Ware liefde vergaat niet

ASIS AYNAN

Nog even en dan is de ramadan afgelopen, direct daarop volgt a Ried Amezian, het Suikerfeest. 's Morgens vroeg gaat de ex-ramadanner naar de moskee om het Suikerfeest met een speciaal gebed in te luiden. Het eerbiedig spreken tot God kent een mooi en indrukwekkend zangstuk: mannen en vrouwen zingen in aparte ruimtes islamitische liederen (azehied). Je krijgt er een You never sit alone gevoel van.

's Middags gaan families bij elkaar op bezoek. Krijsende kinderen en opgeluchte volwassenen vermalen zandkoekjes en het gruis wordt met zoete nanna thee weggespoeld.

's Avonds is het koffiehuis stukken leger, zo niet verlaten. Tijdens de ramadan brengt de man na het verbreken van het vasten en het avondgebed veel tijd door in het koffiehuis met het spelen van bingo (akarton), kaarten (ronda of scamba) of het bordspel partsie. Maar wanneer de vastenmaand het gat van de deur is gewezen, komt men daar niet meer; de man blijft thuis - of als hij van een pilsje houdt, zoekt hij zijn café op. Daar, op z'n ouwe stekkie, zal hij met tranen in zijn ogen naar het o zo gemiste vaasje kijken. Ware liefde vergaat niet.

Het laatste bevreemdt u misschien, want iemand die ramadant is moslim en die mag sowieso geen alcohol drinken. Uw gedachtegang is volkomen juist, maar te zwart-wit, een waarheid op papier. De praktijk is anders.

Huichelarij, denkt u nu. Lang leve de hypocrisie.

Niemand is in staat om zich volledig met een boek te vereenzelvigen en ernaar te leven; of dat nu de Koran, Sonja Bakker of de Grundlegung zur Metaphysik der Sitten is. Iedereen vormt zijn eigen verhaal met een kaft erom heen.

In Ramadan, de column van vorige week, behandelde ik een maatschappelijk ongenoegen dat door het Ramadan Festival aan de oppervlakte was gekomen. Het Ramadan Festival is een commercieel bureau dat tijdens de vastenperiode eetbijeenkomsten organiseert. In de Volkskrant leverde een opbouwwerker daar kritiek op: het Ramadan Festival zou staan voor een vercommercialiseerde ramadan, de angst om Wilders in de kaart te spelen, de teloorgang van de scheiding van kerk en staat en het morsen van 'soepsidie'.

Heeft het Ramadan Festival dit allemaal op zijn geweten? De commerciële boys van het feest mochten willen dat ze zoveel macht hebben.

De kritiek gaat volgens mij ergens anders over. Je dient, zoals tegenwoordig gewoon is, tussen de regels door te lezen. Sinds het multiculturele debat wordt gedomineerd door harde populistische stemmen, moet wie iets dieper wil gaan zijn ideeën over religie en cultuur op een gekunstelde manier kenbaar maken.

De opmerking die de opbouwwerker maakt, is dat de overheid een verkeerd signaal afgeeft door wel 'religieuze festivals' te financieren, maar geen oog te hebben voor secularisten.

Een groot deel van de nieuwe Nederlanders richt zijn levenshorizon anders in dan zijn ouders hebben gedaan. Via veilige stapjes bewandelen ze hun eigen weg; denk aan de poldermoskee, de Mohammed Enaits, het Ramadan Festival en de woorden van Ahmed Marcouch. Maar secularisatie gaat een stap te ver. Geseculariseerde nieuwe Nederlanders worden in hetzelfde verdomhoekje geplaatst als Ayaan Hirsi Ali en Afshin Ellian.

In de Berbercultuur bestaan twee goden: de grote God (het Opperwezen) en de kleine God (de Ouders). Of je nu in de eerste gelooft of niet, de tweede is een vaststaand feit en val je nooit af.

null Beeld
Meer over