Verkrachting gehandicapte niet bewezen

AMSTERDAM - De rechtbank heeft de 36-jarige Khalil H. veroordeeld tot 44 dagen cel en een voorwaardelijke werkstraf van 108 uur voor het plegen van ontucht met een geestelijk en lichamelijk gehandicapte vrouw.

Het 27-jarige slachtoffer woonde in een Amsterdamse woonvoorziening van De IJlanden, waar Khalil H. haar als uitzendkracht hielp bij onder meer douchen en naar bed gaan.
De vrouw, die de verstandelijke vermogens heeft van een kind van acht en de emotionele ontwikkeling van een vierjarige, vertelde haar begeleiders dat H. haar op 12 maart 2006 had verkracht en dat hij haar had gedwongen hem te pijpen.

H. erkende dat hij seks heeft gehad met de patiënt, maar zei dat hij veel minder ver was gegaan dan de vrouw beweerde. Alles was volgens hem op haar verzoek gebeurd. H. zei gedacht te hebben dat ze alleen lichamelijk invalide was, 'aan haar voeten'.
De rechtbank spreekt hem bij gebrek aan bewijs vrij van verkrachting en veroordeelt hem slechts voor de ontucht die hij zelf heeft toegegeven. De rechtbank acht niet bewezen dat sprake was van dwang.

Behalve de korte celstraf legt de rechtbank hem de bijzondere voorwaarde op dat hij het behandelingstraject dat hij al was ingegaan bij het Leger des Heils voortzet.
De officier van justitie had vijftien maanden cel geëist, waarvan vijf voorwaardelijk, plus de behandeling. In het vonnis laat de rechtbank meewegen dat justitie er te lang over heeft gedaan om H. voor de rechter te brengen. (HET PAROOL)

Meer over