VOC-schip opgegraven voor Britse kust

Een met man en muis vergaan VOC-schip wordt opgegraven uit een zandbank voor de Britse kust. Het is voor het eerst dat een driehonderd jaar oud wrak zo uitgebreid in kaart wordt gebracht.

Hanneke Keultjes
Een eerste lichting in 2005 maakte duidelijk dat er veel zilver in het schip ligt Beeld ANP
Een eerste lichting in 2005 maakte duidelijk dat er veel zilver in het schip ligtBeeld ANP

In januari 1740 zette De Rooswijk voor de tweede keer na de bouw in 1737 koers naar de Oost, volgeladen met zilver om inkopen te doen. Maar kort na vertrek vanaf Texel verging het schip van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) met 350 man aan boord voor de Britse kust.

Binnenkort kan maritiem archeoloog Martijn Manders de puzzelstukjes van het verhaal van De Rooswijk eindelijk leggen, als vanaf deze zomer de nog in het wrak achtergebleven inventaris wordt gelicht.

"Een groot deel van onze geschiedenis ligt op de zeebodem," zegt Manders. In de twee eeuwen dat de VOC bijvoorbeeld ­actief was, vergingen er 250 schepen.

Tijdscapsule
De vindplaatsen van scheepswrakken worden zo veel mogelijk beschermd en intact gelaten. Landen hebben met elkaar in het Verdrag van Malta afgesproken dat degenen die een wrak verstoren voor de schade moeten betalen.

"Maar in dit geval is de verstoorder de natuur," constateert Manders, die het onderzoek ­namens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed leidt. Het scheepswrak wordt namelijk bedreigd door stromingen en een aanstaand zandwinningsproject. Daarnaast maken erosie en souvenirjagers haast geboden.

Minister Jet Bussemaker, die als verantwoordelijke voor het Nederlands erfgoed besloot het wrak op te halen, noemt De Rooswijk 'een tijdscapsule'.

"Het biedt een unieke doorkijk naar het verleden. De archeologische informatie die we uit dit wrak kunnen halen is uitermate waarde­vol om deze periode in de geschiedenis te duiden."

Een minigemeenschap aan boord
Niet dat het wrak sinds 1740 helemaal met rust is gelaten. In 1996 werd De Rooswijk per toeval ontdekt door een schatduiker - in de Britse zandgronden eindigde menig historisch schip.

In 2005 kreeg een groep toestemming van de Nederlandse staat, die eigenaar is van De Rooswijk, om een deel van de lading te bergen. Die wordt sindsdien tentoongesteld in het Zeeuws maritiem MuZEEum in Vlissingen.

"Maar die berging was zoeken naar objecten voor de verkoop. Wij gaan nu het hele verhaal vertellen," stelt Manders. Daarvoor wordt de ­hele inhoud van het driehonderd jaar oude schip opgegraven. Bij een verkennend onderzoek, vorig jaar, zag hij het wrak met eigen ogen in het water van de troebele Noordzee. "Op twintig meter diepte, waar je alleen je eigen adem hoort, zet je dan het licht aan en zie je het hout van het schip."

Inventaris
Dat hout, soms al erg aangevreten door paalworm, is op drie verschillende plekken in het water zichtbaar. Een gedeelte ligt nog onder het zand, waar de condities heel goed zijn. "Daar zijn eerder al zaden gevonden," weet Manders. "De hoop is dat ook kledij en zeilen nog redelijk bewaard zijn gebleven."

VOC-schip De Rooswijk zou er ongeveer zo hebben uitgezien Beeld -
VOC-schip De Rooswijk zou er ongeveer zo hebben uitgezienBeeld -

Voor de opgraving wordt drie maanden lang 24 uur per dag gedoken in het troebele Noordzeewater.

Met de inventaris van De Rooswijk moet meer duidelijk worden over de zeevaart in dit tijd. Wat nam men mee? Hoe waren de omstandigheden aan boord?

"Hoe hield je in die tijd 350 man de hele reis - die kon wel maanden duren - in ­leven? Dat was een echte minigemeenschap. Daar zijn we benieuwd naar."

Zonder flessen duiken
Daarom gaan maritiem archeologen en studenten uit Nederland en Engeland van juli tot oktober 24 uur per dag - in twaalfuursdiensten - duiken bij Goodwin Sands, voor de kust van het Britse Ramsgate (bij Dover). Ook sportduikers mogen meedoen. Ze worden vanaf de voormalige tonnenlegger Terschelling voorzien van lucht, zodat ze zonder flessen kunnen duiken.

"Een opgraving is heel geconcentreerd werk, dan moet je je geen zorgen hoeven maken over of je wel genoeg zuurstof hebt." Wat ze opgraven, moet direct aan de kade tentoongesteld worden. Manders verwacht in de zomer veel publiek.

Zeker is dat daar veel zilver te zien zal zijn. Ook dat is interessant. Met nieuwe technologie kunnen deskundigen precies nagaan waar het zilver vandaan komt. Werd die in de middeleeuwen nog gewonnen uit kleine mijnen in Europa, rond de tijd van De Rooswijk kwam het edelmetaal vooral uit Midden- en Zuid-Amerika.

"Straks krijgen we een veel beter idee over de zilverstromen in de wereld in de achttiende eeuw."

Amsterdam
De berging kost in totaal twee miljoen euro, waarvan een half miljoen bestemd is voor het conserveren van de aan land gebrachte kostbaarheden. Aan het project werken studenten van universiteiten uit Amsterdam, Leiden, Southampton en Zuid-Denemarken.

Ook Saxion Hogeschool en Hogeschool Leeuwarden helpen mee. Zij moeten ervoor zorgen dat de informatie die de archeologen uit het wrak halen direct beschikbaar is.

350

De archeologen willen aan de hand van de ­inventaris onderzoeken hoe je 350 man de hele reis in ­leven hield aan boord.

Meer over