Plus

Zo houd je het gezellig thuis

Om het leuk te houden en vastgeroeste patronen te doorbreken schreef kindercoach Charlotte Borggreve (63) Hoe houd je het gezellig thuis? 'Veel ouders bewaken hun status van alwetende roerganger.'

Kirsten Munk
null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Niet dat het vreselijk ongezellig is bij de gezinnen die een beroep doen op kinder- en jongerencoach Charlotte Borggreve, maar vaak zitten ze met van die lastige vastgeroeste patronen.

Gedoe over huiswerk bijvoorbeeld. "Heb je het nou al af?" horen veel ouders zichzelf zeuren. Terwijl hun kinderen denken: laat me met rust. Een simpele ingreep kan helpen, zegt Borggreve, die haar eigen praktijk heeft aan de Lindengracht en in de jaren tachtig het Amsterdamse Kinderkookkafé ­mede oprichtte.

Stel een andere vraag, bijvoorbeeld: "Hoe ga je jouw huiswerk aanpakken?" Dat maakt van het huiswerk geen splijtzwam in het gezin, maar een project waar je ­samen over na kunt denken. Stukken beter voor de sfeer.

Doorverwezen
Driekwart van de kinderen en ouders die bij Borggreve terechtkomen, zijn door school doorverwezen - vaak door de leerkracht of intern begeleider. Het gaat om kinderen die zich niet goed kunnen concentreren, pesten of gepest worden, faalangst hebben, hoogbegaafd zijn of niet kunnen slapen.

Ook twintigers met een quarterlifecrisis, die onzeker zijn over werk en relaties, melden zich steeds vaker bij haar. Borggreve, die zelf een dochter (27) en twee zoons (20 en 23) heeft, is van oorsprong orthopedagoge en volgde de opleiding tot kindercoach bij opleidingsinstituut BGL.

Ze schreef het boek 'Hoe houd je het gezellig thuis'? om ouders en kinderen te ­helpen de 'ongemakkelijke' momenten thuis door te komen. Een greep uit haar praktische tips.

1. Laat zien dat jij óók fouten maakt

Veel ouders bewaken hun status van alwetende en onfeilbare roerganger. Niet doen, zegt Borggreve. Toegeven dat je fouten maakt, helpt kinderen om hun eigen fouten te ­accepteren.

"Er kwam hier ooit een keurig stel uit Amsterdam-Centrum. Ze hadden goede banen, zagen er perfect uit en waren erg leuk. Maar ze vertelden hun kinderen nooit dat ze weleens een steek lieten vallen. Hun kinderen dachten daardoor dat zij ook geen fouten mochten maken. Dat kan faalangst in de hand werken."

Door stress of moeheid uitvallen tegen je kind kan de ­beste overkomen, zegt Borggreve. "Maar maak daarna wel je excuses. Leg uit dat er iets verkeerd ging op je werk, waardoor je lichtgeraakt bent."

Je kunt ook afspreken dat de kinderen iets grappigs tegen je zeggen als je zo'n stressbui hebt. 'Donald Duck' bijvoorbeeld of 'stresskip'. Dat kan jouw stemming doorbreken en de kinderen tekenen op een luchtige manier bezwaar aan tegen jouw ­gedrag.

2. Speel het anti-faalangstspel

Veel kinderen hebben een stemmetje in hun hoofd dat zegt: 'Dit gaat toch niet lukken.'

"Dat kan een teken van faalangst zijn. Er zijn drie manieren waarop kinderen daarmee omgaan. De eerste is ertegen vechten; meisjes doen dat vaak. Zij gaan bijvoorbeeld ontzettend hard werken om goede cijfers te halen. Anderen rennen weg, spijbelen soms omdat school 'zo stom' is. Dat komt vaker voor bij jongens. De derde manier is bevriezen. Dat gebeurt bij kinderen die zo bang zijn dat het mislukt, dat ze helemaal niets meer kunnen."

