeafstandswandeling af. Drieduizend kilometer is ver. Het is begin januari, de dagen zijn kort en koud. De Rooy brengt haar nachten door in verlaten berghutten, of in haar tentje en slaapzak.

“Dat eerste deel heb ik wekenlang nauwelijks mensen gezien. Het weer was slecht, de sneeuwcondities vielen ­tegen en ik liep voor het eerst met een slee, omdat ik mijn uitrusting en eten niet op mijn rug kon dragen. Dertig kilo achter je aanslepen is pittig. Op steile stukken omhoog trekt zo’n slee je naar achter. Naar beneden duwt ie je juist vervaarlijk naar voren. Hij was een hinder, maar tegelijkertijd een vriend, omdat ie enorm hielp in het vervoeren van mijn bagage.”

Het is overigens niet per se daarom dat de slee een naam krijgt. Zoals soloreizigers wel vaker menselijke eigenschappen toedichten aan iets zonder ziel of leven, zo noemt De Rooy haar slee Kees. Naar Kees Verkerk, de ­beroemde Nederlandse schaatser die zo’n volhouder en vechter was. Ze overnacht vlak voor haar reis op de camping van Verkerk in Zuid-Noorwegen, legt hem het plan voor en krijgt zijn zegen. De Rooy: “Het was meer een eerbetoon aan een oude streekgenoot, uit de Hoeksche Waard, dan het creëren van een reisgezel. Want hoewel ik die eerste etappe het minste aantal mensen heb gezien, ben ik geen moment eenzaam geweest. Dat ben ik nooit op mijn soloreizen.”

null Beeld privé foto's
Beeld privé foto's

Paplepelwerk

De Rooy deelt haar reis op. Want ja, het is mogelijk om de tocht in één keer te lopen, maar het moet geen wedstrijd worden. Hoe ze het dan wel aanpakt? De tijd nemen, om je heen kijken, als het kan een zijdal inslaan en vooral genieten. Ook van de moeilijk begaanbare, zompige toendramoerassen, of storm of mist.

Wie Norge på langs – Noorwegen in de lengte – aaneengesloten wil lopen, krijgt te maken met tijdsdruk en is daardoor te veel afhankelijk van allerlei omstandigheden, niet in de laatste plaats het weer. Dus deelt Van Rooy haar gigantische onderneming op in zes etappes. Drie reizen in de winter, drie in de zomer. In totaal 188 dagen wandelen.

De Rooy: “Ik vond het belangrijk om alle seizoenen te kunnen ervaren. De ijskoude omstandigheden in de winter en de midzomernacht waarin de zon nooit ondergaat.” Bijkomend voordeel: zes keer meer voorpret en terugblikken. “Naar de bergen gaan is voor mij bijtanken. Ik ben geen kluizenaar, hier in Amsterdam heb ik veel vrienden en een mooi sociaal leven, maar in die ruimte en leegte van de bergen voel ik me ook thuis. Daar geef ik mijn moeder de schuld van. Die was zwanger van mij toen ze de Wildspitze beklom, de op een na hoogste berg in Oostenrijk. En mijn vader fietste in 1949 al in zijn eentje op zijn stadsfiets naar de Noordkaap. Het is paplepelwerk dus, dat ik dit ook ben gaan doen. En het gevoel je hele bestaan voor een tijdje in je rugzak te hebben, dat vind ik heerlijk.”

Des te verrassender is het misschien wel dat niet het Noorse landschap – volgens De Rooy Europa’s laatste grote wildernis – het meest blijft hangen na haar reis, maar de ontmoetingen onderweg. “Dat is een van de absolute voordelen van alleen reizen; dan moet je bruggen slaan. Als je met een groepje of als duo reist, ben je juist meer een ­eilandje. Je kunt de bergen nooit los zien van de lokale ­bevolking, maar ik had me niet gerealiseerd dat dat dicht bij huis, in Europa, ook zo zou zijn. Daardoor heb ik veel ontmoetingen gehad met gelijkgestemden. En vooral veel bijzondere ontmoetingen met de Sami, de oorspronkelijke bewoners van het noorden van Scandinavië. Ik was verrast door hun openheid. En vond het heel waardevol om ook hun verhaal in dit boek te kunnen meenemen.”

Niet zo verrassend; in alle vijf boeken die De Rooy tot nu toe schreef, spelen sociale, politieke en menselijke verhalen een belangrijke rol. En altijd met de bergen als decor. En zijzelf die daar doorheen trekt.

Myra de Rooy: In de lengte, 3000 km door de Noorse bergen, Dato, €29,95.

Meer over