Waarom criminelen zich in De Baarsjes onaantastbaar voelen

De steekpartij waarbij een goudhandelaar zwaar gewond raakte en een vaste klant overleed, schrikt winkeliers in Amsterdam-West wéér op. Veel misdrijven worden op een steenworp afstand van elkaar gepleegd.

Paul Vugts en Laura Obdeijn
Geweld rond de Jan Evertsenstraat (opvallende zaken) Beeld Jorris Verboon
Geweld rond de Jan Evertsenstraat (opvallende zaken)Beeld Jorris Verboon

De grotere winkelstraten in en naar De Baarsjes en Bos en Lommer zijn prima vluchtwegen. De Jan van Galenstraat, de Jan Evertsenstraat, de Postjesweg, de De Clercqstraat en de Bos en Lommerweg, om er een paar te noemen, zijn uit het oogpunt van overvallers of andere criminelen een ideaal jachtterrein.

Vergeven van de winkels, ook van het type waar kostbaarheden voor het grijpen liggen, en tegelijkertijd breed en druk genoeg om snel te vluchten op een (motor)scooter.

Toch is dat niet de enige mogelijke verklaring voor het gegeven dat winkeliers in sommige wijken van het oudere Amsterdam-West extra vaak doelwit zijn van straatcriminelen die uit zijn op snel geld en zich weinig zorgen maken om de gevolgen van hun high impact crimes.

Een tweede verklaring is minstens zo belangrijk én beangstigend: veel daders komen gewoon uit de buurt. Ze voelen zich onaantastbaar, ook omdat ze - soms terecht - in de veronderstelling leven dat niemand ze werkelijk zal dwarszitten als ze maar intimiderend genoeg te werk gaan.

Gewezen bezorger
Misschien kan de overval op het hindoestaanse eethuis Ram's Roti West symbool staan, 17 januari 2010 in de Jan van Galenstraat.

Drie onmiskenbaar Marokkaanse jongens lopen binnen met bivakmutsen over hun hoofden. Dat voorkomt niet dat één van de twee eigenaars - broers - in één van de jongens een gewezen bezorger herkent. Zijn houding, zijn postuur: het kán bijna niet anders.

Als de jongen wat zegt, staat het voor de restauranteigenaar vast dat hij de juiste voor ogen heeft. Hij roept zijn naam, de jongen raakt in paniek. De broers pakken hem vast, maar laten hem gaan als de overvallers hun vuurwapens op hen richten. Ze doen aangifte. Dat leidt tot meer ellende.

Ze krijgen meermaals stenen door de grote, prijzige ruit van hun zaak. In de nacht van 10 op 11 mei 2010 staat ineens een brandende scooter voor de deur: de enige uitgang. De deur staat al in brand. De broers gooien een stoel door de ruit en kunnen naar buiten klimmen.

De schade loopt in de duizenden euro's, maar dat is natuurlijk niet het hele verhaal. Hier wordt de buurt weer met de neus op onaangename feiten gedrukt: de overvallers wonen gewoon om de hoek. Het heersende gevoel: de vijand is onder ons.

In dit geval wijzen de pijlen naar een groep jonge mannen die wordt aangeduid als de 'Bestevaergroep', omdat de vaste hangplek voor het belhuis in de Bestevaerstraat is. Verder lanterfanten de jongens veel in, pakweg, de Jan van Galenstraat en de Admiraal de Ruijterweg.

Modus operandi
Als in korte tijd de ene na de andere zaak in de buurt is overvallen op in grove trekken dezelfde wijze (volgens dezelfde 'modus operandi' in jargon van de recherche) formeert de politie een team dat die berovingen én de vermoedelijke daders in kaart brengt.

Dat leidt er toe dat verscheidene overvallen aan leden van de groep kunnen worden gekoppeld, al is het bewijs vaak niet hard genoeg om met succes volwassen strafdossiers op te bouwen. In sommige zaken worden verdachten gearresteerd en in enkele gevallen zelfs veroordeeld, maar de genadeklap kunnen politie en justitie niet uitdelen.

Op 7 oktober 2010 loopt de hoogst roekeloze overval op juwelier Fred Hund in de Jan Everstenstraat uit op een schietpartij die de juwelier fataal wordt. De twee verdachten die in beeld komen, zijn prominenten uit de Bestevaergroep. Ze wonen bijna letterlijk op een steenworp van de zaak.

Tegen de één is weinig bewijs, de ander, Soufiane B. (1992) krijgt achttien jaar cel. Het hoger beroep moet nog dienen. Toen B. in beeld van de recherche kwam, leek hij met zijn vrienden alweer overvallen voor te bereiden. Zijn forse straf stopt zijn entourage niet. Een aantal van zijn vrienden is ook alweer voor serieuze misdrijven in beeld gekomen.

Polle Janssens, eigenaar van Louter in de De Clercqstraat
'Het leek even wat beter te gaan, maar de laatste weken is het weer raak. Eerst zakkenrollen, toen inbraken en nu overvallen. Ze verzinnen steeds iets nieuws. We zijn extra op onze hoede. Je schrikt er toch elke keer van en raakt ontmoedigd, maar de handdoek in de ring gooien is geen optie. We moeten er met elkaar een veilige straat van maken, werken als collectief. Want dit is niet normaal. De politie kan wel weer gaan fouilleren, maar dat is geen oplossing voor de lange termijn. Het vergroot de kans dat ze hier worden gepakt, dus dan gaan ze gewoon een deurtje verder. Iedereen in de buurt deelt dezelfde zorgen. Ik zit hier al tien jaar en ik heb niet het idee dat mensen zich onveiliger zijn gaan voelen. Wel zijn ze zich er bewuster van dat iets kan gebeuren. Preventief fouilleren geeft even een veilig gevoel en het is een signaal naar de buurt toe: ze zijn ermee bezig. Maar uiteindelijk lost het natuurlijk niets op.'

Jeroen Jonkers, initiatiefnemer Geef om de Jan Eef
'Zo'n incident als een steekpartij geeft onrust in de buurt. We zijn met z'n allen heel positief bezig, het gaat goed, maar dat onveilige gevoel wordt direct aangewakkerd door zoiets. Het is verontrustend en we kunnen er weinig tegen doen. Veel mensen zijn nu boos, er heerst ook een gevoel van: we laten onze buurt niet verpesten. Preventiewerk zou goed zijn. We kunnen beter proberen die jongens zelf te bereiken, ze leren kennen. Maar dat duurt jaren. De politie zit er nu wel bovenop. Het is fijn om te weten dat er wat gebeurt. Het stelt mensen gerust en sommigen kunnen eindelijk rustig slapen. Maatregelen in de buurt, zoals preventief fouilleren, kunnen goed zijn. Je laat zo zien dat je het niet pikt. Maar het kan ook averechts werken, als een waterbedeffect. Dat ze denken: hier is het lastig, we rijden wel door naar Oost. En te veel controle werkt ook niet. We moeten geen fort van onze buurt willen maken.'

Meer over