Borggreve doet vaak een spel met ­deze kinderen. Hierin onderzoekt ze met hen of ze hun gedachten, gevoelens en gedrag bij een gebeurtenis positief kunnen keren. Ze vraagt hun: "Welke andere gedachte had jou bij deze gebeurtenis - zoals een moeilijk proefwerk - wél geholpen? Hoe had je je dan gevoeld en hoe had je je gedragen?"

Faalangst kan overdraagbaar zijn. Meestal heeft ook een van de ouders er last van. Zij houden de angst van hun kinderen soms in stand.

"Een jongen met faalangst die ik coachte had net een zeven voor een geschiedenisproefwerk gehaald en was erg trots. Toen zijn moeder hem kwam ophalen, zei ze: 'Maar we hebben er wel drie avonden aan gezeten.' Weg was de trots van de jongen. Zijn moeder had ook kunnen zeggen: 'Wat goed! Misschien kun je het de volgende keer in twee avonden leren.'"

3. Voer een verrassingsdag in

Stel, je hebt aan de lopende band ruzie met jouw puberende dochter omdat zij zich niet aan de huisregels houdt. Beeld je dan in dat jullie harmonisch met elkaar omgaan, goede gesprekken voeren en zo nu dan een ijzersterke grap maken.

"Daar word je blij van. En dat kan motiveren om je in te zetten voor het veranderen van jullie verhouding. Bespreek vervolgens de situatie met je dochter. Zeg bijvoorbeeld: 'Ik vind het rot als we ruzie hebben over regels. Wat vind jij?' Zij antwoordt dan waarschijnlijk iets van: 'Ik vind het irritant dat jij zo veel zeurt.'"

"Maak daarna duidelijke afspraken. Hoe zou het zijn als jij de regels versoepelt en zij zich aan de afspraken houdt? Zij zou dan niet steeds bang hoeven zijn dat jij zo veel zeurt. En jij hoeft niet zo vaak boos te worden."

"Voer vervolgens een verrassingsdag in: jij versoepelt zonder mededeling vooraf een dag lang de regels. Op een andere dag houdt je dochter zich onaangekondigd aan de regels. Je doorbreekt zo het geruzie, lacht misschien wel allebei in je vuistje als je het een 'verrassingsdag' hebt verklaard en jullie streven samen een positief doel na."

4. Zeg wat vaker ja

"Mijn zoon van twintig laat zijn rotzooi altijd liggen. Je kunt hem chaotisch noemen, maar hij is ook levendig, fietst naar Italië en gaat overal op af," zegt Borggreve.

Haar voorstel: "Kijk samen met je kind hoe je zo'n kwaliteit kunt inzetten."

Dat komt zijn zelfbeeld en jouw beeld van hem ten goede. En je kunt altijd nog terloops opmerken dat levendig opruimen ook een kwaliteit is. Wat ook helpt om de sfeer in huis een beetje fijn te houden, is niet de hele tijd nee roepen.

Daarvoor in de plaats kun je 'ja, zodra' zeggen. "Als je kind vraagt of hij uit mag en je weet dat zijn huiswerk nog niet af is, kan 'Tuurlijk, zodra je je huiswerk afhebt' een stimulerende voorwaarde zijn."

5. Beleg een gezinsvergadering

Drukke banen, school, hockey, voetbal en pianoles kunnen zo veel tijd in beslag nemen, dat je elkaar als gezin nauwelijks spreekt. Een wekelijkse gezinsvergadering kan dan helpen.

"Bak een taart en bespreek de week, zoek met zijn allen een vakantiebestemming en verdeel leuke en vervelende klussen. Dan hebben jullie daar de komende week ook geen gedoe over."

"Je kunt ook een probleem voorleggen, elkaar complimenteren of ­kritiek geven. Zo voelen kinderen zich betrokken en onstaan er leuke gesprekken. Bijvoorbeeld door een vraag als: 'Wat dóe jij eigenlijk op je werk, pap?'"

Meer over